IEF 19573

Aanmelden voor Merken- Modellen- en Auteursrecht nog mogelijk

Zet laptop en lunch klaar, en schuif komende woensdag 18 november aan voor de online Jurisprudentielunch Merken- Modellen- en Auteursrecht! Tobias Cohen Jehoram, Charles Gielen en Joris van Manen praten u bij met een compleet overzicht van actuele ontwikkelingen. Zo bent u in een korte tijd weer volledig op de hoogte van recente en relevante rechtspraak!

Voorbeelden van te behandelen uitspraken:
Merkenrecht
•    Bundesgerichthof 23 juli 2020, IEF 19342, IEFbe 3111; 093/2020 (Ritter Sport tegen Milka)
•    HvJ EU 18 juni 2020, IEF 19284, IEFbe 3089; ECLI:EU:C:2020:489 (Primart tegen EUIPO)
•    BenGH 15 juni 2020, IEF 19264, IEF 3087; C 2019/5/6 (SPORTS DIRECT)

IEF 19572

Uitleg artikel 8 lid 3 Uniemerkenverordening

HvJ EU 11 nov 2020, IEF 19572; ECLI:NL:RBLIM:2020:8299 (EUIPO en Jerome Alexander Consulting tegen John Mills), http://www.ie-forum.nl/artikelen/uitleg-artikel-8-lid-3-uniemerkenverordening

HvJ EU 11 november 2020, IEF 19572, IEFbe 3147; ECLI:EU:C:2020:902 (EUIPO tegen John Mills) Merkenrecht. Het EUIPO komt in beroep tegen het arrest van het Gerecht EU [IEF 18095], waarin werd geoordeeld dat de conflicterende tekens niet gelijk zijn. Het HvJ EU doet de zaak zelf af. Geoordeeld wordt dat de Kamer van beroep terecht heeft geoordeeld dat John Mills moest worden beschouwd als ‘gemachtigde’ van de houder van het oudere merk in de zin van artikel 8 lid 3 Verordening 207/2009. Daarnaast is anders dan het Gerecht oordeelde, artikel 8 lid 3 van toepassing zowel wanneer het aangevraagde merk gelijk is aan het oudere merk, als wanneer het daarmee overeenstemt. Bovendien bestaat de specifieke voorwaarde voor de door deze bepaling gewaarborgde bescherming erin, dat de inschrijvingsaanvraag is gebeurd door een gemachtigde of vertegenwoordiger op eigen naam, zonder toestemming van de houder. Bijgevolg wordt de overeenstemming niet beoordeeld op basis van het bestaan van verwarringsgevaar. Het bestreden arrest wordt vernietigd en het beroep ingesteld door John Mills tegen de beslissing van de eerste Kamer van beroep wordt verworpen.

IEF 19571

Bewijs normaal gebruik bij zelfstandige subcategorie

HvJ EU 16 jul 2020, IEF 19571; ECLI:EU:C:2020:573 (ACTC tegen EUIPO en Taiga), http://www.ie-forum.nl/artikelen/bewijs-normaal-gebruik-bij-zelfstandige-subcategorie

HvJ EU 16 juli 2020, IEF 19571, IEFbe 3146; ECLI:EU:C:2020:573 (ACTC tegen EUIPO en Taiga) Merkenrecht. ACTC heeft inschrijving aangevraagd voor het woordteken ‘TIGHA’ voor een groot aantal kledingstukken. Taiga heeft oppositie ingesteld op grond van haar oudere Uniewoordmerk ‘TAIGA’ voor eveneens kledingstukken. Volgens de Kamer van beroep maakte Taiga normaal gebruik van haar woordmerk en was er sprake van verwarringsgevaar door het aangevraagde merk. Het Gerecht EU heeft het beroep van ACTC verworpen. Het HvJ EU overweegt dat de consument die een waar of dienst wenst te kopen van een categorie die bijzonder nauwkeurig en afgebakend is omschreven, waarbinnen geen belangrijke onderverdeling kan worden gemaakt, alle waren of diensten van deze categorie zal associëren met het oudere merk, zodat dit merk zijn wezenlijke functie zal vervullen. In die omstandigheden volstaat het dat de houder van het oudere merk bewijst dat dit merk normaal gebruikt is voor een deel van de waren of diensten van deze homogene categorie. Indien er echter sprake is van een ruime categorie die kan worden onderverdeeld in verschillende zelfstandige subcategorieën, moet de houder van het oudere merk het normaal gebruik bewijzen voor elk van de zelfstandige subcategorieën. De hogere voorziening wordt verworpen. Een deel van de onderdelen wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat ACTC een nieuwe beoordeling van de feiten wenst, dan wel niet aangeeft welk punt van het bestreden arrest zij betwist. Voor het overige is de hogere voorziening ongegrond.

IEF 19570

Bart Postmus voegt zich bij octrooigemachtigden De Vries en Metman

Sinds kort is dr. ir. Bart Postmus werkzaam bij De Vries & Metman. Bart is Nederlands en Europees octrooigemachtigde met een achtergrond in de fysische chemie en technische natuurkunde. Als octrooigemachtigde heeft Bart een brede ervaring. Zo heeft hij gewerkt aan verschillende soorten uitvindingen — die strekken babyvoeding tot kunstgrasvelden — en klanten vertegenwoordigd voor alle divisies van het Europees octrooibureau. Voordat Bart bij De Vries & Metman in dienst trad, werkte hij bij een groot Nederlands octrooibureau en daarvoor werkte hij als product development manager voor detergenten bij Unilever R&D.

IEF 19569

Identieke handelsnaam A+ Care is verwarringwekkend

Rechtbank Den Haag 6 nov 2020, IEF 19569; ECLI:NL:RBDHA:2020:11147 (A+ Care tegen A+ Care bv), http://www.ie-forum.nl/artikelen/identieke-handelsnaam-a-care-is-verwarringwekkend

Vzr. Rechtbank Den Haag 6 november 2020, IEF 19569; ECLI:NL:RBDHA:2020:11147 (A+ Care tegen A+ Care bv) Kort geding. Eiser A+ Care is een eenmanszaak in lokaal welzijnswerk en jeugdzorg. A+ Care staat sinds 16 oktober 2017 ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en drijft haar onderneming onder de handelsnaam ‘A+ Care’.  Verweerder A+ Care BV staat sinds 12 april 2018 in het handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven en levert medische specialistische zorg in de thuissituatie. A+ Care BV gebruikte de handelsnaam ‘A+ Care’. De identieke handelsnaam A+Care is verwarringwekkend gezien de verwante aard van de ondernemingen en de overlap in publiek en regio.  Ook tussen de handelsnamen ‘A+ Specialistische Zorg aan Huis’ en A+ Care bestaat gevaar voor verwarring, gelet op het in aanmerking te nemen publiek, de aard en de plaats van de ondernemingen. Voor de nieuwe handelsnaam ‘A+ SZH’ ligt dat anders. In die handelsnaam is A+ weliswaar het eerste element, zodat dat in het oog springt, maar niet meer het enige niet-beschrijvende element.

IEF 19567

Auteursrechtwetgeving in beweging

Maandag 9 november vond in de Tweede Kamer een belangrijk wetgevingsoverleg van de Vaste Kamercommissie Justitie en Veiligheid plaats. Op de agenda stonden primair twee essentiële wetsvoorstellen: de implementatie van de nieuwe Auteursrecht Richtlijn en een aanscherping van de Wet Toezicht op Collectief Beheersorganisaties. Daarnaast werd onlangs het onafhankelijk evaluatieonderzoek naar het Auteurscontractenrecht gepubliceerd. Een reactie van de regering volgt binnen enkele weken.

Erwin Angad-Gaur, voorzitter van Platform Makers: “Voor makers, maar ook voor exploitanten, producenten en uitgevers, zijn dit belangrijke wetgevingstrajecten. In eerste aanleg vooral de nieuwe Auteursrecht Richtlijn. Zeker in deze economisch zware tijden is van belang dat die verbeteringen zo snel mogelijk worden doorgevoerd. Een grote meerderheid van de Tweede Kamer steunt spoedige invoering, dat is goed nieuws.”

IEF 19565

Primair besluit over verleende vergunning voor parallelhandel herleeft

10 nov 2020, IEF 19565; ECLI:NL:CBB:2020:801 (Vaselife en Chrysal tegen Ctgb), http://www.ie-forum.nl/artikelen/primair-besluit-over-verleende-vergunning-voor-parallelhandel-herleeft

College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 november 2020, IEF 19565, LS&R 1877; ECLI:NL:CBB:2020:801 (Vaselife en Chrysal tegen Ctgb) Parallelimport gewasbeschermingsmiddel. Uitspraak na beantwoording prejudiciële vragen [IEF 18859]. Het College is van oordeel dat Chrysal in bezwaar noch in beroep is geslaagd in het door haar (in bezwaar) te leveren bewijs dat, zoals zij stelt, de in geding zijnde middelen niet identiek zijn als bedoeld in artikel 52, derde lid, van Verordening 1107/2009, zoals nader uitgelegd door het Hof in overweging 56 van het arrest. Het College verbindt mede aan de terughoudendheid van Chrysal om meer openheid van zaken te geven de gevolgtrekking dat Chrysal dit bewijs niet kan leveren. In het belang van een definitieve beslechting van het geschil voorziet het College Chrysal daarom zelf in de zaak. Het beroep is gegrond. Het primaire besluit, waarbij verweerder de aan Vaselife verleende vergunning voor parallelhandel voor het middel Vaselife Universal Bulb PHT heeft verlengd tot 1 december 2025, herleeft.

IEF 19564

Auteursrecht foto's geschonden

Rechtbank Midden-Nederland 3 jun 2020, IEF 19564; ECLI:NL:RBMNE:2020:2050 (Auteursrecht foto's), http://www.ie-forum.nl/artikelen/auteursrecht-foto-s-geschonden

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 3 juni 2020, IEF 19564; ECLI:NL:RBMNE:2020:2050 (Auteursrecht foto's) Kort geding. Eiser is fotograaf en digitaal kunstenaar. Gedaagde houdt zich bezig met de verkoop van afbeeldingen via haar website en het maken van fototechnische producten. Gedaagde heeft op haar website afbeeldingen van werken van eiser aangeboden, zonder zijn toestemming en onder een andere naam. Gedaagde erkent dat ze door het plaatsen van de afbeeldingen de auteursrechten van eiser heeft geschonden. Gedaagde is daarvoor als websitehouder in beginsel aansprakelijk, ondanks haar verweer dat zij ten tijde van plaatsing op de website niet op de hoogte was van de auteursrechten van eiser. Gedaagde wordt onder meer bevolen een rectificatie op haar website te plaatsen; een registeraccountant dient een gecertificeerde schriftelijke verklaring op te stellen van het totale aantal verhandelde prints van werken van eiser.

IEF 19563

Perspublicaties over vastgoedondernemer niet onrechtmatig

Rechtbank Noord-Nederland 28 okt 2020, IEF 19563; ECLI:NL:RBNNE:2020:3814 (Eiser tegen NDC Mediagroep), http://www.ie-forum.nl/artikelen/perspublicaties-over-vastgoedondernemer-niet-onrechtmatig

Vzr. Rechtbank Noord-Nederland 28 oktober 2020, IEF 19563, IT 3313; ECLI:NL:RBNNE:2020:3814 (Eiser tegen NDC Mediagroep) Onrechtmatige uiting. Eiser is een vastgoedondernemer. NDC is een uitgeverij van kranten en exploiteert te website Sikkom, een zogenaamde stadsblog gericht op Groningse studenten. Tussen partijen is in geschil of NDC onrechtmatig jegens eiser heeft gehandeld door de publicatie op de website Sikkom van het artikel: "Groninger verhuurder [eiser] zit vast op verdenking van fraude", alsmede door de publicatie van de column: "Column | Peter R. de Vries strijdt in de media tegen criminelen, zijn zoon strijdt namens [eiser] tegen ons".

IEF 19560

Cassatieberoep over schending van art. 155 Rv verworpen

Hoge Raad 6 nov 2020, IEF 19560; ECLI:NL:HR:2020:1735 (Professionele fotografen), http://www.ie-forum.nl/artikelen/cassatieberoep-over-schending-van-art-155-rv-verworpen

Hoge Raad 6 november 2020, IEF 19560; ECLI:NL:HR:2020:1735 (Professionele fotografen) Procesrecht. In cassatie wordt geklaagd dat de raadsheer ten overstaan van wie het voorlopig getuigenverhoor heeft plaatsgevonden, op grond van art. 155 Rv het eindarrest had behoren mee te wijzen, dan wel dat het hof van een afwijken van deze regel en de oorzaak daarvan in het bestreden arrest [IEF 18526] melding had behoren te maken. Het tweede onderdeel betreft een klacht over toepassing van art. 21 Rv. De Hoge Raad volgt de conclusie van de A-G [IEF 19446] en verwerpt het cassatieberoep ex artikel 81 lid 1 RO. Verweerder maakt aanspraak op vergoeding van zijn proceskosten ter hoogte van € 17.649,60. Eiseres maakt daartegen bezwaar op de grond dat de zaak eenvoudig van aard is en de hoogte van de proceskosten daarom niet redelijk en evenredig zijn. De Hoge Raad acht een vergoeding ter hoogte van driekwart van het maximumtarief voor een eenvoudige zaak redelijk en evenredig, omdat in cassatie nog slechts twee processuele kwesties aan de orde waren en dat, gelet op het aantal uren dat is geschreven, enige overlap tussen de verrichte werkzaamheden aannemelijk is.

IEF 19562

Beantwoording prejudiciële vragen over ‘technisch voorschrift’

HvJ EU 22 okt 2020, IEF 19562; ECLI:EU:C:2020:856 (Sportingbet en IOE tegen Santa Casa), http://www.ie-forum.nl/artikelen/beantwoording-prejudici-le-vragen-over-technisch-voorschrift

HvJ EU 22 oktober 2020, IT 3311; ECLI:EU:C:2020:856 (Sportingbet en IOE tegen Santa Casa) Prejudiciële verwijzing. Sportingbet en Internet Opportunity Management (‘IOE’) bieden gokdiensten aan via het internet en hebben door middel van Portugese wetgeving een boete opgelegd gekregen omdat zij binnen de staatsmonopolie op gokdiensten zou opereren. Op grond van artikel 8 lid 1 Richtlijn 98/34/EG moeten lidstaten elk ontwerp voor een technisch voorschrift meedelen aan de Europese Commissie. Niet-nakoming van die verplichting is een zeer ernstige procedurefout, die wordt bestraft met de niet-toepasselijkheid van deze technische voorschriften. De vraag is of de wettelijke bepaling een ‘technisch voorschrift’ is. Artikel 1 punt 11 Richtlijn 98/34/EG, gelezen in samenhang met artikel 1 punt 5 van deze richtlijn, moet aldus worden uitgelegd dat een nationale wettelijke regeling waarin is bepaald dat het aan een overheidsinstantie verleende exclusieve recht om voor het gehele nationale grondgebied bepaalde kansspelen te exploiteren zich mede uitstrekt tot de exploitatie van deze spelen op het internet, een ‘technisch voorschrift’ is in de zin van eerstgenoemde bepaling. Het feit dat dit technisch voorschrift niet is meegedeeld aan de Europese Commissie ex artikel 8 lid 1 van die richtlijn, heeft tot gevolg dat de regeling niet kan worden tegengeworpen aan particulieren.

IEF 19561

BRight Advocaten verwelkomt Nadiya Disveld als nieuwe collega

Wij zijn blij dat Nadiya Disveld sinds 1 november deel uitmaakt van het team van BRight Advocaten. Zij is door haar internationale ervaring op het gebied van intellectueel eigendomsrecht een perfecte aanvulling op ons team en gaat onze klanten en hun bedrijf helpen hun producten en merken te beschermen en te laten groeien.

IEF 19559

Opschorting dwangsom wegens procedure ex art. 611d Rv

Rechtbank Amsterdam 5 nov 2020, IEF 19559; ECLI:NL:RBAMS:2020:5373 (Gemeente Amsterdam tegen kunstenares), http://www.ie-forum.nl/artikelen/opschorting-dwangsom-wegens-procedure-ex-art-611d-rv

Vzr. Rechtbank Amsterdam 5 november 2020, IEF 19559; ECLI:NL:RBAMS:2020:5373 (Gemeente Amsterdam tegen kunstenares) Kort geding. Procesrecht. De gemeente Amsterdam heeft de kunstenares opdracht gegeven tot de vervaardiging van een definitief ontwerp van haar kunstwerk. De plaatsing van het kunstwerk is uiteindelijk na protest van buurtbewoners niet doorgegaan. Het hof Amsterdam heeft geoordeeld [IEF 17472] dat de gemeente het kunstwerk binnen twee jaar op een alternatieve locatie moet plaatsen, op straffe van verbeurte van een dwangsom. Dit heeft de gemeente niet gedaan. De gemeente vordert samengevat primair de kunstenares te verbieden het arrest ten uitvoer te leggen, althans subsidiair totdat het hof heeft beslist op een door de gemeente nog in te stellen vordering om de dwangsom te matigen of op nihil te stellen op de voet van artikel 611d Rv.

IEF 19558

Proceskostenveroordeling na intrekking kort geding IE-zaak

Rechtbank Gelderland 5 okt 2020, IEF 19558; ECLI:NL:RBGEL:2020:5868 (Philips tegen Hesdo), http://www.ie-forum.nl/artikelen/proceskostenveroordeling-na-intrekking-kort-geding-ie-zaak

Vzr. Rechtbank Gelderland 5 oktober 2020, IEF 19558; ECLI:NL:RBGEL:2020:5868 (Philips tegen Hesdo) Kort geding. Procesrecht. Philips heeft een dagvaarding uitgebracht waarin zij een verbod voor Hesdo vorderde om verdere inbreuk te maken op de auteursrechten van Philips op de Avent flessenwarmer. Vooruitlopend op de zitting heeft Hesdo producties in het geding gebracht, waarop zij zich ter zitting zou gaan beroepen. Naar aanleiding van deze producties trok Philips de zaak in, omdat zij nader onderzoek moest verrichten naar de houdbaarheid van haar vorderingen. Hesdo vordert € 25.052,62 aan proceskosten ter voorbereiding van de ingetrokken inbreukzaak. Vooropgesteld wordt dat de Hoge Raad in zijn uitspraak van 3 juni 2016 [IEF 15988] heeft geoordeeld dat het mogelijk is voor een gedaagde partij om alsnog een proceskostenveroordeling te vorderen, in geval een eisende partij een kort geding intrekt. Dat geldt ook voor kort gedingen met betrekking tot het intellectueel eigendomsrecht. Hesdo heeft echter de door haar gestelde kosten niet voldoende gespecificeerd, waardoor Philips zich niet, althans niet behoorlijk heeft kunnen verweren. De te vergoeden kosten worden daarom op de gebruikelijke wijze begroot op € 1.636,00.

IEF 19439

Vacature: advocaat-medewerker IE en reclamerecht bij Holla

Holla zoekt een gevorderd advocaat-stagiair(e) / beginnend advocaat-medewerker intellectuele eigendom (IE) en reclamerecht.
Standplaats: Eindhoven.

Heb jij inmiddels enkele jaren ervaring met het rechtsgebied IE en/of het reclamerecht? Of zou je je graag willen ontwikkelen op dit gebied? We komen graag met je in contact!

De Business Unit Intellectuele Eigendom, ICT & Privacy van Holla bestaat uit een team van acht advocaten. Het team is gespecialiseerd in onder andere het merken-, auteurs- en modellenrecht, ICT-recht en nieuwe media. Jij gaat je vooral bezighouden met IE en het (geneesmiddelen) reclamerecht, maar ook met zaken op het gebied van medische hulpmiddelen, cosmetica en voedingsmiddelen. Het team is actief in zowel de adviespraktijk als de specifieke procespraktijk van het intellectuele eigendom als in het procederen voor de codecommissies van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) en de Reclame Code Commissie (RCC).

Lees verder.

IEF 19557

Jurisprudentielunch Merken- Modellen- en Auteursrecht op 18 november

Binnenkort, op woensdag 18 november, is het weer tijd voor de halfjaarlijkse Jurisprudentielunch Merken- Modellen- en Auteursrecht, met Tobias Cohen Jehoram, Charles Gielen en Joris van Manen. Schuif aan en u bent in een paar uur weer helemaal bij!

Enkele voorbeelden van de te behandelen uitspraken:

IEF 19556

Geen inbreuk op octrooi draadloze communicatie

Rechtbank Den Haag 4 nov 2020, IEF 19556; ECLI:NL:RBDHA:2020:11108 (Sisvel tegen Xiaomi), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-inbreuk-op-octrooi-draadloze-communicatie

Rechtbank Den Haag 4 november 2020, IEF 19556, IT 3310; ECLI:NL:RBDHA:2020:11108 (Sisvel tegen Xiaomi) Tussenvonnis. De Sisvel-groep beheert een uitgebreide octrooiportefeuille op het gebied van draadloze communicatie, waaronder octrooi EP 272. De vraag ligt voor of Xiaomi met de verhandeling van haar mobiele telefoons inbreuk maakt op EP 272. Volgens Sisvel wordt in de LTE-standaard door Xiaomi gebruik gemaakt van de uitvinding van EP 272. Xiaomi voert aan dat vanwege de tussen de netwerkarchitectuur van het octrooi en die van de LTE-standaard bestaande verschillen niet kan worden gezegd dat zij met de verhandeling van mobiele telefoons die de LTE-standaard ondersteunen, inbreuk maakt op het octrooi. De vordering van Sisvel in de hoofdzaak in conventie wordt afgewezen. De ingeroepen conclusies van het als standaard-essentieel aangemelde octrooi zijn niet geïncorporeerd in de LTE/4G-standaard die de mobiele telefoons van Xiaomi ondersteunen. De andere niet-inbreuk verweren van Xiaomi behoeven geen bespreking meer, net zo min als haar FRAND-verweer.

IEF 19555

Uitingen hoortoestellenreclame zijn misleidend

RCC 4 nov 2020, IEF 19555; (Specsavers), http://www.ie-forum.nl/artikelen/uitingen-hoortoestellenreclame-zijn-misleidend

SRC College van Beroep 4 november 2020, IEF 19555, RB 3456; 2020/00299 - CVB (Specsavers) Klacht over de Specsavers-reclame voor hoortoestellen. In de bestreden uitingen wordt sterk de indruk gewekt dat de consument die twee hoortoestellen koopt bij Specsavers met geen enkele betalingsverplichting zal worden geconfronteerd. Heeft de consument echter nog een bedrag wegens eigen risico openstaan, dan kan de zorgverzekeraar – na vergoeding van de hoortoestellen aan Specsavers – de consument een rekening sturen voor het (resterende) eigen risico. Dit zal de consument als een vorm van betaling beschouwen. Dat het gebruikmaken van de onderhavige aanbieding tot een dergelijke betalingsverplichting kan leiden, is essentiële informatie die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te kunnen nemen. De consument moet daarom tijdig en op duidelijke wijze op de essentiële informatie over een eventuele betaling wegens verrekening van het eigen risico attent worden gemaakt. Er wordt geoordeeld dat dit in de bestreden uitingen onvoldoende is gedaan. De uitingen zijn daarom misleidend.

IEF 19554

Foto in reclamebrochure is schending van portretrecht

Rechtbank Noord-Nederland 3 nov 2020, IEF 19554; ECLI:NL:RBNNE:2020:3807 (Eiseres tegen Meubelhallen Kolham), http://www.ie-forum.nl/artikelen/foto-in-reclamebrochure-is-schending-van-portretrecht

Ktr. Rechtbank Noord-Nederland 3 november 2020, IEF 19554, RB 3455; ECLI:NL:RBNNE:2020:3807 (Eiseres tegen Meubelhallen Kolham) Portretrecht. Eiseres is in dienst geweest van Meubelhallen Kolham. Na haar ontslagname in 2018 is zij gaan werken bij een concurrerend bedrijf. Omstreeks 2017 heeft eiseres haar medewerking verleend aan een professionele fotoshoot voor commerciële doeleinden, namelijk ten behoeve van de door Meubelhallen Kolham uitgebrachte reclamebrochure. Meubelhallen Kolham heeft een van de foto’s gebruikt in een brochure van 2019. Eiseres meent dat daarmee inbreuk is gemaakt op haar portretrecht ex art. 21 Aw en vordert een schadevergoeding van € 7.000,-. De kantonrechter is van oordeel dat eiseres weliswaar geacht kan worden te hebben ingestemd met het gebruik van haar foto’s in de brochure gedurende haar dienstverband, maar dat het op de weg van Meubelhallen Kolham lag om zich bij/na de uitdiensttreding van eisers ervan te vergewissen dat zij ook instemde met eventuele voortzetting van het gebruik van haar foto’s. Meubelhallen Kolham heeft inbreuk gemaakt op de portrechtrechten van eiseres. De gevorderde schadevergoeding wordt echter wel ‘heel erg aan de hoge kant’ geacht. Meubelhallen Kolham wordt derhalve veroordeeld tot een schadevergoeding van € 500,-.