IEF 16726

Maarten Haak & Moïra Truijens - GS Media/Sanoma: oppassen met bedrijfsmatig linken

maarten haak moira truijens

M.F.J. Haak M.M. Truijens, GS Media/Sanoma: oppassen met bedrijfsmatig linken, NtER april 2017, nr. 1/2, p. 24 t/m 28. Het plaatsen van een hyperlink naar illegale content kan onder omstandigheden gelden als ‘mededeling aan het publiek’ als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Auteursrechtrichtlijn,2 en kan dus als auteursrechtinbreuk worden aangemerkt. Dat volgt uit dit arrest van het Hof van Justitie inzake GS Media/Sanoma, beter bekend als het arrest over de naaktfoto’s van BN’er Britt Dekker. (...)

Gevolgen voor de praktijk
Het Hof van Justitie geeft daarmee een nieuwe, genuanceerde regel waarin de uitkomst in deze zaak in feite al lijkt te zijn gegeven: Sanoma zal dit gedrag van GS Media daadwerkelijk kunnen verbieden, dit is een auteursrechtinbreuk. Zoals in meer auteursrechtelijke en merkenrechtelijke zaken geeft het Hof van Justitie aan de hand van algemene ‘feiten’ een algemene regel (een particulier handelt doorgaans zonder volledige kennis, een hyperlinker met winstoogmerk handelt in beginsel met volledige kennis). Weliswaar is het aan de nationale rechter om te beoordelen of deze feiten zich in het voorliggende geval voordoen, maar de door het Hof van Justitie gegeven algemene regel heeft in de praktijk verstrekkende gevolgen voor het linken op internet. Er wordt door sommige schrijvers zelfs gesteld dat de uitspraak ‘een bom onder het internet zou leggen’.
(...)
Een lagere rechter in Duitsland21 heeft de leer van GS Media/Sanoma inmiddels vrij strikt toegepast. Het ging (nota bene) om een oorspronkelijk via een Creative Commons licentie gepubliceerde foto, 22 waardoor het werk (onder bepaalde voorwaarden) vrij beschikbaar kwam. Maar doordat de site waarop de foto stond deze voorwaarden niet naleefde, verviel de licentie en was er dus ineens sprake van auteursrechtinbreuk. De eigenaar van de website die de hyperlink naar de foto plaatste, had niet gecontroleerd of de CC voorwaarden wel waren nageleefd door de website waarnaar hij linkte en had dus geen feitelijke wetenschap van het ontbreken van toestemming. De hyperlink zelf diende weliswaar geen commercieel doel, maar omdat de website waarop de link geplaatst was op één van de subpagina’s tegen betaling leermateriaal aanbood, was dat voor de Hamburgse rechter grond om aan te nemen dat daarmee (toch) voldaan werd aan het ‘winstoogmerk’-criterium uit GS Media/Sanoma. Deze drastische uitspraak heeft in de internationale auteursrechtfora al veel stof doen opwaaien. 23

En nog recenter concludeerde advocaat-generaal M. Campos Sánchez-Bordona op 8 december 2016 in zaak C‐ 527/1524 in lijn met GS Media/Sanoma dat ook de verkoop van een mediaspeler waarin de verkoper hyperlinks heeft geïnstalleerd naar websites waarop auteursrechtelijk beschermde werken (zoals films, series en live‐ uitzendingen) zonder toestemming van de rechthebbenden direct toegankelijk zijn gemaakt, gezien moet worden als ‘een mededeling aan het publiek’ in de zin van artikel 3 lid 1 van de Auteursrechtrichtlijn. Te verwachten is dat er nog vele arresten volgen over het begrip ‘mededeling aan het publiek’. Te hopen is dat de regel uit GS Media/Sanoma verder wordt genuanceerd, zodat duidelijk wordt hoe bedrijven kunnen voldoen aan de nu geldende zorgplicht om vóór het linken te verifiëren of de gelinkte content wel met toestemming is geplaatst.