IEF 19110

Conclusie P-G: toewijzing voeging aan zijde Top Logistics

14 feb 2020, IEF 19110; ECLI:NL:PHR:2020:167 (Top Logistics tegen MHCS), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-p-g-toewijzing-voeging-aan-zijde-top-logistics

Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020, IEF 19110; ECLI:NL:PHR:2020:167 (Top Logistics tegen MHCS) Zie eerder [IEF 18636]. De hoofdzaak van deze procedure betreft een geschil tussen expediteur Top Logistics en merkenhoudster MHCS c.s. Het middel van Top Logistics keert zich onder meer tegen het oordeel van het hof dat de voorzieningenrechter in eerste aanleg (i) de exhibitievordering zoals deze in appel voorlag, terecht heeft toegewezen en (ii) het stakingsbevel terecht heeft uitgevaardigd. Het gaat in dit incident tot voeging om de vraag of LB11 voldoende belang heeft om zich in dit geding in cassatie te mogen voegen aan de zijde van Top Logistics. De P-G is van mening dat zo is, zodat de voeging kan worden toegewezen.

IEF 19112

Vier wetgevingstrajecten rond auteurs- en naburig recht op politieke agenda

De Kunstenbond schrijft dat er in 2020 (en 2021) vier wetgevingstrajecten rond het auteurs- en naburig recht op de politieke agenda staan. Een aanpassing van de Wet Toezicht op Collectief Beheersorganisaties, implementatie van de veelbesproken nieuwe Auteursrecht Richtlijn, implementatie van de veel minder besproken nieuwe Omroep Richtlijn en een evaluatie van het Nederlandse Auteurscontractenrecht.

Lees verder op Kunstenbond.nl

IEF 19111

Lidl-shaver maakt geen inbreuk op de shaver van Philips

Rechtbank Oost-Brabant 25 mrt 2020, IEF 19111; (Philips tegen Lidl), http://www.ie-forum.nl/artikelen/lidl-shaver-maakt-geen-inbreuk-op-de-shaver-van-philips

Rechtbank Oost-Brabant 25 maart 2020, IEF 19111; C/01/335196/HA ZA 18/397 (Philips tegen Lidl) Tot het assortiment van Philips-producenten behoort een elektrisch scheerapparaat met modelnummer RQ 320 (hierna: de Philips-shaver). Lidl verkoopt ook een elektrisch scheerapparaat van het merk Silvercrest (hierna: de Lidl-shaver). Philips vordert primair op basis van het auteursrecht een verbod jegens Lidl om inbreuk te maken en schadevergoeding, stellende dat de Philips-shaver en de Lidl-shaver in hoge mate overeenstemmen en dezelfde totaalindruk wekken. Philips weet onvoldoende aannemelijk te maken dat Lidl met de Lidl-shaver inbreuk maakt op het auteursrecht van Philips. Geoordeeld wordt dat de totaalindrukken van de Philips-shaver en van de Lidl-shaver in voldoende mate van elkaar verschillen. Zo is de Philips-shaver iets langer en bij het bovenste gedeelte van het handvat – onder de scheerkop – iets slanker dan de Lidl-shaver. Philips vordert subsidiair een verbod op het gebruik van de gewraakte promotionele afbeeldingen van de shaver van Lidl op de website, de verpakking en in de gebruiksaanwijzing van de Lidl-shaver. Geoordeeld wordt dat Lidl met haar promotiemateriaal van de Lidl-Shaver geen inbreuk maakt op het auteursrecht dat Philips op haar shaver heeft. De afbeelding van de Lidl-shaver in het promotiemateriaal wekt namelijk niet dezelfde totaalindruk als de Philip-shaver. Ook voor de gebruikte afbeeldingen van de Lidl-shaver geldt dat het een meer grove, robuuste en degelijke indruk wekt tegenover de meer elegante en luxere uitstraling van de Philips-Shaver. Alle vorderingen van Philips worden afgewezen.

IEF 19101

Verzoek tot verwijdering URL uit Google Search afgewezen

Rechtbank Amsterdam 23 dec 2019, IEF 19101; ECLI:NL:RBAMS:2019:9887 (Tandarts tegen Google), http://www.ie-forum.nl/artikelen/verzoek-tot-verwijdering-url-uit-google-search-afgewezen

Rechtbank Amsterdam 23 december 2019, IEF 19191, IT 3084 ; ECLI:NL:RBAMS:2019:9887 (Tandarts tegen Google) Eiser is tandarts met een praktijk in Duitsland en Nederland. Hij heeft opgetreden in twee televisieprogramma’s. In het verleden zijn aan eiser tuchtmaatregelen opgelegd. Eiser verzocht Google een aantal URL’s inzake 'tuchtrechtelijke veroordeling tandarts' te verwijderen uit haar zoekresultaten. Google heeft dit verzoek voor een paar resultaten ingewilligd. Voor de overige URL’s verzoekt eiser nu verwijdering in deze verzoekschriftprocedure. Het standpunt van Google dat enkel sprake is van verwerking persoonsgegevens bij een zoekopdracht 'die uitsluitend de volledige naam bevat' en niet bij een zoekopdracht 'met een volledige naam in combinatie met een bepaalde zoekterm' vindt geen steun in het Costeja-arrest.

IEF 19109

Ruud van der Velden: High Point/KPN - venijn in de staart?

, IEF 19109; http://www.ie-forum.nl/artikelen/ruud-van-der-velden-high-point-kpn-venijn-in-de-staart

Op 14 februari 2020 heeft de Hoge Raad eindarrest gewezen in de zaak High Point/KPN, [IEF 19018].  De Hoge Raad bekrachtigde het arrest van het hof van 5 juni 2018, waarin het hof het vonnis van de rechtbank Den Haag van 15 september 2010 bekrachtigde. In dat vonnis had de rechtbank het Nederlandse deel van het Europees octrooi van High Point vernietigd en de inbreukvorderingen van High Point afgewezen. Met het Hoge Raad-arrest lijkt op het eerste gezicht een einde te zijn gekomen aan een tien jaar durende inbreukprocedure. Het Hoge Raad-arrest heeft echter een verrassende, en volgens de auteur onjuiste, slotoverweging.

IEF 19107

Raoul Soullié: dwanglicentie in het octrooirecht

In het octrooirecht is de dwanglicentie een maatregel die in elke academische cursus wordt besproken, maar die discussie wordt meestal afgesloten met de opmerking: "In de praktijk wordt deze maatregel nooit uitgevoerd". Zal de huidige pandemie daar verandering in brengen?

Lees hier het hele (Engelstalige) artikel In case of a cure: A compulsory licence as the last resort van Raoul Soullié op Leidenlawblog.nl.

IEF 19108

Rudi Holzhauer: octrooirecht en corona-bestrijdingsmiddelen

Af en aan lezen we berichten over de beperkte beschikbaarheid van corona-bestrijdingsmiddelen. Waar dat om fysieke beperkingen gaat zullen die moeten worden aangesproken door “extra productie”. Een beetje oorlogsindustrie kan in deze tijd geen kwaad, natuurlijk.

"Het ontbreekt momenteel echter aan de essentiële ondersteuning waarin alleen de staat kan voorzien: tijdelijke dwanglicenties op intellectueel eigendom zijn nodig om uit het keurslijf van de standaardisatie te breken. Er moet ontheffing komen van aanbestedingsregels. Er is een ‘oorlogskas’ nodig om aanbetalingen te doen. 
NRC, 25 maart 2020, Rosanne Hertzberger en Cees Dekker.

Waar het gaat om door octrooien afgeschermde producten is het inderdaad goed om te wijzen op de weg van de zgn. dwanglicentie in het algemeen belang en wegens onvoldoende toepassing.

Lees hier de hele column van Rudi Holzhauer.

IEF 19105

Conclusie A-G in Cooper International Spirits e.a.

18 sep 2019, IEF 19105; ECLI:EU:C:2019:755 ( Cooper International Spirits e.a. ), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-a-g-in-cooper-international-spirits-e-a

HvJ EU Conclusie A-G 18 september 2019, IEF 19105, IEFbe 3059; ECLI:EU:C:2019:755 ( Cooper International Spirits e.a.) Zie eerder [IEF 18117]. De Cour de cassation heeft bij beslissing van 26 september 2018 de behandeling van de voor hem aanhangige zaak geschorst en de volgende prejudiciële vraag gesteld: „Moeten artikel 5, lid 1, onder b), en de artikelen 10 en 12 van [richtlijn 2008/95] aldus worden uitgelegd dat een merkhouder die zijn merk nooit heeft gebruikt en wiens rechten vervallen zijn verklaard bij het verstrijken van de periode van vijf jaar vanaf de publicatie van zijn inschrijving, schadevergoeding wegens inbreuk kan verkrijgen op grond dat de wezenlijke functie van zijn merk is aangetast doordat een derde, vóór de datum de vervallenverklaring is ingegaan, een met dit merk overeenstemmend teken heeft gebruikt voor dezelfde of soortgelijke waren of diensten als die waarvoor dit merk was ingeschreven?”
Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen AR en de vennootschappen Cooper International, Établissements Boudier en Dalfour over vermeende inbreuken op het ingeschreven Franse merk „SAINT GERMAIN” vóór de vervallenverklaring van dit merk.

IEF 19104

Publicatie foto zonder toestemming

Rechtbank Amsterdam 12 mrt 2020, IEF 19104; ECLI:NL:RBAMS:2020:1721 (Onrechtmatige publicatie foto), http://www.ie-forum.nl/artikelen/publicatie-foto-zonder-toestemming

Ktr. Rechtbank Amsterdam 12 maart 2020, IEF 19104, IT 3086; ECLI:NL:RBAMS:2020:1721 (Onrechtmatige publicatie foto) Gedaagde heeft op een website een recept geplaatst met een foto. Studio Lipov heeft de foto gemaakt en is de auteursrechthebbende. Eiseres heeft voor Nederland de exclusieve rechten op de foto gekregen.Gedaagde heeft de foto geopenbaard en bijgesneden zonder naamsvermelding en toestemming. Eiseres heeft aan gedaagde voor de foto een licentienota gestuurd, deze is onbetaald gebleven. De foto is inmiddels verwijderd. Gedaagde heeft hierdoor inbreuk gemaakt op de auteursrechten van eiseres en door deze inbreuk heeft eiseres schade geleden die zij vergoed wil hebben. Vastgesteld wordt dat de foto auteursrechtelijk beschermd is en dat eiseres het recht heeft om op te komen tegen het gebruik van de foto. Doordat de foto op de website van gedaagde heeft gestaan, heeft zij de foto geopenbaard en dat is zonder toestemming van eiseres niet toegestaan, zo volgt uit artikel 25 en 27A van de Aw. Dit maakt gedaagde schadeplichtig, ook als de foto in het verleden, zoals gedaagde aanvoert, vrij op internet verkrijgbaar is geweest. Feit blijft immers dat gedaagde geen toestemming heeft gekregen om de foto op haar website te plaatsen.

IEF 19102

Merk op verpakkingsdoos suggereert economische band met merkhouder

Rechtbank Den Haag 25 mrt 2020, IEF 19102; (Coty tegen Easycosmetic), http://www.ie-forum.nl/artikelen/merk-op-verpakkingsdoos-suggereert-economische-band-met-merkhouder

Rechtbank Den Haag 25 maart 2020, IEF 19102 (Coty tegen Easycosmetic) Coty maakt deel uit van de internationaal opererende Coty-groep, welke actief is in de markt van parfumproducten, cosmetica en huidverzorging. Coty is binnen de Coty-groep verantwoordelijk voor de handhaving van intellectuele eigendomsrechten en vervaardigt en verhandelt parfumproducten onder verschillende merken. Zij heeft hiertoe van de houders van deze merken licenties verkregen. Easycosmetic verkoopt via haar website www.easycosmetic.nl parfum- en cosmeticaproducten van ruim 250 verschillende merken. Op de verpakkingsdozen die Easycosmetic gebruikt voor het versturen van bestellingen naar klanten zijn in totaal 80 tekens gelijk aan verschillende merken, waaronder merken waar Coty een licentie van heeft, afgebeeld. Volgens Coty maakt Easycosmetic hiermee inbreuk op haar intellectuele eigendomsrechten.

IEF 19103

Werkwijze van de Rechtspraak na 6 april

In verband met de uitbraak van het coronavirus heeft de Rechtspraak besloten vanaf dinsdag 17 maart alle rechtbanken, gerechtshoven en bijzondere colleges te sluiten. Deze situatie zal ook na 6 april worden voortgezet. Urgente zaken gaan wel door. De Rechtspraak heeft een overzicht gepubliceerd van urgente zaken.

 
IEF 19100

VPRO hoeft uitlating over Baudet niet te rectificeren

Rechtbank Midden-Nederland 25 mrt 2020, IEF 19100; ECLI:NL:RBMNE:2020:1070 (Baudet tegen VPRO), http://www.ie-forum.nl/artikelen/vpro-hoeft-uitlating-over-baudet-niet-te-rectificeren

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 25 maart 2020, IEF 19100; ECLI:NL:RBMNE:2020:1070 (Baudet tegen VPRO) In het tv-programma Buitenhof legde de presentatrice uitlatingen van Baudet voor aan een studiogast. Baudet en Forum voor Democratie stellen dat Buitenhof door middel van deze parafrase bewust karaktermoord pleegde op Baudet en dus onrechtmatig handelde. Geoordeeld wordt dat de VPRO de uitzending van Buitenhof, niet hoeft te rectificeren. De parafrase is gebrekkig, maar tegelijkertijd, gelet op alle omstandigheden, handelde de VPRO niet onrechtmatig. Baudet is namelijk een publieke figuur, die actief deelneemt aan het publieke (politieke) debat. Dit betekent dat hij meer moet accepteren dan de gemiddelde burger. Bovendien kan de vraag van de presentatrice worden gezien als een bijdrage aan het publieke debat. Volgens het Europese Hof van de Rechten van de Mens mag het recht op vrijheid van meningsuiting dan minder snel ingeperkt worden, omdat op grond van een op basis van art. 8 en 10 EVRM gemaakte belangenafweging er geen noodzaak is tot beperking van de vrijheid van meningsuiting van de VPRO. Bij de belangenafweging spelen de eerdere door Baudet gedane uitspraken een rol. De door Baudet en Forum voor Democratie gevorderde rectificatie is verder niet toewijsbaar, ook niet omdat niet duidelijk is wat de omvang van de door hen gestelde schade is. Bovendien is door de zelf gezochte publiciteit het eigen standpunt inmiddels voldoende aan het publiek duidelijk gemaakt en heeft de VPRO ook zelf aan nadere berichtgeving gedaan.

IEF 19099

Maarten Russchen: pas op voor nepfacturen na merkregistratie!

, IEF 19099; http://www.ie-forum.nl/artikelen/maarten-russchen-pas-op-voor-nepfacturen-na-merkregistratie

Het wordt steeds erger! Al jaren worden er nepfacturen verstuurd aan nieuwe merkhouders. Als je goed leest, gaat het dan om een factuur voor opname van het merk in een bepaald niet-officieel digitaal register. Maar deze gaat een stuk verder.

Hier wordt nota bene het beeldmerk van het Europese Merkenbureau gebruikt om een merkhouder € 910 te laten betalen op een bankrekening beginnend met PL. Een Poolse rekening dus, terwijl het EUIPO in Spanje zit.

IEF 19098

Verzoek Audi wordt afgewezen

Rechtbank Rotterdam 20 feb 2020, IEF 19098; ECLI:NL:RBROT:2020:1770 (Firma X tegen Audi), http://www.ie-forum.nl/artikelen/verzoek-audi-wordt-afgewezen

Vzr. Rechtbank Rotterdam 20 februari 2020, IEF 19098; ECLI:NL:RBROT:2020:1770 (Firma X tegen Audi) Kort geding. Firma X is een detailhandel in auto-onderdelen. Audi is houdster van verschillende Uniemerken. Audi stelt dat Firma X op grote schaal namaakgrillen verkoopt en verhandelt. Audi heeft de voorzieningenrechter op grond van artikelen 9 lid 1 sub a en 11 van de Handhavingsrichtlijn juncto artikel 1019e Rv verzocht dat Firma X wordt bevolen om de inbreuk te staken. De voorzieningenrechter wijst de vordering af wegens het ontbreken van spoedeisend belang en het niet voldoen aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. De bevelen worden vernietigd (met terugwerkende kracht).

IEF 19097

Conclusie P-G in Spin Master tegen High5

18 feb 2020, IEF 19097; ECLI:NL:PHR:2020:168 (Spin Master tegen High5), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-p-g-in-spin-master-tegen-high5

HR Conclusie P-G 18 februari 2020, IEF 19097; ECLI:NL:PHR:2020:168 (Spin Master tegen High5) Zie eerder  [IEF 16516], [IEF 17968], [IEF 18077] en [IEF 18694]. Deze cassatie in het belang der wet komt na een prejudiciële verwijzing en gaat over art. 90 GModVo en meer in het bijzonder over de vraag of ook andere dan Haagse voorzieningenrechters bevoegd zijn om kennis te nemen van Gemeenschapsmodelinbreuken. Het HvJ EU heeft inmiddels geoordeeld dat art. 90 lid 1 GModVo als volgt moet worden uitgelegd: rechtbanken van lidstaten die bevoegd zijn voorlopige of beschermende maatregelen te bevelen voor een nationaal model, zijn tevens bevoegd dergelijke maatregelen te bevelen voor een Gemeenschapsmodel. Conclusie: niet enkel Haagse voorzieningenrechters zijn bevoegd om kennis te nemen van Gemeenschapsmodelinbreuken.

IEF 19095

Verbetering van arrest

Hof Amsterdam 21 jan 2020, IEF 19095; ECLI:NL:RBAMS:2017:1259 (X tegen Otazu License en OTZ), http://www.ie-forum.nl/artikelen/verbetering-van-arrest
hamer CC0

Hof Amsterdam 21 januari 2020, IEF 19095; ECLI:NL:GHAMS:2020:109 (X tegen Otazu License en OTZ) Het hof heeft in deze zaak op 12 november 2019 een arrest uitgesproken. Otazu License stelt dat het arrest een kennelijke fout bevat en verzoekt herstel. Het uitgesproken arrest wordt verbeterd. In plaats van: ''verklaart het merk Ro by Rodrigo Otazu met depotnr. 0795672 vervallen voor de klassen 9 en 14'' wordt in het dictum gelezen ''verklaart het merk Ro by Rodrigo Otazu met depotnr. 0795672 vervallen voor de klassen 9 en 20''.

IEF 19094

Duitse Bundesverfassungsgericht verklaart ratificatie van UPC-verdrag nietig

Het Duitse Bundesverfassungsgericht heeft de ratificatie van het Unified Patent Court Verdrag (UPC Verdrag) nietig verklaard. Het UPC Verdrag was in de Bondsdag aangenomen met een unanieme stemming van de 35 aanwezige leden. Het Bundesverfassungsgericht heeft echter bepaald dat dit moest gebeuren met tweederde van het totaal aantal leden – dit zijn er 709. De vraag is nu of er een nieuwe stemming komt in de Bondsdag en welke procedure daarvoor gevolg moet worden. Verder zijn de materiële klachten tegen UPC Verdrag niet-ontvankelijk verklaard.

Lees ook het artikel van Wouter Pors op Twobirds.com.

IEF 19093

Tijdelijke regeling civiele dagvaardingszaken bij de hoven

In verband met de uitbraak van het coronavirus heeft de Rechtspraak een tijdelijk afwijkende regeling voor civiele dagvaardingszaken bij de hoven ingesteld (toepassing uitzonderingsbepaling artikel 1.18 LPR):
In afwijking van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven gelden vanaf heden tot nader order de volgende afwijkingen. Voor het overige wordt het reglement onverkort toegepast.

1. Een verzoek om uitstel voor het verrichten van een proceshandeling wordt in beginsel altijd verleend. Bij bezwaar van de wederpartij beslist de rolraadsheer.

2. De minimumtermijn voor alle proceshandelingen bedraagt vier weken, dus ook de termijn voor fourneren wordt vier weken.

3. Als de proceshandeling waarvoor de zaak staat niet uiterlijk de dag na de roldatum is verricht, wordt ambtshalve vier weken uitstel verleend, ook zonder verzoek van partijen om uitstel en ook in het geval volgens het procesreglement geen uitstel kon worden verkregen. Verval van recht wordt niet uitgesproken.

4. Nieuwe zaken worden gewoon ingeschreven, ook bij een geringe overschrijding van de in art. 125 lid 2 Rv genoemde termijn voor indiening van de stukken ter griffie.

5. In spoedeisende zaken kan de rolraadsheer de afwijkingen buiten toepassing laten en de gewone regels van het procesreglement hanteren.

IEF 19092

BOIP: nakoming van termijnen gedurende periode van maatschappelijke beperkingen door coronavirus

Na de door de Nederlandse regering aangekondigde beperkende maatregelen in verband met het coronavirus, zal BOIP met een uiterst minimale bezetting doorwerken. BOIP is zich er van bewust dat dit ook geldt voor alle IE-professionals en ondernemers die momenteel onderhanden zijnde verzoeken en procedures bij BOIP hebben. Onder deze omstandigheden heeft BOIP besloten:

1. Vanaf 16 maart 2020 tot aan het moment waarop er redelijkerwijs weer op normale wijze kan worden gewerkt door IE-professionals en ondernemers in de Benelux-landen, zal BOIP geen verzoeken of procedures intrekken omdat een gegeven termijn niet werd gerespecteerd. Dit geldt evenzeer voor niet tijdig ingediende oppositieprocedures of niet tijdig verrichte betalingen.

2. BOIP zal op basis van de sinds 16 maart 2020 opgedane ervaringen en de maatschappelijke ontwikkelingen vaststellen wanneer er redelijkerwijs weer op normale wijze kan worden gewerkt door IE-professionals en andere ondernemers in de Benelux-landen. BOIP zal hiervoor te zijner tijd een datum (“BAU-datum”) vaststellen en deze communiceren via een nieuwe mededeling van de Directeur-Generaal.