IEF 19173

Conclusie A-G: geen betrekking op email, telefoonnummer of ip-adres

HvJ EU 2 apr 2020, IEF 19173; ECLI:EU:C:2020:261 (Constantin Film Verleih tegen YouTube en Google), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-a-g-geen-betrekking-op-email-telefoonnummer-of-ip-adres

HvJ EU A-G 2 april 2020, IEF 19173, IT 3119, IEFbe 3070; ECLI:EU:C:2020:261 (Constantin Film Verleih tegen YouTube en Google) Constantin Film Verleih is een Duitse onderneming die stelt houdster te zijn van de exclusieve gebruiksrechten van twee films. Zij eist dat het internetplatform YouTube en de moedermaatschappij Google informatie verstrekken over het e-mailadres, het telefoonnummer en het IP-adres van gebruikers die de betrokken films illegaal op YouTube hebben geüpload. Er is twijfel of de verzochte informatie valt onder het begrip “de naam en het adres” in de zin van artikel 8(2)a) van de richtlijn. Enerzijds zouden deze gegevens het enige doeltreffende middel voor de handhaving van intellectuele eigendomsrechten kunnen vormen, anderzijds zijn IP-adressen persoonsgegevens. Het Landgericht Frankfurt am Main heeft de vorderingen afgewezen. Het Oberlandesgericht Frankfurt am Main heeft in hoger beroep YouTube en Google veroordeeld om de e-mailadressen van de betrokken gebruikers te verstrekken en de overige vorderingen afgewezen. Het Bundesgerichtshof vraagt zich af of de geëiste informatie valt onder artikel 8(2)(a) van de Handhavingsrichtlijn en stelt prejudiciële vragen [IEF 18550].

De A-G is van mening dat artikel 8, lid 2, onder a), van richtlijn 2004/48 aldus moet worden uitgelegd dat het in deze bepaling gehanteerde begrip „namen en adressen” met betrekking tot een gebruiker die bestanden op internet heeft geplaatst die inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht, geen betrekking heeft op het e-mailadres, het telefoonnummer of het IP-adres dat is benut om deze bestanden online te plaatsen, noch op het IP-adres dat is benut bij de laatste toegang tot de gebruikersaccount.

IEF 19172

Prejudiciële vragen Ferrari-zaak

Duitse Gerechten 4 mrt 2020, IEF 19172; (Ferrari), http://www.ie-forum.nl/artikelen/prejudici-le-vragen-ferrari-zaak

Bundesgerichtshof 30 januari 2020, IEF 19172, IEFbe 3069; C-123/20 (Ferrari) Ferrari is producent van race- en sportauto’s. Haar topproduct op dit moment is de Ferrari FXX K, die slechts in een zeer geringe oplage werd geproduceerd en alleen voor ritten op circuits is bestemd; een gebruik op de openbare weg is niet toegestaan. Mansory Design & Holding vervaardigt montagestukken voor voertuigen van Ferrari. Sinds 2016 verkoopt zij onderdelen in het kader van tuning-kits („body-kits”) voor de Ferrari 488 GTB met de benaming „4XX”. Met de tuning-kits kan de straatuitvoering Ferrari 488 GTB worden veranderd, die sinds 2015 in een niet-gelimiteerde oplage wordt aangeboden. Door middel van deze tuning-kits lijkt de Ferrari 288 GTB op de zeldzame Ferrari FXX K. Ferrari stelt dat Masory Design & Holding met hun aanbod van kits inbreuk maken op een niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel van verzoekster.

Aan het HvJ EU worden ter uitlegging van artikel 11, lid 1 en lid 2, eerste zin, alsmede van artikel 4, lid 2, onder b), en artikel 6, lid 1, onder a), van verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende Gemeenschapsmodellen (PB L 3 van 5 januari 2002) de volgende prejudiciële vragen gesteld:

IEF 19170

NOS tast eer en goede naam van fotograaf aan

17 apr 2020, IEF 19170; ECLI:NL:RBAMS:2020:2364 (Eiser tegen NOS), http://www.ie-forum.nl/artikelen/nos-tast-eer-en-goede-naam-van-fotograaf-aan

Ktr. Rechtbank Amsterdam 17 april 2020, IT 3113; ECLI:NL:RBAMS:2020:2364 (Eiser tegen NOS) Eiser is piloot en fotograaf. In 2017 is hij verkozen tot “International Photographer of the Year”. Vanwege die reden heeft NOS een artikel gepubliceerd over eiser, samen met foto’s die eiser aan NOS beschikbaar heeft gesteld. Een jaar later, op 27 januari 2019, plaatst NOS een artikel met de titel “Copiloot heeft teveel gedronken, vlucht vanaf Schiphol geannuleerd”. Bij dit artikel is een van de foto´s van eiser geplaatst. Door het zonder toestemming plaatsen van de foto maakt NOS inbreuk op het auteursrecht van eiser. Het noemen van de naam van eiser (zonder dat duidelijk was dat die naam alleen op de foto betrekking had, zoals aanvankelijk het geval was) roept daarnaast het gevaar in het leven dat eiser met een dronken co-piloot wordt geassocieerd. Het is niet zo dat het artikel eiser ten onrechte aanmerkt als dronken co-piloot. Het gaat om een mogelijk verkeerde indruk die bij lezers kan ontstaan. Dit is reeds voldoende om aan te nemen dat hij in zijn eer en goede naam is aangetast.

IEF 19169

HvJ EU geeft uitleg van richtlijn 2008/95

HvJ EU 23 apr 2020, IEF 19169; ECLI:EU:C:2020:296 (Gömböc), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-geeft-uitleg-van-richtlijn-2008-95

HvJ EU 23 april 2020, IEF 19169, IEFbe 3067; ECLI:EU:C:2020:296 (Gömböc) Gömböc heeft een aanvraag gedaan voor inschrijving van een driedimensionaal teken als merk voor siervoorwerpen (overkoepelend en siervoorwerpen van glas en keramiek) en speelgoederen in Hongarije bij het Bureau voor IE. Het Bureau heeft deze aanvraag op basis van een weigeringsgrond in de Hongaarse Merkenwet afgewezen. De inschrijving als speelgoed is geweigerd omdat het teken een vorm is die noodzakelijk geacht wordt voor de technische uitkomst van Gömböc, wat de keuzevrijheid van concurrenten zou beperken. Met betrekking tot het merk als siervoorwerp stelt het Bureau dat siervoorwerpen worden uitgesloten van merkregistratie als ze uitsluitend bestaan uit de vorm, en de Gömböc ontleent zijn opvallende verschijningsvorm aan het ontwerp. Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 3, lid 1, onder e), ii) en iii), van richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de aanpassing van het merkenrecht van de lidstaten (PB 2008, L 299, blz. 25).

Beantwoording van de prejudiciële vragen:

IEF 19168

Principaal cassatieberoep van Montis wordt verworpen

Hoge Raad 17 apr 2020, IEF 19168; ECLI:NL:HR:2020:750 (Montis tegen verweerster), http://www.ie-forum.nl/artikelen/principaal-cassatieberoep-van-montis-wordt-verworpen

HR 17 april 2020, IEF 19168; ECLI:NL:HR:2020:750 (Montis tegen verweerster) Auteursrecht. Rechtsgevolgen van het vervallen per 1 december 2003 van het vereiste van een instandhoudingsverklaring (art. 21 lid 3 (oud) BTMW) voor een auteursrecht ten aanzien van een werk van toegepaste kunst dat reeds voordien was vervallen wegens het niet tijdig afleggen van een instandhoudingsverklaring. In deze zaak, betreffende auteursrecht op een stoelmodel, heeft de Hoge Raad bij arrest van 13 december 2013 ECLI:NL:HR:2013:1881 vragen van uitleg van de eenvormige Beneluxwet inzake tekeningen en modellen gesteld aan het Benelux-Gerechtshof.

IEF 19167

Geen aanspraak op terugbetalen van depotbedrag

Rechtbank Amsterdam 22 apr 2020, IEF 19167; (Mimex tegen Pip), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-aanspraak-op-terugbetalen-van-depotbedrag

Rechtbank Amsterdam 22 april 2020, IEF 19167; C/13/66S023 / HA ZA 19-418 (Mimex tegen Pip) Geschil tussen een licentiegever en haar voormalig licentienemer, met betrekking tot de beëindiging van de merkenlicentie. Mimex is een onderneming in de verkoop van gelicenseerde producten. Pip houdt zich bezig met het ontwerpen en verkopen van producten met logo's en merken waarvan zij licentiehouder is. Mimex stelt onder meer dat uit de tussen partijen gesloten depot-overeenkomst volgt dat Pip het depotbedrag van € 150.000,00 moet terugbetalen als de licentieovereenkomst eindigt. De vorderingen worden afgewezen. De vaststellingsovereenkomst moet zo worden uitgelegd dat de partijen daarbij zijn overeengekomen dat Mimex -  na betaling van de afkoopsom van € 600.000,00 door Pip -  geen aanspraak meer kan maken op terugbetaling van het depotbedrag van € 150.000,00 door Pip.

IEF 19166

Conclusie P-G in de zaak AMP tegen Sena en RTL

24 apr 2020, IEF 19166; (AMP tegen Sena en RTL), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-p-g-in-de-zaak-amp-tegen-sena-en-rtl

HR Conclusie P-G 24 april 2020, IEF 19166; 19/02785 (AMP tegen Sena en RTL) Het gaat hier om de vraag of Sena aan een producent van fonogrammen (AMP) en een uitvoerend kunstenaar (Joosten) een billijke vergoeding als bedoeld in art. 7 WNR moet betalen voor het gebruik van het muzieknummer ‘Lolly’ in Tell Sell-homeshoppingprogramma’s in de periode 2007-2012. Volgens het hof is dat niet het geval, omdat de fonogrammenproducent en de uitvoerend kunstenaar zelf met de gebruiker van het muzieknummer een billijke vergoeding voor uitzending van het muzieknummer zijn overeengekomen [IEF 18397] en [IEF 16573]. Tegen dit oordeel wordt in het principale cassatieberoep met verschillende rechts- en motiveringsklachten opgekomen. Het principale cassatieberoep van AMP c.s. slaagt. P-G mr. R.H de Bock concludeert tot vernietiging van het arrest en terugverwijzing naar het hof. Individuele rechthebbenden als AMP c.s. hebben niet de mogelijkheid om buiten Sena om een billijke vergoeding overeen te komen.

 

 

IEF 19165

BBIE verliest bij Hoge Raad

Hoge Raad 24 apr 2020, IEF 19165; ECLI:NL:HR:2020:790 ((BBIE tegen Universiteit van Amsterdam)), http://www.ie-forum.nl/artikelen/bbie-verliest-bij-hoge-raad

HR 24 april 2020, IEF19165; ECLI:NL:HR:2020:790 (BBIE tegen Universiteit van Amsterdam) In cassatie op [IEF 18164]. Beroep van Benelux-Bureau tegen het bevel van het hof tot inschrijving van het merk AMSTERDAM UNIVERSITY voor merchandise. Art. 81 lid 1 RO. Merkenrecht. In de kern klaagt het Bureau dat het hof heeft miskend dat het teken beschrijvend is en op basis van Europese jurisprudentie niet tot het oordeel had kunnen komen dat het teken voldoende onderscheidend is, zie de Conclusie [IEF 18909]. Het beroep wordt verworpen.

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

IEF 19164

Jubileumuitgave Veertig jaar Auteursrechtbelangen

De Federatie Auteursrechtbelangen kijkt met genoegen terug op haar jubileumbijeenkomst die op 3 februari van dit jaar heeft plaatsgevonden in de Koninklijke Schouwburg van Den Haag. In 2019 bestond de stichting 35 jaar en, net zoals in 2004 toen de stichting 20 jaar bestond, is tijdens de jubileumbijeenkomst ook vijf jaar vooruitgekeken met de voorzitters van de drie constituerende platforms: Platform Makers, Platform Creatieve Media Industrie en VOI©E.

Net als in 2004 hebben we de terug- en vooruitblik bijeengebracht in een (nu digitale) jubileumuitgave “Veertig jaar Auteursrechtbelangen” die u hier kunt downloaden. Het in 2004 gepubliceerde meerjarenoverzicht is hiermee aangevuld tot 2020. Dit meerjarenoverzicht geeft een chronologisch beeld van alle relevante ontwikkelingen op het terrein van auteursrecht en naburige rechten en de activiteiten van de stichting sinds de oprichting in 1984.

Het voorwoord is van onze secretaris van het eerste uur, Willem Wanrooij, die tijdens de bijeenkomst door minister Dekker werd verrast met de Bronzen Krokus van het Lange Voorhout voor zijn grote verdienste voor het belang van rechthebbenden bij het auteursrecht en de naburige rechten. De tekst van de speech van de minister is ook in de jubileumuitgave opgenomen, alsmede een overzicht van alle mensen die vanaf 1984 in het bestuur hebben geholpen om de gezamenlijke belangen te behartigen.

Het meerjarenoverzicht is ook te vinden op de webpagina’s van de Federatie en zal voortaan jaarlijks up-to-date worden gehouden.

IEF 19163

Octrooi op medisch hulpmiddel vernietigbaar bij gebrek aan inventiviteit

Rechtbank Den Haag 23 okt 2019, IEF 19163; ECLI:NL:RBDHA:2019:11142 (Biolitec tegen Tobrix), http://www.ie-forum.nl/artikelen/octrooi-op-medisch-hulpmiddel-vernietigbaar-bij-gebrek-aan-inventiviteit

Rechtbank Den Haag 23 oktober 2019, IEF 19163, LS&R 1813; ECLI:NL:RBDHA:2019:11142 (Biolitec tegen Tobrix) Tussenvonnis. Biolitec legt zich toe op de ontwikkeling en productie van medische lasersystemen en optische vezels. Tobrix exploiteert een groothandel in medische instrumenten en laboratoriumbenodigdheden.Tobrix produceert en verhandelt – onder meer – twee soorten radiaal fibers (radiaal vezels), de TXMF600R en de TXMF400R. Biolitec is houdster van octrooi EP 2 620 119 B1 (EP 119), dat betrekking heeft op een ‘Endoluminal laser ablation device for treating veins’. Het octrooi van Biolitic is vernietigbaar bij gebrek aan inventiviteit. Biolitic mag nog reageren op het verweer tegen subsidiaire hulpverzoeken. Een provisioneel inbreukverbod is niet toewijsbaar want die hulpverzoeken slagen voorshands niet. Zie ook [LS&R 1810].

IEF 19162

Korting van Buma en Sena is niet onvoorwaardelijk

Kantonrechter 8 apr 2020, IEF 19162; ECLI:NL:RBNHO:2020:2643 (Buma en Sena tegen Molengroet), http://www.ie-forum.nl/artikelen/korting-van-buma-en-sena-is-niet-onvoorwaardelijk

Ktr. Rechtbank Noord-Holland 8 april 2020, IEF 19162; ECLI:NL:RBNHO:2020:2643 (Buma en Sena tegen Molengroet) Buma en Sena zijn belast met de inning van vergoedingen betreffende auteursrechten op muziekwerken. Hotel Molengroet c.s. maken muziek openbaar als bedoeld in artikel 7 lid 1 Wet op de naburige rechten en artikel 12 Auteurswet en dienen daarvoor aan Sena een billijke vergoeding te betalen.
Molengroet c.s. hebben de vergoeding voor 2019, ook na aanmaning, niet voldaan. De verstrekte korting van 33,33 % is daarom komen te vervallen. Molengroet c.s. betwisten de vordering. Zij voeren aan – samengevat – dat zij door het seizoensgebonden karakter van het bedrijf de facturen niet binnen de betalingstermijn kunnen voldoen, en dat de korting altijd wordt toegekend en een machtsmiddel is om betaling af te dwingen. Bij een eerdere late betaling door Molengroet werd wel korting gegeven, maar dat betekent niet dat kortingen onvoorwaardelijk zijn. Ook kan er geen gerechtvaardigd vertrouwen aan worden ontleend. Dat Molengroet c.s. een seizoensgebonden bedrijf hebben, maakt het voorgaande niet anders. Zij hadden contact kunnen opnemen om afspraken over de betaling te maken.

IEF 19161

Horloges zijn zonder toestemming de EER binnengebracht

Rechtbank Den Haag 15 apr 2020, IEF 19161; ECLI:NL:RBDHA:2020:3417 (Armani tegen ITG), http://www.ie-forum.nl/artikelen/horloges-zijn-zonder-toestemming-de-eer-binnengebracht

Rechtbank Den Haag 15 april 2020, IEF 19161; ECLI:NL:RBDHA:2020:3417 (Armani tegen ITG) Armani is een modehuis en beschikt over verschillende intellectuele eigendomsrechten, waaronder Uniewoord-(/beeld)merken geregistreerd voor uurwerken en tijdmeetinstrumenten. ITG is een Nederlandse groothandel in uurwerken en sieraden. In een brief van 27 februari 2019 heeft de Nederlandse Douane Armani's merkgemachtigde geïnformeerd over de vasthouding / schorsing van de vrijgave van horloges. ITG heeft inbreuk gemaakt op het Uniemerk van Armani op grond van art. 9 lid 2 sub a UMVO bij ontbreken van toestemming van de merkhouder om goederen de EER binnen te brengen. De in het kader van APV-procedure verkregen informatie is niet onrechtmatig verkregen en mag worden gebruikt in onderhavige inbreukprocedure.

IEF 19160

Geen toestemming van de merkhouder om handhavend op te treden

Rechtbank Den Haag 8 apr 2020, IEF 19160; ECLI:NL:RBDHA:2020:3286 (Silk Cosmetics tegen White Sea), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-toestemming-van-de-merkhouder-om-handhavend-op-te-treden

Rechtbank Den Haag 8 april 2020, IEF 19160; ECLI:NL:RBDHA:2020:3286 (Silk Cosmetics tegen White Sea) Verstek. Merkinbreuk. Vorderingen worden afgewezen omdat niet gesteld of gebleken is dat de sublicentiehouder de vorderingen met toestemming van de merkhouder heeft ingesteld.

IEF 19159

Bevel tot vernietiging van de geretourneerde medische producten

Rechtbank Rotterdam 22 apr 2020, IEF 19159; ECLI:NL:RBROT:2020:3961 (J&J tegen Fengh), http://www.ie-forum.nl/artikelen/bevel-tot-vernietiging-van-de-geretourneerde-medische-producten

Rechtbank Rotterdam 22 april 2020, IEF 19159, LS&R 1812; ECLI:NL:RBROT:2020:3961 (J&J tegen Fengh) J&J ontwikkelt en verhandelt wereldwijd medische hulpmiddelen, waaronder hulpmiddelen voor wondhechting bij chirurgische ingrepen. Zij brengt deze hulpmiddelen via haar Ethicon-divisie op de markt. Fengh vervaardigt en verhandelt eveneens medische hulpmiddelen. Deze zaak betreft een internationaal geschil, J&J is gevestigd in Nederland en Fengh China in China. J&J stelt onder meer dat Fengh haar (Ethicon)producten nabootst en verhandelt. Fengh wordt veroordeeld tot terugroeping van alle Fengh-producten bij haar afnemers en vernietiging van de geretourneerde producten en van haar eigen voorraad. Fengh heeft door de Fengh-producten aan te bieden en te verkopen onrechtmatig gehandeld jegens J&J. Wat betreft de cartridges handelt Fengh in strijd met de wetgeving over medische hulpmiddelen.

IEF 19158

Inhoudsopgave Intellectuele Eigendom en Reclamerecht (IER)

Inhoudsopgave van het tijdschrift Intellectuele Eigendom en Reclamerecht (IER) 2020-2.

Kroniek
Nr. 9    Kroniek over 2019 / Redactie    p. 63

Vizier
Nr. 10    De voor IE relevante bepalingen uit het Terugtrekkingsakkoord en de Politieke Verklaring / Mr. H.M.H. Speyart    p. 101

Jurisprudentie
Auteursrecht
Nr. 11    8-11-2019 Rechtbank Midden-Nederland (Stichting Brein/Van S.), m.nt.    p. 104
Nr. 12    12-9-2018 Rechtbank Amsterdam (Marakesh/Marrakech), m.nt. mr. L.R.Bekke & mr. R.C.K. van Oerle    p. 112

Merkenrecht
Nr. 13    6-9-2018 HvJ EU (Neuschwanstein), m.nt. mr. L.R.Bekke & mr. R.C.K. van Oerle onder IER 2020/12    p. 116
Nr. 14    19-11-2019 Vrz. Rb. Rotterdam (Wafloma/q.q.), m.nt. Redactie    p. 125

IEF 19155

Documentairemakers hoeven materiaal over sushiketen niet te verstrekken

Rechtbank Amsterdam 13 mrt 2020, IEF 19155; ECLI:NL:RBAMS:2020:1728 (Fiod-film), http://www.ie-forum.nl/artikelen/documentairemakers-hoeven-materiaal-over-sushiketen-niet-te-verstrekken

Vzr. Rechtbank Amsterdam 13 maart 2020, IEF 19155, IT 3111;  ECLI:NL:RBAMS:2020:1728 (Fiod-film) Kort geding. Eiser expoiteert een landelijke sushirestaurantketen en is gedaagde in een strafzaak, op verdenking van belastingfraude. Gedaagden (in deze zaak) zijn betrokken bij de totstandkoming van een documentaire met de werktitel “Het Werk van de FIOD”. Ten behoeve van die film is op 11 juli 2014 een mediacontract afgesloten tussen het OM en de producent van de film. KRO-NCRV is van plan de film op televisie uit te zenden. In artikelen in NRC over de totstandkoming van de film staat onder meer dat de strafzaak van eiser zonder zijn medeweten centraal staat, en dat geheime tapgesprekken zijn gefilmd.
Eisers vorderen o.a. inzage in het ruwe beeld- en geluidsmateriaal, afgifte van harddisks en transcripties van de tapgesprekken. De gevraagde voorziening wordt geweigerd. In het licht van de gegeven omstandigheden hebben gedaagden voldoende rekening gehouden met de privacybelangen van eisers. De omstandigheid dat gedaagden bij de totstandkoming van de film wellicht gebruik hebben gemaakt van informatie waarvan de verkrijging op gespannen voet staat met in acht te nemen ambtsgeheimen, is onvoldoende om op voorhand tot inperking van de journalistieke vrijheden over te gaan. Ook uit artikel 15 AVG volgt niet dat eisers zonder meer een recht op inzage hebben in over hen verzameld materiaal. Voor zover gedaagden aangemerkt moeten worden als verwerkingsverantwoordelijke komt daarbij dat zij zich met succes kunnen beroepen op de journalistieke exceptie in de (artikelen 43 Uitvoeringswet AVG jo. 85) AVG.

IEF 19156

Nog enkele plekken beschikbaar voor ePrivacy webinar op woensdag 22 april

De nieuwe ePrivacy Verordening laat nog even zich wachten. Tot de invoering doen we het met de regels die er zijn. Welke zijn dat? Hoe is online privacy op dit moment geregeld? Welke regels gelden er voor bijvoorbeeld cookies, en wat vindt de toezichthouder daarvan? En hoe gaan we om met direct marketing? Wat mag en kan nog, met de KNLTB-boete in het achterhoofd? En, last but not least: hoe staat het met de handhaving?

Dit en meer wordt beantwoord tijdens de korte online Actualiteitenflits ePrivacy van deLex op woensdag 22 april, door Herwin Roerdink (partner bij Vondst Advocaten). We zorgen voor een informatieve, interactieve sessie met ruimte voor vragen.

Accreditatie: 1 opleidingspunt. Inschrijven kan direct via de website. Wil je meer informatie? Mail naar info@delex.nl

Let op: meld je tijdig aan, het aantal plaatsen is beperkt!

IEF 19157

Zonder toestemming vertonen van wedstrijdbeelden in café

Rechtbank Den Haag 10 feb 2020, IEF 19157; ECLI:NL:RBDHA:2020:2141 (Eredivisie tegen uitbater), http://www.ie-forum.nl/artikelen/zonder-toestemming-vertonen-van-wedstrijdbeelden-in-caf

Vzr. Rechtbank Den Haag 10 maart 2020, IEF 19157; ECLI:NL:RBDHA:2020:2141 (Eredivisie tegen uitbater) Kort geding. Verstekvonnis. Inbreuk op auteursrechten door zonder toestemming wedstrijdbeelden uit de Eredivisie in een café te vertonen. De uitbater wordt veroordeeld tot betaling van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere dag of een gedeelte daarvan dat zij in strijd handelt met het opgelegde gebod de inbreuk te staken, met een maximum van € 15.000,-.

IEF 19154

Feitelijke beoordeling van areaaloverschrijding bij bloementeelt

Rechtbank Den Haag 25 mrt 2020, IEF 19154; ECLI:NL:RBDHA:2020:2736 (B. Elisabeth), http://www.ie-forum.nl/artikelen/feitelijke-beoordeling-van-areaaloverschrijding-bij-bloementeelt

Rechtbank Den Haag 25 maart 2020, IEF 19154; ECLI:NL:RBDHA:2020:2736 (B. Elisabeth) Kwekersrecht. Eiser is een vof in het kweken en veredelen van teeltrassen, waaronder het ras B. Elisabeth, soort Lysimachia. De vof is houdster van een communautair kwekersrecht voor het ras. Het ras wordt over het algemeen geteeld als sierbloem. Gedaagde drijft een onderneming in het telen van gewassen. De vof en gedaagde zijn in februari 2011 een koopovereenkomst aangegaan met betrekking tot 1500 kopstekken van het ras. In januari van de jaren 2012-2015 heeft gedaagde voor de licentierechten voor het telen van planten van het ras op een areaal van 120 m2 betaald. De vof stelt echter dat er vanaf 2012 in het bedrijf van gedaagde sprake was van areaaloverschrijding en illegale vermeerdering, hetgeen in strijd is met artikel 57 ZPW4.  De hoeveelheid areaaloverschrijding en de vermeerdering planten van het ras worden feitelijk beoordeeld. Geen schade door niet melden rooien en vernietiging; geen misbruik van procesrecht.