IEF 400

Heet van de naald

Rechtbank Amsterdam, 26 mei 2005, LJN: AT6301, 314443/KG 05-767 Schiffmacher tegen Vara. Uitspraak in de zaak over het vermeende onrechtmatige gebruik door de Vara van tatoeages van Henk Schiffmacher in de decorstukken van Kopspijkers. Conflict blijkt al een tijdje te spelen maar loopt nu slecht af voor Schiffmacher, omdat er teveel onduidelijk is over gemaakte afspraken en vooral veel onduidelijkheid over de ware auteursrechthebbende op de afbeeldingen.

In afwachting van een mogelijk gunstiger hoger beroep kan Schiffmacher in ieder geval in zijn zak steken dat hij de vice-president van de Rechtbank Amsterdam uitgaat van het feit dat hij een “kunstenaar is met een internationale reputatie op het gebied van tattoos, schilderijen, verzamelingen en boeken.” Dat is nu dus officieel.

Vastgesteld is ook dat De Vara vanaf februari 2004 en april 2005 in het decor delen van afbeeldingen uit het door Schiffmacher geredigeerde “1000 Tattoos.” Zonder voorafgaande toestemming- De onderhandelingen na begin van gebruik zijn in onenigheid gesmoord. Vervelend conflict, maar de rechter begint gewoon bij de auteursrechtelijke basis en die blijkt er dus (nog) niet te zijn.

“Vervolgens moet de vraag worden beantwoord of aan [eiser1] c.s. het auteursrecht toekomt op de afzonderlijke afbeeldingen in het boek. [eiser2] en [eiser3] stellen dat zij als de ontwerpers van de tattoos, de “tattoo-artists” dan wel als de fotografen van de desbetreffende afbeeldingen moeten worden aangemerkt. Tegenover de gemotiveerde betwisting door de Vara hebben zij deze stelling echter niet met bewijsstukken gestaafd. Uit de desbetreffende afbeeldingen uit het boek kan dit niet worden afgeleid. Hun namen staan immers niet bij die afbeeldingen vermeld, terwijl bij sommige andere afbeeldingen wel de namen van de ontwerper en de fotograaf staan vermeld. [eiser2] en [eiser3] kunnen dan ook niet enig recht op de afbeeldingen hebben overgedragen aan [eiser1].

Voorshands wordt geoordeeld dat aan [eiser1] zelf evenmin het auteursrecht op de afzonderlijke afbeeldingen toekomt. Voorzover [eiser1] heeft willen stellen dat het auteursrecht op de foto’s in het boek ”1000 Tatoos” bij The Amsterdam Tattoo Museum berust, omdat in het colofon van het boek vermeld staat ““(...) ? 1996 for the illustrations: The Amsterdam Tattoo Museum, Amsterdam” en hij in feite The Amsterdam Tattoo Museum is, geldt dat de copyright-notice op zich geen bewijs oplevert voor het auteursrecht. [eiser1] dient dan ook bij betwisting door de Vara aan te tonen dat hij de rechthebbende op de afbeeldingen in het boek is. [eiser1] heeft in dit verband ter zitting aangevoerd dat hem als fotograaf van de hiervoor onder 1d5 en 1d9 genoemde afbeeldingen, het auteursrecht op die afbeeldingen toekomt. Tegenover de gemotiveerde betwisting door de Vara, heeft [eiser1] deze stelling vooralsnog echter niet met bewijsstukken gestaafd. Bij de bewuste afbeeldingen in het boek staat zijn naam niet als fotograaf vermeld, terwijl bij sommige andere afbeeldingen in het boek de naam van de fotograaf wel wordt gegeven.

Het antwoord op de vraag of [eiser1] c.s. daadwerkelijk de ontwerper dan wel de fotograaf is, vergt derhalve een nader onderzoek naar de feiten, waarvoor in dit kort geding geen plaats is. Tenslotte kan [eiser1] ook geen rechten ontlenen aan artikel 9 van de Auteurswet, nu hij in het boek niet staat vermeld als de uitgever of de drukker. De slotconclusie moet dan ook zijn dat vooralsnog niet kan worden aangenomen dat [eiser1] c.s. auteursrechten heeft op de afzonderlijke afbeeldingen, die zijn geschonden door de Vara.

Ten slotte moet de vraag worden beantwoord of aan [eiser1] het auteursrecht toekomt op de verzameling van afbeeldingen, als belichaamd in het boek.
Artikel 10 lid 2 Aw bepaalt dat verzamelingen van werken als zelfstandige werken worden beschermd. Daarbij is uitgangspunt dat een verzamelwerk moet voldoen aan het in artikel 1 Aw gestelde vereiste dat het werk een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt. De enkele verzameling is niet voldoende om zich op een verzamelauteursrecht te beroepen. Een verzameling als de onderhavige komt slechts dan als zodanig voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking als deze het resultaat is van een selectie, die een persoonlijke visie van de maker tot uitdrukking brengt. Voorshands is onvoldoende gebleken dat dit criterium ten aanzien van [eiser1] opgaat.

In het colofon van het boek staat immers [editor R.] vermeld als “editor and designer”. Nergens blijkt uit dat aan [eiser1] het auteursrecht op de verzameling toekomt. Voorts is niet aannemelijk dat het boek als verzamelwerk voldoet aan het oorspronkelijkheidscriterium. Naast de indeling in drie categorieën lijken de foto’s willekeurig te zijn ingedeeld. Het meest opmerkelijke is de hoeveelheid afbeeldingen, waarnaar ook de titel van het boek verwijst.

Maar zelfs wanneer zou worden aangenomen dat [eiser1] het auteursrecht heeft op de verzameling, dan zou hij zich alleen kunnen verzetten tegen de openbaarmaking en verveelvoudiging van de gehele verzameling, of hoogstens van een zodanig gedeelte dat daarin zijn creatieve verzamelaarshand is aan te wijzen. Het gaat hier om negen (volgens [eiser1]) dan wel zeven (volgens de Vara) afbeeldingen uit het boek. Van die afbeeldingen kan echter niet op voorhand worden gezegd dat daarin de creatieve verzamelaarshand van [eiser1] is aan te wijzen. De voorlopige conclusie is dan ook dat aan [eiser1] geen auteursrecht op de verzameling van de afbeeldingen toekomt. Lees vonnis

Lees hier meer over tatoeages en auteursrecht: The Tattoo Copyright Controversy (source of picture)

IEF 399

Onderzoek

In het kader van het Indicare project (Informed Dialogue about Consumer acceptability) is onder 4852 internet-gebruikers uit Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Frankrijk, Spanje, Zweden en Hongarije onderzoek verricht naar de voorkeuren en het gedrag van Europese consumenten ten aanzien van digitale muziek en de acceptatie van Digital Rights Management.

Uit de conclusies van de survey:

1. A large share of internet users has experience with digital music;
2. Information about DRM and Copyright is urgently needed;
3. Online music stores have to enhance their information policy and customer care;
4. Consumers are not willing to give up flexibility;
5. The internet is an excellent tool to promote new music;
6. Older usage groups offer potential for inline music stores;
7.Opinion on subscription services differs between countries and usage groups;
8. Frequent P2P users are also paying consumers for the music industry;
9. Highest share of frequent digital music users in Sweden.

IEF 398

Kwekers hebben ook rechten

Na toetreding tot Madrid maakt de EU zich nu ook klaar voor toetreding tot het UPOV. Lees hier de COUNCIL DECISION approving the accession of the European Community to the International Convention for the Protection of New Varieties of Plants, as revised at Geneva on 19 March 1991.

IEF 397

Knuffels & Klappen

"Bij een controle op het uitdelen van knuffels op de Geleense kermis hebben dinsdagavond enkele agenten rake klappen gekregen. Na een melding over het verspreiden van nep-knuffels, die zouden lijken op het merk Diddl, gingen politie en een controleur van de landelijke Stichting Namaakbestrijding poolshoogte nemen. Eén exploitant besloot vrijwillig afstand te doen van de knuffels, die hij uitdeelt als prijs bij zijn grijpkraan-attractie. Een collega verzette zich tegen de inbeslagname. ,,Om dat te voorkomen werden de knuffels zelfs het publiek in gegooid'', zegt een politiewoordvoerder. In het tumult keerden zowel medewerkers als bezoekers van de kermis zich tegen de politie. ,,Er ontstond een grimmige sfeer. Er waren inmiddels meerdere patrouilles aanwezig, die de situatie als bedreigend ervoeren.

Kermisexploitant Hinzen reageert verbaasd op de ontstane commotie. ,,Er is niks aan de hand. De zaak is inmiddels opgelost'', verklaart hij. ,,Er is helemaal geen sprake van namaak, een medewerker zag hier op de kermis Diddl-beertjes en dacht: nu heb ik beet. De leverancier verkoopt inderdaad niet aan kermisexploitanten. Maar we hebben ze gewoon in de winkel gekocht, mijn dochter heeft de rekeningen." Lees meer in De Limburger.

IEF 396

Octrooien in het FD

Hugo Everaerd en Bas van Houts (manager bij Deloitte) pleiten in het FD voor invoering van een fiscale 'octrooibox'. Inkomsten uit de exploitatie van een octrooi zouden in deze box tegen een lager tarief worden belast dan regulier inkomen. Ook zou er een eind gemaakt moeten worden aan een aantal tekortkomingen in de huidige wetgeving met betrekking tot de belastingheffing van licentie-inkomsten. Beide zouden bijdragen aan het verbeteren van het vestigingsklimaat in Nederland.

Staatsecretaris Wijn geeft in zijn nota 'Werken aan winst' welliswaar aan dat een octrooibox met een laag tarief het aantrekkelijk zou maken om in Nederland octrooien te exploiteren, maar twijfelt echter om een aantal redenen aan het invoeren van een dergelijk systeem. Hij verwacht het innovatieve bedrijven zal aantrekken of dat dergelijke bedrijven Nederland anders juist zullen ontvluchten. De auteurs van het stuk komen met argumenten uit de praktijk om aan te tonen dat het omgekeerde waar is.

IEF 395

Merken in het FD

Het Financieel Dagblad besteedt vandaag in twee artikelen aandacht aan merkenkwesties.

Onder de titel 'Oxxio kan nog terug' besteden Theo Visser en Alexander Hagen van Novagraaf aandacht aan de Oxio - Oxxio zaak (waarover IEForum al eerder berichtte).

Verder in het FD een artikel over het merkbeleid van goede doelen. Het artikel bespreekt een onderzoek van het Centrum voor Marktcommunicatie GVR waaruit naar voren komt dat goede doelen te weinig halen uit hun merk en slordig omspringen met hun beeldmerken.

IEF 394

Leenrecht?

Bericht op Villamedia.nl: "Reed Elsevier heeft niet genoeg gedaan om bekend te maken dat de uitgeverij de naam Het Nationaal Pensioendebat had geleend van een concurrerend pensioencongres, van Akkermans & Partners (A&P), die het concern deze week voor de rechter sleepte. A&P gebruikte de naam al jaren voor een jaardebat met site waarvan naam en beeldmerk geregistreerd zijn. Elsevier veranderde daarna weliswaar de naam van zijn congres in Nationaal Platform Pensioenen, maar deed volgens A&P onvoldoende moeite om de ontstane naamsverwarring weg te nemen. Daarom eist het bureau rectificaties en 10.000 euro schadevergoeding. Uitspraak: 2 juni. Bron: Telegraaf"

Wat zou er worden bedoeld met geleend? Of is het gewoon een verkeerd geformuleerd bericht? Meer informatie is welkom.

IEF 393

Spa-tje in de spa?

GvEA, 25-5-2005 in zaak T-67/04 Spa Monopole / OHMI - Spa-Finders Travel Arrangements (SPA-FINDERS) Het gaat in deze zaak om Spa - Monopole, houder van het merk Spa voor klasse 32 (minerale en gazeuse wateren) en het woordteken SPA-FINDERS dat door Spa Finders Travel Arrangements Ltd geregistreerd was voor de klassen 39 (reisbureaus)  en 16 (publicaties, waaronder catalogussen, tijdschriften en nieuwsbrieven).

Het Gerecht komt tot het oordeel dat hoewel het merk Spa voor mineraalwater bekend is op het grondgebied van de Benelux, dit niet tot de conclusie kan leiden dat het merk SPA-FINDERS afbreuk doet aan het onderscheidend vermogen van het oudere merk SPA omdat "SPA een gangbare aanduiding is van de Belgische stad Spa of het auto circuit van Spa-Francorchamps, of, in het algemeen, voor oorden voor hydrotherapie zoals Turkse baden of sauna's".

Ten slotte heeft Spa Monopole onvoldoende bewijzen overlegd dat er voldaan is aan de twee andere gronden van artikel 8 lid 5 Vo 40/94, te weten de afbreuk aan de reputatie van het merk dan wel het trekken van ongerechtvaardigd voordeel uit het onderscheidend vermogen of de reputatie van het oudere merk. Spa Monopole wordt aldus in het ongelijk gesteld. lees vonnis

IEF 392

Werkmerken

GvEA, arrest 25 mei 2005, zaak T-352/02, Creative Technology tegen OHIM. Oppositieprocedure tegen aanvraag CTM woord PC WORKS, o.g.v. ouder nationaal beeldmerk W WORK PRO. Oppositie is gericht tegen de overeenstemmende waren in klasse 9, zoals geluidsinstallaties, luidsprekers, apparaten voor het weergeven van geluid, radio’s, televisies en videoapparaten”

Het is ontegenzeggelijk waar dat Work en Works op elkaar lijken, maar het gaat wel ver om op grond daarvan verwarringsgevaar aannemelijk te achten. Een 'Werk' is tenslotte niet veel meer dan een 'product.'

48. Dienaangaande zij om te beginnen opgemerkt dat het woord „pc” in het aangevraagde merk de betrokken waren beschrijft, daar het zowel in het Engels als in het Spaans om het teken voor „personal computer” gaat. Uit begripsmatig oogpunt is het onderscheidende bestanddeel van dit merk bijgevolg het woord „works”. Met betrekking tot het oudere merk moet worden geoordeeld dat, om overeenkomstige redenen als die welke in de punten 43 tot en met 45 hierboven zijn uiteengezet en bij gebreke van niet-verbale beeldbestanddelen met een eigen suggestief vermogen, het woord „work” het dominerende bestanddeel begripsmatig is.

49     Verder moet waarschijnlijk worden geacht, zoals verzoekster zelf lijkt te erkennen, dat het doelpubliek, dat bestaat uit consumenten die gewend zijn om computers te gebruiken, een voldoende kennis van het Engels heeft om de betekenis van het woord „work” te verstaan en om in het woord „works” de meervoudsvorm daarvan te herkennen.

50     In die omstandigheden heeft de kamer van beroep niet blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat de twee conflicterende merken ook begripsmatig overeenstemmen. Uit een en ander volgt dat het aangevraagde merk en het oudere merk visueel, fonetisch en begripsmatig overeenstemmen.

53     Gelet op de overeenstemming van de conflicterende tekens en op de omstandigheid dat deze tekens waren van dezelfde aard aanduiden, moet worden geconcludeerd dat de kamer van beroep niet van een onjuiste rechtsopvatting blijk heeft gegeven door te oordelen dat er in casu een concreet gevaar bestaat dat het relevante publiek zich met betrekking tot de commerciële herkomst van deze waren vergist. Lees arrest.

IEF 7652

MSD vs. Teva Pharmaceuticals: the average skilled man’s baggage

The Hague District Court, 25 April 2005, KG ZA 05-354. MSD Overseas Manufacturing versus Teva Pharmaceuticals Europe.

Patents. The requested relief of Merck cannot be allowed, because, as a provisional opinion, there is a realistic chance that the patent will be considered null and void during the proceedings on the merits, so that Merck, on this ground alone, cannot assert any claim against Teva under the supplementary protection certificate referred to above.

In the proceedings at hand Teva, in support of its defence that the patent must fail the inventive step test, invoked new documents, of which it has currently become plausible in preliminary relief proceedings that – different from what was argued by Merck during the oral hearing – they have not been (to a sufficiently knowable degree, at least one that can be considered relevant) discussed during the proceedings at the Board of Appeal. As a provisional opinion, these documents, particularly the publications of Fleisch and Felix, to be more closely indicated hereafter, are in the soon to be indicated context damaging to inventive step.

Read the entire judgment here (translation made available by Marc van Wijngaarden, Bird & Bird).

 

IEFenglish

IEF 391

Al te goede Privacy is verdacht

Op 3 mei j.l. deed het District Court van Minnesota een opmerkelijke uitspraak (nummer A04-381) over het gebruik van het encryptie programma PGP (Pretty Good Privacy).  Verdachte was veroordeeld voor het fotograferen van een naakt negenjarig meisje. De verdediging beargumenteerde dat de encryptiesoftware niets met de zaak te maken had. De rechters beslisten echter dat het alleen al geïnstalleerd hebben van PGP-encryptiesoftware bewijs is voor het hebben van criminele plannen. Een soort electronische variant van enkele grootstedelijke APVs, die het na zonsondergang en op de openbare weg bij zich dragen van lijm, kwasten en verfspullen verbiedt om wildplakken en wildverven tegen te gaan. Bron: webwereld

IEF 390

Interoperabiliteitsartikel

Rechtbank Leeuwarden, 25 mei 2005, LJN  AT6118, Pendula / Hemmen & Solarz communicatiegroep. IT-ers worden verplicht tot gratis conversie bij overstap naar nieuwe schoolsoftware. Beroep op het interoperabiliteitsartikel 45m uit de Auteurswet.

Twee scholen hebben als licentiehouders van Pendula het gebruiksrecht over de applicatie "School +" gekregen voor de uitvoering van hun schooladministratie. De scholen willen echter overstappen naar het programma "Magister". Daarvoor moeten de gegevens van de scholen, die zich nu nog bevinden in het programma "School +", met behulp van een zogenaamd 'script' worden geconverteerd naar het programma "Magister". De scholen zijn daartoe zelf niet in staat omdat de servers waarop "School +" geïnstalleerd is, zich bij het bedrijf HSCG bevinden.

"Het primaire verweer van Pendula is kennelijk een beroep op een haar toekomend auteursrecht op de applicatie "School+". Dat verweer faalt. De president is voorshands van oordeel dat, in het licht van de bepalingen van de Auteurswet inzake computerprogrammatuur, van Pendula te vergen valt dat zij voldoet aan hetgeen thans wordt gevorderd, en overweegt daartoe als volgt.

Artikel 45 m, lid 1, van de Auteurswet luidt aldus:
Als inbreuk op het auteursrecht op een werk als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder 12, worden niet beschouwd het vervaardigen van een kopie van dat werk en het vertalen van de codevorm daarvan, indien deze handelingen onmisbaar zijn om de informatie te verkrijgen die nodig is om de interoperabiliteit van een onafhankelijk vervaardigd computerprogramma met andere computerprogramma's tot stand te brengen, mits:
a. deze handelingen worden verricht door een persoon die op rechtmatige wijze de beschikking heeft gekregen over een exemplaar van het computerprogramma of door een door hem daartoe gemachtigde derde;
b. de gegevens die noodzakelijk zijn om de interoperabiliteit tot stand te brengen niet reeds snel en gemakkelijk beschikbaar zijn voor de onder a. genoemde personen;
c. deze handelingen beperkt blijven tot die onderdelen van het oorspronkelijke computerprogramma die voor het tot stand brengen van de interoperabiliteit noodzakelijk zijn.

Aan de drie hier onder a, b en c gestelde voorwaarden wordt in dit geval voldaan:
Ad a: De school is licentiehouder en heeft daarom te gelden als iemand die 'op rechtmatige wijze de beschikking heeft gekregen over een exemplaar van het computerprogramma' .
Ad b: De school heeft er als licentiehouder van "School+" kennelijk belang bij om van Pendula de nodige informatie te verkrijgen die nodig is om de in de wet genoemde "interoperabiliteit" van de applicatie "School+" met het programma "Magister" aldus tot stand te brengen, dat haar nu in "School+" opgeslagen data zonder verdere kosten, werkzaamheden of onnodige omhaal kunnen worden overgebracht naar "Magister". Daartoe is in dit geval kennelijk nodig dat Pendula meer doet dan alleen een "kale" datadump dan wel de data in een standaardformaat ter beschikking te stellen, omdat op dit moment voor de school 'de gegevens die noodzakelijk zijn om de interoperabiliteit tot stand te brengen niet reeds snel en gemakkelijk beschikbaar zijn'.
Ad c: De school wenst dat de data gemakkelijk in "Magister"kunnen worden ingevoerd door middel van een door haar aan Pendula beschikbaar te stellen "script", waarmee de data in de gewenste vorm uit "School+" worden geëxtraheerd. Zij dient daarbij kennelijk te beschikken over 'die onderdelen van het oorspronkelijke computerprogramma die voor het tot stand brengen van de interoperabiliteit noodzakelijk zijn'.

Daarbij is de medewerking van Pendula onontbeerlijk. De school kan dit namelijk zelf niet doen omdat zij de applicatie "School+" niet zelf op haar computer(s) geïnstalleerd heeft gekregen en zij de applicatie slechts kan benaderen via internet met een wachtwoord. Zij kan het script daarom zelf niet 'draaien'. Van Pendula valt te vergen dat zij zonder reserves haar medewerking verleent aan het draaien van het script met het door de school verlangde doel. De school stelt terecht dat, waar de overeenkomst tussen partijen op dit punt kennelijk geen beperkingen inhoudt, uit voormelde wetsbepaling voortvloeit dat de school moet kunnen beschikken over haar gegevens op zodanige wijze, dat haar gegevens gemakkelijk kunnen worden geëxporteerd dan wel geconverteerd naar een ander programma, in dit geval "Magister"." Zowel Pendula als HSCG worden veroordeeld om over te gaan tot de door de scholen gewenste omzetting.

Volgens advocaat en informaticus mr. dr. Doeko Bosscher van TMC BoutiqueSolv is dit het eerste Nederlandse vonnis, naar zijn weten, waarin een conversie verplichting wordt afgeleid uit de Auteurswet, en niet het gebod reverse engineering te gedogen.

"Naar mijn mening is dat (ook) opmerkelijk omdat het hier eigenlijk niet gaat om reverse engineering in eigenlijke zin van een computer programma, maar om de conversie van een database. Zelfs als dat zou zijn, dan is nog de vraag of het hier gaat om een vertaling die nodig is om interoperabiliteit te bewerkstelligen tussen computerprogramma’s. Daarmee lijkt de wetgever toch te hebben bedoeld dat programma’s met elkaar samenwerken, en niet dat een programma een uitvoer moet genereren die leesbaar is door een ander programma..."

Lees vonnis.

IEF 389

Even een vlekje wegwerken

Uitspraak Vzr. Rechtbank 's-Gravenhage KG 05/379 van 24 mei 2005 (Reckitt Benckiser/Action Non Food). Een ietwat vreemde uitspraak met als resultaat een gestrande poging van Reckitt Benckiser (producent van vlekkenverwijderaar Vanish Oxi Action en van de oppervlaktereiniger Cillit Bang) om haar producten te beschermen tegen de verhandeling door Action van Oxi Quick, een vlekkenverwijderaar, en Mascot, een opppervlaktereiniger.

Het beroep van Reckitt Benckiser op haar merk- en modelrechten op de ontwerpen van de verpakkingen van de beide schoonmaakproducten wordt door de Voorzieningenrechter in ongekend ferme bewoordingen afgewezen. Reckitt Benckiser zou niet voldoende specifiek, althans niet voldoende inzichtelijk, hebben aangegeven op welke van deze merk- en/of modelrechten zij zich ten aanzien van welke van de door haar gewraakte producten beroept. Ook zou Reckitt Benckiser op geen enkel moment in de procedure hebben aangegeven, welke onderneming specifiek gerechtigd is op welk merk en/of welk model.

Met name dit laatste is opvallend, nu een korte blik in het merkenregister reeds leert dat in ieder geval alle merkrechten met betrekking tot de ontwerpen van de verpakkingen op naam van één en dezelfde onderneming staan, Reckitt Benckiser N.V. Bovendien blijkt uit het vonnis dat Reckitt Benckiser kopieën van de desbetreffende merk- en modelregistraties als producties heeft overgelegd. Desondanks ziet de Voorzieningenrechter toch reden om de vorderingen die gegrond waren op de merk- en modelrechten, als onvoldoende onderbouwd, af te wijzen.

Ook de beoordeling van het door Reckitt Benckiser ingeroepen auteursrecht op het ontwerp van de verpakkingen van Vanish en Cillit Bang is opvallend. De Voorzieningenrechter oordeelt daarover dat de gelijkenis tussen de Vanish producten van Reckitt Benckiser en de Oxi Quick producten van Action, voor zover er al een auteursrecht op het ontwerp van de Vanish verpakkingen zou rusten, de verpakking van de producten van Action daarmee slechts overeenstemmen voor wat betreft hun paarse kleur (de producten zijn overigens fel roze). Die enkele gelijkenis zou onvoldoende zou zijn om auteursrechtinbreuk aan te nemen. Dit terwijl uit de in het vonnis afgebeelde plaatjes zo op het eerste gezicht tussen de verschillende producten toch wel veel meer gelijkenissen zijn te ontdekken.

Ook de vordering gegrond op het auteursrecht ten aanzien van de oppervlaktereiniger Mascot Turbo wordt door de Voorzieningenrechter afgewezen. De blauwe kleur die Action zou gebruiken voor haar oppervlaktereiniger Mascot Turbo (hier lijkt het product overigens wel paars) zou als gebruikelijk dienen te gelden voor de verpakking van schoonmaakproducten en daarom zou de paarse kleur van Cillit Bang buiten beschouwing moeten blijven bij de beoordeling of op het ontwerp van de gehele verpakking van Cillit Bang auteursrecht zou rusten. Men had zich ook kunnen voorstellen dat de Voorzieningenrechter voor de beoordeling van het mogelijke auteursrecht van de Cillit Bang verpakking juist die verpakking tot uitgangspunt had genomen en niet de latere Action verpakking. Over het etiket van de Cillit Bang verpakking, oordeelt de Voorzieningenrechter nog dat het etiket van Action daarvan zoveel verschilt, dat ook hier geen sprake zou zijn van auteursrechtinbreuk. Ook hierover zou men, gelet op de afgebeelde plaatjes, anders kunnen denken.

Hoewel de Voorzieningenrechter dus niet wilde kijken naar de merk- en modelrechten van Reckitt Benckiser en ook geen auteursrechtinbreuk aannam, oordeelt hij weer wel dat er voor de paarse (maar eigenlijk roze) verpakkingen van de vlekverwijderaars sprake is van onrechtmatig aanhaken. De verpakking van de oppervlaktereiniger zou echter niet als een onrechtmatige nabootsing hebben te gelden. Oordeel zelf, lees hierReckitt het vonnis (met plaatjes, zoals het hoort).

IEF 388

Wie goed doet goed ontmoet

Gratis doelgroep en onderwerp gerelateerde auteursrechtlicentie: de makers van Fokke & Sukke (waarvonder een rechter bij de rechtbank Alkmaar, "nevenbetrekking: Co-auteur Cartoon Fokke & Sukke") stellen een aantal tekeningen gratis ter beschikking van webloggers. 'Wij krijgen zoveel aanvragen voor de reeks cartoons die we over weblogs hebben, dat we besloten hebben om over dat deel niet moeilijk te doen', vertelt tekenaar Jean-Marc van Tol. 'Blijkbaar zijn veel bloggers behoorlijk netjes en willen ze eerst toestemming vragen', aldus Van Tol.

Via de website van Fokke & Sukke kunnen de webblog-cartoons worden gedownload. Gratis te gebruiken op weblogs, zolang er geen commercieel belang mee is gemoeid. Jean-Marc van Tol vindt het niet altijd een probleem dat ook veel van hun cartoons ongevraagd worden gebruikt: 'Veel mensen zijn fans en willen graag wat aan hun eigen lezers tonen en dat vinden we alleen maar eervol. Vaak legt men ook een link aan, dus kunnen we er alleen maar blij mee zijn. We doen dan dus niet moeilijk. Maar in het verleden zijn er ook wel mensen geweest die geld aan ons probeerden te verdienen door bijvoorbeeld de cartoons als content aan te bieden aan palmheldbezitters voor geld, en dan doen we natuurlijk wel moeilijk.

IEF 386

Quote vs. Nauta

"NautaDutilh is een 'zwak merk'. Althans de stíp in het logo van NautaDutilh is een zwak merk. Zo oordeelde de Hoge Raad in januari dit jaar (…) Daarmee kwam een einde aan een negen jaar durende kruistocht langs de verschillende nederlandse rechtsinstanties. Telkens weer kreeg Nauta de klop. 's Lands grootste advocatenkantoor versus een Zeeuws kantoortje dat de euvele moed had oook een stipje in het logo te plaatsen. Nauta beleefde toch al geen glorieus begin van het derde milennium."

IE-recht is altijd goed voor een anekdotische eerste alinea, dat blijkt maar weer. In dit geval is het de de eerste alinea van het stuk De Zeven Plagen Van Nauta, afgedrukt in de nieuwste Quote (juni 2005). Overigens wordt er afgezien van een vermelding van vertrek van de Rotterdamse IE-sectie naar Amsterdam en een foto van Charles Gielen geen aandacht besteed aan IE.

IEF 385

TELETECH vs. TELETECH

GvEA, arrest 25 mei 2005, zaak T-288/03, Teltech tegen OHIM. Weinig spectaculaire zaak waarin verwarringsgevaar tussen de tekens TELETECH GLOBAL VENTURES (CTM-aanvrage) en TELETECH INTERNATIONAL (ouder Frans nationaal en algemeen bekend merk) door het Gerecht van Eerste Aanleg, niet verrassend, wordt aangenomen. ‘TELETECH’ is immers het dominante bestanddeel in beide merken.

Parallel aan het beroep tegen de oppositie van de houder van de CTM aanvrage, loopt een nietigverklaringsprocedure door de France houder van het merk TELETECH INTERNATIONAL. Over de nietigverklaringsprocedure oordeelt het Gerecht nog dat “Het eventuele bestaan van een sinds 1992 in Frankrijk algemeen bekend merk bestaande uit het woordteken TELETECH GLOBAL VENTURES in beginsel niet terzake dienend is in het kader van de [onderhavige] nietigverklaringsprocedure.”

Lees hier het hele arrest.

IEF 383

Eerst even voor jezelf lezen

T-288/03    Arrest   2005-05-25  TeleTech Holdings / OHMI - Teletech International (TELETECH GLOBAL VENTURES) 
T-352/02    Arrest   2005-05-25  Creative Technology / OHMI - Vila Ortiz (PC WORKS) 
T-67/04    Arrest   2005-05-25  Spa Monopole / OHMI - Spa-Finders Travel Arrangements (SPA-FINDERS) 

Bespreking volgt, indien relevant.

IEF 382

IE & Consumentenbescherming

Nieuw op de IVIR- site: Copyright Law and Consumer Protection, L. Guibault en N. Helberger (foto's), European Consumer Law Group, februari 2005. Policy conclusions of the European Consumer Law Group (ECLG) based on a study carried out by L. Guibault and N. Helberger.

The purpose of this study is to provide an overview of certain key aspects of the relationship between copyright law and consumer protection. More particularly, the paper concentrates on what would appear today as the most problematic issue, from the perspective of the consumer, understood in the narrow sense of the word, namely the implementation of technological protection measures (TPM) and digital rights management (DRM) systems and its implication for the exercise of the private use exemption.

IEF 381

Vers van de Haagse pers

De nieuwsbrief van het Benelux-Merkenbureau van vandaag maakt melding van een aantal interessante zaken:

  • Het Benelux-Verdrag inzake de intellectuele eigendom is inmiddels ondertekend door België, Nederland en Luxemburg en de nationale goedkeuringsprocedure is inmiddels in gang gezet. Zie hier voor de volledige tekst van het Verdrag;
  • Bij het Verdrag hoort ook een nieuw Uitvoeringsreglement, aangezien de bepalingen over merken en modellen nu worden samengevoegd. Dit reglement zal ook de praktische uitvoering van het lang verwachte gemachtigdenregister behelzen;
  • In het eerste kwartaal van 2005 zijn reeds 6 beroepen ingediend. Het betreft de woordmerken SUPER CHAMPION en DE ZUIVELHOEVE, twee vormmerken voor yoghurtemmers en de kleur zwart voor kaas en kaasproducten. In Luxemburg konden twee deposanten zich niet vinden in de definitieve weigering van de tekens EASYBYCOACH.COM en BABYCENTER;
  • Aan reeds ingeschreven kleurmerken kunnen geen kleurcodes worden toegevoegd. Zie hierover ook hier;
  • Ook spannend nieuws: de eerste beslissing inzake een Benelux-oppositie zit er aan te komen. Wanneer precies is niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk ‘onverwijld’;
  • En tenslotte iets zeer opmerkelijks. § 5.7 van Richtlijnen inzake de criteria voor het weigeren van merken op absolute gronden geeft weer dat het toevoegen van een grafisch element aan een beschrijvende aanduiding niet per definitie leidt tot een teken dat onderscheidend vermogen heeft. Hetzelfde geldt voor afkortingen die als zodanig herkenbaar zijn. Volgens het Bureau verkrijgt het teken Regionale Hotelgids (bijvoorbeeld) geen onderscheidend vermogen door toevoeging van de voor de hand liggende afkorting RHG. Terwijl RHG op zichzelf wél registreerbaar is. Dit lijkt een beetje inconsequent en kort door de bocht geredeneerd. Bovendien, wát is een voor de hand liggende afkorting? RHG? ReHotGi? De ReHoGids? Wordt ongetwijfeld vervolgd.
IEF 380

Met de vlam in de p2p

"Uit het niets viel het bericht twee maanden geleden op de digitale deurmat bij het gezin van Frans (40), een werkzoekende vrachtwagenchauffeur uit het noorden van het land. 'Geconstateerd is dat u vanaf uw ip-adres ongeautoriseerde muziekbestanden verveelvoudigt en ter beschikking stelt.'

'We dachten toen nog dat het om een vroege 1-april-grap ging', vertelt zijn vrouw nu. Maar langzaam werd duidelijk dat Frans tot de vijftig mensen behoort die auteursrechtenorganisatie Brein wil vervolgen wegens de grootschalige verspreiding van illegale muziek met uitwisselprogramma's op internet. Lees meer in Spits.