IEF 123

Software-auteursrecht & databanken

Net gepubliceerd: Voorzieningenrechter Rechtbank Arnhem, 27-12-2004,  LJN: AT2462, 119520 / KG ZA 04-683. Kort geding  Autonet tegen Promasy.  Zaak over totaalsoftwarepakketten voor de autodemontagebranche. Autonets computerprogramma heet Automate, Promasy's programma Promasy. De voorzieningenrechter oordeelt voorshands dat Automate zodanig oorspronkelijk is dat het een eigen schepping van de maker is, zodat het als computerprogramma auteursrechtelijk wordt beschermd. 
   De voorzieningenrechter is van oordeel dat zonder een deskundigenbericht niet is vast te stellen of Promasy’s computerprogramma inbreuk maakt op het auteursrecht van Autonet. Hij kan op basis van de stellingen, de in het geding gebrachte stukken en de demonstratie van beide programma’s niet vaststellen of er sprake is van overeenstemming van de vormgeving van de codes en de instructies van de programmeur en of Promasy door middel van reverse engi-neering is ontleend aan Automate. Het overnemen in het computer-programma van Promasy van de autovolgnummercode- onderdelen- en onderdelencodelijsten uit Automate is niet zozeer een kwestie van programmeren van de software, als wel van gebruik van door Autonet ontwikkelde databanken. 
   De voorzieningenrechter acht voorshands voldoende aangetoond dat het opstellen van de autovolgnummercode-, onderdelen- en on-derdelencodelijsten verzamelingen van gegevens zijn die systematisch zijn geordend en via elektronische weg toegankelijk zijn en waarvan de verkrijging, de controle of de presentatie van de inhoud in kwalitatief of kwantitatief opzicht getuigt van een substantiële investering. 
   De voorzieningenrechter acht het daarom voorshands aannemelijk dat de ontwikkeling van de databanken een substantiële investering, als bedoeld in art. 1 lid 1 sub a Dw, heeft gevergd. Lees vonnis

IEF 111

Glad geschoren de paasdagen in

Angstgegners Gillette en Wilkinson treffen elkaar morgen weer eens voor de rechter in Den Haag. Volgens Wilkinson maakt Gillette zich schuldig aan misleidende reclame: consumenten worden op het verkeerde been gezet enconcurrent Wilkinson verliest marktaandeel. Hilde Pors van advocatenkantoor Simmons & Simmons eist namens cliënt Wilkinson in een kort geding een einde aan deze vermeende misleiding.

Onderwerp van geschil is Gillette's m3power, een scheermesje met een motortje in het handvat dat micropulsen afgeeft waardoor baardhaartjes overeind komen en zo beter te verwijderen zijn. Gillette heeft m3power wereldwijd geïntroduceerd als het nieuwste van het nieuwste op het terrein van nat scheren. Volgens Wilkinson komen de haartjes echter helemaal niet omhoog en heeft het gladder scheren heeft dus andere oorzaken.  Lees meer bij nu.nl

IEF 110

Mededeling van de Rechtbank ’s-Gravenhage

Herziening versnelde bodemprocedure in octrooizaken: De in BIE 1996 nr. 8 p. 292 gedane mededeling over de versnelde bodemprocedure in octrooizaken van de Haagse rechtbank, als aangevuld in BIE 1998 nr. 4, p.139, is in het licht van de herziening van het burgerlijk procesrecht per 1 januari 2002 niet meer up to date en behoeft aanpassing. De rechtbank maakt van de gelegenheid van deze aanpassing gebruik tegelijkertijd enige wijzigingen in het regime door te voeren, op punten waar dat in de praktijk wenselijk is gebleken. Bedoelde aanpassing en wijzigingen zijn na overleg met onder meer de voorzitter van de Adviescommissie Burgerlijk Procesrecht van de Nederlandse Orde van Advocaten vastgesteld door het bestuur van de Rechtbank 's-Gravenhage.

Het versnelde regime in octrooizaken zal voortaan de hierna weergegeven regeling volgen (onmiddellijke werking), behoudens voor zover uit de door de Voorzieningenrechter te wijzen of reeds gewezen beschikkingen anders blijkt.

 

1.         Een eisende partij die toegelaten wenst te worden tot het versneld regime in octrooizaken dient daartoe een verzoek in bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank ‘s-Gravenhage, zonodig (met name in geval van in het buitenland gevestigde gedaagden) tevens een verzoek ex art. 117 Rv behelzend.

2.         Bij het in 1. bedoelde verzoek moeten worden overgelegd:

-          een concept dagvaarding die voldoet aan de vereisten van art. 111 Rv en waarin, in geval het een inbreukprocedure betreft, is aangegeven dat en waarom op welke octrooiconclusie(s) (uitgesplitst per kenmerk) inbreuk wordt gemaakt met welk(e) product(en) en/of werkwijze(n) en/of dat en waarom sprake is van octrooiinbreuk, danwel, indien het een nietigheidsprocedure betreft, waarin nauwkeurig en gemotiveerd is aangegeven op welke literatuurplaatsen en/of feitelijke gebeurtenissen eisende partij zich te dien einde beroept;

-          het octrooischrift of de octrooischriften waar eisende partij zich op beroept, alsmede bij niet in het Nederlands gestelde octrooien de Nederlandse vertaling daarvan;

-          een opgave van verhinderdata voor pleidooi (indien bekend is door wie de wederpartij(en) zich zullen laten bijstaan: van procespartijen en raadslieden aan beide zijden) in de zin van art. 6.1 van het Landelijk rolreglement in een periode van ongeveer 28 tot 40 weken later;

3.         Indien de Voorzieningenrechter het in 1. bedoelde verzoek honoreert – in zoverre volgens een procedure die afwijkt van art. 6.2 van het Landelijk rolreglement, wordt in de daartoe gegeven beschikking verlof verleend om op uiterlijk een bepaalde dag te dagvaarden met bepaling van de in de dagvaarding te noemen eerste roldatum waartegen wordt gedagvaard en wordt in beginsel het hele verdere tijdschema van de procedure vastgelegd. Op de voor dagvaarding bepaalde datum dient eiser de tekst van de dagvaarding en van de beschikking tevens per aangetekende post rechtstreeks aan de wederpartij(en) toe te zenden.

Het verdere verloop van de versnelde bodemprocedure in octrooizaken volgt in hoofdlijn en behoudens afwijking daarvan in bedoelde beschikking het hierna volgende stramien.

4.         Op de eerst dienende dag dient eisende partij, zo nodig onder verdere toelichting van de feiten en stellingen waarop een beroep wordt gedaan, alle producties waarop deze zich wenst te beroepen in het geding brengen (waaronder in elk geval begrepen de wettelijk vereiste stukken in geval het (de geldigheid van) een Nederlands registratie-octrooi betreft) conform artt. 2.1 en 3.1 van het Landelijk rolreglement, terwijl eisende partij deze tevens op dezelfde dag rechtstreeks in het bezit dient te hebben gebracht van de wederpartij(en). Conform art. 3.2 van het Landelijk rolreglement kan eenmalig een in die bepaling vermeld uitstel worden verleend van 2 weken, verder uitstel zal niet worden verleend. Stukken die ten tijde van de hierbedoelde datum beschikbaar waren en toch niet in dat stadium zijn overgelegd, kunnen in een later stadium door de rechtbank worden geweigerd.

5.         Ingevolge artt. 2.7 jo. 2.8 sub (b) jo. noot 12  eerste gedachtestreepje jo. 2.9 van het Landelijk rolreglement wordt de zaak vervolgens aangehouden tot een in beginsel 12 weken later gelegen rolzitting voor het nemen van de conclusie van antwoord, waartoe geen verder uitstel zal worden verleend. Op de roldatum bepaald voor antwoord dient gedaagde partij alle producties waarop deze zich wenst te beroepen in het geding te brengen (waaronder in elk geval begrepen de wettelijk vereiste stukken in geval het (de geldigheid van) een Nederlands registratie-octrooi betreft) conform art. 2.1 van het Landelijk rolreglement, terwijl gedaagde partij deze tevens op dezelfde dag rechtstreeks in het bezit dient te hebben gebracht van eisende partij. Stukken die ten tijde van de hierbedoelde datum beschikbaar waren en toch niet in dat stadium zijn overgelegd, kunnen in een later stadium door de rechtbank worden geweigerd.

6.         Indien gedaagde partij een incident opwerpt, dan kan dat tegelijk met voor conclusie van antwoord bepaalde termijn, hetgeen bedoelde partij overigens niet ontslaat van de verplichting ten gronde te antwoorden op de voor antwoord bepaald termijn, op straffe van akte niet dienen. De termijn voor antwoord in een incident is in alle gevallen (of het incident nu op de voor antwoord bepaalde dag wordt opgeworpen of in een eerder stadium) op straffe van akte niet dienen in het incident conform art. 2.7 van het Landelijk rolreglement in beginsel 2 weken. Ook bij pleidooi kan daar vervolgens niet op worden teruggekomen.

Uitsluitend indien gedaagde partij een incident opwerpt op de eerst dienende dag en de wens te kennen geeft dat daarop voorafgaand aan de voor conclusie van antwoord bepaalde termijn wordt beslist, zal de rechtbank zo mogelijk binnen twee weken na de datum bepaald voor antwoord in het incident vonnis wijzen. Op incidenten die na de eerst dienende dag worden opgeworpen zal tegelijk met het eindvonnis worden beslist. 

7.         Eveneens ingevolge artt. 2.7 jo. 2.8 sub (b) jo. noot 12 eerste gedachtestreepje jo. 2.9 van het Landelijk rolreglement wordt in geval gedaagde partij een eis in reconventie instelt (die voor het overige moet voldoen aan het hiervoor in 2. eerste gedachtestreepje gestelde, alsmede, voor wat de producties betreft, aan het hiervoor in 5. dienaangaande gestelde) de zaak aangehouden tot een in beginsel 12 weken later gelegen rolzitting voor het nemen van de conclusie van antwoord in reconventie, waartoe geen verder uitstel zal worden verleend. De Voorzieningenrechter stelt deze datum in zijn beschikking vast, ongeacht of daadwerkelijk een eis in reconventie wordt ingesteld. Eisende partij kan in het geval geen eis in reconventie is ingesteld waarbij vernietiging van het octrooi wordt gevorderd, maar wel als verweer een beroep wordt gedaan op nietigheid van door eisende partij ingeroepen octrooien, uiterlijk op de dag die in de beschikking is bepaald voor antwoord in reconventie, derhalve in beginsel 12 weken na antwoord, bij akte reageren op uitsluitend de bij antwoord gebezigde nietigheidsargumenten, zulks ingevolge artikel 2.11 van het Landelijk rolreglement, zodat ook dan aan de eisen van hoor en wederhoor en de goede procesorde in voldoende mate recht wordt gedaan. Aan na antwoord opgeworpen nietigheidsverweren zal de rechtbank voorbij kunnen gaan, indien eisende partij daar gelet op de beginselen van hoor en wederhoor en de goede procesorde onvoldoende op kan reageren.

8.         Indien eisende partij in reconventie een incident opwerpt, dan is de termijn voor antwoord in het incident conform art. 2.7 van het Landelijk rolreglement 2 weken, op straffe van akte niet dienen in het incident. In het incident zal tegelijk met het eindvonnis vonnis worden gewezen.

9.         In de versnelde bodemprocedure in octrooizaken wordt in afwijking van artt. 5.1 en 5.2 van het Landelijk rolreglement geen roldatum gelegen 2 weken na antwoord bepaald en evenmin een comparitie van partijen gelast, aangezien zaken in dit regime bij voorbaat ongeschikt geacht worden voor comparitie na antwoord.  Eisende partij die is toegelaten te procederen volgens de versnelde bodemprocedure in octrooizaken ziet tevens bij voorbaat af van conclusie van repliek, onder de voorwaarde dat zijn bij voorbaat gedane verzoek om pleidooi wordt toegestaan, welke voorwaarde bij honorering van het in 1. bedoelde verzoek is vervuld.

10.       Pleidooi wordt in de beschikking van de Voorzieningenrechter conform art. 2.7 van het Landelijk rolreglement bepaald op in beginsel 6 à 10 weken na de roldatum die is bepaald voor antwoord in reconventie. In zoverre in aanvulling op art. 6.3 van het Landelijk rolreglement dient de eisende partij 3 extra procesdossiers ten behoeve van pleidooi voor de meervoudige kamer over te leggen. Voor procesdossiers, met inbegrip van het originele procesdossier, gelden de volgende regels:

a)         De in de extra procesdossiers overgelegde producties (met name foto's, prints van internetsites en andere afbeeldingen) dienen tenminste dezelfde kwaliteit te hebben als die van het originele dossier;

b)         Een bepaald als productie overgelegd stuk dient (ook in het originele dossier) niet nogmaals elders in de procedure te worden overgelegd, tenzij daar een goede reden voor is;

c)         Indien een bepaalde kleurstelling in de originele producties van belang is, dient in de extra dossiers ook voor deze kleur te worden gezorgd (kleurkopieën , kleurenfoto's etc.);

d)         Partijen dienen zich te realiseren dat producties in een buitenlandse taal, niet zijnde Engels, mogelijk niet de aandacht van de rechtbank krijgen die deze zouden hebben gekregen, indien deze zouden zijn voorzien van een vertaling in het Nederlands;

e)         Alle aan te leveren procesdossiers dienen voorzien te zijn van duidelijke, doorgenummerde en hanteerbare tabbladen tussen de verschillende producties;

f)          Alle processtukken van enige omvang moeten tezamen zijn gebonden in ordners die stevig gebruik kunnen doorstaan en zowel op de rug als op de voorkant zijn voorzien van duidelijke en inzichtelijke (door)nummering en tevens voorzien zijn van inhoudsopgaven in het begin van elke bundel;

g)         Nieuwe in te voegen documenten dienen te worden aangeleverd voorzien van perforaties en (doorgenummerde) tabbladen teneinde in de al verschafte bundels te kunnen worden opgenomen, in voorkomend geval voorzien van extra doorgenummerde ordners die voldoen aan de criteria onder f), indien de nieuwe in te voegen documenten niet in de al verschafte bundels kunnen worden opgenomen.

In aanvulling op art. 6.4 van het Landelijk rolreglement wordt voor de pleitzitting aan ieder der partijen (waarbij meerdere eisers respectievelijk gedaagden als één partij worden beschouwd en desnodig meerdere raadslieden aan dezelfde zijde de verdeling van de pleittijd per partij tevoren in onderling overleg dienen vast te stellen) een eerste termijn van maximaal 90 minuten gegund en een tweede termijn van maximaal 20 minuten.

11.       Indien partijen voor pleidooi nog nadere producties in het geding willen brengen, geldt het volgende. Uitgangspunt is in verband met de goede procesorde dat nadere producties buiten de in 4, 5 en 7 bedoelde producties steeds in een zo vroeg mogelijk stadium rechtstreeks aan de (raadslieden van de) wederpartij en de rechtbank (buiten de rol om) dienen te worden ingezonden. De uiterlijke termijn waarbinnen dergelijke producties nog kunnen worden ingezonden is conform art. 1.12 van het Landelijk rolreglement 2 weken voor pleidooi. Stukken die, hoewel eerder beschikbaar, toch niet in een eerder stadium zijn toegezonden kunnen op instigatie van de wederpartij of ambtshalve door de rechtbank worden geweigerd, in welk geval deze niet tot de processtukken zullen worden gerekend.

12.       Indien een eisende partij niet conform de beschikking van de Voorzieningenrechter procedeert, wordt de zaak ambtshalve uit de versnelde procedure in octrooizaken verwijderd.

 

 

 

’s-Gravenhage, maart 2005

IEF 109

Met Megabloks kun je alles maken

Zou warchild zich ook bezig houden met kinderen die het slachtoffer zijn geworden van de zich al jaren voortslepende bouwblokjeswereldoorlog tussen Lego en, onder andere, Mega Bloks? Laatse veldslag is geleverd in Duitsland. Een persbericht van Mega Bloks spreekt van 'a decision of the German Patent and Trademark Office canceling a 2x4 stud block design trademark registration in the name of an affiliate of the Lego group of companies.

The decision was issued on February 2, 2005 further to a petition filed by Best-Lock (Europe) Limited, another toy manufacturer, but effectively declared invalid for the benefit of all interested parties Lego's registration for a three-dimensional depiction of an interlocking toy block of the kind manufactured by many companies, including Mega Bloks.'

 

 

Mega Bloks Comments on Cancellation of Lego's Design Trademark in Germany

MONTREAL, March 21 /CNW Telbec/ - Mega Bloks Inc. (TSX: MB) Mega Bloks has learned of a decision of the German Patent and Trademark Office canceling a 2x4 stud block design trademark registration in the name of an affiliate of the Lego group of companies.

The decision was issued on February 2, 2005 further to a petition filed by Best-Lock (Europe) Limited, another toy manufacturer, but effectively declared invalid for the benefit of all interested parties Lego's registration for a three-dimensional depiction of an interlocking toy block of the kind manufactured by many companies, including Mega Bloks.

Significantly, the invalidated trademark registration was like the one, which the European Office for the Harmonization of the Internal Market ("OHIM") cancelled in its decision of July 30, 2004. Lego has appealed from the latter decision and may also appeal the German Patent and Trademark Office decision of February 2. The Company notes that the tribunals of various European countries whose laws are harmonized under the EU Directive on Trademarks have likewise cancelled Lego's three-dimensional block design trademarks or not allowed them to proceed to registration to begin with.

"With this latest development, Mega Bloks intends to launch its complete range of construction toys in Germany," said Marc Bertrand, the Company's President and CEO. "We look forward to leveraging our many strengths to broaden our presence in Germany now that the legal barriers have been cleared away," he added.

By the Company's own estimates and independent research, the German construction toy segment accounts for annual wholesale shipments of US$250 million. Mega Bloks has an established presence in Germany both as a brand and, corporately, with a permanent sales support office in the Nuremberg area.

About Mega Bloks

Mega Bloks creates high quality, fun and educational construction toys
that inspire kids and parents to play and learn together. The MEGA BLOKS(R)
system features basic and themed construction toys for boys and girls of all
ages. Headquartered in Montreal, Mega Bloks is a global organization employing
approximately 1000 people with sales in over 100 countries.

(MEGA BLOKS and the MEGA BLOKS logo are the property of Mega Bloks Inc.).
   
For further information: Eric Phaneuf, (514) 333-3339, x745, Brahm
Segal, +41 (0) 41 725 4192, www.megabloks.com; Source: Mega Bloks Inc.

IEF 108

Handig

The Telephone directory of OHIM staff has been published and new "Useful Numbers" are online.

IEF 107

Auto of zo

Eindelijk zelf eens een merk verzinnen in plaats van adviseren over de merkjes van cliënten? Villamedia.nl bericht dat 'het publiek vanaf zaterdag een week lang via sms een naam kan suggereren voor de nieuwe tv-zender van John de Mol. De winnaar krijgt "een leuke prijs, een auto bijvoorbeeld", zegt een woordvoerder.' De site denieuwezender.nl toont vanaf vrijdagmiddag de voorwaarden.

IEF 106

Godin van het Merk

Schrijfster Heleen van Royen verlaat haar uitgeverij Vassalucci en wordt een merknaam bij de Foreign Media Group.
Onder de merknaam Heleen van Royen verschijnen straks boeken van haar hand, maar ook films en cd’s, meldt De Telegraaf. De commerciële uitgever brengt onder meer klassieke muziek tegen bodemprijzen aan de man bij drogisterijketen Kruidvat.
IEF 105

Waar rook(worst) is... is vuur

Unilever daagt Albert Heijn voor de rechter. Het supermarktbedrijf zou met zijn huismerk bewust merkproducten van Unilever imiteren. Unilever wil in kort gedind eisen dat AH de verpakkingen aanpast en de betreffende huismerkartikelen tot die tijd uit de schappen haalt. Het gaat om producten als ijsthee, pindakaas en margarine. Volgens Unilever lijken de producten wel erg op haar merken Lipton, Calvé en Becel.

Unilever beschuldigt AH ervan ‘kleuren, letters, verpakkingen en teksten’ te gebruiken die ‘hetzelfde of bijna precies hetzelfde’ zijn. Albert Heijn zou ook de verpakking Unilever-rookworst imiteren. De Unox-baas was naar verluidt onaangenaam verrast toen zijn vrouw ’s avonds een AH-rookworst opdiende, in plaats van zijn eigen product. AH had naast de imitatieverpakking ook nog eens de eigen rookworst op de plek gelegd waar normaal altijd het Unox-product ligt. Albert Heijn zegt in gesprek te zijn met Unilever over de kwestie, maar wil over de inhoud ervan niets kwijt.

IEF 104

Ik wil...

Striptekenaar Marten Toonder heeft het logo van Bolletje, het lachende bakkertje met een brood in zijn hand, ontworpen. Dit is één van de onthullingen in het boek 'Doordouwers en verhalenbouwers - Merken gesterkt in Twente' dat eind mei in de boekhandel verschijnt.

In de verhalen over de historie, het heden en de toekomst van de tien Twentse bedrijven klinken Twentse waarden door als nuchterheid, bescheidenheid en ,,doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg''. Ilustratief is volgens de auteur Bolletje die pas afgelopen jaar de merknaam op al hun producten plakte. En het bedrijf heeft tot dusver nog steeds geen website.

IEF 103

Nieuw Verkade Album Uitgebracht

-Persbericht XS4ALL: Afgelopen vrijdag heeft heeft Advocaat-Generaal Verkade advies uitgebracht aan de Hoge Raad in de Scientology-zaak. In deze zaak beschuldigt Scientology Karin Spaink van auteursrechtinbreuk omdat de publiciste stukken uit de leer van Scientology op haar website heeft geplaatst. Spaink wil met het plaatsen van deze stukken een maatschappelijke discussie over de aard van de sekte op gang brengen.

Verkade is blijkens zijn 82 pagina's (!) tellende conclusie van mening dat het auteursrecht onder bepaalde omstandigheden moet wijken voor de vrijheid van meningsuiting. Het recht op vrijheid van meningsuiting, zoals beschermd door art. 10 EVRM, gaat dan boven de Auteurswet. Verkade zegt hierover o.m. 'Hoewel het auteursecht onder art. 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM valt en dus als mensenrecht kan worden bestempeld, is het auteursrecht daarmee geenszins verheven boven een afweging tegen de informatievrijheid van art. 10 EVRM'.

De conclusie bevat ook principiële passages over het citaatrecht en met name wanneer is voldaan aan het vereiste dat het werk waaruit wordt geciteerd, 'rechtmatig openbaargemaakt' is. Hiervoor is volgens de Advocaat-Generaal niet vereist dat de auteur van het werk toestemming heeft gegeven voor openbaarmaking. In het geval van Scientology is het ter inzage leggen van een tekst in de bibliotheek van een gerechtshof, zoals bij het Fishman Affidavit het geval was, volgens Verkade als een rechtmatige openbaarmaking te beschouwen en mag er daarom door anderen uit deze tekst geciteerd worden.

Als de Hoge Raad het advies van zijn advocaat-generaal volgt, blijft de uitspraak in hoger beroep van het Gerechtshof Den Haag overeind. De Hoge Raad doet uitspraak op 8 juli as.

Het advies van de advocaat-genraal is te downloaden in PDF-formaat: deel 1 (2.2 MB) en deel 2 (2.3 MB).

De Scientology-zaak loopt al sinds 1995, toen Karin Spaink voor het eerst stukken uit de leer van Scientology uit een Amerikaanse rechtszaak op haar website plaatste.

Bij XS4ALL werd beslag gelegd op de computers. Spaink, XS4ALL en twintig andere providers van wie de abonnees stukken van Scientology op hun website hadden geplaatst werden in kort geding gedagvaard. De president van de rechtbank wees de vorderingen van Scientology af. Er volgde een langlopende bodemprocedure waarvan het einde nu in zicht lijkt.

-Agence France Presse (AFP) pakt Google News aan. Google News gebruikt op haar websites de nieuwskoppen, artikelen, foto's etc. van AFP. Google News verkrijgt deze informatie via de klanten van AFP. AFP heeft de rechtbank in Washington verzocht New Googles te bevelen dit gebruik te doen stopppen en een bedrag van 17.5 miljoen dollar aan schadevergoeding te betalen. Via webwereld

IEF 101

En 1 vonnis

Rechtbank Amsterdam, 17 maart 2005, zaak 309195 / KG 05-270 SR, LJN: AT1087, Kimberly-Clark tegen  Riedel Drinks. Een zaak over  'advertisement property' en 'brand icons.' Kort geding tegen  over het gebruik van een 'page'-puppy in een reclameboodschapvan Dubbelfrisss.

"Om inbreuk op het merkenrecht te kunnen aannemen is het uitgangspunt het merk zoals dat is gedeponeerd. Het door K-C gedeponeerde teken betreft een foto en een (gestileerde) tekening van een stilzittend hondje. Het in de Dubbelfriss reclame voorkomende hondje is echter een levend hondje dat bewegend ten tonele verschijnt. Deze Dubbelfrisss-puppy vertoont, zoals gedaagden terecht hebben aangevoerd, onvoldoende verwantschap met het door K-C gedeponeerde teken om inbreuk op haar merkenrechten te kunnen aannemen. Alleen al hierom is de op het merkenrecht gebaseerde vordering van K-C niet toewijsbaar.

Daarnaast hebben gedaagden terecht aangevoerd dat het deponeren van de PAGE-puppy als merk niet meebrengt dat K-C het gebruik van een puppy in advertentiecampagnes kan monopoliseren.

Naast inbreuk op haar merkenrecht heeft K-C onrechtmatig handelen door gedaagden aan haar vordering ten grondslag gelegd. Gedaagden hebben, ondanks het vermelde onder 1 f, op een zeker moment het standpunt ingenomen dat de gelijkenis van het hondje in de Dubbelfrisss reclame met de PAGE-puppy op louter toeval berust. In dit geding wordt er niettemin vanuit gegaan dat de Dubbelfrisss-puppy, met name nu ook hij met toiletpapier in de weer is, en gelet op het onder 1 e en f vermelde, op zijn minst geïnspireerd is op en aldus in zekere mate een nabootsing is van de PAGE-puppy. Nabootsing is echter in zijn algemeenheid niet steeds onrechtmatig en rechtvaardigt evenmin zonder meer toewijzing van de vorderingen van K-C. Van slaafse nabootsing is geen sprake nu de pup in de Dubbelfrisss reclame iets geheel anders met toiletpapier doet dan de PAGE-puppy"  Lees vonnis

IEF 100

Nog 2 arresten

Gerechtshof Arnhem, 8 maart 2005, zaak 2003/1139, LJN: AS9895, VRB tegen Allfitt. Hoger beroep. Verwarringsgevaar merken Airpress en Airpro,  voor persluchtgereedschap, wordt niet aanwezig geacht. 

"Vervolgens komt de niet door de rechtbank behandelde vraag aan de orde of VRB zich met succes kan beroepen op de stelling dat Allfitt door het gebruik van haar merk AIRPRO ongerechtvaardigd voordeel wil trekken van het onderscheidend vermogen of de reputatie van het bekende merk AIRPRESS van VRB. Een dergelijk beroep komt VRB slechts toe, indien haar merk AIRPRESS een bekend merk is. Dat hiervan sprake zou zijn, is onvoldoende aangetoond. Het hof ziet geen aanleiding om VRB tot bewijslevering toe te laten, omdat in hoger beroep geen daartoe strekkend bewijsaanbod is gedaan. Het bewijsaanbod dat namens VRB is gedaan tijdens het pleidooi in hoger beroep was beperkt tot het doen uitvoeren van een marktonderzoek voor het geval het hof zou oordelen dat een marktonderzoek vereist was om bekendheid te kunnen aannemen. Naar het oordeel van het hof is een marktonderzoek daartoe op zichzelf niet vereist." Lees arrest

Gerechtshof Arnhem, 8 maart 2005, zaak 2004/1197 LJN: AS9897,  Hoger beroep. In dit geding staat de vraag centraal wie van partijen de rechthebbende is in de Benelux ten aanzien van het merk FREAKS voor en auteursrecht op kledingstukken (klasse 25). Kan allemaal niet goed worden vastgesteld. Lees arrest

IEF 99

De bal is rond

Actuele doch hele obscure merkinformatie uit de registers: was AZ vroeger eigendom van Wastora, nu is Wastora eigendom van AZ.

IEF 98

Dagverse rechtspraak

HvJ EG, arrest  17 maart 2005, zaak C-228/03, antwoord op Finse prejudiciële vragen. The Gillette Company, Gillette Group Finland Oy tegen LA-Laboratories Ltd Oy. HVJ verklaart voor recht:

De geoorloofdheid van het gebruik van het merk krachtens de MR hangt af van het antwoord op de vraag of dit gebruik nodig is om de bestemming van een product aan te geven.

Het gebruik van het merk door een derde die niet de houder van het merk is, is nodig om de bestemming van een door deze derde in de handel gebracht product aan te geven, wanneer een dergelijk gebruik in de praktijk het enige middel is om het publiek begrijpelijke en volledige informatie te verstrekken over deze bestemming teneinde het stelsel van onvervalste mededinging op de markt van dit product te vrijwaren.

Het staat aan de verwijzende rechter, na te gaan of in het hoofdgeding een dergelijk gebruik nodig is, rekening houdend met de aard van het publiek waarvoor het door de betrokken derde in de handel gebrachte product is bestemd.

Aangezien artikel 6, lid 1, sub c, van de MR geen enkel onderscheid maakt tussen de mogelijke bestemmingen van de producten voor de beoordeling van de geoorloofdheid van het gebruik van het merk, verschillen de criteria ter beoordeling van de geoorloofdheid van het gebruik van het merk, met name met betrekking tot accessoires of onderdelen, dus niet van de criteria die voor de andere categorieën van mogelijke bestemmingen van de producten gelden.

De voorwaarde van een „eerlijk gebruik” in de zin van artikel 6, lid 1, sub c van de MR brengt in wezen een loyaliteitsverplichting tegenover de legitieme belangen van de merkhouder tot uitdrukking.

Het gebruik van het merk is met name dan niet in overeenstemming met de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel wanneer: het merk aldus wordt gebruikt dat de indruk kan ontstaan dat er een commerciële band tussen de derde en de merkhouder bestaat;

dit gebruik de waarde van het merk aantast doordat ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit het onderscheidend vermogen of de reputatie ervan; de goede naam van dit merk wordt geschaad of kleinerende uitlatingen over dit merk worden gedaan, of de derde zijn product voorstelt als een imitatie of namaak van het product voorzien van het merk waarvan hij niet de houder is.

Het feit dat een derde het merk waarvan hij niet de houder is, gebruikt om de bestemming van het door hem in de handel gebrachte product aan te geven, betekent niet noodzakelijk dat hij dit product voorstelt als een product van dezelfde kwaliteit als of met kenmerken die gelijkwaardig zijn aan die van het van dit merk voorziene product. Een dergelijke voorstelling hangt af van de feiten van het concrete geval en het staat aan de verwijzende rechter, dit te beoordelen aan de hand van de omstandigheden van het hoofdgeding.

Of het door de derde in de handel gebrachte product wordt voorgesteld alsof het van dezelfde kwaliteit is als of kenmerken heeft die gelijkwaardig zijn aan die van het product voorzien van het gebruikte merk, is een element dat de verwijzende rechter in aanmerking moet nemen wanneer hij nagaat of dit gebruik in overeenstemming is met de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel.

Wanneer een derde gebruikmaakt van een merk waarvan hij niet de houder is, en niet alleen een onderdeel of accessoire in de handel brengt, maar ook het product zelf waarmee het onderdeel of de accessoire dient te worden gebruikt, valt een dergelijk gebruik binnen de werkingssfeer van artikel 6, lid 1, sub c, van richtlijn 89/104 voorzover het nodig is om de bestemming van het door de derde in de handel gebrachte product aan te geven en in overeenstemming is met de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel.

IEF 97

Niet meer zo heel verse rechtspraak

 

GvEA, T-33/03, 9 maart 2005. Osotspa / OHMI - Distribution & Marketing (Hai vs. Shark) Oppositieprocedure – Ouder nationaal en ouder communautair beeldmerk SHARK Interveniënte is, anders dan verzoekster, van mening dat de betrokken consumenten het woord „Hai" niet alleen zullen opvatten als de Duitse of Nederlandse aanduiding van een roofvis, maar ook als de verbastering van het Engelse woord „high" in de zin van hoog, voornaam, goed, edel, enzovoort.

GvEA T-32/03, 8 maart 2005. Leder & Schuh / OHMI - Schuhpark Fascies (JELLO SCHUHPARK)„Gemeinschaftsmarke – Widerspruchsverfahren – Ältere nationale Wortmarke ‚Schuhpark‘ – Anmeldung des Wortzeichens ‚JELLO SCHUHPARK‘ als Gemeinschaftsmarke – Relatives Eintragungshindernis – Teilweise Zurückweisung der Anmeldung – Artikel 8 Absatz 1 Buchstabe b der Verordnung (EG) Nr. 40/94". Nog geen Nederlandse vertaling)

Arrest Gerechtshof 's-Gravenhage, 24 februari 2005, nr. R04/343LJN: AS8357, eerste aanleg - meervoudig 'E.ON voert - kort gezegd en voorzover relevant - aan dat de tekens NEUE ENERGIE, NEW ENERGY en NIEUWE ENERGIE niet uitsluitend beschrijvend zijn voor de betrokken diensten, dat de tekens door het gebruik daarvan als merk onderscheidend vermogen hebben verkregen en dat het Benelux-Merkenbureau op onjuiste althans onvolledige wijze heeft onderzocht of de desbetreffende tekens zijn ingeburgerd.

Vonnis vzngr Rechtbank Arnhem, 03 maart 2005, nr. 119974, LJN: AS8572, kort geding. Bakkerij ’t Stoepje' (pré DBBW, nieuwe zaak vandaag gewonnen door JH & JvM, vonnis volgt) Franchiseovereenkomst; Mededingingsrecht; Merkenrecht; Onrechtmatige daad,  Natte Keek.

Vonnis Rechtbank Leeuwarden, 04-03-2005, nr. 54409 / HA ZA 02-0674, LJN: AS8738 Benelux merkenrecht. Green Smiles, Fair Smiles, Eco Miles. Rangorde en nietigverklaring. Kwade trouw. Eind- en tussenvonnis.

IEF 96

Octrooirecht

Record aantal octrooiaanvragen in 2004.

Het WIPO meldt op haar website dat in 2004 maar liefst 120 duizend PCT aanvragen zijn ingediend, een stijging van 4,3% ten opzichte van 2003. Bijna een derde van deze aanvragen is afkomstig uit de VS. Nederland staat met 4458 aanvragen op een niet onverdienstelijke zesde plaats, net na Groot-Brittannie en nog voor Zuid-Korea, dat overigens wel een toename van bijna 20% zag. 

Nationale trots Philips blijft van alle internationale bedrijven de belangrijkste indiener van aanvragen: niet minder dan 2362 aanvragen werden er aangeleverd.

China diende ruim 37% meer aanvragen in dan in 2003, maar staat nog altijd op de dertiende plaats.

Lees hier het persbericht van het WIPO

IEF 95

BVIE: een afkorting om te onthouden

Het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (BVIE) is op 25 februari getekend. Daarmee is de tekst definitief vastgesteld. De volledige tekst van het verdrag, maar ook van het bijbehorende commentaar en het protocol privileges en immuniteiten is beschikbaar op de website van het BMB.

IEF 94

Keuringdienst van Reclames

NRC Handelsblad meldt dat bedrijven en reclamebureaus volgend jaar hun televisiespotjes en advertenties voorafgaand aan de campagnes kunnen laten toetsen door de stichting Reclame Code. Daarmee zouden ze dan kunnen voorkomen ze dat ze reclame na gegronde klachten voortijdig moeten stoppen.

Directeur Ancion van SRC. bespaart deze nieuwe dienst van de SRC ondernemingen en reclamebureaus gezichtsverlies en hoge advocatenkosten. Hij gaat er vanuit honderden aanvragen per jaar te zullen krijgen. Van de 3.000 klachten die vorige jaar zijn ingediend, werden er 2.000 afgewezen of geschikt.  1000 klachten leidden tot een procedure voor de RCC, die in 45 procent van de gevallen klagers helemaal of deels gelijk gaf. Adverteerders trokken veroordeelde reclame vrijwel altijd in. Het CGR kent overigens al enige tijd een vergelijkbare voorafgaande toetsing.

Hoe de Keuringdienst van Reclames om zal gaan met begrippen als 'goede smaak', 'het fatsoen' en 'niet nodeloos kwetsend.' is nog onbekend. Het wachten is bovendien op een keurmerkje of vignetje van de RCC waaraan de consument kan zien dat klagen geen zin meer heeft ('100% Code Conform', 'RCComform', 'Gekwetst? Klagen heeft geen zin!').

IEF 93

Pas op, achter je!

Door alle moties, intrekkingen en herformuleringen geen idee meer hoe het precies zit met het Europese softwareoctrooi? Terwijl het toch zo simpel is: het is gewoon één groot complot!

"Onder invloed van het octrooisysteem en lobbyisten uit de zakenwereld, staat de Europese Unie op het punt een gigantische vergissing te maken: om een wet aan te nemen die softwareoctrooien zou legaliseren.  Als dat gebeurt, dan zult u daarvoor moeten bloeden. De software-industrie in Europa zal ten prooi vallen aan afpersers zonder scrupules. U persoonlijk, uw huishouden, uw bedrijf, uw regering, iedereen." Op dezelfde site: octrooien zijn wapens!