IEF 17511

Bernt Hugenholtz - IE-Diner 2018 - De Robot-IE-jurist

Heeft u op kantoor al een innovatie-adviseur, pardon een Innovation Director? Zeg niet te snel nee – het is die man met dat baardje en de Tesla, waarvan u niet goed weet waarom hij er is. Die man (het is altijd een man), die de mond vol heeft van “Legal tech” en “blockchain”, die U voortdurend “uitdaagt”  om “out-of-the-box” te denken en met “start-ups” te “sparren”. Die man die dingen twittert als “Big Data is geen bedreiging, maar een opportunity”.

Ja, die.

Goede kans dat uw innovatie-adviseur uw kantoor al enige tijd op stang jaagt met de voorspelling dat “binnenkort” de eerste advocaten worden vervangen door robots.

En als U het niet van hem heeft gehoord, dan leest U het wel in de Mr: “De kunstmatige jurist rukt op”.

De kracht van de artificiële intelligentie (AI) neemt zo snel toe dat zelflerende juridische expertsystemen binnenkort met menselijke juridische adviseurs kunnen concurreren. En omdat robots nooit slapen en geen salaris vragen, maar wel heel veel billable hours kunnen maken, is de keuze gauw gemaakt…

Ik ben dol op dit soort toekomstvoorspellingen. Hyperloops, oogprothesen met augmented reality, geheugen-downloads, sexrobots (U begrijpt: ik kijk graag naar Black Mirror). Ik kan er niet genoeg van krijgen en slik deze voorspellingen meestal voor zoete koek.

Maar dat advocaten binnenkort door hoogintelligente robots worden vervangen? Daar geloof ik werkelijk geen bal van.

De voorspelling vloeit voort uit onbegrip over de rol en functie van de advocaat. Het misverstand dat de advocaat een soort juridische databank is van vlees en bloed. Dat is natuurlijk onzin; kennis en expertise zijn in de advocatuur mooi meegenomen, maar niet de belangrijkste skills van de advocaat. Wat kenmerkt dan wel een goede advocaat? U weet dat beter dan ik. Door de juridisch bomen het bos kunnen zien. Goed kunnen onderhandelen. Strategisch adviseren. Overtuigend communiceren. Soms een stukje acteren. En zo nu en dan fungeren als uithuilpaal.

Allemaal kwaliteiten die de robo-advocaat ontbeert.

Wat ik wel zie gebeuren is dat op AI gebaseerde juridische expertsystemen hun intrede doen in de advocatuur. Dergelijke systemen zullen juridische kennis veel sneller en gemakkelijker ontsluiten dan Legal Intelligence of Navigator nu. En ze kunnen de advocaat ook helpen bij allerlei juridische routineklussen.

Siri, zoek uit: heeft de Wet Auteurscontractenrecht terugwerkende kracht?
Siri, maak een exclusieve licentieovereenkomst in dossier X.
Siri, schrijf een sommatiebrief in dossier Y.
Siri, due an due diligence in dossier Z.

Juridische AI zal een standaard-tool worden van de jurist, en de advocaat zal met deze “legal tech” moeten leren omgaan.

(Overigens maakt U al veel langer dan U denkt gebruik van AI. Google Search. Google Translate. Dragon NaturallySpeaking. Allemaal AI.)

Maar ik zie de robo-advocaat nog niet zo gauw een zaak schikken of voor de rechter bepleiten.

Terzijde: de eventuele komst van de artificiële advocaat roept boeiende deontologische vragen op. Hoe begin je een confraternele brief aan een robot: “geachte confrère”? (Ik neem aan dat robots elkaar onderling gewoon “amice” zullen noemen.) En moet de robo-advocaat straks ook worden beëdigd? Door een robo-rechter?

Flauwekul natuurlijk. Maar dit alles neemt niet weg dat de invloed van de AI op het recht groot zal zijn. Niet door de opmars van een leger robo-advocaten, maar door de nieuwe rechtsvragen die de AI oproept.

Met name ook in de IE.

Morgen houdt Professor Peter Blok zijn oratie aan de Universiteit van Utrecht. De titel van zijn rede is veelzeggend: “Echte rechten voor kunstmatige creaties. Moeten we nog octrooien verlenen als slimme systemen het uitvindwerk overnemen?”

In februari vorig jaar heeft het Europees Parlement een reeks aanbevelingen gedaan over civielrechtelijke regels inzake robotica. Het EP dringt onder meer aan op het opstellen van criteria voor "eigen intellectuele scheppingen" met betrekking tot door computers of robots geproduceerd werk waarvoor auteursrechten zouden kunnen gelden.

Zijn door AI gemaakte creaties auteursrechtelijk beschermd? Dit is geen science fiction. Anderhalf jaar geleden trok een project van reclamebureau JWT en opdrachtgever ING grote aandacht. Een zelflerende computer werd geleerd om te schilderen in de stijl van Rembrandt, waarbij een groot aantal bestaande werken van Rembrandt door de computer werden geanalyseerd (‘ gemined’). Het resultaat, de Next Rembrandt, is verbluffend. Een nieuw werk van Rembrandt dat niet zou misstaan in het Rijksmuseum.

Wie is van dit prachtige werk de auteur? Of is hier (net als bij de aap-selfie) geen sprake van makerschap in auteursrechtelijke zin, omdat er geen menselijke creator valt aan te wijzen? Zouden er in dat geval misschien naburige rechten op computer-genereerde werken moeten komen? Of moeten we (nog een grote stap verder) de robot-auteur binnenkort een eigen plaatsje gunnen in het auteursrechtelijke systeem?

Een ander IE-gerelateerd terrein waar de AI inmiddels diep is doorgedrongen is de notice-and-takedown-procedure. Wie Google of Facebook vraagt om zoekresultaten of inbreukmakend werk te verwijderen, krijgt hoofdzakelijk te maken met robots. Ook het Content ID-systeem van YouTube, dat inbreukmakende videobestanden automatisch verwijdert, werkt op basis van AI.

Omdat de wettelijke beperkingen van het auteursrecht nog al open geformuleerd zijn, en dus moeilijk door een robot zijn aan te leren, gaat er in de praktijk geregeld wat mis. Het is dus belangrijk te weten hoe deze intelligente systemen werken, maar Google en Facebook houden hun know-how graag geheim. Vandaar de steeds luidere roep om transparantie van AI; dat is ook een van de aanbevelingen van het EP.

De IE gaat, kortom, spannende nieuwe tijden tegemoet.

Maar mijn spreektijd zit er op. Laat ik tot slot zelf ook een aanbeveling doen. Die innovatie-adviseur kunt U binnenkort heel goed vervangen door een robot. Van het geld dat U bespaart kunt een echte advocaat aannemen, of misschien wel twee, want zo’n man met baard en Tesla is best duur.