IEF 10516

De weergave van dit artikel is misschien niet optimaal, omdat deze is overgenomen uit onze oudere databank.

Detailhandelsdiensten

HvJ EG 7 juli 2005, zaak C-418/02 (PRAKTIKER Bau- und Heimwerkermärkte AG tegen DPM) - dossier

Prejudiciële vragen van Bundespatentgericht, Duitsland.

Merken – Richtlijn 89/104/EEG – Dienstmerken – Inschrijving – Diensten verricht in kader van detailhandel – Specificatie din inhoud van diensten – Soortgelijkheid van betrokken diensten enerzijds en waren of andere diensten anderzijds”

Samenvatting van het arrest
1. Harmonisatie van wetgevingen – Merken – Richtlijn 89/104 – Dienstmerken – Begrip „diensten” – Gemeenschapsbegrip – Eenvormige uitlegging (Richtlijn 89/104 van de Raad)

1. Het is aan het Hof, in de communautaire rechtsorde een eenvormige uitlegging te geven van het begrip „diensten” in de zin van richtlijn 89/104 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten.

De aard en de inhoud van de dienst die door een ingeschreven merk kan worden beschermd, wordt namelijk niet bepaald door de regelingen inzake de inschrijvingsprocedures, ten aanzien waarvan de lidstaten iedere vrijheid behouden, maar door de materiële voorwaarden voor de verkrijging van het door het merk verleende recht. Bovendien, indien de lidstaten bevoegd waren voor de bepaling van het begrip „diensten”, zouden de voorwaarden voor inschrijving van dienstmerken naar gelang van de betrokken nationale wetgeving kunnen variëren. Het doel, verkrijging van het recht op het merk in alle lidstaten onder „gelijke voorwaarden”, zou dan niet worden bereikt. (cf. punten 30‑33)

2. Harmonisatie van wetgevingen – Merken – Richtlijn 89/104 – Dienstmerken – Begrip „diensten” – Detailhandel in waren – Daaronder begrepen – Voorwaarden voor inschrijving (Richtlijn 89/104 van de Raad, art. 2)

2. Het begrip „diensten” in de zin van richtlijn 89/104 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten omvat de diensten die in het kader van de detailhandel in waren worden verricht. Uit de richtlijn of de algemene beginselen van gemeenschapsrecht blijkt namelijk niet van een dwingende reden die zich ertegen verzet dat deze prestaties onder het begrip „diensten” in de zin van de richtlijn vallen, en dat derhalve de handelaar het recht heeft om door inschrijving de bescherming van zijn merk als aanduiding van de herkomst van de aangeboden diensten te verkrijgen.

Voor de inschrijving van een merk voor deze diensten is het niet noodzakelijk de betrokken dienst(en) concreet te omschrijven. Een nadere omschrijving van de waren of soorten waren waarop deze diensten betrekking hebben, is daarentegen wel noodzakelijk.

Vragen

1.Is detailhandel in waren een dienst in de zin van artikel 2 van de richtlijn?
Zo ja:
2.In hoeverre moeten dergelijke diensten van een detailhandelaar inhoudelijk nader worden gepreciseerd, om te garanderen dat het voorwerp van de merkbescherming voldoende bepaald is, hetgeen vereist is voor
a)de in artikel 2 van de richtlijn geregelde functie van het merk, waren en diensten van een onderneming te onderscheiden van die van een andere onderneming,
b)de afbakening van de omvang van de bescherming van een dergelijk merk in geval van collisie?
3.In hoeverre moet de mate van overeenstemming (artikelen 4, lid 1, sub b, en 5, lid 1, sub b, van de richtlijn) worden bepaald tussen dergelijke diensten van een detailhandelaar en
a)andere, met de handel in waren samenhangende diensten, of
b)door de betrokken detailhandelaar verhandelde waren?

Antwoord
Het Hof van Justitie (Tweede kamer) verklaart voor recht:

1) Het begrip „diensten” in de zin van de Eerste Richtlijn (89/104/EEG) van de Raad van 21 december 1988 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten, met name in artikel 2 ervan, omvat de diensten die in het kader van de detailhandel in waren worden verricht.
2) Voor de inschrijving van een merk voor deze diensten is het niet noodzakelijk de betrokken dienst(en) concreet te omschrijven. Een nadere omschrijving van de waren of soorten waren waarop deze diensten betrekking hebben, is daarentegen wel noodzakelijk.