IEF 19105

Conclusie A-G in Cooper International Spirits e.a.

18 sep 2019, IEF 19105; ECLI:EU:C:2019:755 ( Cooper International Spirits e.a. ), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-a-g-in-cooper-international-spirits-e-a

HvJ EU Conclusie A-G 18 september 2019, IEF 19105, IEFbe 3059; ECLI:EU:C:2019:755 ( Cooper International Spirits e.a.) Zie eerder [IEF 18117]. De Cour de cassation heeft bij beslissing van 26 september 2018 de behandeling van de voor hem aanhangige zaak geschorst en de volgende prejudiciële vraag gesteld: „Moeten artikel 5, lid 1, onder b), en de artikelen 10 en 12 van [richtlijn 2008/95] aldus worden uitgelegd dat een merkhouder die zijn merk nooit heeft gebruikt en wiens rechten vervallen zijn verklaard bij het verstrijken van de periode van vijf jaar vanaf de publicatie van zijn inschrijving, schadevergoeding wegens inbreuk kan verkrijgen op grond dat de wezenlijke functie van zijn merk is aangetast doordat een derde, vóór de datum de vervallenverklaring is ingegaan, een met dit merk overeenstemmend teken heeft gebruikt voor dezelfde of soortgelijke waren of diensten als die waarvoor dit merk was ingeschreven?”
Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen AR en de vennootschappen Cooper International, Établissements Boudier en Dalfour over vermeende inbreuken op het ingeschreven Franse merk „SAINT GERMAIN” vóór de vervallenverklaring van dit merk.

IEF 19104

Publicatie foto zonder toestemming

Rechtbank Amsterdam 12 mrt 2020, IEF 19104; ECLI:NL:RBAMS:2020:1721 (Onrechtmatige publicatie foto), http://www.ie-forum.nl/artikelen/publicatie-foto-zonder-toestemming

Ktr. Rechtbank Amsterdam 12 maart 2020, IEF 19104, IT 3086; ECLI:NL:RBAMS:2020:1721 (Onrechtmatige publicatie foto) Gedaagde heeft op een website een recept geplaatst met een foto. Studio Lipov heeft de foto gemaakt en is de auteursrechthebbende. Eiseres heeft voor Nederland de exclusieve rechten op de foto gekregen.Gedaagde heeft de foto geopenbaard en bijgesneden zonder naamsvermelding en toestemming. Eiseres heeft aan gedaagde voor de foto een licentienota gestuurd, deze is onbetaald gebleven. De foto is inmiddels verwijderd. Gedaagde heeft hierdoor inbreuk gemaakt op de auteursrechten van eiseres en door deze inbreuk heeft eiseres schade geleden die zij vergoed wil hebben. Vastgesteld wordt dat de foto auteursrechtelijk beschermd is en dat eiseres het recht heeft om op te komen tegen het gebruik van de foto. Doordat de foto op de website van gedaagde heeft gestaan, heeft zij de foto geopenbaard en dat is zonder toestemming van eiseres niet toegestaan, zo volgt uit artikel 25 en 27A van de Aw. Dit maakt gedaagde schadeplichtig, ook als de foto in het verleden, zoals gedaagde aanvoert, vrij op internet verkrijgbaar is geweest. Feit blijft immers dat gedaagde geen toestemming heeft gekregen om de foto op haar website te plaatsen.

IEF 19102

Merk op verpakkingsdoos suggereert economische band met merkhouder

Rechtbank Den Haag 25 mrt 2020, IEF 19102; ECLI:NL:RBDHA:2020:2735 (Coty tegen Easycosmetic), http://www.ie-forum.nl/artikelen/merk-op-verpakkingsdoos-suggereert-economische-band-met-merkhouder

Rechtbank Den Haag 25 maart 2020, IEF 19102; ECLI:NL:RBDHA:2020:2735 (Coty tegen Easycosmetic) Coty maakt deel uit van de internationaal opererende Coty-groep, welke actief is in de markt van parfumproducten, cosmetica en huidverzorging. Coty is binnen de Coty-groep verantwoordelijk voor de handhaving van intellectuele eigendomsrechten en vervaardigt en verhandelt parfumproducten onder verschillende merken. Zij heeft hiertoe van de houders van deze merken licenties verkregen. Easycosmetic verkoopt via haar website www.easycosmetic.nl parfum- en cosmeticaproducten van ruim 250 verschillende merken. Op de verpakkingsdozen die Easycosmetic gebruikt voor het versturen van bestellingen naar klanten zijn in totaal 80 tekens gelijk aan verschillende merken, waaronder merken waar Coty een licentie van heeft, afgebeeld. Volgens Coty maakt Easycosmetic hiermee inbreuk op haar intellectuele eigendomsrechten.

IEF 19103

Werkwijze van de Rechtspraak na 6 april

In verband met de uitbraak van het coronavirus heeft de Rechtspraak besloten vanaf dinsdag 17 maart alle rechtbanken, gerechtshoven en bijzondere colleges te sluiten. Deze situatie zal ook na 6 april worden voortgezet. Urgente zaken gaan wel door. De Rechtspraak heeft een overzicht gepubliceerd van urgente zaken.

 
IEF 19100

VPRO hoeft uitlating over Baudet niet te rectificeren

Rechtbank Midden-Nederland 25 mrt 2020, IEF 19100; ECLI:NL:RBMNE:2020:1070 (Baudet tegen VPRO), http://www.ie-forum.nl/artikelen/vpro-hoeft-uitlating-over-baudet-niet-te-rectificeren

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 25 maart 2020, IEF 19100; ECLI:NL:RBMNE:2020:1070 (Baudet tegen VPRO) In het tv-programma Buitenhof legde de presentatrice uitlatingen van Baudet voor aan een studiogast. Baudet en Forum voor Democratie stellen dat Buitenhof door middel van deze parafrase bewust karaktermoord pleegde op Baudet en dus onrechtmatig handelde. Geoordeeld wordt dat de VPRO de uitzending van Buitenhof, niet hoeft te rectificeren. De parafrase is gebrekkig, maar tegelijkertijd, gelet op alle omstandigheden, handelde de VPRO niet onrechtmatig. Baudet is namelijk een publieke figuur, die actief deelneemt aan het publieke (politieke) debat. Dit betekent dat hij meer moet accepteren dan de gemiddelde burger. Bovendien kan de vraag van de presentatrice worden gezien als een bijdrage aan het publieke debat. Volgens het Europese Hof van de Rechten van de Mens mag het recht op vrijheid van meningsuiting dan minder snel ingeperkt worden, omdat op grond van een op basis van art. 8 en 10 EVRM gemaakte belangenafweging er geen noodzaak is tot beperking van de vrijheid van meningsuiting van de VPRO. Bij de belangenafweging spelen de eerdere door Baudet gedane uitspraken een rol. De door Baudet en Forum voor Democratie gevorderde rectificatie is verder niet toewijsbaar, ook niet omdat niet duidelijk is wat de omvang van de door hen gestelde schade is. Bovendien is door de zelf gezochte publiciteit het eigen standpunt inmiddels voldoende aan het publiek duidelijk gemaakt en heeft de VPRO ook zelf aan nadere berichtgeving gedaan.

IEF 19099

Maarten Russchen: pas op voor nepfacturen na merkregistratie!

, IEF 19099; http://www.ie-forum.nl/artikelen/maarten-russchen-pas-op-voor-nepfacturen-na-merkregistratie

Het wordt steeds erger! Al jaren worden er nepfacturen verstuurd aan nieuwe merkhouders. Als je goed leest, gaat het dan om een factuur voor opname van het merk in een bepaald niet-officieel digitaal register. Maar deze gaat een stuk verder.

Hier wordt nota bene het beeldmerk van het Europese Merkenbureau gebruikt om een merkhouder € 910 te laten betalen op een bankrekening beginnend met PL. Een Poolse rekening dus, terwijl het EUIPO in Spanje zit.

IEF 19098

Verzoek Audi wordt afgewezen

Rechtbank Rotterdam 20 feb 2020, IEF 19098; ECLI:NL:RBROT:2020:1770 (Firma X tegen Audi), http://www.ie-forum.nl/artikelen/verzoek-audi-wordt-afgewezen

Vzr. Rechtbank Rotterdam 20 februari 2020, IEF 19098; ECLI:NL:RBROT:2020:1770 (Firma X tegen Audi) Kort geding. Firma X is een detailhandel in auto-onderdelen. Audi is houdster van verschillende Uniemerken. Audi stelt dat Firma X op grote schaal namaakgrillen verkoopt en verhandelt. Audi heeft de voorzieningenrechter op grond van artikelen 9 lid 1 sub a en 11 van de Handhavingsrichtlijn juncto artikel 1019e Rv verzocht dat Firma X wordt bevolen om de inbreuk te staken. De voorzieningenrechter wijst de vordering af wegens het ontbreken van spoedeisend belang en het niet voldoen aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. De bevelen worden vernietigd (met terugwerkende kracht).

IEF 19097

Conclusie P-G in Spin Master tegen High5

18 feb 2020, IEF 19097; ECLI:NL:PHR:2020:168 (Spin Master tegen High5), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-p-g-in-spin-master-tegen-high5

HR Conclusie P-G 18 februari 2020, IEF 19097; ECLI:NL:PHR:2020:168 (Spin Master tegen High5) Zie eerder  [IEF 16516], [IEF 17968], [IEF 18077] en [IEF 18694]. Deze cassatie in het belang der wet komt na een prejudiciële verwijzing en gaat over art. 90 GModVo en meer in het bijzonder over de vraag of ook andere dan Haagse voorzieningenrechters bevoegd zijn om kennis te nemen van Gemeenschapsmodelinbreuken. Het HvJ EU heeft inmiddels geoordeeld dat art. 90 lid 1 GModVo als volgt moet worden uitgelegd: rechtbanken van lidstaten die bevoegd zijn voorlopige of beschermende maatregelen te bevelen voor een nationaal model, zijn tevens bevoegd dergelijke maatregelen te bevelen voor een Gemeenschapsmodel. Conclusie: niet enkel Haagse voorzieningenrechters zijn bevoegd om kennis te nemen van Gemeenschapsmodelinbreuken.

IEF 19095

Verbetering van arrest

Hof Amsterdam 21 jan 2020, IEF 19095; ECLI:NL:RBAMS:2017:1259 (X tegen Otazu License en OTZ), http://www.ie-forum.nl/artikelen/verbetering-van-arrest
hamer CC0

Hof Amsterdam 21 januari 2020, IEF 19095; ECLI:NL:GHAMS:2020:109 (X tegen Otazu License en OTZ) Het hof heeft in deze zaak op 12 november 2019 een arrest uitgesproken. Otazu License stelt dat het arrest een kennelijke fout bevat en verzoekt herstel. Het uitgesproken arrest wordt verbeterd. In plaats van: ''verklaart het merk Ro by Rodrigo Otazu met depotnr. 0795672 vervallen voor de klassen 9 en 14'' wordt in het dictum gelezen ''verklaart het merk Ro by Rodrigo Otazu met depotnr. 0795672 vervallen voor de klassen 9 en 20''.

IEF 19094

Duitse Bundesverfassungsgericht verklaart ratificatie van UPC-verdrag nietig

Het Duitse Bundesverfassungsgericht heeft de ratificatie van het Unified Patent Court Verdrag (UPC Verdrag) nietig verklaard. Het UPC Verdrag was in de Bondsdag aangenomen met een unanieme stemming van de 35 aanwezige leden. Het Bundesverfassungsgericht heeft echter bepaald dat dit moest gebeuren met tweederde van het totaal aantal leden – dit zijn er 709. De vraag is nu of er een nieuwe stemming komt in de Bondsdag en welke procedure daarvoor gevolg moet worden. Verder zijn de materiële klachten tegen UPC Verdrag niet-ontvankelijk verklaard.

Lees ook het artikel van Wouter Pors op Twobirds.com.

IEF 19093

Tijdelijke regeling civiele dagvaardingszaken bij de hoven

In verband met de uitbraak van het coronavirus heeft de Rechtspraak een tijdelijk afwijkende regeling voor civiele dagvaardingszaken bij de hoven ingesteld (toepassing uitzonderingsbepaling artikel 1.18 LPR):
In afwijking van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven gelden vanaf heden tot nader order de volgende afwijkingen. Voor het overige wordt het reglement onverkort toegepast.

1. Een verzoek om uitstel voor het verrichten van een proceshandeling wordt in beginsel altijd verleend. Bij bezwaar van de wederpartij beslist de rolraadsheer.

2. De minimumtermijn voor alle proceshandelingen bedraagt vier weken, dus ook de termijn voor fourneren wordt vier weken.

3. Als de proceshandeling waarvoor de zaak staat niet uiterlijk de dag na de roldatum is verricht, wordt ambtshalve vier weken uitstel verleend, ook zonder verzoek van partijen om uitstel en ook in het geval volgens het procesreglement geen uitstel kon worden verkregen. Verval van recht wordt niet uitgesproken.

4. Nieuwe zaken worden gewoon ingeschreven, ook bij een geringe overschrijding van de in art. 125 lid 2 Rv genoemde termijn voor indiening van de stukken ter griffie.

5. In spoedeisende zaken kan de rolraadsheer de afwijkingen buiten toepassing laten en de gewone regels van het procesreglement hanteren.

IEF 19092

BOIP: nakoming van termijnen gedurende periode van maatschappelijke beperkingen door coronavirus

Na de door de Nederlandse regering aangekondigde beperkende maatregelen in verband met het coronavirus, zal BOIP met een uiterst minimale bezetting doorwerken. BOIP is zich er van bewust dat dit ook geldt voor alle IE-professionals en ondernemers die momenteel onderhanden zijnde verzoeken en procedures bij BOIP hebben. Onder deze omstandigheden heeft BOIP besloten:

1. Vanaf 16 maart 2020 tot aan het moment waarop er redelijkerwijs weer op normale wijze kan worden gewerkt door IE-professionals en ondernemers in de Benelux-landen, zal BOIP geen verzoeken of procedures intrekken omdat een gegeven termijn niet werd gerespecteerd. Dit geldt evenzeer voor niet tijdig ingediende oppositieprocedures of niet tijdig verrichte betalingen.

2. BOIP zal op basis van de sinds 16 maart 2020 opgedane ervaringen en de maatschappelijke ontwikkelingen vaststellen wanneer er redelijkerwijs weer op normale wijze kan worden gewerkt door IE-professionals en andere ondernemers in de Benelux-landen. BOIP zal hiervoor te zijner tijd een datum (“BAU-datum”) vaststellen en deze communiceren via een nieuwe mededeling van de Directeur-Generaal.

IEF 19091

Incidentele vordering tot tussenkomst in VRO-procedure geweigerd

Rechtbank Den Haag 18 mrt 2020, IEF 19091; (Sisvel tegen Xiaomi en Docomo), http://www.ie-forum.nl/artikelen/incidentele-vordering-tot-tussenkomst-in-vro-procedure-geweigerd

Rechtbank Den Haag 18 maart 2020, IEF 19091, IT 3075; C/09/582823 / HA ZA 19-1 139 (Sisvel tegen Xiaomi en Docomo) Vonnis in incident tot tussenkomst/voeging. FRAND/SEP-zaak. Docomo verzoekt om tussen te mogen komen in een VRO-procedure ter waarborging van de vertrouwelijkheid van een licentieovereenkomst die één van de partijen met haar, als derde, heeft gesloten. De incidentele vordering wordt geweigerd. Docomo heeft haar incidentele vordering te laat ingesteld. Volgens artikel 218 Rv wordt de incidentele vordering tot tussenkomst ingesteld bij incidentele conclusie vóór of op de roldatum waarop de laatste conclusie in het aanhangige geding wordt genomen. Daarnaast wordt de incidentele vordering geweigerd omdat tussenkomst tot onredeljke vertraging van de procedure zou leiden. Ten slotte heeft  Docomo niet gesteld welk belang zij bij tussenkomst heeft in verband met de gevolgen van de uitspraak in de hoofdzaak voor haar.

IEF 19060

Nederlands Octrooicongres

Op dinsdag 9 juni organiseert deLex voor de 12e keer het Nederlandse octrooicongres.
Ook dit jaar wordt het inhoudelijk programma samengesteld door Gertjan Kuipers (De Brauw Blackstone Westbroek) en Peter Blok (CIER, Gerechtshof Den Haag).

Meer informatie volgt binnenkort!

IEF 19090

Reactie Taylor Wessing op consultatie Beleidsnota: naar een mkb-vriendelijke Rijksoctrooiwet 1995

Taylor Wessing heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te reageren op de internetconsultatie van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat over de beleidsnota: naar een mkb-vriendelijke Rijksoctrooiwet 1995.
In de reactie bedient Taylor Wessing zich van een aantal statistieken. Zo blijkt uit de reactie dat mkb-ondernemingen structureel steeds minder vaak betrokken zijn bij octrooizaken (waar in 2010 nog in 67,5% van de gevallen een of meerdere mkb-ondernemingen partij waren bij een procedure, was dit in 2019 nog maar 19,4%). Daarnaast wordt inzichtelijk gemaakt hoe de doorlooptijden van de procedures zich bij de rechtbank en het hof in de afgelopen 10 jaar hebben ontwikkeld.

Lees hier de hele reactie van Wim Maas, David Mulder en Emma Jansen van Taylor Wessing.

IEF 19089

Gevel Lacet Bixx maakt inbreuk op auteursrecht gevel Cube Elite

Rechtbank Gelderland 5 mrt 2020, IEF 19089; ECLI:NL:RBGEL:2020:1493 (Droomparken tegen Lacet), http://www.ie-forum.nl/artikelen/gevel-lacet-bixx-maakt-inbreuk-op-auteursrecht-gevel-cube-elite

Rechtbank Gelderland 5 maart 2020, IEF 19089; ECLI:NL:RBGEL:2020:1493 (Droomparken tegen Lacet) Droomparken c.s. stelt dat Lacet door het (onder meer) in Nederland te koop aanbieden van de recreatiewoning Lacet Bixx inbreuk maakt op het auteursrecht van Droomparken c.s. op de recreatiewoning Cube Elite. De vraag die eerst ter beantwoording voorligt, is of de Cube Elite in Nederland auteursrechtelijke bescherming geniet. Vervolgens ligt de vraag voor of de gevel van de Lacet Bixx inbreuk maakt op de auteursrechtelijk beschermde gevel van de Cube Elite in de zin van artikel 13 Aw. Aangenomen wordt dat de Cube Elite een eigen oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt. Het is een auteursrechtelijk beschermd werk in de zin van art. 10 Aw. De totaalindruk van beide gevels stemmen overeen, de vormgeving van de gevel van de Lacet Bixx stemt in essentie geheel overeen met de gevel van de Cube Elite. Daarmee maakt de gevel van de Lacet Bixx inbreuk op het auteursrecht op de gevel van de Cube Elite.

IEF 19088

Uitlatingen over wederpartij aan pers zijn niet onrechtmatig

Hof Den Haag 3 mrt 2020, IEF 19088; ECLI:NL:GHDHA:2020:359 (Taj Events tegen ex-finalisten), http://www.ie-forum.nl/artikelen/uitlatingen-over-wederpartij-aan-pers-zijn-niet-onrechtmatig

Hof Den Haag 3 maart 2020, IEF 19088; ECLI:NL:GHDHA:2020:359 (Taj Events tegen ex-finalisten) Hoger beroep kort geding. Appellant Taj Events wil dat ex-finalisten van een Miss India Holland-event worden veroordeeld tot het plaatsen van een rectificatie op hun Facebook-pagina, in het Algemeen Dagblad en bij verschillende online nieuwsfora. Met hierin de verklaring dat alle door hen gedane uitlatingen over seksueel misbruik of andere vormen van ontoelaatbaar gedrag door appellant en over het oneerlijke verloop van de verkiezing, onjuist zijn. Ook vordert appellant dat het hem wordt toegestaan dit rectificatiebericht zelf te publiceren. De belangenafweging tussen de vrijheid van meningsuiting en recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, art. 7 en 10 Grondwet en art. 8 en 10 EVRM, valt in het voordeel uit van de ex-finalisten. De uitlatingen van de ex-finalisten over de wederpartij aan de pers zijn niet onrechtmatig. De ex-finalisten konden in redelijkheid van mening zijn dat sprake was van een misstand. Het is aannemelijk dat de (vermeende) misstand door de ex-finalisten als dermate ernstig werd ervaren, dat zij om die reden meenden er goed aan te doen uit de verkiezingen te stappen en de pers op te zoeken.

IEF 19087

Verbodsvordering toegewezen voor de duur van bodemprocedure

Rechtbank Den Haag 11 mrt 2020, IEF 19087; ECLI:NL:RBDHA:2020:2161 (Nikon tegen PHL), http://www.ie-forum.nl/artikelen/verbodsvordering-toegewezen-voor-de-duur-van-bodemprocedure

Rechtbank Den Haag 11 maart 2020, IEF 19087; ECLI:NL:RBDHA:2020:2161 (Nikon tegen PHL) Nikon en Nikon Europe behoren beide tot de Nikon Group, een groep van ondernemingen die zich bezighoudt met de ontwikkeling, productie en verkoop van optische en elektronische apparatuur. Nikon is houdster van diverse Uniemerken. PHL is een in Gibraltar gevestigde vennootschap. Zij heeft meerdere domeinnamen onder haar beheer, met daaraan steeds dezelfde website (in verschillende talen) gekoppeld waarop fotocamera’s en daaraan gerelateerde producten van verschillende merken worden aangeboden en verkocht, waaronder producten voorzien van het merk Nikon.

IEF 19086

Veroordeling tot proceskosten Roxtec en OTM

Hof Amsterdam 12 nov 2019, IEF 19086; ECLI:NL:GHAMS:2019:4064 (Roxtec tegen OTM), http://www.ie-forum.nl/artikelen/veroordeling-tot-proceskosten-roxtec-en-otm

Hof Amsterdam 12 november 2019, IEF 19086; ECLI:NL:GHAMS:2019:4064 (Roxtec tegen OTM) Appel van [IEF 17245]. Merkrecht. Auteursrecht. Slaafse nabootsing. Roxtec houdt zich bezig met de productie en verhandeling van kabel- en pijpafdichtingsoplossingen. Haar producten zijn voorzien van een zogenoemd bulls-eye ontwerp en worden uitgevoerd in de contrasterende kleuren (fel) blauw en zwart. Haar vordering strekt met name tot bescherming van het uiterlijk/de vormgeving van haar producten, zij legt daaraan merkrecht, auteursrechtinbreuk en slaafse nabootsing ten grondslag. OTM is inmiddels overgestapt naar multicolour producten en zegt toe dat zij het oranje/zwart product niet in Nederland op de markt zal brengen "eenvoudigweg omdat zij (…) dit product niet meer fabriceert of verhandelt (zonder enige erkenning)”. Roxtec stelt dat OTM door deze toezegging in feite aan de hoofdvordering heeft voldaan en ziet aanleiding om de vordering met uitzondering van de gevorderde proceskostenveroordeling, tot nihil te verminderen. Zij maakt alleen aanspraak op de proceskosten in beide instanties, artikel 1019h BW. Roxtec wordt veroordeeld tot de kosten van het principaal appel, OTM moet de kosten van het incidenteel appel dragen.