IEF 289

Portetrecht of mensenrecht?

Kun je je op basis van je portretrecht verzetten tegen de verkoop op een veilingsite van jezelf door een derde? Of is een beroep op schending van de mensenrechten meer op zijn plaats? Een opmerkelijk bericht op nu.nl:

“Ruud Gullit staat te koop op veilingsite e-Bay. Verkoper Henk8434 wil de trainer van voetbalclub Feyenoord veilen "tegen elk aannemelijk bod wegens wanprestaties en het niet naar behoren functioneren". Het openingsbod stond op 1 euro.” De verkoop is een rechtstreeks gevolg van de slechte prestaties van de Rotterdamse club onder de leiding van ‘de man van Estelle'. De advertentie is inmiddels verwijderd door eBay.

IEF 288

auteursrechtelijke dwanglicentie?

De NOS eist via het Commissariaat voor de Media dat zij alsnog beelden van het eredivisievoetbal mag uitzenden. Die uitzendrechten zijn in december door de gezamenlijke voetbalclubs verkocht aan Talpa, het mediabedrijf van John de Mol. De NRC bericht dat de NOS volgens de CvdM een beroep doet op het voorkeursrecht dat is vastgelegd in de Mediawet en verschillende verwante besluiten. Daarin staat dat de NOS in staat moet worden gesteld actuele sportverslaggeving te verzorgen van beker- en competitievoetbal. Hoe dat recht precies geïnterpreteerd moet worden, is nog niet duidelijk, aldus woordvoerder Bijvank van het commissariaat. Klinkt boeiend. Wat zou het worden, een nieuwsexceptie, een visueel citaatrecht of een auteursrechtelijke dwanglicentie?

Zie ook: Ed van Westerloo: We hoeven er niet aan te verdienen. De geschiedenis van de miljoenendans om de uitzendrechten van voetbalwedstrijden.

IEF 287

Raben vs. De Staat

De Rechtbank Den Haag heeft op 27 april jl. vonnis gewezen in een enigszins opmerkelijke octrooizaak tussen Raben, doe zich liet vertegenwoordigen door mr R. Moszcwicz, tegen het BIE (nu: Octrooicentrum Nederland) en de Staat der Nederlanden in de hoedanigheid van de Ministers van Vreemdelingenzaken en Intergratie en van Buitenlandse zaken.  

Raben heeft, ondanks een herinnering van het EOB, verzuimd om de taksen voor een Europese octrooiaanvrage tijdig te voldoen, waarna het EOB de octrooiaanvrage formeel als ingetrokken heeft beschouwd per november 1995. Raben vordert dat de Staat cs wordt veroordeeld om aan Raben terzake van zijn uitvinding alsnog een Nederlands octrooi op basis van de ROW 1995 te doen verlenen en deze te doen inschrijven in het Nederlandse octrooiregister, terwijl hij voor de uitvinding nooit een Nederlands octrooi heeft aangevraagd.

Raben heeft, ondanks een herinnering van het EOB, verzuimd om de taksen voor een Europese octrooiaanvrage tijdig te voldoen, waarna het EOB de octrooiaanvrage formeel als ingetrokken heeft beschouwd per november 1995. Raben vordert dat de Staat cs wordt veroordeeld om aan Raben terzake van zijn uitvinding alsnog een Nederlands octrooi op basis van de ROW 1995 te doen verlenen en deze te doen inschrijven in het Nederlandse octrooiregister, terwijl hij voor de uitvinding nooit een Nederlands octrooi heeft aangevraagd.

Volgens Raben is de kern van de zaak dat het EOB bij de behandeling en intrekking van zijn Europese octrooiaanvrage fouten heeft gemaakt, die de Haagse rechtbank in deze procedure tegen de Staat en het BIE recht behoort te zetten, mede nu het EOB immuniteit ontbeert. Raben neemt daarbij onder meer de opmerkelijke stelling in dat het EOB zou handelen als "gevolmachtigde" van het BIE en/of de Staat.

De rechtank wijst de vorderingen van Raben af omdat "niet valt in te zien dat de Staat cs zou kunnen worden veroordeeld tot het "rechtzetten" van de beweerdelijk door een derde - het EOB - jegens Raben bij zijn Europese octrooiaanvrage gemaakte fouten."

De stellingen van Moszcowicz getuigen van creativiteit en fantasie. Helaas raakte de rechtbank halverwege de draad kwijt.

lees vonnis

IEF 286

eerst even indrinken

Toetsing vooraf is het helemaal tegenwoordig. RCC gaat het doen, CGR gaat het doen en vanaf deze week laat ook de Stichting Verantwoord Alcoholgebruik (Stiva) alle radio- en televisiecommercials van haar leden vóór uitzending door een onafhankelijke commissie toetsen aan de Reclamecode voor Alcoholhoudende Dranken. In de commissie hebben onder meer Marjet van Zuijlen (Deloitte en voorzitter Nederlandse Gezinsraad), Prof. Fred van Raaij (Universiteit van Tilburg) en Willy de Graaf (Brandmanagement) zitting.

De vraag blijft of je na toetsing vóóraf, achteraf nog wel mag klagen. Zie ook hier.

IEF 285

Richtlijnen in UDRP beslissingen

Het Arbitration en Mediationcenter van het WIPO heeft vandaag op haar website een overzicht geplaatst van criteria aan de hand waarvan domeinnaamgeschillen door haar arbiters worden opgelost. Doel hiervan is om meer consistentie in UDRP beslissingen te creëren, zodat betrokkenen hun kansen in de dergelijke procedures beter kunnen inschatten.

IEF 284

LeakLock vs. LecWec

Rechtbank ’s-Gravenhage, 27 april 2005, HA ZA 04-4222.  Richard Chambers GmbH tegen D.A.T. Group International B.V. & H.B.S. Trading B.V.

Een rechttoe-rechtaan-uitspraak over olie additieven, gebruikt om lekke keerringen in motoren te dichten en lekkages te voorkomen.

De rechtbank beslist (terecht) dat de merken LeakLock en LecWec niet op elkaar lijken, omdat ze “(…) naar de totaalindruk bezien auditief, visueel en/of begripsmatig niet een zodanige gelijkenis (vertonen), dat daardoor bij het relevante publiek directe of indirecte verwarring kan worden gewekt, nog daargelaten de aanzienlijk verschillende verpakkingen waarin de beide producten worden aangeboden.”

Bovendien hebben eisers ‘geen feiten of omstandigheden gesteld die nog zouden kunnen leiden tot de conclusie dat eisers in plaats van of naast de merkhouder gerechtigd zouden zijn de onderhavige op merkinbreuk gebaseerde vorderingen in te stellen.”

Tenslotte, vond het merkgebruik door gedaagden plaats in een periode gelegen vóór de publicaties van zowel de aanvrage als de inschrijving van het onderhavige Gemeenschapsmerk en is het inmiddels gestaakt.

Lees het vonnis hier.

IEF 283

Duitsland is nu niet ver meer

Artikel van Kees Kuilwijk over de interpretatie van de Europese richtlijn voor elektronische handel door de Duitse rechter. "Een internetveilingsite die kennis verkrijgt van een beweerde inbreuk op een handelsmerk met betrekking tot de verkoop van goederen op zijn site, moet deze verkoop niet alleen onmiddellijk verhinderen, maar dient ook serieuze stappen te nemen om verdere inbreuk te voorkomen, zo oordeelde het Keulse Oberlandesgericht vorige maand. De Duitse rechters lijken te ver te gaan....Duitsland is nu niet ver meer van een algemene verplichting voor tussenpersonen om automatische filters te installeren waarin in ieder geval gezocht moet worden op woorden als 'imitatie', 'replica' en misschien wel op alle merknamen waarop ooit inbreuk is gemaakt op de site. Slaagt de tussenpersoon er niet in merkinbreuk te voorkomen dan is hij aansprakelijk voor de schade geleden door de merkhouder. "

Lees meer op netkwesties.nl

IEF 282

Tijdschema .eu domeinnamen

Zoals al eerder op IEForum vermeld, zal de uitgifte van .eu-domeinnamen in het vierde kwartaal van 2005 starten, voorafgegaan door de zogenaamde ‘sunrise period’, zo bevestigt EURid. Tijdens de sunrise periode wordt aan publieke organen en (merk)rechthebbenden de mogelijkheid worden geboden alvast hun .eu-domeinnamen te registreren. Het tijdschema van EURid vind je hier.

IEF 281

Jury voor Ethische Praktijken

Voor wie het nog niet wist: De Belgische variant van de RCC heet de JEP. "De Jury voor Ethische Praktijken inzake Reclame is het zelfdisciplinair orgaan van de reclamesector in België. Zij werd opgericht in 1974 door de Raad voor de Reclame, vzw die de representatieve verenigingen van de adverteerders, reclamebureaus en media groepeert met als doel de reclame, als factor van economische en sociale expansie, te bevorderen.

Enkel een verantwoorde en gezonde reclame is het vertrouwen van het publiek waardig. Het behoort dan ook tot de taak van de Jury om te onderzoeken of de reclameboodschappen die verspreid worden via de media in overeenstemming zijn met de regels inzake reclame-ethiek, waarvoor zij zich baseert op de wetten en de zelfdisciplinaire codes." Lees hier meer. Hier artikel uit Het Volk over Engelstalige reclame in België.

IEF 7651

Publishers vs. The State: Digital / paper cutting collections and press reproduction exception

Court of the Hague, 2 March 2005, Publishers versus the Kingdom of the Netherlands.

Copyright. The Court orders the State to discontinue, now and in the future, the scanning (including causing others to do so) or any other multiplication and the multiplication and/or publication, whether or not via an internal network, of works protected by copyright, which have been published in the publishers’ newspapers, with the exception of reports that do not carry the maker’s own, personal character and/or personal stamp, as long as no permission from the publishers has been obtained, except insofar as (the production of) paper cutting collections is/are concerned, which are distributed only in the form of paper (therefore not via email, intranet or electronically in any other way), such on penalty of immediately claimable damages of EUR 1,000 per day and per ministry during which any (part of a) ministry continues to fail to comply with this injunction; orders the State to compensate the publishers for the damage they have suffered due to the aforementioned infringement of their copyright in the period from 22 December 2002, to be further assessed by the Court and to be settled in accordance with the law.

Read the judgement here.

IEFenglish

IEF 280

Onderwateroctrooien

Artikel in de NYT over onderwateroctrooien: "Most people would like to see that a small inventor can succeed in this country," Mr. Stout said. "This is proof that it can happen." But others find the growth of patent holding companies troublesome rather than heartwarming. Critics of the patent system maintain that these companies - called "patent trolls" by their detractors - rely on excessively broad patents, particularly for software, that should never have been granted in the first place.

IEF 279

De BSA en de meest gehoorde smoezen

In de speurtocht van de Business Software Alliance naar illegaal gebruikte software binnen bedrijven komt de BSA regelmatig "verklaringen" tegen waarom een licentie voor software niet is aangeschaft of waarom de licentievoorwaarden overtreden worden. De top 5:

1. 'Ik had geen idee dat ik deze software in gebruik had'

2. 'Ik wist niet dat ik deze software niet mocht kopieren'

3. 'We zijn op dit moment de softwarelicenties aan het inventariseren'

4. 'Deze software is alleen geinstalleerd op werkplekken die niet of nauwelijks worden gebruikt'

5. 'Meer aandacht voor illegale software stond op de agenda, maar het is er nog niet van gekomen.

Het bericht "BSA komt met top vijf meest gehoorde smoezen" is te vinden op Computable

IEF 278

Stichting Reprorecht maakt het uitstekend

De website van het NUV bericht over het welzijn van de Stichting Reprorecht. Stukje begint met het goede nieuws: "De uitvoering van de introductieregeling bedrijfsleven verloopt goed, in de publieke sector worden goede resultaten behaald, er is in alle rust een nieuw reglement verdelingen tot stand gebracht, de financiële huishouding is gezond en er is een aantal nieuwe bestuursleden, waaronder een nieuwe voorzitter, ingewerkt."  Een gezonde geest in een gezonde stichting dus. Stukje eindigt met het slechte nieuws: "Momenteel vinden gesprekken plaats over aanpassingen van de introductieregeling bedrijfsleven omdat het overeengekomen incassoniveau met de huidige regeling niet haalbaar is en vanuit het bedrijfsleven neemt de kritiek op het collectief beheer in Nederland toe."

IEF 276

De Return

Vandaag in het FD: "Unilever neemt risico in juridische strijd om merkenrecht. De inkt van de uitspraak in het kort geding dat het voedingsconcern tegen de supermarktbedrijf aanspande, was nog niet droog of Unilever kondigde al aan in hoger beroep te gaan. Het vonnis van de rechter nodigt daartoe uit, maar bevorderlijk voor de relatie tussen leverancier en klant is verder procederen allerminst…ook merkenadvocaat Paul Steinhauser leest in de woorden van de rechter een invitatie aan Unilever om in beroep te gaan. Steinhauser zegt verrast te zijn door de uitspraak van de Arnhemse rechter. 'Ik verwachtte dat Unilever er een harde dobber aan zou hebben om inbreuk op het merkenrecht aan te tonen, omdat Albert Heijn zich bij kleurstelling en andere kenmerken beriep op wat gangbaar is in de productcategorieën. De rechter heeft daar in twee gevallen doorheen gekeken.'"

IEF 275

Domeinnaamuitspraak

Een nogal rammelende procedure en vonnis uit Arnhem (LJN AT4847, Voorzieningenrechter Rb. Arnhem, 31 maart 2005). De Luxemburgse vennootschap UMTT S.A. vordert van VDB Staal en haar eigenaar de domeinnaam UMTT.com. Opvallend is dat UMTT dit voor de tweede maal in rechte doet.

De eerste keer legde UMTT de Agreement for Transfer (van de domeinnaam) aan haar vordering ten grondslag, zonder zich te beroepen op haar merk- en handelsnaamrechten (??). Deze vordering wordt afgewezen.

Enige maanden later stapt UMTT opnieuw naar de rechter en (wellicht een andere advocaat) werpt nu wel het merken- en handelsnaamrecht in de strijd.

VDB protesteert en voert aan dat er al eerder over het gevorderde is geprocedeerd. De Voorzieningenrechter oordeelt echter dat, nu er andere grondslagen aan de vordering ten grondslag liggen, de vordering in behandeling kan worden genomen.

De rechter komt tot het oordeel dat VDB en haar eigenaar inbreuk maken op het merk- en handelsnaamrecht van UMTT en beveelt hen de domeinnaam aan UMTT over te dragen.

Bijzonder in deze uitspraak is dat de Voorzieningenrechter voor wat betreft de motivering van merkenrechtelijke gedeelte van de beoordeling wel erg kort door de bocht gaat.

Zo meent de Voorzieningenrechter dat "het gebruik van een domeinnaam op Internet valt onder de merkenrechtelijke bescherming van de Benelux Merkenwet (het gebruik is aan te merken als het gebruik van een teken voor een dienst als bedoeld in de zin van artikel 13A, lid 1 sub a BMW)." In casu beriep UMTT namelijk op haar beeldmerk; dat er aldus gebruik wordt gemaakt van een identiek teken als domeinnaam door VDB Staal is, zo lijkt ons, niet correct. Op sub b of d van art. 13A lid 1 werd door UMTT geen beroep gedaan. Ook blijkt niet of VDB Staal het merk gebruikte voor dezelfde waren en diensten.

Lees hier het vonnis.

IEF 274

Nieuw van het Hof

Mededelingen en Arrest:
T-32/03 2005-04-29 Leder & Schuh / OHMI - Schuhpark Fascies (JELLO SCHUHPARK)
T-33/03 2005-04-29 Osotspa / OHMI - Distribution & Marketing (Hai)
C-31/04 2005-04-28 Commissie / Spanje

Verzoekschriften:
C-104/05 2005-04-29 El Corte Inglés / BHIM en Pucci
C-108/05 2005-04-29 Bovemij Verzekeringen
T-105/05  2005-04-29 Assembled Investments / OHMI - Waterford Wedgwood (WATERFORD STELLENBOSCH)
T-118/05  2005-04-29 Reckitt Benckiser / OHMI (Tablette rectangulaire noir en blanc avec un noyau ovale blanc)
T-119/05  2005-04-29 Reckitt Benckiser / OHMI (Tablette rectangulaire bleu en blanc avec un noyau blanc à l'intérieur)
T-129/05  2005-04-29 Wal-Mart Stores / OHMI - Sánchez Villar (WAL-MART)
T-72/05   2005-04-29 Deutsche Telekom / OHMI (Telekom Global Net)
T-90/05   2005-04-29 Omega / OHMI - Omega Engineering (~ OMEGA)
T-92/05   2005-04-29 Movingpeople.net / OHMI - Schäfer (moving people.net)
T-96/05   2005-04-29 Monte di Massima / OHMI - Höfferle Internationale (Valle della Luna)
T-97/05   2005-04-29 Rossi / OHMI - Marcorossi (MARCOROSSI)

Bespreking volgt, voorzover relevant.

IEF 273

Ondertussen in Liechtenstein

Nog even een korte bespreking van het arrest van GvEA in de zaken C-207/03 en C-252/03, 21 april 2005, Novartis tegen UK Comptroller- General of Patents, Designs and Trademark / Min. EZ Frankrijk tegen Millenium Pharmaceuticals. Betreft prejudiciële vragen over de berekening van de duur van een aanvullend beschermingscertificaat.  Moet de datum van afgifte van een marktvergunning in Zwitserland, die automatisch in Liechtenstein (EER) wordt erkend, worden beschouwd als die van de eerste vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel in de EER? Ja, dat moet.

Verordening nr. 1768/92 strekt ertoe de lengte van de periode te compenseren die verloopt tussen de indiening van een aanvraag voor een octrooi op een geneesmiddel en de vergunning voor het in de handel brengen van dat geneesmiddel, door in bepaalde gevallen te voorzien in een aanvullende periode van octrooibescherming. De houder van zowel een octrooi als van een certificaat moet niet in aanmerking kunnen komen voor een uitsluitend recht van meer dan vijftien jaar in totaal vanaf de afgifte van de eerste VHB van het betrokken geneesmiddel in de EER. Wanneer zou zijn uitgesloten dat een door de Zwitserse autoriteiten verleende en automatisch door het Vorstendom Liechtenstein erkende VHB een eerste VHB in de zin van de verordening kan vormen, dan zou de duur van de aanvullende certificaten moeten worden berekend op grond van een later in de EER verleende VHB. Het tijdvak van vijftien jaar uitsluitend recht in de EER zou daarmee dreigen te worden overschreden. Lees arrest.

IEF 272

Vlees noch vis

Het Voorlichtingsbureau Vlees is ontevreden over de reclame voor het de vleesvervanger Valess van Campina. De daarin gemaakte vergelijking met vlees zou onvolledig zijn. Valess wordt gemaakt door stremming van magere melk en is sinds februari op de markt.

Het Voorlichtingsbureau eiste gisteren in kort geding dat Campina de reclame aanpast. Volgens een woordvoerder van het bureau mag vergelijkende reclame best, maar dan moet die wel voldoen aan wettelijke bepalingen. Op een aantal aspecten zoals prijs en eigenschappen voldoet de promotie volgens het bureau niet.

IEF 271

vormen van gebiedsbescherming

Hof Den Haag, 24 maart 2005, LJN: AT4660, 04/694 en 04/695. Hoger beroep. MDI tegen [VR]. Interessant vonnis over ingewikkelde materie: groepsvrijstellingen, octrooilicenties en IPR.

Betreft een schriftelijke overeenkomst gesloten, getiteld: “Agreement for License to use Patents, Trademarks, Tradename, Know-how and Proprietary Interests” Tussen partijen zijn geschillen gerezen, met name ten aanzien van de verplichtingen van VR tot betaling van royalties aan MDI. Deze geschillen zijn, op de voet van het arbitrage-beding, door MDI aanhangig gemaakt bij de American Arbitration Association. De arbitrage-procedure heeft geleid tot drie vonnissen. MDI verzoekt, op de voet van het Verdrag van New York van 1958 en de artikelen 1075 en 985 tot en met 991 Rv. erkenning en verlof tot tenuitvoerlegging van de drie hiervoor genoemde arbitrale vonnissen. Strijd met Europese wet- en regelgeving. Lees vonnis