IEF 17686

Hayke Veldman - Reactie op opiniestuk Vrendenbarg

Hayke Veldman, Reactie op opiniestuk Vrendenbarg, MKB´er met bedrijfsgeheimen juist beter beschermd, IEF 17686. Op IE-Forum [IEF 17651] werd eerder door Charlotte Vrendenbarg een amendement van mijn hand op de wet bescherming bedrijfsgeheimen bekritiseerd. Kritiek staat uiteraard iedereen vrij, maar in dit geval werd een verkeerd beeld geschetst van de positie van het MKB. Als VVD’er ligt het MKB mij nauw aan het hart. Ik ben daarom blij dat deze dit platform me de gelegenheid geeft om de zaak recht te zetten.

Mevrouw Vrendenbarg gaat in op mijn amendement dat redelijke en evenredige proceskostenvergoeding regelt bij een rechtszaak over bedrijfsgeheimen. Bedrijven kunnen geconfronteerd worden met concurrenten die er met hun waardevolle informatie vandoor gaan. De gang naar de rechter is dan cruciaal om hun ideeën en producten te beschermen. Een rechtszaak kost echter geld en iemand zal voor die rekening moeten opdraaien. De wet ging voor die vergoeding eerst uit van het zogeheten liquidatietarief. Dit tarief is lager dan de gebruikelijke proceskosten in het intellectuele eigendomsrecht. Daardoor bleef de partij die een rechtszaak won alsnog met een deel van de advocaatkosten zitten. Kleine bedrijven kunnen die kosten maar moeilijk dragen en daarom zou het voor grotere bedrijven makkelijk zijn om hun kleinere concurrenten in de rechtszaal af te troeven. Dat is een onwenselijke situatie. Zelfs een gewonnen rechtszaak kost de MKB-ondernemer zo geld; geld wat in een klein bedrijf niet zomaar op de plank ligt.

Door de verliezende partij op te laten draaien voor de ‘redelijke en evenredige’ proceskosten wordt dat probleem opgelost. Mevrouw Vrendenbarg interpreteert redelijkheid en evenredigheid als: vergoeding van de volledige advocaatkosten in alle gevallen. Dat zou de bereidheid van het MKB, startups en particulieren om naar de rechter te stappen inderdaad schaden. Maar mijn amendement zorgt juist voor maatwerk. Het geeft de rechter de mogelijkheid om de volledige advocaatkosten te vorderen, als hiermee wordt voorkomen dat de kleine ondernemer die een zaak wint alsnog met kosten blijft zitten. Maar de rechter kan er ook voor kiezen om alsnog uit te gaan van het liquidatietarief. Bijvoorbeeld als de vordering van de volledige advocaatkosten onredelijk uitpakt. Met andere woorden, mijn amendement geeft de rechter maximale vrijheid om maatwerk te bieden.

Mijn vertrouwen in de rechterlijke macht is groot. Vandaar dat ik juist de rechter die mogelijkheden wil geven. In de toelichting van het amendement staat letterlijk: “De rechtbank zal niet tot een hoge proceskostenveroordeling overgaan als de billijkheid zich daartegen verzet.” Iets verderop in de toelichting wordt dit nogmaals duidelijk gemaakt: “Het wordt aan de rechter overgelaten om de in het ongelijk gestelde partij al dan niet in redelijke en evenredige proceskosten te veroordelen. Daarmee kan de rechter, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, maatwerk bieden.”

De praktijk van de door de rechterlijke macht opgestelde indicatietarieven zoals mevrouw Vrendenbarg benoemt wordt ook niet buitenspel gezet. Niets staat de rechter in de weg om daarvan gebruik te maken, net zoals nu in intellectuele-eigendomszaken gebeurt. Maatwerk wordt mogelijk en het wordt voor kleine bedrijven met bedrijfsgeheimen minder kostbaar om rechtszaken te voeren. Waar kleine ondernemers nu met flinke kosten geconfronteerd kunnen worden na een verloren of zelfs een gewonnen rechtszaak, beschermt juist mijn amendement ze daartegen. Zo kan de ondernemer zijn geld besteden aan zijn onderneming in plaats van aan dure rechtszaken.

Hayke Veldman (Kamerlid VVD)