IEF 18365

Openbaar en publiek uitvechten van verschillende (politieke) visies over de vastgoedontwikkeling Heerlen niet onrechtmatig

Rechtbanken 22 jan 2019, IEF 18365; ECLI:NL:RBLIM:2019:515 (Metroprop tegen Socialistische partij), http://www.ie-forum.nl/artikelen/openbaar-en-publiek-uitvechten-van-verschillende-politieke-visies-over-de-vastgoedontwikkeling-heerl

Vzr. Rechtbank Limburg 22 januari 2019, IEF 18365, IT 2736; ECLI:NL:RBLIM:2019:515 (Metroprop tegen Socialistische partij) Mediarecht. Metroprop is eigenaar van diverse onroerende zaken in Heerlen. Gedaagde is onder andere fractievoorzitter van de SP in Heerlen. Op een initiatief van SP Heerlen is een website online gezet met kritiek op de staat van panden van Metropop. De uitingen op de website (en Facebookpagina’s) zijn niet onrechtmatig. Het betreft een openbaar en publiek uitvechten van verschillende (politieke) visies over de (vastgoed)ontwikkeling van Heerlen in welk kader partijen meer dienen te tolereren dan privépersonen. Het is onvoldoende aannemelijk dat gedaagden “op de man” spelen of onrechtmatige uitingen jegens eisers buiten het toelaatbare in het kader van het publieke en politieke debat hebben gedaan. Het recht op vrije meningsuiting van gedaagden in het onderhavige geval weegt zwaarder dan het recht op bescherming van eer en goede naam van eisers.

IEF 18364

Varrotec maakt zich schuldig aan onrechtmatige concurrentie

Rechtbanken 18 jan 2019, IEF 18364; ECLI:NL:RBOBR:2019:251 (Arkema tegen Varrotec), http://www.ie-forum.nl/artikelen/varrotec-maakt-zich-schuldig-aan-onrechtmatige-concurrentie

Rechtbank Oost-Brabant 18 januari 2019, IEF 18364; ECLI:NL:RBOBR:2019:251 (Arkema tegen Varrotec) Kort geding, misbruik van geheime bedrijfsgegevens/onrechtmatige concurrentie. De vorderingen zijn gebaseerd op de stelling dat gedaagde geheime bedrijfsgegevens/klantenbestanden zou hebben van eiseres, daar misbruik van zou maken en zich op deze wijze schuldig zou maken aan onrechtmatige concurrentie. Eiseres is er niet in geslaagd deze stellingen voldoende aannemelijk te maken, zodat de vorderingen worden afgewezen. Gedaagde wordt verboden derden te wijzen op een niet bestaande handelsrelatie met eiseres, evenals het gebod een kennisgeving hieromtrent op haar website te plaatsen.

IEF 18363

Niet voorzien in oordeel van architect die andere inzichten over schuifpui kan brengen

Rechtbank Utrecht , IEF 18363; ECLI:NL:RBUTR:2004:1844 (X tegen Vereniging van eigenaren), http://www.ie-forum.nl/artikelen/niet-voorzien-in-oordeel-van-architect-die-andere-inzichten-over-schuifpui-kan-brengen

Ktr. Rechtbank Utrecht 19 mei 2004, IEF 1863; ECLI:NL:RBUTR:2004:1844 (X tegen Vereniging van eigenaren). Verzoeker wil een schuifpui aanbrengen, de vereniging van eigenaren stemt niet in. De vve heeft er belang bij om inbreuken op het architectonische uiterlijk van het gebouw te voorkomen, terwijl de door verzoekers gewenste verandering zonder meer als een dergelijke inbreuk moet worden beschouwd. Aan het gebouw zijn niet eerder voorzieningen aangebracht waarvoor hetzelfde geldt. Verzoeker kan zich daarom niet op precedentwerking of het beginsel van gelijke behandeling  beroepen. Er is niet voorzien in een oordeel van een architect die andere inzichten kon brengen. Het verzoek van eiser wordt afgewezen.

IEF 18366

Paul Geerts - noot onder Rb. Midden-Nederland Woonvoorziening/Sena en Buma

P.G.F.A. Geerts, Noot onder Rb. Midden-Nederland 19 september 2018 (Woonvoorziening/Sena en Buma), IEF 18366; eerder gepubliceerd in IER 2019/3, p. 21-28. 1. Veel auteurs hebben er inmiddels op gewezen dat de jurisprudentie van het HvJ EU met betrekking tot het begrip ‘mededeling aan het publiek’ in de zin van art. 3 ARl moeilijk te doorgronden en te begrijpen is. Zo spreekt Quaedvlieg in het laatste IER-nummer van vorig jaar over:

“de vele jurisprudentiële aanbouwbegrippen die het Hof rond de ‘mededeling aan het publiek’ heeft opgetrokken, zoals de geïndividualiseerde beoordeling; de interventie met volledige kennis van de gevolgen; het ‘onbepaald’ aantal personen van het publiek; het ‘nieuw’ publiek; het ‘nieuw’ audiovisueel product. Het Europese Hof heeft daarmee een systeem opgezet waarover men moeilijk overzicht houdt. Dat resulteert in inconsequenties en wendingen”.

2. Volgens Quaedvlieg (p. 490) zou de helderheid gediend zijn als met minder begrippen volstaan kon worden. Volgens hem komt het op de eerste plaats aan:

“op de begrippen ‘mededeling’, ‘publiek’, ‘toegang’ en ‘andere organisatie’. Waar toepasselijk zal daarbij komen het begrip ‘louter fysieke faciliteiten’. Dat zijn vijf kernbegrippen, terug te voeren op hard verdragsrecht. De heldere invulling van deze vijf concepten zou voorop moeten staan. Dat is zinvoller dan de uitdieping of zelfs de uitbouw van de talrijke secundaire (niet aan de wet ontleende) maatstaven die rond het begrip ‘mededeling aan het publiek’ zijn komen cirkelen, en die het omringen met een uitdijende begrippenbureaucratie”.

IEF 18362

Foto's van verticale teeltinstallatie zijn onrechtmatige verkrijging know how

Rechtbanken 20 mrt 2019, IEF 18362; ECLI:NL:RBDHA:2019:2729 (Future Crops tegen Certhon), http://www.ie-forum.nl/artikelen/foto-s-van-verticale-teeltinstallatie-zijn-onrechtmatige-verkrijging-know-how

Rechtbank Den Haag 20 maart 2019, IEF 18362, LS&R 1697; ECLI:NL:RBDHA:2019:2729 (Future Crops tegen Certhon) Bedrijfsgeheimen. Future Crops drijft een onderneming in de verticale teelt van kruiden, Certhon drijft een onderneming die zich bezig houdt met de bouw van tuinbouwkassen en de verwarmings- en luchtbehandelingstechniek daarvan. Future Crops wil haar gewassen telen in een hal, en heeft om deze in te richten diverse opdrachtnemers aangenomen. Certhon was een potentiële opdrachtnemer, en heeft in het kader van de onderhandelingen een geheimhoudingsverklaring getekend. Toen de opdracht aan Certhon is verstrekt zijn verdere afspraken omtrent geheimhouding gemaakt. In weerwil van de gemaakte afspraken hebben werknemers van Certhon beeldopnamen van de hal gemaakt. Allereerst heeft Future Crops, mede gelet op de genuanceerde stelplicht in verband met het geheime karakter van haar knowhow, voldoende onderbouwd dat er sprake is van unieke kennis. Ook is het aannemelijk dat de knowhow handelswaarde heeft nu Future Crops hier veel tijd en geld in heeft geïnvesteerd. Het nemen van foto’s van deze knowhow is een onrechtmatige handeling jegens Future Crops. Niet is komen vast te staan dat er sprake is van een concrete dreiging dat Certhon de door haar verkregen knowhow gebruikt of deelt met derden. Certhon heeft onrechtmatig gehandeld door zich onbevoegd te begeven bij fase 1 en aldaar het luchtgordijn, het irrigatiesysteem en de kweekbakken die daarop aansluiten van dichtbij te bekijken en te fotograferen.

IEF 18361

Auteursrechten komen toe aan producent, niet aan afnemer private label

Rechtbanken 21 nov 2018, IEF 18361; ECLI:NL:RBAMS:2018:8424 (Esterel tegen X en Cobeco), http://www.ie-forum.nl/artikelen/auteursrechten-komen-toe-aan-producent-niet-aan-afnemer-private-label

Rechtbank Amsterdam 18 november 2018, IEF18361; ECLI:NL:RBAMS:2018:8424 (Esterel tegen X en Cobeco)  Auteursrecht. Gedaagde verkoopt producten van Esterel als groothandel. Cobeco produceert producten als 'private label', ook voor gedaagde. De auteursrechten op de verpakkingen komen toe aan Esterel. Deze zijn niet overgegaan op gedaagde omdat gedaagde een moederbedrijf is dat het bedrijf dat de verpakking zou hebben ontworpen heeft overgenomen. Er is geen daartoe bestemde akte voor auteursrechtoverdracht. Esterel heeft stukken overgelegd waaruit volgt dat bepaalde producten door derden zijn ontworpen en de auteursrechten aan haar zijn overgedragen. De overige producten zijn door eigen ontwerpers ontworpen en op grond van het werkgeversauteursrecht is Esterel is rechthebbende. Omdat de totaalindrukken van de verpakkingen met die van de Cobeco-producten overeenkomen, is er sprake van auteursrechtinbreuk . De rechtbank is onbevoegd voor wat betreft de inbreuk op de Uniemerken.

IEF 18360

Schorsing, maar wel internationaal en relatief bevoegd bij model Rustic Twist-friet

Rechtbank Den Haag 27 mrt 2019, IEF 18360; ECLI:NL:RBDHA:2019:2931 (McCain tegen Simplot Company), http://www.ie-forum.nl/artikelen/schorsing-maar-wel-internationaal-en-relatief-bevoegd-bij-model-rustic-twist-friet

Rechtbank Den Haag 27 maart 2019, IEF 18360; ECLI:NL:RBDHA:2019:2931 (McCain tegen Simplot Company) Gemeenschapsmodellenrecht. McCain-concern houdt zich wereldwijd bezig met de productie van voedingsmiddelen, waaronder Rustic Twist-friet, een bevroren aardappelproduct. Verweerder Simplot is een Amerikaanse onderneming van onder meer Simplot Sidewinders-friet, die zij – in ieder geval – in Noord-Amerika op de markt brengt en houdster van het gemeenschapsmodel. De voorzieningenrechter oordeelde eerder [IEF 17095] dat in totaal 70% van de frieten in een zak Rustic Twist inbreukmakend is ten opzichte van het model en bevolen iedere inbreuk op het model te staken en gestaakt te houden. De verbodsvordering ten aanzien van alle landen van de EU wordt toegewezen. De rechtbank oordeelt in reconventie dat zij bevoegd is op grond van artikel 8 lid 3 Brussel Ibis-Vo voor verbodsvordering. Deze bevoegdheid is niet beperkt tot Nederland op grond van 82 en 83 GModVo. Schorsing procedure ivm nietigheidsprocedure EUIPO. Aanhouding conventie .

IEF 18359

Onrechtmatigheid foto is onvoldoende grond om openbaarmaking biografie te verbieden

Rechtbanken 19 dec 2018, IEF 18359; ECLI:NL:RBAMS:2018:9089 (Nabestaanden tegen uitgeverij), http://www.ie-forum.nl/artikelen/onrechtmatigheid-foto-is-onvoldoende-grond-om-openbaarmaking-biografie-te-verbieden

Rechtbank Amsterdam 19 december 2018, IEF 18359; ECLI:NL:RBAMS:2018:9089 (Nabestaanden tegen uitgeverij)  Portretrecht. Eisers zijn nabestaanden met een exclusief portretrecht op foto's van een familielid. Gedaagde is uitgever van een biografie van het (bekende) familielid, met op de omslag een foto. Voor het gebruik van de foto hebben eisers geen toestemming verleend. Eisers kunnen in beginsel aanspraak maken op een redelijke vergoeding voor het gebruik van de foto. Omdat gedaagde niet voorafgaand de openbaarmaking een redelijke vergoeding heeft aangeboden, moet worden geconcludeerd dat de openbaarmaking van de foto onrechtmatig is. Deze onrechtmatigheid is echter onvoldoende grond om verdere openbaarmaking te verbieden. Hiervoor moet namelijk meer aan de hand zijn, zoals dat de openbaarmaking van de foto afbreuk doet aan of schadelijk is voor de reputatie van het familielid. Het debat over de omvang van de gestelde schade is nog onvoldoende gevoerd. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 

IEF 18358

Margriet moet artikel “Geen contact meer met je ouders” rectificeren

Rechtbanken 27 feb 2019, IEF 18358; ECLI:NL:RBAMS:2019:2298 (X tegen Sanoma), http://www.ie-forum.nl/artikelen/margriet-moet-artikel-geen-contact-meer-met-je-ouders-rectificeren

Vzr. Rechtbank Amsterdam 27 maart 2019, IEF 18358; ECLI:NL:RBAMS:2019:2298 (X tegen Sanoma) Mediarecht. Uit het persbericht: Weekblad Margriet moet een artikel met als onderwerp “Geen contact meer met je ouders” rectificeren. Dat heeft de voorzieningenrechter bepaald. In het artikel staat het persoonlijke verhaal van een vrouw die zegt te hebben gebroken met haar inmiddels overleden moeder. De zus van de vrouw kon zich in dit verhaal helemaal niet vinden. Zij en tal van familieleden, vrienden en kennissen van de overleden moeder hebben een veel positiever beeld van haar. In zo’n geval is het zorgvuldig dat daaraan ook ruimte wordt geboden. Daartoe is een rectificatie geboden, zeker nu Margriet al eerder had toegezegd dit recht te zetten.

IEF 18354

Erwin-Angad-Gaur - Reflecties: Schuld

Erwin-Angad-Gaur, 'Reflecties - Schuld', in SENA Performers Magazine 2019/1, p.14-15. De muziek van Queen beleeft hoogtijdagen. In verkoop en in streams. Dankzij de film Bohemian Rhapsody, die prijs op prijs binnensleepte en bezoekersrecord na bezoekersrecord verbrak. Maar het succes van Queen had nog groter kunnen zijn. Als...

Als muziekmanager Simon Napier-Bell niet had verhinderd dat Queen in plaats van Wham! als eerste westerse rockband in communistisch China op mocht treden. Napier-Bell beschrijft het in I’m coming to take you to lunch, een kruising tussen een autobiografie, een schelmenroman en een rapportage; een unieke inkijk in de muziekindustrie.

IEF 18368

College ter beoordeling van geneesmiddelen mocht informatie inwinnen in het buitenland

Raad van State 25 apr 2018, IEF 18368; ECLI:NL:RVS:2018:1353 (IPS tegen College ter beoordeling van geneesmiddelen), http://www.ie-forum.nl/artikelen/college-ter-beoordeling-van-geneesmiddelen-mocht-informatie-inwinnen-in-het-buitenland
Medicijnen

ABRvS 25 april 2018, IEF 18368; LS&R 1698; ECLI:NL:RVS:2018:1353 (IPS tegen College ter beoordeling van geneesmiddelen) Bij afzonderlijke besluiten van 3 juli 2012 heeft het College ter beoordeling van geneesmiddelen (hierna: het College) de door IPS aangevraagde parallelhandelsvergunningen voor de geneesmiddelen Diclofenac Gel Teva 1,16%, gel 11.6 mg/g (hierna: Diclofenac) en Adapaleen Teva 1 mg/g, gel (hierna: Adapaleen) geweigerd. Bij uitspraak van 25 juni 2015 heeft de rechtbank de door IPS tegen de besluiten van 1 maart 2013, 14 juni 2013 en 8 juli 2013 ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft IPS hoger beroep ingesteld. Zij voert gronden aan die betrekking hebben op het door het College gehanteerde beoordelingskader. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Dit omdat het College niet in strijd met het Unierecht heeft gehandeld, bevoegd was informatie in te winnen bij de Belgische en Franse autoriteiten, en binnen het beoordelingskader zorgvuldig heeft gehandeld en geoordeeld. Daarnaast ligt het niet op de weg van het College om gevaar voor de volksgezondheid te bewijzen, maar ligt het op de weg van de aanvrager van een parallelhandelsvergunning om zijn aanvraag te doen steunen op gegevens en bescheiden waaruit volgt dat aan de in artikel 48 van de Geneesmiddelenwet neergelegde criteria voor parallelle invoer is voldaan.

IEF 18357

Dirk Visser - Verzet tegen aantasting bouwwerk alleen mogelijk bij reputatieschade

Een architect kan zich alleen met succes verzetten tegen een aantasting van een door hem ontworpen bouwwerk, als die aantasting hem ook reputatieschade oplevert. Dat heeft de Hoge Raad beslist in een zaak over de verbouwing van een kantoorpand (HR 29 maart 2018, IEF 18353 (Dijkstra/De 4 Jaargetijden)). Architect Dijkstra maakte daar bezwaar tegen op grond van zijn auteursrechtelijke persoonlijkheidsrechten. Rechtbank en gerechtshof beslisten eerder al dat de verbouwing, die ten doel had het veertig jaar oude kantoorpand dat al zeven jaar leeg stond, een woonbestemming te geven, toelaatbaar is. Lees verder

IEF 18356

Geen sekspop Patricia Paay, geen toewijzing openlijke excuses

Rechtbanken 16 jan 2019, IEF 18356; ECLI:NL:RBOBR:2019:49 (Sekspop Patricia Paay), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-sekspop-patricia-paay-geen-toewijzing-openlijke-excuses

Vzr. Rechtbank Oost-Brabant 16 januari 2019, IEF 18356; ECLI:NL:RBOBR:2019:49 (Sekspop Patricia Paay) Mediarecht. Portretrecht. Aantasting eer en goede naam van een bekende Nederlander door in de media het voornemen bekend te maken een sekspop van haar op de markt te brengen. Gedaagde heeft misbruik gemaakt van de kwetsbare positie waarin Paay na verspreiding van de plasseksvideo verkeerde, uitsluitend met het doel om zijn eigen commerciële belang en publicitaire doel te dienen. Er komt geen sekspop, "nu blijft het prototype in ieder geval in de doos". Schadevergoeding is bedoeld om het leed dat is aangedaan, enigszins te verzachten, en niet zozeer punitief van karakter. Er is een vonnis aangehaald waarbij € 30.000 aan schadevergoeding is toegekend, daar was echter sprake van een aanmerkelijk grovere inbreuk. Een bedrag van € 2.000,00 wordt als billijke schadevergoeding vastgesteld. Gevorderde openlijke excuses wordt afgewezen, excuses geven uiting aan persoonlijke gevoelens van spijt, welke naar hun aard niet bij vonnis kunnen worden afgedwongen.

IEF 18355

HR: toepassing 81 RO voor het houden van domeinnaam ok.nl met beroep op sub d

Hoge Raad 21 dec 2018, IEF 18355; ECLI:NL:HR:2018:2362 (OK OLIECENTRALE B.V., als rechtsopvolger van Fuelplaza tegen Gaos), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hr-toepassing-81-ro-voor-het-houden-van-domeinnaam-ok-nl-met-beroep-op-sub-d

HR 21 december 2018, IEF 18355; ECLI:NL:HR:2018:2362 (OK OLIECENTRALE B.V., als rechtsopvolger van Fuelplaza tegen Gaos) Art. 81 lid 1 RO. Merkenrecht. Domeinnaam. Art. 2.20 lid 1 onder d BVIE (ander gebruik). Domeinnaam. Centraal in dit hoger beroep staat de vraag of het houden van de domeinnaam ok.nl door Gaos is aan te merken als gebruik waartegen Fuelplaza op grond van artikel 2.20 lid 1 onder d BVIE kan optreden. Het Hof [IEF 16821]: Jarenlang niets doen met domeinnaam ok.nl is geen onrechtmatig gebruik. De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering. Proceskosten: 90% van werkzaamheden had betrekking op de IE-grondslag. Indicatietarieven in IE-zaken 2017 is het maximumsalaris €20.000, dus gevorderde €8.634,52 wordt toegewezen.

IEF 18353

HR: 'Geen reputatieschade architect' is niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd

Hoge Raad 29 mrt 2019, IEF 18353; ECLI:NL:HR:2019:451 (D tegen De 4 Jaargetijden), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hr-geen-reputatieschade-architect-is-niet-onbegrijpelijk-en-voldoende-gemotiveerd

HR 29 maart 2019, IEF 18353; ECLI:NL:HR:2019:451 (Architect tegen De 4 jaargetijden) Auteursrecht. Eiser is architect. Verweerder is De 4 Jaargetijden, projectontwikkelaar en sinds 2015 eigenaar van een kantoorpand. Het pand heeft voor de aankoop een aantal jaren leeg gestaan en maakt deel uit van een complex, dat sinds de 18e eeuw heeft gediend als bestuurscentrum van de Noord-Hollandse waterschappen. Eiser heeft in 1978 het complex uitgebreid met kantoorbebouwing. De 4 Jaargetijden heeft voorbereidingen getroffen voor de verbouwing van het kantoorpand tot een achttal appartementen. De rechtbank wijst het beroep van de architect op zijn persoonlijkheidsrechten af [IEF 16422], het hof bekrachtig dit vonnis [IEF 17232]. Het oordeel van het hof dat de eiser geen reputatieschade kan leiden door aantasting van de (zuid)gevel is niet onbegrijpelijk, en voldoende gemotiveerd. Ook het oordeel van het hof - dat de omstandigheid dat eiser zich heeft opengesteld voor overleg en alternatieven heeft aangedragen, niet met zich meebrengt dat zijn verzet redelijk is - is ook zonder nadere motivering voldoende begrijpelijk. De cassatie wordt afgewezen.

IEF 18352

Opzegregeling overeenkomst bouwsoftware is niet van toepassing op onderliggende licenties

Rechtbank Midden-Nederland 29 mrt 2019, IEF 18352; (Kraan tegen BAM), http://www.ie-forum.nl/artikelen/opzegregeling-overeenkomst-bouwsoftware-is-niet-van-toepassing-op-onderliggende-licenties

Rechtbank Midden-Nederland 29 maart 2019 (Kraan tegen BAM). Eiser is Kraan Bouwcomputing, een bedrijf gespecialiseerd in bouwsoftware. Verweerder is BAM, een bouwbedrijf. Partijen hebben een raamovereenkomst gesloten genaamd Total Service Overeenkomst (TSO), op grond waarvan aan BAM het gebruiksrecht is verleend op door Kraan ontwikkelde software, inclusief onderhoud en ondersteuning. In de bijlage bij de TSO zijn de diverse softwaremodules en het aantal licenties geregeld. Er ontstaat een geschil over de uitleg van een licentieovereenkomst, waarbij Kraan stelt dat de opzegregeling uit de TSO ook van toepassing is bij het opzeggen van een aantal licenties. De opzegregeling van de TSO is niet eveneens van toepassing is op het op- en afschalen van de diverse, onderliggende licentieovereenkomsten. De vorderingen worden afgewezen.

IEF 18351

HvJ EU: Door aanvrager gegeven kwalificatie als kleur- of beeldmerk vormt relevant element voor beoordeling

HvJ EU 27 mrt 2019, IEF 18351; ECLI:EU:C:2019:261 (Hartwall), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-door-aanvrager-gegeven-kwalificatie-als-kleur-of-beeldmerk-vormt-relevant-element-voor-beoord
Hartwall

HvJ EU 27 maart 2019, IEF 18351; IEFbe 2859; C‑578/17; ECLI:EU:C:2019:261 (Hartwall) Kleurmerk of beeldmerk – Grafische voorstelling van een merk in de vorm van een afbeelding. Naar aanleiding van een tussenbeslissing van het nationale bureau voor de intellectuele eigendom heeft Hartwall toegelicht dat zij verzocht om inschrijving van het litigieuze merk als „kleurmerk” en niet als beeldmerk. HvJ EU:

1)      Artikel 2 en artikel 3, lid 1, onder b), [Merkenrichtlijn] moeten aldus worden uitgelegd dat de door de aanvrager bij inschrijving aan een teken gegeven kwalificatie als „kleurmerk” of „beeldmerk” een van de relevante elementen vormt voor de beoordeling of dit teken een merk kan vormen in de zin van artikel 2 van deze richtlijn en of, in voorkomend geval, dit teken onderscheidend vermogen heeft in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van deze richtlijn, maar dat deze kwalificatie de bevoegde merkenrechtelijke autoriteit niet ontheft van haar verplichting om over te gaan tot een concrete en globale analyse van het onderscheidend vermogen van het betrokken merk, hetgeen betekent dat die autoriteit de inschrijving van een teken als merk niet kan weigeren op de loutere grond dat dit teken geen onderscheidend vermogen heeft verkregen door het gebruik dat ervan is gemaakt voor de geclaimde waren of diensten.

IEF 18350

Nietigheidsprocedure hot stamping techniek is geen IE-handhaving, dus geen toepassing 1019h Rv

Gerechtshoven 26 mrt 2019, IEF 18350; ECLI:NL:GHDHA:2019:575 (ArcelorMittal France tegen Tata Steel), http://www.ie-forum.nl/artikelen/nietigheidsprocedure-hot-stamping-techniek-is-geen-ie-handhaving-dus-geen-toepassing-1019h-rv

Hof Den Haag 26 maart 2019, IEF 18350; ECLI:NL:GHDHA:2019:575 (ArcelorMittal France tegen Tata Steel) Handhaving. Proceskosten. De rechtbank  [IEF 17099] wees de gevorderde vernietiging van het Nederlandse deel van EP 863 'hot stamping techniek' toe. Het wapperverbod heeft de rechtbank afgewezen. Het incidenteel beroep van Tata Steel tegen de wijze van begroting van de proceskosten in eerste aanleg treft ook geen doel. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat artikel 1019h Rv in deze zaak niet van toepassing is, omdat de zaak niet kan worden aangemerkt als ‘handhaving’ van een recht van intellectuele eigendom in de zin van artikel 1019 Rv. Een nietigheidsprocedure wordt juist ter beschikking gesteld van een persoon die, zonder houder van een intellectuele-eigendomsrecht te zijn, opkomt tegen de bescherming van een recht van intellectuele eigendom dat aan de houder van de overeenkomstige rechten is verleend (r.o. 78, Bericap).

IEF 18349

Negatieve review op Facebook is geen onrechtmatige daad

21 feb 2019, IEF 18349; ECLI:NL:RBROT:2019:1389 (Review op Facebook), http://www.ie-forum.nl/artikelen/negatieve-review-op-facebook-is-geen-onrechtmatige-daad
Facebook

Ktr. Rechtbank Rotterdam 21 februari 2019, IEF 18349; IT 2732; ECLI:NL:RBROT:2019:1389 (Review op Facebook) Mediarecht. Eiseres verhuurt beveiligingssystemen aan het midden en klein bedrijf. Gedaagde heeft een abonnement afgesloten bij eiseres, dat vroegtijdig is beëindigd. Op 17 april 2018 heeft gedaagde een negatieve review op de Facebookpagina van eiseres geplaatst. Bij de beoordeling of er sprake is van een onrechtmatige daad weegt de rechter twee belangen af: (1) het belang van eiseres om niet lichtvaardig te worden blootgesteld aan publicaties die haar eer, goede naam en integriteit aantasten, en (2) het belang, waarvoor gedaagde opkomt, dat misstanden die de samenleving raken niet, of in dit geval (potentiële) klanten van eiseres, door gebrek aan bekendheid bij het grote publiek, kunnen blijven voortbestaan. Uitgangspunt is dat het is toegestaan om negatieve ervaringen met een bepaalde aanbieder van producten op internet te delen. In de review staat onder meer de algemene stelling dat gedaagde gehackt is en dat de manier van inloggen onveilig is. Een dergelijk waardeoordeel is niet onrechtmatig.

IEF 18346

Conclusie AG: Reclame maken voor imitatieproducten in ander land, dan is die Uniemerkrechter in dat land bevoegd

HvJ EU 28 mrt 2019, IEF 18346; ECLI:EU:C:2019:276 (AMS Neve), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-ag-reclame-maken-voor-imitatieproducten-in-ander-land-dan-is-die-uniemerkrechter-in-dat-la

Conclusie AG HvJ EU 28 maart 2019, IEF 18346; IEFbe 2857; ECLI:EU:C:2019:276; C-172/18 (AMS Neve) Bevoegdheid. Merkenrecht. Grondgebied waar de inbreuk heeft plaatsgevonden of dreigt plaats te vinden. Op een website afgebeelde advertenties en verkoopaanbiedingen. Conclusie AG:

Artikel 97, lid 5, van [Uniemerkverordening] moet aldus worden uitgelegd dat wanneer een onderneming, die gevestigd is en haar hoofdkantoor heeft in lidstaat A, aldaar stappen heeft ondernomen om te adverteren voor bepaalde waren en deze onder een teken dat identiek is aan een Uniemerk te koop aan te bieden op een website die is gericht op zowel handelaren als consumenten in lidstaat B, een rechtbank voor het Uniemerk van lidstaat B bevoegd is om uitspraak te doen over een vordering wegens inbreuk op het Uniemerk vanwege deze advertenties en verkoopaanbieding van deze producten op dit grondgebied.

Het is aan de verwijzende rechter om over dit punt een beslissing te nemen bij de toetsing van de bevoegdheid van de rechterlijke instanties van de betrokken lidstaat uit hoofde van artikel 97, lid 5, van verordening nr. 207/2009.