IEF 19744

Naheffingsaanslag kansspelbelasting

29 jan 2021, IEF 19744; ECLI:NL:GHSHE:2021:210 (Bv tegen Belastingdienst), http://www.ie-forum.nl/artikelen/naheffingsaanslag-kansspelbelasting

Hof 's-Hertogenbosch 29 januari 2021, IEF 19744, IT 3397; ECLI:NL:GHSHE:2021:210 (Bv tegen Belastingdienst) Belanghebbende is kansspelbelasting ad € 13.500.000 verschuldigd. Op internet werden tot 2013 via 7 websites kansspelen aangeboden, gericht op de Nederlandse markt. De websites waren in werkelijkheid van een in Nederland gevestigde besloten vennootschap, maar de ondernemingsstructuur was zo opgezet dat het leek alsof de spelen werden georganiseerd vanuit het buitenland door buitenlandse rechtspersonen. Bij een grootschalig politieonderzoek in binnen- en buitenland werden grote hoeveelheden documenten en data in beslaggenomen. Een van de in beslaggenomen databases bevatte informatie over de 7 websites die betrokken zijn bij deze zaak. Toen bleek dat voor de websites in Nederland geen kansspelbelasting werd voldaan.

IEF 19743

Rudi Holzhauer: AI en IE in breder perspectief

Begin vorig jaar besprak Rudi Holzhauer de tafelrede van Berber Brouwer tijdens het IE-diner, die op passende en pakkende wijze de donkere wolken van AI boven het auteursrecht schetste. In zijn blog van 15 januari jl. gaat hij wat dieper in op het onderwerp IE en AI, mede aan de hand van twee scripties en een onderzoekspaper en een oratie. In zijn laatste blog van 30 januari jl. bespreekt hij onder meer het onderwerp 'De robots komen' uit Filosofie Magazine en de oprichting van de NVAIR.
Holzhauer verwacht dat AI de nodige impact kan en zal hebben op IE. Niet alleen intrinsiek vanwege de technologische component, maar ook rechtspolitiek bij het nadenken over de rationales van IE.

IEF 19742

HvJ EU over de informatie die op cosmeticaproducten moet zijn aangebracht

17 dec 2020, IEF 19742; ECLI:EU:C:2020:1039 (A.M. tegen E.M.), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-over-de-informatie-die-op-cosmeticaproducten-moet-zijn-aangebracht

HvJ EU 17 december 2020, IEF 19742, RB 3484, IEFbe 3180; ECLI:EU:C:2020:1039 (A.M. tegen E.M.) A.M. is eigenaar van een schoonheidssalon en kocht bij distributeur E.M. cosmetische producten van een Amerikaanse fabrikant. A.M. heeft een opleiding gevolgd die werd gegeven over de producten die E.M. verkocht, waarbij ook de etikettering van die producten aan bod kwam. A.M. kocht na deze opleiding diverse cosmetische producten bij E.M. A.M. beëindigde de overeenkomst, omdat de verkochte waar gebreken vertoonde. A.M. voert daarbij aan dat de verpakking van de cosmetische detailhandelsproducten geen informatie vermeldt in het Pools over de functie van het product, te weten de vermeldingen die voortvloeien uit artikel 19, lid 1, onder f), en lid 5, van verordening nr. 1223/2009. E.M. verzekerde echter dat de producten weldegelijk geëtiketteerd waren overeenkomstig de geldende bepalingen. Op de producten is een symbool aangebracht dat een hand met een open boek voorstelde en dat de eindgebruiker van het product verwees naar een bijsluiter, in casu een catalogus in het Pools. In deze omstandigheden heeft de rechter besloten hierover het Hof prejudiciële vragen te stellen. Mede gelet op het oogmerk om de voorschriften inzake de etikettering van cosmetische producten uitputtend te harmoniseren, wordt geoordeeld dat niet is voldaan aan de neergelegde verplichting om op de verpakking informatie aan te brengen over de functie van het cosmetisch product.

IEF 19740

Coupry breidt IE-sectie uit met partner Claudia Zeri

Met trots kondigt Coupry de komst aan van Claudia Zeri als nieuwe partner IE. Haar komst versterkt het IE-team teneinde de groeiende praktijk optimaal te kunnen blijven bedienen en verder uit te bouwen. Claudia adviseert en procedeert in technologie-gerelateerde zaken met een focus op octrooirechtelijke geschillen. Ze treedt op voor cliënten in geschillen op verschillende technologische velden, waaronder life sciences & biotechnologie, food & agri, werktuigbouw en telecommunicatie.

IEF 19739

Seminar Privacy en Franchise op donderdag 4 februari. Aanmelden nog mogelijk!

De inwerkingtreding van de nieuwe Franchisewet per 1 januari 2021 heeft aanzienlijke gevolgen voor ondernemers en voor uw rechtspraktijk. Dit betreft ook de omgang met privacy en persoonsgegevens. Hoe verhoudt de nieuwe Franchisewet zich tot bestaande privacywetgeving - en tot de ePrivacy Verordening?

Op donderdag 4 februari licht Eva de Vries (SOLV) dit toe in een verdiepend online 'flitsseminar'. In een kort en bondig seminar besteedt zij onder meer aandacht aan:
- Gegevensverwerkingen en franchiseformules
- Rolverdeling en verantwoordelijkheden van franchisegever, franchisenemer en dienstverleners
- Privacy verplichtingen en afspraken tussen franchisegever en franchisenemer

IEF 19738

Oud motorfietsmerk EYSINK doorgehaald wegens non usus

BBIE 25 jan 2021, IEF 19738; (Eysing Group tegen verweerder), http://www.ie-forum.nl/artikelen/oud-motorfietsmerk-eysink-doorgehaald-wegens-non-usus

BBIE 25 januari 2021, IEF 19738; Doorhalingsbeslissing 3000143 (Eysing Group tegen verweerder) Op 25 januari 2021 heeft het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom de inschrijving van het merk EYSINK onder nummer 927005 doorgehaald wegens niet-gebruik (“non usus”). Verval was ingeroepen op basis van artikel 2.27 lid 2 BVIE en artikel 2.23bis BVIE. Het verzoek tot doorhaling was ingediend door het bedrijf Eysing Group B.V. dat onder het merk EYSING elektrische e-mopeds op de markt brengt met retrodesign van een motorfiets. Het merk EYSINK was volgens verzoeker al niet meer (normaal) gebruikt sinds 1977, en in ieder geval in de vijf jaar voorafgaand aan de indiening van het doorhalingsverzoek. De door verweerder aangedragen stukken leverden naar het oordeel van verzoeker geen gebruik en ‘normaal gebruik’ op.

IEF 19737

IE-symposium AIPPI op 17 maart

Het IE Symposium 2021 van AIPPI zal online plaatsvinden op woensdag 17 maart.
De programmacommissie heeft een interessant en zo interactief mogelijk programma voor u samengesteld. In de ochtend geven Jacqueline Seignette, Maarten Haak en Mark van Gardingen een overzicht van relevante ontwikkelingen binnen het auteurs, octrooi- en merkenrecht. In de middag staan twee levendige debatten op het programma met als onderwerp de Bescherming van Design en FRAND.

IEF 19736

Werknemer geen recht op inkomsten auteursrechten

Rechtbank Noord-Holland 24 dec 2020, IEF 19736; ECLI:NL:RBNHO:2020:11537 (S.I. Music Studio tegen X), http://www.ie-forum.nl/artikelen/werknemer-geen-recht-op-inkomsten-auteursrechten

Rechtbank Noord-Nederland 24 december 2020, IEF 19736; ECLI:NL:RBNHO:2020:11537 (S.I. Music Studio B.V. tegen X) SI Music is een onderneming die zich bezighoudt met het commercieel produceren en exploiteren van muziek voor opdrachtgevers. X is in 2011 in dienst getreden bij SI Music en maakt muziekwerken die worden vervaardigd voor relaties van SI Music. Deze muziekwerken zijn vanaf de aanvang van het dienstverband niet onder de naam van SI Music aangemeld bij Buma/Stemra, maar onder de naam van X, omdat Buma/Stemra alleen natuurlijke personen kent als deelnemers en geen rechtspersonen. Over de jaren 2013 tot en met 2018 heeft Buma/Stemra een bedrag van in totaal € 193.785,09 betaald aan X in verband met de ROA, een zogenoemde Regeling Oudedagsvoorziening Auteurs. Hierop heeft SI Music X gesommeerd om dit bedrag aan haar door te betalen. X beargumenteert dat de ROA een oudedagsvoorziening is die volgens de verstrekker Buma/Stemra géén exploitatie-inkomst is, in het leven is geroepen met een sociaal-cultureel doel en alleen besteed mag worden als oudedagsvoorziening. X betwist de vordering en voert aan de SI Music niet heeft voldaan aan haar informatie- en zorgplicht, en dat uit de arbeidsovereenkomst niet volgt dat X verplicht is om het betaalde bedrag te betalen. . Geoordeeld wordt dat uit de arbeidsovereenkomst duidelijk volgt dat X geen recht heeft op het door Buma/Stemra betaalde bedrag, omdat dit rechtstreeks voortvloeit uit inkomsten uit muziekauteursrechten. Terecht stelt X zich op het standpunt dat hij nog aanspraak heeft op betaling van een bonus. Deze aanspraak wordt daarom verrekend met de vordering van SI Music. De opgelegde boete van € 257.000,00 wordt bovenmatig gevonden, deze wordt daarom gematigd tot een bedrag van € 5.000,00.

IEF 19734

Hoofdelijke verbondenheid biedt voldoende zekerheid voor verhaal

Rechtbank Amsterdam 13 jan 2021, IEF 19734; (Coast Cycles c.s. tegen Phatfour B.V.), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hoofdelijke-verbondenheid-biedt-voldoende-zekerheid-voor-verhaal

Rechtbank Amsterdam 13 januari 2021, IEF 19734; C/13/687054 / HA ZA 20-741 (Coast Cycles c.s. tegen Phatfour) Incidentieel vonnis. De vorderingen van Coast Cycles c.s. (CCS) betreffen de door hen gestelde auteursrechten op bepaalde fietsen die worden verkochten in geheel Europa. Phatfour vordert dat CCS wordt bevolen zekerheid te stellen voor de proceskosten tot betaling waarvan CCS veroordeeld zou kunnen worden. Zij stelt dat aan de zijde van Phatfour onzekerheid bestaat of zij een eventuele kostenveroordeling kan verhalen. In dat geval biedt artikel 224 lid Rv de mogelijkheid om een procespartij te bevelen zekerheid te stellen voor een eventuele kostenveroordeling, tenzij één van de in art. 224 lid 2 Rv genoemde uitzonderingen van toepassing is. CCS c.s. hebben aangevoerd dat een onverhoopte kostenveroordeling van hen hoofdelijk zal worden uitgesproken. Daarmee is het redelijkerwijs aannemelijk dat verhaal voor de proceskostenveroordeling in Nederland mogelijk zal zijn. Bovendien kan niet uit de stellingen van de gedaagde partij worden afgeleid dat indien de vorderingen worden afgewezen, dat er een kostenveroordeling zal volgen waarin de Singaporese partij wel en de Nederlandse partij niet in de proceskosten zal worden veroordeeld. Naar het oordeel van de rechter geeft deze hoofdelijke verbondenheid voldoende zekerheid voor verhaal van de proceskostenveroordeling in Nederland. De incidentele vordering van Phatfour wordt dan ook afgewezen. 

IEF 19735

Vrije beschikking handelsnaam bij eigendomsvoorbehoud

Hof Arnhem-Leeuwarden 26 jan 2021, IEF 19735; ECLI:NL:GHARL:2021:745 (Yacht Support tegen MSAR), http://www.ie-forum.nl/artikelen/vrije-beschikking-handelsnaam-bij-eigendomsvoorbehoud

Hof Arnhem-Leeuwarden 16 januari 2021, IEF 19735; ECLI:NL:GHARL:2021:745 (Yacht Support tegen MSAR) Yacht Support c.s. bouwde en verkocht jachten. In 2017 hebben zij hun aandelen verkocht aan Grim Management en in de koopovereenkomst is een eigendomsvoorbehoud opgenomen. Yacht Support c.s. is in 2018 in staat van faillissement verklaard. MSAR heeft met de curator van Yacht Support c.s. een schriftelijke overeenkomst gesloten over de overname van de daarin genoemde roerende zaken. Yacht Support c.s. hebben vanuit hun sociale media een link verspreid naar persberichten op de website met titels als 'Waarschuwing namaak jachten & merk piraterij'. Yacht Support c.s. en MSAR beschuldigen elkaar daarop over en weer van onrechtmatig handelen. Yacht Support c.s. verwijten MSAR dat zij zonder toestemming gebruik maken van de intellectuele eigendomsrechten.

IEF 19733

HvJ EU beantwoordt prejudiciële vragen beoordelingsdatum vervallenverklaring

HvJ EU 17 dec 2020, IEF 19733; ECLI:EU:C:2020:1044 (Husqvarna tegen Lidl E-Commerce), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-beantwoordt-prejudici-le-vragen-beoordelingsdatum-vervallenverklaring

HvJ EU 17 december 2020, IEF 19733, IEFbe 3178; ECLI:EU:C:2020:1044 (Husqvarna tegen Lidl E-Commerce) [Vervolg op IEF 18791]. Het Bundesgerichtshof van Duitsland heeft aan het HvJ EU vragen gesteld inzake de uitleg van artikel 51, lid 1, onder a), van verordening nr. 207/2009 betreffende de berekening van de periode van niet-gebruik van een merk. Duits recht bepaalt dat bij de berekening van de periode van gebruik van vijf jaar het tijdstip van instelling van de (reconventionele) vordering als uitgangspunt dient. Eindigt de periode van vijf jaar van niet-gebruik echter pas na instelling van deze vordering, dan moet worden uitgegaan van het tijdstip van de sluiting van de pleitzitting. Geoordeeld wordt dat artikel 51, lid 1, onder a), van verordening nr. 207/2009 zich ertegen verzet dat het tijdstip van de sluiting van pleitzitting in aanmerking moet worden genomen als beoordelingsdatum, omdat die keuze zou stroken met de doelstelling om merken alleen te beschermen wanneer zij daadwerkelijk worden gebruikt en met de doelstelling van doeltreffendheid van de procedures. Het tijdstip dat de (reconventionele) vordering is ingesteld, dient dus in aanmerking te moeten worden genomen om vast te stellen of de in die bepaling bedoelde ononderbroken periode van vijf jaar is verstreken.

IEF 19731

Rechtbank verklaart zich onbevoegd

Rechtbank Noord-Nederland 8 jul 2020, IEF 19731; ECLI:NL:RBNNE:2020:2398 (MSAR tegen Beheer), http://www.ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-verklaart-zich-onbevoegd

Rechtbank Noord-Nederland 8 juli 2020, IEF 19731; ECLI:NL:RBNNE:2020:2398 (MSAR tegen Beheer) Bevoegdheidsincident. MSAR stelt dat D c.s. inbreuk maakt op de intellectuele eigendomsrechten die verband houden met het teken 'D' en haar eer en goede naam en dat D het Beneluxmerk en de Uniemerkaanvraag voor het woordmerk 'D' te kwader trouw heeft gedeponeerd. D c.s. vordert onder meer dat alle intellectuele eigendomsrechten van de naam en het teken 'D' berusten bij A Beheer en C Beheer en dat MSAR inbreuk heeft gemaakt op dit recht alsmede om de doorhaling te bevelen van de inbreukmakende merken van MSAR.

IEF 19730

Tamara Elmore en Annemiek Tepper zijn benoemd tot partner bij V.O.

Per 1 januari zijn twee nieuwe partners toegetreden tot V.O.: Tamara Elmore en Annemiek Tepper. Met deze uitbreiding van het partnerteam is V.O. nog beter in staat om de groeiende klantenkring binnen de secties Chemie en Life Sciences van dienst te zijn.

Tamara Elmore is als octrooigemachtigde gespecialiseerd op het terrein van onder andere biochemie, biomedische technologie, celbiologie, farmaceutica en microbiologie. Nadat zij in 2002 haar PhD in moleculaire biologie had behaald, begon zij haar carrière bij een groot farmaceutisch bedrijf in Zwitserland. Vervolgens trad ze bij een IE-kantoor in Boston in dienst als US Patent Agent. In 2009 maakte zij de overstap naar V.O.. Tamara werkt vanuit de Utrechtse vestiging van V.O.

IEF 19729

Inhoudsopgave IER 4, 5 en 6 - 2020

Inhoudsopgave van het tijdschrift IER, nummer 2020-04, 2020-05 en 2020-06.

IER 2020-04
- Vizier
Nr. 20 35 jaar IER / Prof. mr. Ch. Gielen, p. 175
- Artikelen
Nr. 21 Is de Rijksoctrooiwet 1995 in overeenstemming met de datumvereisten in het Verdrag inzake Octrooirecht? / Prof. dr. C.A.M. Mulder, p. 176

IEF 19718

Franchiseovereenkomsten rechtsgeldig ontbonden

Rechtbank Rotterdam 2 dec 2020, IEF 19718; ECLI:NL:RBROT:2020:11356 (PH Europe Sarl tegen Shanischar Holding ), http://www.ie-forum.nl/artikelen/franchiseovereenkomsten-rechtsgeldig-ontbonden

Rechtbank Rotterdam 2 december 2020, IEF 19718; ECLI:NL:RBROT:2020:11356 (PH Europe Sarl tegen PH Nederland) PH Europe is franchisegever van de franchiseformule “Pizza Hut”. Op 9 mei 2018 is PH Nederland opgericht. Eind december 2018 is door PH Europe, voor elke aangevraagde Pizza Hut vestiging, een International Franchise Agreement (IFA) opgestuurd. Tussen PH Europe en PH Nederland is meerdere keren overlegd over de initiële vergoedingen, waarbij verscheidene betalingsvoorstellen zijn gedaan. PH Nederland heeft in die periode US $25.600,00 aan initial fees betaald. Begin 2020 heeft PH Europe de tussen haar en PH Nederland  gesloten franchiseovereenkomsten ontbonden. In diezelfde brief heeft zij PH Nederland gesommeerd tot betaling van US $100.381,05 aan initial fees en US $31.464,64 aan overige vergoedingen. PH Nederland voert verweer. PH Europe vordert om bij vonnis PH Nederland c.s. te bevelen om ieder gebruik van de handelsnaam, merken en de franchiseformule te staken en te blijven voldoen aan alle verplichting van de IFA. De vordering wordt toegewezen, mede omdat het PH Nederland wordt verweten te lang hebben gewacht met het innemen van de stelling dat de IFA's nooit zijn aanvaard. Geoordeeld wordt daarom dat de franchiseovereenkomst rechtgeldig is ontbonden en dat PH Nederlands c.s. onrechtmatig handelt jegen PH Europe.

IEF 19727

Recht op vrije meningsuiting weegt zwaarder

Rechtbank Limburg 13 jan 2021, IEF 19727; ECLI:NL:RBLIM:2021:373 (Metroprop c.s. tegen Socialistische Partij c.s.), http://www.ie-forum.nl/artikelen/recht-op-vrije-meningsuiting-weegt-zwaarder

Rechtbank Limburg 13 januari 2021, IEF 19727, IT 3389; ECLI:NL:RBLIM:2021:373 (Metroprop c.s. tegen Socialistische Partij) Metroprop is eigenaar van diverse panden in Heerlen. Sinds 2018 is SP de eigenaar van een website, waarop de volledige naam en foto getoond wordt van Metroprop. Volgens SP bezit Metroprop minimaal 40 panden in Heerlen-centrum “waarvan een groot deel leegstaat en verloedert”. Op de Facebookpagina van SP staat een bericht met een foto van de verkiezingsposter van Metroprop met daaronder de hastags #leegstandskoning #eigenbelang. Metroprop stelt zich op het standpunt dat de publicaties de reputatie van Metroprop schaden en daarom onrechtmatig zijn. Het recht van Metroprop op privacy is een persoonlijkheidsrecht en zou moet prevaleren boven de vrijheid van meningsuiting. 

IEF 19726

Webinar: de nieuwe Franchisewet en Privacy

Welke gevolgen heeft de nieuwe Franchisewet voor uw cliënten? Wat betekent dit voor franchisegever en -nemer, voor contracten, IE-rechten en voor privacyrechten?

In de eerste weken van 2021 zetten verschillende experts deze gevolgen uiteen in een serie online seminars. Het eerstvolgende seminar, deel 3 in deze serie, vindt plaats op donderdag 4 februari.

Eva de Vries (SOLV advocaten) besteedt tijdens dit webinar onder andere aandacht aan:

IEF 19725

Geen inbreuk auteursrechten Zoetermeerzuil

Rechtbank Den Haag 20 jan 2021, IEF 19725; ECLI:NL:RBDHA:2021:401 (VConsyst tegen IPV Delft vonnis), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-inbreuk-auteursrechten-zoetermeerzuil

Rechtbank Den Haag 20 januari 2021, IEF 19725; ECLI:NL:RBDHA:2021:401 (VConsyst tegen IPV Delft) IPV Delft houdt zich bezig met het ontwerpen van infrastructuur voor de openbare ruimte. VConsyst houdt zich bezig met de ontwikkeling van ondergrondse afvalsystemen. In 2001 heeft IPV Delft ten behoeve van een aanbestedingsprocedure een inwerpzuil voor een ondergrondse afvalcontainer ontworpen (‘de Zoetermeerzuil’). In 2007 is de gemeente Amstelveen een aanbestedingsprocedure gestart met een uitvraag naar ondergrondse inwerpzuilen, welke VConsyst heeft gewonnen. Sindsdien brengt zij de inwerpzuil 'M71' op de markt. In 2007 hebben IPV Delft en VConsyst een Royaltyovereenkomst gesloten, die IPV Delft het recht geeft op royalties bij verkoop van de M71. VConsyst heeft betwist royalty’s verschuldigd te zijn, omdat zij de Royaltyovereenkomst vernietigd heeft wegens dwaling. In 2017 heeft VConsyst de M71 doorontwikkeld naar de M73 en vermarkt in Frankrijk en Noorwegen. Daarop heeft IPV Delft VConsyst gesommeerd om de verkoop van de M71 en M73 buiten de Benelux te staken. IPV Delft beroept zich daarbij op het Benelux-modelrecht en de auteursrechtelijke bescherming van de Zoetermeerzuil. De vordering wordt afgewezen, omdat geoordeeld wordt dat de vermarkting van de zuilen in Frankrijk en Noorwegen buiten de territoriale reikwijdte valt van de Royaltyovereenkomst. Wat betreft de auteursrechtelijke bescherming wordt geoordeeld dat de verschillen in vormgeving leiden tot een afwijkende totaalindruk, waardoor de M71 en de M73 geen inbreuk maken op het auteursrecht op de Zoetermeerzuil.

IEF 19724

Pors: initiatiefwetsvoorstel 'dwanglicenties' is symboolwetgeving

In juli schreef Wouter Pors over het rapport “Persoonlijke beschouwing over de inzet van de dwanglicenties bij hoge prijzen van medicijnen” van de heer A. de Jong van 16 juni 2020 [IEF 19313]. Dit rapport was het resultaat van de onmogelijkheid om binnen de commissie Dwanglicenties tot overeenstemming te komen. De conclusie was dat de dwanglicentie ten onrechte in het rapport wordt geschetst als dé mogelijke oplossing voor het beschikbaar komen van een geneesmiddel en bovendien ten onrechte de indruk wordt gewerkt dat de dwanglicentie in geval van een epidemie op zichzelf al een daadwerkelijke oplossing voor een tekort aan geneesmiddelen zou zijn.

Nu heeft dit rapport een vervolg gekregen, doordat de Kamerleden Ellemeet en Ploumen op 23 december 2020 een initiatiefwetsvoorstel indienden tot wijziging van de Rijksoctrooiwet (ROW) om in een noodsituatie of crisis een dwanglicentie als bedoeld in artikel 57 ROW te kunnen verlenen voor een farmaceutisch product. Inmiddels is dit wetsvoorstel onderwerp van een publieke consultatie [IEF 19699].