IEF 17957

Uitingsvrijheid van AVROTROS weegt zwaarder dan privacy van eiser in Opgelicht?!

Rechtbank Midden-Nederland 12 sep 2018, IEF 17957; (Eiser tegen AVROTROS), http://www.ie-forum.nl/artikelen/uitingsvrijheid-van-avrotros-weegt-zwaarder-dan-privacy-van-eiser-in-opgelicht

Rechtbank Midden-Nederland 12 september 2018, IEF 17957 (Eiser tegen AVROTROS) Privacy. Vrijheid van meningsuiting. Eiser is reeds vele jaren zakenman en hij heeft gehandeld via diverse Nederlandse en buitenlandse vennootschappen. Veel van deze ondernemingen zijn gefailleerd. Op 15 december 2016 is eiser geïnterviewd voor het programma opgelicht! van de AVROTROS. Op 2 januari 2017 is er aandacht besteed aan de eiser in het programma en hebben ze de beelden van het interview gebruikt. Ook zijn er uitlatingen van zakelijke contacten en de broers van de eiser gedaan in de uitzending. Eiser vordert een schadevergoeding omdat zijn privacy is geschonden met de uitzending. Verder vordert hij dat de uitzending verwijderd wordt en rectificatie. Eiser stelt dat de Uitzending onrechtmatig is omdat de beschuldigingen onvoldoende steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal, er heimelijk opnames zijn gemaakt, er een foto is getoond van zijn dochters en omdat er onnodig grievende uitlatingen zijn gedaan. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan te nemen dat de beschuldigingen onvoldoende steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal. Eiser heeft zelf aangeboden om nadere informatie te zullen verstrekken maar heeft dit niet gedaan. AVROTROS heeft nog laten weten dat ze het graag willen ontvangen in het kader van wederhoor. De heimelijk opgenomen beelden duren niet langer dan twee seconden. Daar komt bij dat eiser in de uitzending uitgebreid in beeld komt tijdens het Interview. De foto van de dochters heeft het doel om Z sneller geld over te laten maken aan eiser. Daar komt bij dat de gezichten van de dochters geblurd zijn en niet snel herkend zullen worden. De uitlatingen worden niet als onnodig grievend gekwalificeerd omdat het voldoende steun vindt in de feiten. AVROTROS geeft alleen een weergave van meningen van anderen, zonder dat zij daarmee haar eigen mening verkondigt. De rechtbank is, gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden, van oordeel dat het recht op vrije meningsuiting van AVROTROS zwaarder weegt dan het recht van X op de bescherming van zijn eer en goede naam alsook zijn privacy. De vorderingen worden afgewezen.

IEF 17956

Voegingsvordering Zeiss afgewezen in Nikon/ASML zaak wegens eisen van goede procesorde

Rechtbank Den Haag 5 sep 2018, IEF 17956; ECLI:NL:RBDHA:2018:10700 (Nikon tegen ASML en Zeiss), http://www.ie-forum.nl/artikelen/voegingsvordering-zeiss-afgewezen-in-nikon-asml-zaak-wegens-eisen-van-goede-procesorde

Rechtbank Den Haag 5 september 2018, IEF 17956; ECLI:NL:RBDHA:2018:10700 (Nikon tegen ASML en Zeiss) Bodemzaak. Voeging.  De voegingsvordering van Zeiss tijdig is ingediend volgens het Versneld Regime in Octrooizaken (VRO-zaak). Maar Zeiss is al vanaf het begin van het geschil nauw betrokken. De indiening op de laatst mogelijke dag leidt ertoe dat Zeiss in de gelegenheid wordt gesteld een conclusie van antwoord in de hoofdzaak te nemen, waarna Nikon en ASML vervolgens zouden kunnen antwoorden. Dat zou de VRO-zaak op onevenredige wijze doorkruisen. Zeiss had dit kunnen voorkomen door haar incidentele vordering tijdig in te stellen en zij had dit gelet op haar betrokkenheid bij de VRO-zaak ook kunnen doen. Het belang van Nikon bij een voortvarende afwikkeling van de VRO-zaal prevaleert. De vordering wordt afgewezen.

 

IEF 17955

Ex parte verbod van Leidseplein toegewezen: Magic Leaf moet verkoop grinders met buldog staken

Rechtbank Amsterdam 6 sep 2018, IEF 17955; (Leidseplein tegen Magic Leaf), http://www.ie-forum.nl/artikelen/ex-parte-verbod-van-leidseplein-toegewezen-magic-leaf-moet-verkoop-grinders-met-buldog-staken

Vzr. Rechtbank Amsterdam 6 september 2018, IEF 17955 (Leidseplein tegen Magic Leaf) Merkenrecht. Magic leaf maakt, door het zonder toestemming van X en Leidseplein verkopen van grinders (vermalers van wiettoppen) die zijn voorzien van een teken (Bulldog) dat nagenoeg identiek is aan het Beeldmerk van Leidseplein. De grinders zijn verkrijgbaar in eigen winkels en Magic Leaf verhandelt deze aan wederverkopers. Leidseplein heeft namaakbestrijdingsbureau REACT ingeschakeld. REACT heeft Magic Leaf en enkele wederverkopers aangesproken op de verkoop van de grinders. Met de betreffende wederverkopers heeft Leidseplein een afstands- en onthoudingsverklaring getekend. Magic Leaf heeft geweigerd om medewerking te verlenen. Leidseplein vordert een ex parte verbod en dat Magic Leaf de verkoop staakt en gestaakt houdt. Zowel het Beeldmerk al het teken bestaan uit de kop van een buldog die op nagenoeg gelijke wijze is weergegeven, met een agressieve blik, uitstekende ondertanden, grote wangzakken en openstaande oren. Op zowel het Beeldmerk als het teken is de kop weergegeven met een halsband met stekelige studs. De consument zal daardoor visueel geen verschil opmerken tussen het Beeldmerk enerzijds en het door Magic Leaf gebruikte teken anderzijds en daardoor direct in verwarring raken. Naast hoge mate van visuele overeenstemming, stemmen het Beeldmerk en het teken ook op begripsmatig vlak overeen. Het publiek dat wordt geconfronteerd met het nagenoeg identieke teken van Magic Leaf zal ook direct een verband leggen met het oudere bekende Beeldmerk van Leidseplein. Magic Leaf tracht middels het gebruik van het betreffende teken in het kielzog te varen van het bekende Beeldmerk, en op die manier te profiteren van de inspanningen van Leidseplein. Voorts wordt het economische gedrag van de consument door het gebruik van het teken beïnvloed. Gezien de grote mate van overeenstemming tussen het teken en het Beeldmerk zal de consument direct een verband leggen tussen beide en als gevolg daarvan zal haar interesse verschuiven van de producten aangeboden onder het Beeldmerk naar de (goedkopere) producten die worden aangeboden onder het inbreuk makende teken. Leidseplein heeft recht op en belang bij een ex parte verbod, omdat alleen die maatregel kan en zal leiden tot een effectieve handhaving van haar merkrechten. De uitkomst van een regulier kort geding kan niet worden afgewacht, nu het voldoende aannemelijk is dat Magic Leaf de periode tot aan een vonnis in kort geding zal gebruiken, zonodig misbruiken, om haar resterende voorraad uit te leveren aan derden. De vorderingen worden toegewezen.

IEF 17954

DSM is veroordeeld tot rectificatie en betaling van proceskosten van 300.000 euro na herroeping octrooi door de TKB

Hof Den Haag 4 sep 2018, IEF 17954; ECLI:NL:GHDHA:2018:2155 (Novozymes en Univar tegen DSM), http://www.ie-forum.nl/artikelen/dsm-is-veroordeeld-tot-rectificatie-en-betaling-van-proceskosten-van-300-000-euro-na-herroeping-octr

Hof Den Haag 4 september 2018, IEF 17954; ECLI:NL:GHDHA:2018:2155 (Novozymes en Univar tegen DSM) Octrooirecht. DSM houdster EP1954808B1 met als titel 'Enzyme preparation yielding a clean taste', te vertalen als ‘Enzympreparaat dat geen bijsmaak oplevert’. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de UHT-melk van Novozymes niet verkocht mag worden in de landen waar het octrooi geldt (zie IEF  16488)DSM heeft recall brieven gestuurd naar de klanten van Novozymes. Op 20 september 2017 heeft TKB EP 808 volledig herroepen. Niet in geschil is dat met de beslissing van de TKB tot herroeping van EP 808 de grondslag voor de vorderingen van DSM is verdwenen, dat het tussen partijen gewezen vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 6 januari 2017 moet worden vernietigd en dat, opnieuw rechtdoende, de vorderingen van DSM alsnog moeten worden afgewezen. Novozymes vordert rectificatie en vergoeding van alle proceskosten. De gevorderde rectificatie moet worden toegewezen. Gelet op het feit dat DSM ervoor heeft gekozen het bij het vernietigde vonnis opgelegde bevel tot het versturen van recall brieven te executeren, heeft Novozymes een rechtmatig belang dat DSM de klanten van Novozymes bevestigt dat het vonnis is vernietigd en dat Novozymes geen inbreuk maakt. DSM heeft erkend dat zij de proceskostenvergoeding die Novozymes aan haar heeft voldaan ter uitvoering van het bestreden vonnis moet terugbetalen. Als onbestreden staat vast dat DSM die vergoeding nog niet heeft terugbetaald. De terugbetalingsvordering moet dus worden toegewezen. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank.

IEF 17952

SRFA en MVP moeten onjuiste en misleidende mededelingen over registers van belastingsadviseurs van websites verwijderen

Rechtbank Den Haag 28 aug 2018, IEF 17952; ECLI:NL:RBDHA:2018:10200 (Register Belastingadviseurs tegen LOI e.a.), http://www.ie-forum.nl/artikelen/srfa-en-mvp-moeten-onjuiste-en-misleidende-mededelingen-over-registers-van-belastingsadviseurs-van-w

Vzr. Rechtbank Den Haag 28 augustus 2018, IEF 17952; ECLI:NL:RBDHA:2018:10200 (Register Belastingadviseurs tegen LOI) Merkenrecht. Misleidende Mededeling. Onrechtmatige daad. RB is een beroepsorganisatie en branchevereniging van belastingadviseurs en consulenten in het MKB. RB is houdster van woordmerk RB en een beeldmerk. Op 16 juni 2017 zijn wijzigingen vastgesteld in het Huishoudelijk Reglement RB. Onder meer is de opleiding die vereist is voor de inschrijving in het Register Belastingadviseur veranderd. De duur van de opleiding is maximaal vijf jaar (afhankelijk van de genoten vooropleiding) en wordt uitsluitend aangeboden door RB. SRFA houdt een register in stand, waarin kandidaten kunnen worden ingeschreven als MKB Belastingconsulent (MKB BC) of MKB Belastingadviseur (MKB BA). De opleiding die is vereist voor inschrijving als MKB BC duurt één jaar en de opleiding die is vereist voor de inschrijving tot MKB BA duurt twee jaar. Deze opleidingen worden aangeboden door LOI, MVP en NCOI. Ook kan registratie plaatsvinden indien de betreffende kandidaat een opleiding heeft genoten met gelijke eindtermen als de door LOI, MVP en NCOI aangeboden opleidingen, of reeds is ingeschreven in het Register Belastingadviseur of het Register Belastingconsulent van RB. Op de website van SRFA staat dat hun register de enige actieve is. En op de website van MVP staat dat je na afronding van de opleidingen ingeschreven kan worden in het register voor Belastingadviseurs en de titel van MKB BA mag gebruiken. RB vordert iedere inbreuk te staken en gestaakt te houden en rectificatie. De totaalindruk van de beeldmerken zorgt niet voor verwarringsgevaar want er is sprake van visuele en auditieve verschillen. Er is ook geen inbreuk op de woordmerken RB, RBc en Rbc. De gebruikte tekens van SRFA; MKB Belastingadviseur, MKB Belastingconsulent, MKB BA en MKB BC zorgen niet voor verwarringsgevaar. De stakingsvordering wordt afgewezen. De mededeling op de website van SRFA dat ze de enige actieve register is moet worden aangemerkt als een misleidende, dan wel onjuiste mededeling. De onjuiste suggestie wordt gewekt dat RB niet bestaat. De mededeling van MVP dat een inschrijving volgt in het register voor Belastingadviseurs is onvolledig, dan wel misleidend. Inschrijving in het Register Belastingadviseur van RB is immers niet aan de orde bij deze opleiding (zie nieuwe Reglement RB). Rectificatie wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang maar SRFA en MVP moeten de mededelingen wel van de websites verwijderen.

IEF 17951

Te laat ingevoerde voegingsvordering Zeiss afgewezen in Nikon/ASML

Rechtbank Den Haag 5 sep 2018, IEF 17951; ECLI:NL:RBDHA:2018:10699 (Nikon tegen ASML en Zeiss), http://www.ie-forum.nl/artikelen/te-laat-ingevoerde-voegingsvordering-zeiss-afgewezen-in-nikon-asml

Rechtbank Den Haag 5 september 2018, IEF 17951; ECLI:NL:RBDHA:2018:10699 (Nikon tegen ASML en Zeiss) Bodemprocedure. Voegingsincident. Zeiss vordert dat haar wordt toegestaan zich in de hoofdzaak (IEF 17861, 17892 en 17932) aan de zijde van ASML te voegen. Ingevolge artikel 218 Rv wordt de incidentele vordering tot voeging ingesteld bij incidentele conclusie vóór of op de roldatum waarop de laatste conclusie in het aanhangige geding wordt genomen, zo overweegt de rechtbank.  In deze zaak volgens het Versneld Regime in Octrooizaken (hierna: VRO), zijn vaste termijnen bepaald voor het indienen van processtukken. Er diende op de rol van 13 juni 2018 te worden geconcludeerd voor antwoord in conventie; de laatste conclusie in de zaak in conventie. Nu uit de incidentele conclusie van Zeiss blijkt dat het door haar gestelde belang bij voeging slechts verband houdt met de procedure in conventie (geen inbreuk want ASML beschikt over een door Zeiss verstrekte sub-licentie), diende de incidentele vordering tot voeging uiterlijk op die datum te zijn ingesteld. De vordering wordt afgewezen.

IEF 17950

Kortstondig zichtbaar zijn van WeTransfer-link is geen sprake van openbaarmaking met toestemming

Rechtbank Amsterdam 27 aug 2018, IEF 17950; (Rutten tegen RF Mediaproducties), http://www.ie-forum.nl/artikelen/kortstondig-zichtbaar-zijn-van-wetransfer-link-is-geen-sprake-van-openbaarmaking-met-toestemming

Rechtbank Amsterdam 27 augustus 2018, IEF 17950 (Rutten tegen Stichting RF Mediaproducties) Auteursrecht. Rutten is een bekende Nederlandse fotograaf. RF heeft een hyperlink gevolgd die zichtbaar werd tijdens een livestream van Giel Beelen op YouTube. Deze link leidde naar een WeTransfermap van Rutten, die kon worden geopend door de eveneens zichtbare inlogcode in te toetsen. RF heeft daar een aantal foto's gedownload waarop Giel Beelen zichtbaar is met een Veronica-logo. Deze foto's waren gemaakt door Rutten in opdracht van Talpa, in het kader van de overstap van Giel Beelen naar Veronica. RF heeft de foto's gepubliceerd op haar website www.radiofreak.nl. Rutten vordert een schadevergoeding van 9000 euro. Het plaatsen van de foto's op de website van RF is openbaarmakingshandeling. Een beroep op het citaatrecht kan niet slagen. RF betoogt dat het overtypen van een wetransferlink zou zijn toegestaan omdat WeTransferlink openbaar zou zijn gemaakt. Met het kortstondig zichtbaar zijn van de link is geen sprake van openbaarmaking met toestemming van de auteursrechthebbende. Daarbij geldt dat Giel Beelen geen rechthebbende is. Dat de beoogde reclamecampagne om zeep geholpen is, vormt geen onderdeel van dit geschil. Rutten heeft onvoldoende onderbouwd waarom hij reputatieschade heeft geleden door de publicatie van onbewerkte foto's. De rechter legt een schadevergoeding van 1500 euro op.

IEF 17949

Verbod op drukken en verspreiden van titellijsten huis-aan-huisbladen afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang

Rechtbank Den Haag 5 sep 2018, IEF 17949; (Eiser tegen Holland Media Combinatie e.a.), http://www.ie-forum.nl/artikelen/verbod-op-drukken-en-verspreiden-van-titellijsten-huis-aan-huisbladen-afgewezen-wegens-ontbreken-spo

Ktr. Rechtbank Den Haag 5 september 2018, IEF 17949 (eiser tegen Holland Media Combinatie e.a.) Databankenrecht. Eiser heeft in de periode van januari 2000 tot eind 2008 een databank samengesteld met lijsten met titels van huis-aan-huisbladen die gezamenlijk landelijke dekking bieden. Eiser had een brochure achtergelaten bij Mediabureau OMD met daarin zijn formule. Provincie Zuid-Holland is deze formule zelf gaan voortzetten en heeft het meermalen laten publiceren in aanbestedingsinstructies. De mediabureaus zijn deze formule gaan exploiteren. De uitgevers hebben jarenlang advertenties (bekendmakingen) gedrukt en verspreid. Eiser vordert een verbod tot het drukken en verspreiden van bekendmakingen, advertenties en andere publicaties en overleg van de gehele administratie. Eiser is al jaren op de hoogte van het drukken en verspreiden van de bekendmakingen door gedaagden. In eerdere rechtszaken is ook al beslist dat hij geen auteursrecht heeft op de titellijsten en de formule. Eiser heeft geen spoedeisend belang. De vorderingen worden afgewezen.

IEF 17946

Bip is veroordeeld voor betaling van 50.000 wegens tekort schieten in de nakoming

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15 aug 2018, IEF 17946; (Perfetti van Melle tegen Bip), http://www.ie-forum.nl/artikelen/bip-is-veroordeeld-voor-betaling-van-50-000-wegens-tekort-schieten-in-de-nakoming

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15 augustus 2018 IEF 17946 (Perfetti van Melle tegen Bip) Auteursrecht. PVM is actief in de ontwikkeling, productie en commercialisatie van snoepgoed, waaronder merk Chupa Chups (lolly's). Eén van de Chupa Chups producten is een mega lollyhouder in de vorm van een lolly met daarin lolly's. De vormgeving is een geregistreerd Gemeenschapsmodelrecht. PVM is houder en heeft ook de auteursrechten. Bip is producent en distributeur van snacks, snoep en chocoladeproducten. PVM constateert dat Bip lollyhouders met dessins van Angry Birds, Hello Kitty en Halloween op de markt heeft gebracht. In ruil voor het afzien van een door PVM aanhangig te maken procedure, tekent Bip een onthoudingsverklaring (Undertaking). PVM komt erachter dat What's Next Candy (WNC) lollyhouders aanbiedt met eenzelfde algemene indruk als het PVM model. WNC is een onderneming waarvan Bip alle aandelen houdt.  PVM vordert dat Bip te kort geschoten is in de nakoming door het aangaan van tien transacties en het op voorraad houden van lollyhouders. PVM vordert een boete van primair 1.640.000, subsidiair 1.270.00 en meer subsidiair 365.000. Bip mocht redelijkerwijs niet begrijpen dat het de bedoeling van partijen was dat Bip na ondertekening van de Undertaking nog nieuwe verkooporders mocht afsluiten. Tussen partijen staat vast dat tien transacties zien op lollyhouders die identiek zijn aan het PVM model. Er wordt expliciet opgemerkt dat de restvoorraad niet vernietigd hoeft te worden. Bip heeft 10 maal door het sluiten van een verkoopovereenkomst de garantie geschonden en inbreuk gemaakt op de intellectuele eigendomsrechten van PVM. Artikel 5 van de Undertaking biedt grond voor 10 maal een boete van 5000 euro, in totaal 50.000. De vordering wordt deels toegewezen en Bip wordt veroordeelt voor betaling van 50.000 euro.

IEF 17943

Charles Gielen -Het rode zool-merk en terugwerkende kracht nieuwe nietigheidsgrond-

Op IE-forum is naar aanleiding van het recente arrest van het Europese Hof inzake het rode zool-merk van Louboutin (12 juni 2018, C-163/16) gedebatteerd over de vraag of de nieuwe weigerings- (en nietigheidsgrond) van art. 4(1)(e) Merkenrichtlijn c.q. art. 7(1)(e) jo. art. 59(1)(a) Unie Merkenverordening (zie bijdrage Dirk Visser (IEF17759), mijn bijdrage (IEF17770) en de reactie van Dirk Visser daarop (IEF17774)) terug kan werken op merken die voordat de betreffende bepalingen hun werking krijgen (Merkenrichtlijn) c.q. kregen (Unie Merken Verordening), zijn ingeschreven. Het betreft met name de vraag of dergelijke oudere merken alsnog nietig verklaard kunnen worden omdat zij uitsluitend bestaan uit een ander kenmerk van de waar dat een wezenlijke waarde aan de waar geeft (c.q. noodzakelijk is voor een technische uitkomst of door de aard van de waar wordt bepaald).
Inmiddels weten we dat hierover aan het Europese Hof vragen van uitleg zijn gesteld in de Textilis/Svenskt Tenn Aktiebolag-zaak (IEF 17527, C-21/18). Dat is fijn, want dan weten we tenminste over enige tijd hoe het echt zit met die retroactiviteit alsmede met de werkelijke betekenis van het begrip "ander kenmerk," dat zonder verdere toelichting als een duif uit de hoge hoed in de nieuwe wetgeving is terecht gekomen.

 

IEF 17941

Werknemers hebben recht op inzage van eigen personeelsdossier

Rechtbank Midden-Nederland 25 jul 2018, IEF 17941; ECLI:NL:RBMNE:2018:3624 (Eiseres tegen gedaagde), http://www.ie-forum.nl/artikelen/werknemers-hebben-recht-op-inzage-van-eigen-personeelsdossier

Rechtbank Midden-Nederland 25 augustus 2018, IEF 17941; IT 2624; ECLI:NL:RBMNE:2018:3624 (Werknemer tegen werkgever) Inzage personeelsdossier. Persoonsgegevens. AVG. De werknemer, die op 11 februari 2002 in dienst is getreden, heeft zich op 5 maart 2018 ziekgemeld. Nog geen twee maanden later informeerde de werkgever hem dat hij de auto en telefoon die hij heeft gekregen, op grond van zijn arbeidsovereenkomst dient terug te geven. De werkgever heeft de auto dringend nodig en de werknemer heeft deze, vanwege zijn arbeidsongeschiktheid, niet meer nodig voor zijn werkzaamheden, aldus de werkgever. Dit heeft de werknemer niet gedaan, waarop de werkgever de kosten voor het huren van een vervangende auto heeft ingehouden op het salaris. Werknemer vordert onder andere afgifte van zijn volledige personeelsdossier. Ook als het personeelsdossier door de werkgever niet geautomatiseerd wordt verwerkt, is de rechter van oordeel dat een personeelsdossier meerdere kenmerken bevat die zodanig met elkaar samenhangen dat al die gegevens naar de werknemer zijn te herleiden. Het personeelsdossier is in dat geval aan te merken als bestand in de zin van de AVG. De vordering wordt toegewezen.

IEF 17947

Aankondiging VIE-prijs - uitreiking 13 maart 2019

De Vereniging voor Intellectuele Eigendom (VIE) is de Nederlandse Groep van de internationale vereniging Association Internationale pour la Protection de la Propriété Intellectuelle (AIPPI). AIPPI heeft tot doel de nationale en internationale bescherming van Intellectuele Eigendom te bevorderen door op verschillende wijzen aandacht te vragen voor de bescherming van creatie en innovatie.
Jaarlijks reikt de vereniging de VIE-prijs uit aan een jonge auteur van een publicatie die een wezenlijke of vernieuwende bijdrage levert aan de kennis en het begrip van het intellectuele eigendomsrecht of het ongeoorloofde mededingingsrecht in Nederland
Tijdens het IE Symposium op 13 maart 2019 zal deze prijs weer worden uitgereikt. Voor de VIE-prijs komen in aanmerking publicaties die een wezenlijke en/of vernieuwende bijdrage leveren aan de kennis en het begrip van het intellectuele eigendoms- of het ongeoorloofde mededingingsrecht in Nederland, door een auteur die op het moment van publicatie niet ouder was dan 35 jaar, in het Nederlands of Engels, die binnen vijftien maanden voorafgaand aan de uitreiking van de prijs zijn gepubliceerd. Proefschriften komen niet in aanmerking.
Een jury bestaande uit deskundigen op het gebied van de IE zal bepalen aan welke publicatie de VIE-prijs, groot € 2500, zal worden toegekend. De prijs kan eventueel ook niet worden toegekend. Deelname aan de prijsvraag houdt in dat het reglement wordt aanvaard en de VIE  wordt gemachtigd de winnende publicatie te reproduceren en te verspreiden in het kader van publiciteit voor de VIE en haar activiteiten, één en ander voor zover zulks, gelet op rechten van derden, mogelijk is.
Publicaties of nominaties (onder bijsluiting van een afschrift van de desbetreffende publicatie) dienen uiterlijk 25 januari 2019 zijn ingediend bij het secretariaat van de vereniging onder vermelding van “VIE-prijs” via e-mail: secretariaat@aippi.nl.
Het reglement en een overzicht van eerdere prijswinnaars is gepubliceerd op de website van de vereniging.

IEF 17945

Rectificatie afgewezen: Wijndomein Ceres maakt oneerlijk gebruik van woord(merk) 'Fromberg'

Rechtbank Limburg 3 sep 2018, IEF 17945; ECLI:NL:RBLIM:2018:8310 (Wijndomein tegen Wijngoed), http://www.ie-forum.nl/artikelen/rectificatie-afgewezen-wijndomein-ceres-maakt-oneerlijk-gebruik-van-woord-merk-fromberg

Vzr. Rechtbank Limburg 3 september 2018, IEF 17945; ECLI:NL:RBLIM:2018:8310 (Wijndomein Ceres tegen Wijngoed Fromberg) Merkenrecht. Wijndomein en Wijngoed zijn dichtbij elkaar gelegen wijngaarden in de gemeente Voerendaal. Wijngoed is in 1991 begonnen met wijnteelt en Wijndomein in 2009. Het beeldmerk 'Fromberger', beeldmerk 'Wijngoed Fromberg' en het woordmerk 'Fromberg'zijn ingeschreven bij de BBIE. Wijndomein vermeldt aan de voorzijde van hun wijnflessen het woord 'Fromberg'. Daarna heeft Wijngoed een bericht op hun Facebookpagina gezet met onder meer de woorden: 'FRAUDE LET OP!!!'. Wijndomein vordert rectificatie en dat Wijngoed het bericht van Facebook (en eventuele andere sociale media) te verwijderen. Wijndomein zou er alles aan moeten doen om verwarring te voorkomen in het kader van het drijven van eerlijke handel. Wijngoed mag twijfels hebben over het eerlijke gebruik van 'Fromberg', zodat de merkenrechtelijke bescherming toekomt tegen de wijze waarop Wijndomein gebruik/misbruik maakt van het (woord)merk. Het woord 'fraude' is in deze context niet onrechtmatig omdat het gebruikt wordt om aan te geven dat er volgens Wijngoed sprake is van niet eerlijk zakendoen. De vordering wordt afgewezen.

IEF 17944

Rectificatie en wapperverbod toegewezen: uitlatingen van Nomenta BV zijn ongefundeerd en leveren ongeoorloofde vergelijkende reclame op

Rechtbank Noord-Holland 5 sep 2018, IEF 17944; (Nikki tegen Nomenta), http://www.ie-forum.nl/artikelen/rectificatie-en-wapperverbod-toegewezen-uitlatingen-van-nomenta-bv-zijn-ongefundeerd-en-leveren-onge

Vzr. Rechtbank Noord-Holland 5 september 2018, IEF 17944 (Nikki tegen Nomenta BV) Auteursrecht. Merkenrecht. Wapperverbod. Vergelijkende reclame. Nomenta HK exploiteert een onderneming in elektronische consumentenartikelen. Ze leveren onder meer producten aan Gavefabrikken. Medio 2016 heeft Nomenta aan Gavefabrikken een speaker/lamp/wijnkoeler (Asserbo) geleverd. Foshan is een producent van LED producten. KIWA is een dochteronderneming van Foshan. Nomenta heeft 750 Asserbo producten geleverd aan X BV. X BV heeft dit doorverkocht aan Nikki. Tot juni 2017 kocht Nomenta de Asserbo in bij Foshan. Op 9 juni 2017 is Nomenta BV opgericht. De bestuurder van Nomenta BV is X BV. Daarna heeft Nikki de in- en verkoop van speaker/lamp/wijnkoelers voortgezet. Ze koopt deze in via KIWA en verkoopt het onder de naam Lampion. In kort geding van eind september 2017 heeft Nomenta HK gevorderd dat Nikki de verkoop van Lampion staakt. Nomenta kan geen bewijs leveren dat zij de makers zijn van Asserbo. De vordering wordt afgewezen. Nomenta heeft hoger beroep ingesteld en in september 2018 vinden de pleidooien plaats. Daarna heeft Nomenta wapperbrieven verstuurd waarin zij stelt de auteursrechten te bezitten op het ontwerp van de Nikki Lampion. Nikki vordert onder meer een wapperverbod, rectificatie en een verbod op merkinbreuk door vergelijkende reclame. De uitlatingen van Nomenta zijn ongefundeerd omdat ze zijn gebaseerd op de stelling dat een CE-certificering ontbreekt, terwijl de juistheid van deze stelling niet aannemlijk is geworden. Het is alleen niet duidelijk wie precies deze uitlating heeft gedaan dus hoeft Nomenta alleen op haar website een rectificatie te plaatsen. Omdat de uitlatingen ongefundeerd zijn, is er sprake van ongeoorloofde concurrentie. Nu voorshands kan worden vastgesteld ten aanzien van de stelling dat sprake is van ongeoorloofde vergelijkende reclame, hetzelfde worden vastgesteld ten aanzien van de stelling dat sprake is van merkinbreuk. De vorderingen worden toegewezen.

IEF 17929

Conclusie AG: Unierecht staat niet in de weg aan Sloveense wetgeving over toegang tot overheidsinformatie

HvJ EU 5 sep 2018, IEF 17929; (NKBM tegen Slovenie), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-ag-unierecht-staat-niet-in-de-weg-aan-sloveense-wetgeving-over-toegang-tot-overheidsinform

Conclusie AG HvJ EU 5 september 2018, IEF 17929; IT 2621; IEFbe 2722; C‑215/17 (NKBM tegen Slovenie) Auteursrecht. NKBM is een Sloveense bank. Een journaliste heeft die bank verzocht om toegang tot een lijst met bepaalde informatie over overeenkomsten die de NKBM had gesloten met consultancyfirma’s, advocatenkantoren en bedrijven die diensten van intellectuele aard verrichten. Dat verzoek werd ingediend krachtens de Sloveense regels over toegang tot documenten. Ten tijde van het verzoek was de Republiek Slovenië meerderheidsaandeelhouder van de NKBM. De Staat had de bank ook geherkapitaliseerd. Daarom was de nationale wettelijke regeling over toegang tot documenten op dat moment van toepassing op de bank en kennelijk had de door de journaliste opgevraagde informatie volgens het nationale recht moeten worden verstrekt. De NKBM weigerde het verzoek van de journaliste in te willigen. De journaliste diende tegen die weigering een klacht in bij de Sloveense toezichthouder op de informatie. De toezichthouder stelde de journaliste in het gelijk en beval de NKBM om de opgevraagde gegevens aan de journaliste te verstrekken. De NKBM stelde beroep in tegen die beslissing, maar dit werd door de rechtbank van eerste aanleg verworpen. De NKBM stelde vervolgens cassatieberoep in betreffende een rechtsvraag. Voor die rechter betoogde de NKBM dat de ZDIJZ (Sloveense wetgeving) inbreuk maakt op de grondwettelijke rechten en dat die wet onverenigbaar is met het Unierecht. De rechter heeft daarover Prejudiciële vragen gesteld. De AG is van mening het Unierecht niet in de weg staat aan de wettelijke regelgeving die in het hoofdgeding aan de orde is.

Conlusie AG:Artikel 1, lid 2, onder c), derde streepje, van richtlijn 2003/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake het hergebruik van overheidsinformatie, zoals gewijzigd bij richtlijn 2013/37/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot wijziging van richtlijn 2003/98/EG, staat niet in de weg aan een nationale wettelijke regeling zoals die welke in het hoofdgeding aan de orde is, die – enkel ten aanzien van instellingen die onder een overheersende invloed van de Staat staan – onbeperkte (absolute) toegang toestaat tot bepaalde informatie over overeenkomsten betreffende auteursrecht of consultancy.
Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van verordening (EU) nr. 648/2012, en met name artikel 432, lid 2, daarvan, staat niet in de weg aan een nationale wettelijke regeling zoals die welke in het hoofdgeding aan de orde is, die een bank die onder de overheersende invloed van een publiekrechtelijk lichaam staat, verplicht bepaalde informatie openbaar te maken over overeenkomsten voor de verlening van consultancydiensten, advocatendiensten en andere diensten van intellectuele aard, zonder dat is voorzien in een uitzondering op die verplichting.
 

 

IEF 17942

Staat aansprakelijk voor geleden schade door uitlatingen dat illegaal downloaden in Nederland was toegestaan

Rechtbank Den Haag 5 sep 2018, IEF 17942; ECLI:NL:RBDHA:2018:10645 (Sekam tegen de Staat (NL)), http://www.ie-forum.nl/artikelen/staat-aansprakelijk-voor-geleden-schade-door-uitlatingen-dat-illegaal-downloaden-in-nederland-was-t

Rechtbank Den Haag 5 september 2018, IEF 17942; IT 2625; ECLI:NL:RBDHA:2018:10645 (SEKAM tegen NL) Onrechtmatige daad. Uit het persbericht: SEKAM is een stichting die de belangen van ruim 1400 film en televisieproducenten behartigt. De Nederlandse Staat heeft zich tien jaar lang op het standpunt gesteld dat downloaden uit illegale bron was toegestaan. Vanaf de implementatie van de auteursrechtrichtlijn in 2004 tot april 2014 heeft de Staat dit standpunt, als enige Europese land, consequent verkondigd. Hierdoor is in Nederland een klimaat ontstaan waarin iedereen er vanuit gaat dat het is toegestaan om voor eigen gebruik, zonder toestemming van en betaling aan de rechthebbenden, een televisieserie of film te downloaden. SEKAM vordert dat Nederland onrechtmatig heeft gehandeld. Het Europese Hof van Justitie heeft in april 2014 in het ACI Adam arrest al duidelijk gemaakt dat dit standpunt en het beleid van de Staat niet in lijn was met de Auteursrechtrichtlijn. Rechtbank Den Haag oordeelt vandaag dat de Staat bovendien aansprakelijk is voor de als gevolg daarvan door film- en televisieproducenten geleden schade.

IEF 17940

Oprichters DM hebben onrechtmatig gehandeld door stelselmatig en substantieel gebruik te maken van vertrouwelijke bedrijfsinformatie SD

Rechtbank Overijssel 11 jul 2018, IEF 17940; (SD tegen DM e.a.), http://www.ie-forum.nl/artikelen/oprichters-dm-hebben-onrechtmatig-gehandeld-door-stelselmatig-en-substantieel-gebruik-te-maken-van

Ktr. Rechtbank Overijssel 11 juli 2018, IEF 17940 (SD tegen DM e.a.) Ongeoorloofde concurrentie. Vertrouwelijke bedrijfsinformatie. SD heeft als doel de ontwikkeling, levering en onderhoud van software ten behoeve van outputmanagement, documentcreatie en documentbeheer. DM is opgericht door gedaagden en is 100% aandeelhouder van IN. IN biedt onder meer software aan en is concurrerend met de software van SD. Gedaagden zijn in het verleden werkzaam geweest bij SD. Ze worden verdacht van onrechtmatige concurrentie doordat ze tijdens hun dienstverband bij SD bedrijfsgeheimen naar hun privé mail hebben gestuurd en het afhandig maken van personeel en klanten van SD ter voorbereiding van de oprichting van een concurrerende onderneming (DM). SD vordert dat gedaagden onrechtmatig hebben gehandeld en dat gedaagden hun administratie vertrekken. De wijze waarop gedaagden stelselmatig en substantieel gebruik hebben gemaakt van bedrijfsgebied van SD en de kennis en vertrouwelijke gegevens die zij hebben opgedaan tijdens hun dienstverband bij SD zorgt voor onzorgvuldigheid en is in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijke verkeer betamelijk is. De vorderingen worden toegewezen.

IEF 17939

Rectificatie afgewezen: Consumentenbond doet slechts feitelijke mededeling over werkwijze Belcentrale en geeft geen oordeel over de juistheid

Rechtbank Den Haag 4 sep 2018, IEF 17939; ECLI:NL:RBDHA:2018:10555 (Belcentrale tegen Consumentenbond), http://www.ie-forum.nl/artikelen/rectificatie-afgewezen-consumentenbond-doet-slechts-feitelijke-mededeling-over-werkwijze-belcentrale

Vzr. Rechtbank Den Haag 4 september 2018, IEF17939; ECLI:NL:RBDHA:2018:10555 (Belcentrale tegen Consumentenbond) Rectificatie. Belcentrale houdt zich bezig met vaste telefonie voor de zakelijke markt. De Consumentenbond heeft een artikel gepubliceerd over vele klachten over Belcentrale. Belcentrale vordert dat het artikel verwijderd wordt. De Consumentenbond heeft een selectie van de klachten overgelegd aan de rechter waar in het artikel op wordt gedoeld. De selectie betreft ongeveer 90 meldingen over Belcentrale. In het artikel wordt slechts meegedeeld waar de klachten onder meer betrekking op hebben en niet dat Belcentrale zich schuldig maakt aan de genoemde werkwijzen. De vordering wordt afgewezen.

IEF 17938

Jong IE borrel 6 september a.s.

Volgende week, donderdag 6 september, is de volgende Jong IE borrel bij Goldy (vroeger: Goud West). Ben jij er ook bij? Volgens de voorspellingen lijkt het perfect borrelweer te worden. Neem ook vooral je IE-collega’s mee!
Wie? Alle zich jong voelende IE’ers
Wat? Een “eind van de zomer” borrel
Waar? Goldy, Overtoom 411 (goldy.amsterdam)
Wanneer? Donderdag 6 september vanaf 18:00 uur
 

 

IEF 17937

Stakingsvordering en rectificatie toegewezen voor onrechtmatig openbaar gemaakt boek 'Madam is not good' door uitgeverij Van Gennep

Rechtbank Midden-Nederland 15 aug 2018, IEF 17937; (U.S. Radja tegen Uitgeverij van Gennep), http://www.ie-forum.nl/artikelen/stakingsvordering-en-rectificatie-toegewezen-voor-onrechtmatig-openbaar-gemaakt-boek-madam-is-not-go

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 15 augustus 2018, IEF 17937 (U.S. Radja tegen Uitgeverij van Gennep) Auteursrecht. Radja heeft een boek geschreven 'Madam is not good'. Van Gennep is een uitgeverij. Het manuscript is onder meer naar Van Gennep gezonden. Daarna hebben partijen gesprekken gevoerd over een eventuele samenwerking. Dit loopt op niks uit. Begin januari 2018 heeft Radja opnieuw contact opgenomen met Van Gennep om wederom te praten over een eventuele samenwerking, maar nu met het oog op het uitbrengen van een tweede druk van het boek. Van Gennep heeft volgens Radja zonder haar goedkeuring in de markt aangekondigd dat het boek bij Van Gennep zou verschijnen en een van het originele boek afwijkende afbeelding gebruikt. Radja vordert dat Van Gennep ieder gebruik van het boek te staken en gestaakt te houden. En ze vordert rectificatie. De hoofdtitel is precies hetzelfde. Van Gennep heeft inbreuk gemaakt op de foto van Radja nu deze één op één is overgenomen in de omslag van Van Gennep. De dominante elementen in de omslag zijn de foto en de vlinder. De foto is door Van Gennep één op één overgenomen. Uit de e-mailwisseling blijkt niet dat Van Gennep ervan mocht uit mocht gaan dat een overeenkomst tot stand zou komen. De stakingsvordering wordt toegewezen. Door de handelswijze van Van Gennep is de vrees gerechtvaardigd dat er verwarring ontstaat in de markt over de vraag of het boek nu wel of niet leverbaar is, welke partij uitgever is, wat de geautoriseerde versie is etc. Rectificatie wordt toegewezen.