IEF 193

Verklaring van de commissie

Betreffende artikel 2 van Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (2005/295/EG).

De Commissie is van oordeel dat ten minste de volgende intellectuele-eigendomsrechten onder het toepassingsgebied
van de richtlijn vallen:

— auteursrechten,
— naburige rechten van het auteursrecht,
— het recht sui generis van de maker van een databank,
— de rechten van de maker van topografieën van halfgeleiderproducten,
— merkenrechten,
— rechten op tekeningen of modellen,
— octrooirechten, met inbegrip van de rechten afgeleid van aanvullende beschermingscertificaten,
— geografische aanduidingen,
— rechten op gebruiksmodellen,
— kwekersrechten,
— handelsnamen, voorzover deze in het betrokken nationale recht als uitsluitende eigendomsrechten
worden beschermd.

NL 13.4.2005 Publicatieblad van de Europese Unie L 94/37

IEF 192

Diesel wint

Rechtbank Amsterdam,29 december 2004, LJN: AT3893,187965. Diesel tegen Makro. Zaak over gebruik Dieselmerken door Makro. Rechtbank verklaart zich onbevoegd voor wat betreft de vordering inzake het Gemeenschapsmerk en verwijst de zaak in zoverre naar de rechtbank te ’s-Gravenhage als de bevoegde rechtbank voor het Gemeenschapsmerk, maar oordeelt wel over de rest van de vorderingen.

Het gaat in deze zaak niet om buiten de EER in de handel gebrachte waren, zodat de elementen en omstandigheden vóór, tijdens of na het buiten de EER in de handel brengen geen rol spelen. Dat neemt niet weg dat in het licht van de Davidoff-jurisprudentie in geval expliciete toestemming ontbreekt, uit de om-standigheden van het geval slechts dan kan worden afgeleid dat impliciet toestemming is verleend, indien met zekerheid blijkt dat de merkhouder van zijn recht afstand heeft willen doen. Onder die omstandigheden kan niet worden gezegd dat blijkt dat met betrekking tot die schoenen Diesel afstand heeft willen doen van haar merkrechten.

Naar het oordeel van de rechtbank kan de bepaling in artikel 1.4 (Het is FLEXI CASUAL toegestaan, opdat dit door DIFSA aan DIESEL kan worden voorgesteld met betrekking tot de productie en verkoop, indien van toepassing in de toekomst, om met schoeisel van HET MERK en dat van eigen ontwerp steekproeven uit te voeren die zij in het GE-BIED passend mocht achten, door middel van aanbieding en verkoop aan haar klanten, teneinde op betrouwbare wijze de marktbehoeften vast te stellen.) van de overeenkomst bezwaarlijk anders worden uitgelegd dan dat aan FLEXI CASUAL toestemming wordt verleend marktonderzoek te doen met betrekking tot door haar ontworpen schoenen teneinde deze na dat onderzoek en na verkregen toestem-ming van Diesel onder de DIESEL-merken op de markt te brengen. In het kader van dat marktonderzoek, zo moet die bepaling naar het oordeel van de rechtbank worden uitgelegd, staat het FLEXI CASUAL vrij monsters van de betreffende schoenen aan haar afnemers te verkopen, om de markt af te tasten. Onbestreden is dat door COSMOS op aanzienlijke schaal, schoenen met de DIESEL-merken, op de markt zijn gebracht, terwijl gesteld noch gebleken is dat door COSMOS met betrekking tot die schoenen enig marktonderzoek is gedaan, en/of de resultaten daarvan aan DIESEL of DIFSA zijn gepresenteerd. Daaruit moet worden afgeleid dat de door COSMOS in Spanje in het verkeer gebrachte schoenen niet zijn te begrijpen onder de steekproeven die in artikel 1.4. van de overeenkomst zijn voorzien.

De overeenkomst tussen DIFSA en FLEXI CASUAL bevat geen uitdrukkelijke bepalingen inzake het auteursrecht. Redelijke uitleg brengt echter met zich mee dat, indien een merk tevens een werk in de zin van de Aw is of bevat, en de merkgerechtigde ook de rechthebbende op het auteursrecht is, toestemming om het merk te gebruiken tevens toestemming omvat voor het gebruik van het daarin vervatte werk.
 
Diesel wint. Lees vonnis

IEF 191

naamlijst van de aangeslotenen

Rechtbank Amsterdam, 30 april 2005, LJN: AT3900, 243120. KPN tegen Website Services. Bodemprocedure.

"Nu KPN c.s. in deze procedure niet langer een beroep doen op de merkinschrijvingen, kan in het midden blijven of het woord “telefoongids” dat het normale woord in de Nederlandse taal is voor een “naamlijst van de aangeslotenen op een telefoonnet met ver-melding van hun nummer” (zie Van Dale, Groot woordenboek hedendaags Nederlands), voor merkenrechtelijke bescherming in aanmerking komt. De grondslag voor de vorderingen van KPN is thans, behoudens het beroep op artikel 4.1. van de licentieovereenkomst, nog slechts dat het gebruik van de domeinnaam “telefoongids.com” verwarring schept en daardoor onrechtmatig is.

Naar het oordeel van de rechtbank kan de omstandig-heid dat KPN decennia lang als enige op grond van haar toen bestaande monopolie een telefoongids uitgaf, waardoor iedere aanduiding voor zo’n gids noodzakelijk associaties met KPN opriep, niet tot gevolg hebben dat derden, nu die monopoliepositie niet langer bestaat, geen gebruik kunnen maken van die aanduiding. Van onrechtmatig handelen door Website tegenover KPN c.s. door het gebruik van de domeinnaam “telefoongids.com” is dan ook naar het oordeel van de rechtbank geen sprake." Lees Vonnis.

IEF 190

Neutraliteit is geboden

Het Designs Department van het OHIM laat weten wat een neutrale achtergrond is en wat er gebeurt als de achtergrond niet neutraal is: : "The Office’s interpretation is that a background is considered neutral as long as the design is clearly discernible on it. For example in a case where a photograph of the design has been taken outside in a garden or with a building behind the design, the representation is interpreted as having a neutral background, as long as it does not affect the possibility of clearly identifying the design which is applied for.

It is the responsibility of the applicant to ensure that the representation of the design is of a quality allowing all the details for which protection is sought to be clearly distinguished.The examiner will in each case make an evaluation of whether the lack of a neutral background affects the possibility of clearly identifying the design which is applied for. If the examiner finds that the representation is deficient, this will influence the filing date of the application."

IEF 189

PC-Privé

Voormalig officier van justitie Tonino wil via een kort geding voorkomen dat het SBS6-programma Peter R. de Vries vandaag privé-gegevens naar buiten brengt die stonden op de PC die Tonino destijds bij het vuil op straat had gezet. Zijn advocaat probeert de zitting achter gesloten deuren te laten plaatsvinden. Ook wil hij dat de rechter verbiedt dat de advocaten achteraf iets over het besprokene naar buiten brengen. Zou een aardig auteursrechtelijk vonnis kunnen opleveren, maar zal wel nooit gepubliceerd worden. Bron: ANP via Villamedia via BNR Nieuwsradio

IEF 188

Beoordeling door het Gerecht

Arrest GvEA, 14 april 2005, zaak T-260/03,  Celltech / OHMI (CELLTECH). Gerecht vernietigt weigering van OHIM om het merk CELLTECH in te schrijven voor farmaceutische waren en diensten. Maar niet omdat het niet beschrijvend en/of wel onderscheidend zou zijn, maar omdat de beroepsinstanties niet hebben aangetoond dat het merk wel beschrijvend en/of niet onderscheidend zou zijn.

Noch de kamer van beroep noch het BHIM heeft de wetenschappelijke betekenis van de celtechnologie uiteengezet. Het BHIM heeft namelijk als bijlage bij haar memorie van antwoord alleen een uittreksel uit het Collins English Dictionary overgelegd waarin definities van de termen „cell” en „tech” worden gegeven.

Noch de kamer van beroep noch het BHIM heeft echter uitgelegd in welk opzicht deze termen informatie geven over de bestemming en de aard van de waren en diensten waarop de inschrijvingsaanvraag betrekking heeft, met name hoe deze waren en diensten worden toegepast in het kader van de celtechnologie of hoe zij hieruit voortkomen.

De waren en diensten waarop de inschrijvingsaanvraag betrekking heeft, zijn weliswaar in het algemeen farmaceutische producten en diensten, die derhalve verband houden met lichamen die uit cellen bestaan, maar de kamer van beroep heeft niet aangetoond dat het relevante publiek onmiddellijk en zonder verder nadenken een concreet en rechtstreeks verband zal leggen tussen de geclaimde farmaceutische producten en diensten en de betekenis van het woordteken CELLTECH

Ook al zouden de betrokken waren en diensten kunnen worden gebruikt in een functioneel kader dat tevens de celtechnologie omvat, dit volstaat nog niet om te concluderen dat het woordteken CELLTECH kan dienen tot aanduiding van de bestemming ervan. Een dergelijk gebruik is immers hooguit een van de vele toepassingsmogelijkheden, maar geen technische functie van de betrokken waren en diensten.

Uit een en ander volgt dat de kamer van beroep niet heeft aangetoond dat de term „celltech”, zelfs in de betekenis van celtechnologie, onmiddellijk en duidelijk kan worden opgevat als een term die activiteiten op het gebied van de celtechnologie aanduidt, alsmede waren, toestellen en materiaal welke bij deze activiteiten worden gebruikt of welke uit deze activiteiten voortkomen. Zij heeft evenmin aangetoond dat het doelpubliek het teken uitsluitend zal opvatten als een indicatie voor het type waren en diensten waarop het teken betrekking heeft.

Derhalve heeft de kamer van beroep niet aangetoond dat het woordteken CELLTECH beschrijvend is voor de waren en diensten waarvoor de inschrijving is gevraagd. 

De kamer van beroep heeft daarnaast ook niet vastgesteld dat het betrokken teken, in zijn geheel beschouwd, het doelpubliek niet in staat zou stellen om de waren en diensten van verzoekster te onderscheiden van die welke een andere commerciële oorsprong hebben. Lees arrest.

IEF 187

Appréciation du Tribunal

Arrest GvEA, zaak T-353/02 Duarte y Beltrán / OHMI - Mirato (INTEA). Door aanvrager van het woordmerk "INTEA" als gemeenschapsmerk gevorderde vernietiging van de beslissing van de oppositieafdeling van het OHIM tot gedeeltelijke weigering van de inschrijving van dit merk voor waren, in het kader van de oppositieprocedure ingesteld door de houder van het nationale merk "INTESA", wordt afgewezen. Alleen beschikbaar in Frans en Spaans.

À cet égard, le Tribunal rappelle que les différences conceptuelles peuvent être de nature à neutraliser dans une large mesure des similitudes visuelles ou phonétiques entre des marques en conflit si au moins une des marques en cause a, dans la perspective du public pertinent, une signification claire et déterminée, de sorte que ce public est susceptible de la saisir immédiatement (arrêt BASS, précité, point 54). Néanmoins, si le consommateur italien reconnaît la signification du mot « intesa », à savoir contrat ou accord, ce mot a trait à une notion abstraite qui n’impliquera pas, dans le contexte des produits désignés par les marques en cause, d’associations susceptibles de faciliter la mémorisation du signe à partir de la signification du seul terme le composant. De plus, les similitudes visuelles et phonétiques des deux marques sont très fortes dans la perspective du public italien et, partant, la différence conceptuelle risque d’échapper à son attention. Il s’ensuit que, en l’espèce, le contenu conceptuel du signe antérieur n’est pas de nature à neutraliser les similitudes relevées entre les signes en cause.

Les produits désignés par les marques en cause étant identiques ou très similaires, c’est donc sans erreur de droit que la chambre de recours a constaté qu’il existe un risque de confusion au sens de l’article 8, paragraphe 1, sous b), du règlement nº 40/94, justifiant le refus de l’enregistrement de la marque demandée pour les produits en cause. Lees arrest.

IEF 186

juridische haken en ogen

Talpa studeert op de juridische haken en ogen van de nieuwe zendernaam. Talpa kreeg 30.000 reacties op de oproep een naam te verzinnen. "De selectie uit de vele namen is afgerond. Nu kijken we welke namen zonder juridische problemen te gebruiken zijn, of ze niet al door iemand anders worden gebruikt en welke naam we zelf goed juridisch kunnen beschermen'', zei woensdag een woordvoerder van Talpa. Hij verwacht dat het bedrijf volgende week met de naam voor de zender komt. (ANP)

IEF 185

Das Wort „XTREME“ als solches hat im Deutschen oder im Englischen keine Bedeutung.

Wilkinson slaat terug en wint de volgende veldslag in de scheermesjesoorlog: Gillette / OHMI tegen Wilkinson Sword, Arrest GvEA, zaak T-286/03 Door aanvrager beeldmerk "XTREME RIGHT GUARD SPORT" (Gillette) gevorderde vernietiging van beslissing de vierde kamer van beroep van het OHIM, waarbij de beslissing van de oppositieafdeling tot afwijzing van de oppositie van de houder van het nationale beeldmerk "WILKINSON SWORD XTREME" is vernietigd, wordt afgewezen. Arrest is helaas alleen nog beschikbaar in Frans en Duits.

Würdigung durch das Gericht: Aus der Ähnlichkeit der Darstellung des dominierenden Bestandteils „XTREME“ in den beiden Marken, die insbesondere seinem im Verhältnis zu den anderen Bestandteilen größeren Schriftzug und seiner zentralen Position sowie dem im Verhältnis größeren Buchstaben „X“ und der Verwendung einer unterschiedlichen Farbe sowie einer den Bestandteil „XTREME“ herausstellenden Umrandung zuzuschreiben ist, ist auf eine bildliche Ähnlichkeit der einander gegenüberstehenden Marken zu schließen.

Zur begrifflichen Ähnlichkeit ist zunächst darauf hinzuweisen, dass bei kosmetischen Präparaten, wie sie dem vorliegenden Fall zugrunde liegen, die Kunden im Allgemeinen die Waren, die sie kaufen wollen, selbst aussuchen; diese liegen für sie sichtbar in den Regalen. Somit geht die optische Wahrnehmung der Marken normalerweise dem Kauf voraus. Dem bildlichen Aspekt kommt aufgrund dieser Tatsache bei der umfassenden Beurteilung der Verwechslungsgefahr größere Bedeutung zu als dem begrifflichen oder klanglichen Aspekt.

Ferner ist darauf hinzuweisen, dass bei einer umfassenden Beurteilung weder die angemeldete Marke RIGHT GUARD XTREME SPORT noch die Marke Nr. 399 45 175, WILKINSON SWORD XTREME III, eine bestimmte begriffliche Bedeutung für den angesprochenen Verbraucher haben.

Schließlich beschreibt das Wort „XTREME“ die fraglichen Waren nicht. Denn in diesem Wort wird eine grafische Darstellung benutzt, die nicht den deutschen oder englischen Grammatikregeln entspricht. Selbst wenn man unterstellt, dass es von den angesprochenen Verbrauchern in der Bedeutung „extrem“ aufgefasst wird, so würde dieses Wort doch nur ein außergewöhnliches Niveau einer Eigenschaft festlegen. Ohne jeden weiteren Zusatz kann das Wort „extrem“ der mit ihm versehenen Ware allenfalls ein allgemeines Bild verleihen, ohne sich jedoch auf ihre Eigenschaften oder besonderen Wirkungen zu beziehen.

Bei den beiden einander gegenüberstehenden Marken hat der Bestandteil „XTREME“ in begrifflicher Hinsicht die größte Kennzeichnungskraft, während die übrigen Bestandteile eine untergeordnete Stellung haben, indem sie die fraglichen Waren beschreiben oder die allgemeine Produktreihe angeben, zu der sie gehören. Daher bestätigt die Prüfung der begrifflichen Ähnlichkeit, dass das identische Element „XTREME“ vom angesprochenen Verbraucher als der dominierende Bestandteil der angemeldeten Marke und der Marke Nr. 399 45 175 wahrgenommen wird. Somit sind die beiden Marken begrifflich ähnlich.

Im vorliegenden Fall besteht eine starke Ähnlichkeit zwischen den Waren und eine bildliche, begriffliche und klangliche Ähnlichkeit zwischen der angemeldeten Marke und der Marke Nr. 399 45 175, die durch den ihnen gemeinsamen dominierenden Bestandteil „XTREME“ vermittelt wird.

Die Verwechslungsgefahr kann auch nicht wegen einer beschränkten Kennzeichnungskraft der Marke Nr. 399 45 175 verneint werden. Wie oben dargelegt, ist nicht davon auszugehen, dass die Kennzeichnungskraft des Wortes „XTREME“ besonders gering ist. Außerdem wäre selbst dann, wenn man eine etwaige Beschränkung der Kennzeichnungskraft der Marke Nr. 399 45 175 unterstellte, die zwischen den betreffenden Waren sowie zwischen der angemeldeten Marke und der Marke Nr. 399 45 175 festgestellte Ähnlichkeit hinreichend groß, um auszuschließen, dass eine solche Beschränkung die Verwechslungsgefahr im vorliegenden Fall beseitigen könnte.

Daraus folgt, dass für die maßgeblichen Verkehrskreise eine Verwechslungsgefahr zwischen der angemeldeten Marke und der Marke Nr. 399 45 175 besteht. Daher hat die Beschwerdekammer rechtsfehlerfrei das Bestehen einer Verwechslungsgefahr zwischen diesen beiden Marken feststellt.

IEF 183

Lage uurtarieflanden

Legal research and patent search are the latest in a string of outsourcing items increasingly sent to India. Some high-end outsourcing work in the intellectual property law demands prior patent search, drafting and preparation of specifications and claims in patent applications.

This is where TMPsearchers.com, which has been offering free patent search, free trademark search and free legal research services in India for more than a year, comes into the picture. The firm will start offering patent search outsourcing services at a low cost from April 15, 2005. Rediff.com

IEF 182

Farmareclame wel zinvol

De promotie van geneesmiddelen is wel zinvol. Dat zeggen economen van de Rijksuniversiteit Groningen. Ze gaan hiermee in tegen de uitkomsten van een onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB). CPB becijferde dat artsen onder invloed van reclame minder gevoelig worden voor hoge prijzen. De Groningse economen stellen vast dat de prijsgevoeligheid van artsen niet verandert door reclame en de inspanningen van artsenbezoekers. Meer op marketeer.nl.

IEF 181

auteursrechtorganisaties willen geld zien

Rechtbank Amsterdam bepaalt dat Nederlandse kabelexploitanten en rechthebbenden tot 1 oktober de tijd hebben om te onderhandelen over rechtenbetaling voor doorgifte van tv-zenders. De door de kabelaars opgezegde overeenkomst moet tot 1 oktober 2005 worden voortgezet. De diverse auteursrechtorganisaties (Cedar, namens Agicoa/Sekam, Buma, Lira, Beeldrecht en Burafo) ) willen voor de kabelverspreiding van Nederland 1, 2 en 3 een vergoeding vragen aan de leden van de Vecai, de bracheorganisatie van kabelexploitanten. De Vecai betaalt vanzelfsprekend liever niet.

IEF 180

Piratenfilms

Nederlandse bioscopen en distributeurs verscherpen controle op piraterij tijdens filmvertoningen. Warner Bros. laat weten dat bij voorstellingen van Miss Congeniality 2 al actief is geïnspecteerd op opnameapparatuur, maar wil verder geen uitspraken doen over het resultaat van de controles. Bisocoopketen Pathé stelt eveneens actief toe te zien op het opnameverbod en wist tot nu toe twee personen op heterdaad te betrappen bij het maken van illegale opnames.  In Amerika is bisocooppiraterij al langer een 'actiepunt', zoals mag blijken uit dit bericht over  de arrestatie van Hollywood's alleged prince of piracy.

IEF 179

Gebakkelei om Villa BvD

Terwijl John de Mol een dezer dagen de nieuwe naam voor zijn TV-zender bekend zal maken, wensen de naar Talpa overgestapte Barend en Van Dorp vast te houden aan hun oude vertrouwde naam 'Villa BvD'. De oude werkgever van Barend en Van Dorp, RTL, wil hier een stokje voor steken, zo meldt het Algemeen Dagblad vandaag.

RTL zegt de rechten te bezitten op de programmatitels Barend & Van Dorp en Villa BvD. De titels zouden contractueel door beide heren aan RTL zijn overgedragen. Frits Barend (kennelijk nog niet bijgestaan door een goede IE-advocaat) bestrijdt dit: "Ze zijn geestelijk eigendom van Henk en mij, dat is vastgelegd bij het belastingkantoor".

Naar alle waarschijnlijkheid zullen de twee kijkcijferkanonnen in deze kwestie aan het kortste eind trekken. Een snelle blik in het Benelux Merkenregister leerde IEForum dat de merken  'Villa BvD' (registratienr. 673758) en 'Barend en Van Dorp" (673760) al ruim 5 jaar op naam staan van RTL. Tijd dus om op zoek te gaan naar een nieuwe naam. Vermoedelijk staat een nieuwe SMS-actie tijdens de eerst volgende voetbalinterland al klaar...

IEF 178

Maar dan leuker

Drankreclames blijven ook overdag en in de vroege avond te zien op de televisie. Minister Hoogervorst (Volksgezondheid) trekt zijn dreigement om de spotjes te verbieden in. Hij doet dat omdat de alcoholbranche heeft beloofd de reclame te voorzien van een waarschuwing onder zestien jaar niet te drinken. Volgens de minister moet onder in beeld een balk komen met een boodschap in de trant van 'drinken doe je niet onder de zestien'. "Maar dan leuker," aldus de bewindsman. Om het leuker te maken worden "reclamejongens" ingeschakeld. Lees meer in de Telegraaf en het persbericht van vws.

IEF 177

Dames en Heren: De Pleisterrrrrrs!

Vonnis Rechtbank 's-Gravenhage, 12 april 2005, KG 05/313, Moelker, Gnass en Kutze tegen Oosterman. Voormalige bandleden met Bordewijkachtige achternamenm ruziën om prozaïsche bandnaam. Rechtbank neemt kennis van het kennelijk verhitte relaas van de gebrouilleerde muzikanten en vat het allemaal heel beschaafd samen.

Een voorlopige beoordeling, waartoe het bestek van een kort geding zich beperkt, leidt er niet toe dat aannemelijk is dat Oosterman aan eisers een exclusieve licentie, derhalve met uitsluiting van zichzelf, heeft gegeven dan wel dat eisers dit hebben mogen begrijpen. Daarvoor is redengevend dat alle partijen duidelijk was dat de band reeds vele jaren vóórdat eisers daarbij betrokken waren, als zodanig bestond en ook toen wisselende samenstelling had gehad, terwijl het enige vaste element steeds heeft bestaan in de bemoeiingen van Oosterman, aan wie ook het recht op de naam toekwam. Onder die omstandigheden zouden er overduidelijke aanwijzingen moeten zijn dat Oosterman op enig moment afstand heeft gedaan van de naam “De Pleisters”, en wel door het verlenen van de door eisers gestelde exclusieve licentie. Van dergelijke aanwijzingen is ten processe niet gebleken.

Met het vorenstaande is niet gezegd dat het op voorhand aannemelijk is dat de door Oosterman aan de feitelijke situatie meegegeven juridische kwalificatie wèl de juiste is. Het lijkt er eerder op dat er een maatschap tussen partijen heeft bestaan, waarin ieder van partijen het zijne heeft ingebracht. De inbreng van Oosterman bestond dan uit (laatstelijk) het ter beschikking stellen van de naam en zakelijke dienstverlening.

Overigens maakt het voor de afloop van dit geding geen verschil of er sprake is van een afroepcontract of van een maatschap. In beide gevallen is er geen aanleiding voor het treffen van de door eisers gevraagde voorzieningen. Voor het geval er slechts een afroepcontract was is dat duidelijk, maar ook indien sprake zou zijn van een maatschap kunnen de door eisers gevorderde voorzieningen slechts worden toegewezen als op voorhand vast zou staan dat een verdeling van de maatschap in elk geval zou inhouden dat het recht om onder de naam “De Pleisters” op te treden aan eisers zou worden toebedeeld. Dat is niet het geval. Integendeel: veeleer is aannemelijk dat dat recht aan Oosterman, als de oorspronkelijk gerechtigde, zal toevallen en niet aan eisers die eerst relatief korte tijd deel uit maken van de band. De slotsom is dat de vordering van eisers behoort te worden afgewezen

Lees vonnisDe Pleisters

IEF 176

Ferrari groot tegen klein

Ferrari kan met succes optreden tegen radiografisch bestuurbare modelauto's die nagenoeg identiek zijn aan de originele. Terecht is de kort geding rechter van mening dat het Gemeenschapsmodel van Ferrari inzake de F-1 voor speelgoedautos niet nieuw is dan wel onvoldoende onderscheidend vermogen heeft. Een 'kinderkapperstoel'-beroep van Ferrari op het verschil in gebruiksfunctie passeert de rechter: "de betreffende geinformeerde gebruiker van speelgoedauto's zal bekend zijn met de ontwerpen van raceauto's". Gelukkig voor Ferrari is er nog het auteursrecht.  

IEF 175

Brandstapelen (2)

Stichting Brein (zie eerder bericht) spant rechtszaken aan tegen 32 mensen die muziek aanbieden op internet. Met zeven 'uploaders' is inmiddels een schikking getroffen. Zij hebben Brein gemiddeld 2100 euro betaald. De stichting zal echter eerst hun aanbieders via de rechter moeten dwingen hun identiteit prijs te geven. De betrokken internetaanbieders hebben laten weten persoonsgegevens niet vrijwillig af te staan.

De muziekbranche verwijt de internetaanbieders onethisch gedrag, omdat zij bij de promotie van adsl-internet, 'ongelimiteerd uploaden van muziek' aanprijzen. 'Dat is niet alleen meestal illegaal,'' aldus Cees Vervoord van Buma-Stemra, ''maar de providers zorgen er zo ook voor dat hun klanten een schadeclaim riskeren.'' Lees meer in Het Parool.

IEF 174

Implementatie hergebuik

Hergebruik overheidsinformatie gebonden aan Europese richtlijnen. De ministerraad heeft ingestemd met een wetsvoorstel voor de implementatie van de Europese richtlijn hergebruik van overheidsinformatie in de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De richtlijn geeft voorschriften over de wijze waarop het hergebruik van overheidsdocumenten door de lidstaten moet worden geregeld, zoals de behandeling van verzoeken om hergebruik, de formaten waarin documenten worden gesteld en de tarieven die daarvoor kunnen worden berekend.

De nieuwe hergebruikprocedure hoeft alleen gebruikt te worden wanneer een overheidsorgaan informatie openbaar maakt en daarbij aangeeft dat er op die informatie een voorbehoud (bijvoorbeeld auteursrecht) is gemaakt.

Op dit moment mogen wetten, besluiten en verordeningen van de overheid al vrijelijk worden gebruikt. Burgers of bedrijven die deze informatie willen hergebruiken mogen dit doen zonder daarvoor toestemming te vragen.

De implementatie van de Europese richtlijn in de Wob heeft inhoudelijk tot gevolg dat er een afzonderlijke bepaling komt waarin wordt geregeld dat informatie die op grond van de Wob openbaar is, kan worden hergebruikt. Dit is vooral van belang voor bedrijven, omdat overheidsinformatie van grote economische waarde kan zijn. Vanaf nu gaan in de Europese Unie namelijk dezelfde voorwaarden gelden, waarmee een einde komt aan oneerlijke concurrentie doordat de overheid voor eigen gebruik een ander tarief hanteert dan voor marktpartijen.   Min BZK 11 april 2005
   
http://www.minbzk.nl/grondwet_en/openbaarheid/persberichten/hergebruik