IEF 20044

Piazza onterecht als 'merkenpiraat' bestempeld

Rechtbank Rotterdam 23 jun 2021, IEF 20044; (Piazza tegen Premium Bodywear), http://www.ie-forum.nl/artikelen/piazza-onterecht-als-merkenpiraat-bestempeld

Vzr. Rechtbank Rotterdam 23 juni 2021, IEF 20044; KG ZA 21-303 (Piazza tegen Premium Bodywear)  Piazza is in 2013 een zakelijke niet-exclusieve in/verkooprelatie met Bodywear overeengekomen. De directeur van Premium Bodywear (mede-gedaagde) is houder van de uniemerken Olaf-Benz en Manstore. Gedaagden sommeerden tot staking en overdracht van de domeinnamen Olafbenzshop.com en Manstoreshop.com sinds augustus 2020 wegens merk/handelsnaaminbreuk. Piazza stelt dat Bodywear op de hoogte was van de verkoop van hun ondergoed via de websites. Piazza vorderde staking van de leveringsboycot, vanwege het gebrek aan een opzeggingstermijn en vorderde schadevergoeding. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat uit de gang van zaken tussen beide partijen inderdaad blijkt dat Bodywear enige tijd geen bezwaar had tegen deze wijze van verkoop. Zodoende is er volgens de voorzieningenrechter onterecht het predicaat 'merkenpiraat' op Piazza geplakt. Daarentegen oordeelt de rechtbank dat het leveringsboycot vooralsnog gehandhaafd mag blijven en dat het gebruik van de aanduidingen Olaf Benz en Manstore moeten worden gestaakt. Voor het overige wordt verwezen naar de bodemprocedure. 

IEF 20043

Verwarringsgevaar bij handelsnamen broers

Rechtbank Limburg 15 jun 2021, IEF 20043; ECLI:NL:RBLIM:2021:4798 (Eiser tegen gedaagde), http://www.ie-forum.nl/artikelen/verwarringsgevaar-bij-handelsnamen-broers

Vzr. Rechtbank Limburg 15 juni 2021, IEF 20043; ECLI:NL:RBLIM:2021:4798 (Eiser tegen gedaagde)  De partijen in dit kort geding zijn broers. De ene broer drijft een onderneming in de zakelijke vastgoedbranche, de andere broer is met name actief in de particuliere vastgoedsector. De eiser in conventie stelt dat het gebruik van de handelsnamen door gedaagde in conventie verwarrend is en dus in strijd met de Handelsnaamwet. De betreffende handelsnamen zijn in deze zaak allemaal geanonimiseerd. De voorzieningenrechter oordeelt dat er inderdaad sprake is van verwarring in de zin van de Handelsnaamwet, omdat beide ondernemingen in dezelfde regio vergelijkbare activiteiten ontplooien en eiser in conventie meerdere malen verzoeken en stukken heeft ontvangen, die eigenlijk gericht waren aan de onderneming van gedaagde in conventie. 

IEF 20042

Vacature: juridisch medewerker/advocaat data en AI, IT- en privacyrecht bij BG.legal

BG.legal zoekt een juridisch medewerker/advocaat data en AI, IT- en privacyrecht.
BG.legal is een full service advocatenkantoor met 22 advocaten en juristen. Technologie is één van de sectoren waar wij ons op richten. Niet alleen omdat wij de mogelijkheden van nieuwe technologie boeiend vinden, maar ook omdat wij werken voor cliënten die software ontwikkelen en verkopen. En voor cliënten die met data/Artificial Intelligence/blockchain aan de slag zijn of juist aan de slag willen. Aan ons dan de vraag om de juridische aspecten daarvan te begeleiden. Niet door drempels en belemmeringen te zien, maar juist om kansen te zien en het mogelijk te maken die kansen te grijpen.
Lees verder.

IEF 20026

VMC studiemiddag op 25 juni

Digitale Services Act: wie bepaalt wat er gezegd en verhandeld mag worden? Deze vragen (en meer) worden behandeld tijdens de VMC online webinar op vrijdagmiddag 25 juni van 15.00 tot 17.00 uur.

In 2000 nam de Europese Unie de e-commerce richtlijn aan. Daarin staat onder welke voorwaarden internetaanbieders en aanbieders van hostingdiensten gevrijwaard van aansprakelijkheid zijn voor de informatie zij namens hun klanten doorgeven of hosten. Er zijn de afgelopen 20 jaar allerlei nieuwe platformdiensten ontstaan. Denk aan Bol.com, Amazon, Marktplaats, Werkspot, Uber en natuurlijk sociale media zoals Instagram, YouTube en TikTok.

IEF 20041

Kitcar maakt inbreuk op Ferrari-merk

Rechtbank Den Haag 2 jun 2021, IEF 20041; ECLI:NL:RBDHA:2021:6352 (Ferrari tegen gedaagde), http://www.ie-forum.nl/artikelen/kitcar-maakt-inbreuk-op-ferrari-merk

Rechtbank Den Haag 2 juni 2021, IEF 20041; ECLI:NL:RBDHA:2021:6352 (Ferrari tegen gedaagde) Ferrari is een Italiaanse producent en ontwerper van sportauto’s en houder van diverse merkregistraties. Gedaagde houdt zich onder de naam Kitcar Collection bezig met het verzamelen en verkopen van zogenaamde kitcars. Kitcars zijn zelfbouwvoertuigen, waarbij eigen creaties worden gebouwd op een chassis met remmen en motoren van over het algemeen middenklasse auto’s. Ferrari stelt dat gedaagde met het te koop aanbieden van een kitcar inbreuk maakt op haar Ferrari-merken en vormgeving. Geoordeeld wordt dat er sprake is van merkinbreuk. De kitcar wordt aangeboden onder gebruikmaking van Ferrari-tekens. Auteursrechtinbreuk ontbreekt omdat de totaalindrukken verschillen. Ook wordt geen slaafse nabootsing aangenomen. De vordering tot vernietiging van het voertuig is niet proportioneel ten opzichte van het redelijk alternatief, het verwijderen van de inbreukmakende tekens, en wordt afgewezen.

IEF 20040

Dos Santos Gil: Poppetje gezien, kastje dicht!

Recent deed Dirk Visser een oproep aan zowel erfgoedinstellingen als aan commerciële filmproducenten voor het aangaan van een interessante wedloop [IEF 19982]. De inzet is het online kunnen zetten van out-of-commerce (hierna: o-o-c) filmwerken en televisieprogramma’s door bijvoorbeeld een audio-visueel archief. De erfgoedinstellingen worden door Visser aangespoord de o-o-c-werken in hun collecties met dat oogmerk aan te melden bij de (inmiddels ingerichte) “Out-of-Commerce Works Portal” in Alicante. Tegelijkertijd worden de commerciële producenten opgeroepen gebruik te maken van de opt out-mogelijkheid, als zij hun werken juist niet online willen zien verschijnen op de websites van de archieven.
Lees verder.

IEF 20039

HvJ EU over de aansprakelijkheid van (video)deelplatformen

HvJ EU 22 jun 2021, IEF 20039; ECLI:EU:C:2021:503 (Frank Peterson tegen YouTube en Elsevier tegen Cyando), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-over-de-aansprakelijkheid-van-video-deelplatformen

HvJ EU 22 juni 2021, IEF 20039, IT 3558; IEFbe 3237; ECLI:EU:C:2021:503 (Frank Peterson tegen YouTube en Elsevier tegen Cyando)  Beantwoording van prejudiciële vragen. Het betreft hier twee gevoegde zaken. In 2008 zijn op YouTube een aantal werken van muziekproducent Frank Peterson zonder diens toestemming verschenen. In 2013 zijn een aantal werken van uitgeverij Elsevier op het platform van Cyando verschenen. De hoogste Duitse rechter heeft vervolgens een aantal prejudiciële vragen gesteld over de aansprakelijkheid van platformexploitanten met betrekking tot auteursrechtelijk beschermde werken. Allereerst komt de vraag aan de orde of er sprake is van een 'mededeling aan het publiek' in de zin van richtlijn 2001/29. Hierover zegt het Hof dat dit alleen het geval is wanneer het platform er toe bijdraagt dat het publiek toegang tot die content wordt gegeven, wetende dat het om beschermde werken gaat en deze content niet prompt verwijdert of de toegang ertoe niet prompt blokkeert. Om te worden uitgesloten van vrijstelling van aansprakelijkheid moet een platform volgens het Hof kennis hebben van de concrete, onwettige handelingen van gebruikers ten aanzien van de geüploade werken. Zie ook [IEF 18242]. 

IEF 20038

Andere werkwijze is geen inbreuk op octrooi

Rechtbank Den Haag 15 jun 2021, IEF 20038; ECLI:NL:RBDHA:2021:6085 (Belparts tegen Belimo), http://www.ie-forum.nl/artikelen/andere-werkwijze-is-geen-inbreuk-op-octrooi

Vzr. Rechtbank Den Haag 15 juni 2021, IEF 20038; ECLI:NL:RBDHA:2021:6085 (Belparts tegen Belimo) Belparts is houder van een aantal octrooien voor een centraal verwarmings/koelingssysteem. Belimo ontwikkelt en verhandelt soortgelijke HVAC systemen. Belparts is van mening dat Belimo inbreuk maakt op haar octrooien. De voorzieningenrechter oordeelt, dat op sommige punten de uitwerking wellicht hetzelfde is, maar dat de werkwijze een andere is. Daarnaast heeft Belimo volgens de voorzieningenrechter terecht aangevoerd, dat er twijfel bestaat over de inventiviteit en over de vraag hoe een gemiddelde vakman naar de motor zou kijken. De rechtbank wijst naar voorlopig oordeel de vorderingen van Belparts af. 

IEF 20035

Wettelijk uitgesloten herroeping leidt tot niet-ontvankelijkheid

Hof Amsterdam 13 apr 2021, IEF 20035; (Eiser tegen Talpa), http://www.ie-forum.nl/artikelen/wettelijk-uitgesloten-herroeping-leidt-tot-niet-ontvankelijkheid

Hof Amsterdam 13 april 2021, IEF 20035; HA ZA 18-542 (Eiser tegen Talpa) In dit hoger beroep staat alleen de ontvankelijkheid ter discussie. Eiser heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank over een uitzending van 'Undercover in Nederland'. In deze uitzending werd gesteld dat eiser heeft nagelaten om te vermelden dat hij lijdt aan de erfelijke aandoening 'Syndroom van Asperger', alvorens hij zich als zaaddoner heeft aangediend. In eerste aanleg heeft de rechtbank bepaald, dat een zaak uit 2013 over hetzelfde geschil niet voor herroeping in aanmerking komt. Hier heeft eiser vervolgens beroep tegen ingesteld. Het hof oordeelt dat de wetgever middels artikel 388 lid 2 Rechtsvordering hoger beroep tegen een afwijzing tot herroeping heeft uitgesloten en verklaart eiser om deze reden niet-ontvankelijk. [IEF 18487].

IEF 20036

Publicatie adresgegevens dient geen ander doel dan het schaden van geïntimeerde

Hof Den Haag 9 mrt 2021, IEF 20036; (X tegen Y), http://www.ie-forum.nl/artikelen/publicatie-adresgegevens-dient-geen-ander-doel-dan-het-schaden-van-ge-ntimeerde

Hof Den Haag 9 maart 2021, IEF 20036; KG ZA 19-270 (X tegen Y) Y heeft als programmamaker in 2011 een uitzending van 'Undercover in Nederland' over spermadonoren op internet gemaakt. X zou één van die spermadoneren zijn. X heeft vervolgens gedreigd om de adresgegevens van Y openbaar te maken en heeft dat ook op Twitter gedaan. Het gaat in deze zaak over de balans tussen de vrijheid van meningsuiting van X en het recht op privéleven van Y. De vrijheid van meningsuiting is niet onbegrensd en het hof stelt dan ook, dat X geen ander belang bij publicatie van adresgegevens heeft dan het sanctioneren van Y. Y wil namelijk niet met X in gesprek over de inhoud van de betreffende uitzending. Nu X geen belang heeft bij het publiceren van de adresgegevens van Y, prevaleert het recht van Y op eerbiediging van privéleven boven het recht van X. [IEF 20037]

IEF 20037

Geen reden tot beperking in tijd van verbod op het publiceren van adresgegevens

Hof Den Haag 8 jun 2021, IEF 20037; (X tegen Y), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-reden-tot-beperking-in-tijd-van-verbod-op-het-publiceren-van-adresgegevens

Hof Den Haag 8 juni 2021, IEF 20037; KG ZA 19-279 (X tegen Y)  In dit incidenteel hoger beroep is de beperking in duur van een verbod op publicatie van adresgegevens aan de orde. Verder vordert Y dat het verbod op publicatie van zijn (adres)gegevens wordt uitgebreid naar zijn partner en kinderen. Y heeft als programmamaker een item gemaakt over spermadonoren op het internet. X zou één van die spermadonoren zijn. X heeft vervolgens de naam en adres van Y en zijn huisgenoten (partner en kinderen) op Twitter geplaatst. Eerder heeft de voorzieningenrechter een verbod op publicatie beperkt tot 24 maanden en alleen ten aanzien van de gegevens van Y. Nu X ook gegevens van zijn huisgenoten openbaar heeft gemaakt, ziet het hof geen reden om het verbod nog langer te beperken en ze wijst dan ook de vorderingen van Y toe. [IEF 20036]

IEF 20033

HvJ EU: MICM

HvJ EU 17 jun 2021, IEF 20033; ECLI:EU:C:2021:492 (MICM), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-micm

HvJ EU 17 juni 2021, IEF 20033, IEFbe 3236, IT 3555; ECLI:EU:C:2021:492 (MICM) De onderneming Mircom International Content Management & Consulting (M.I.C.M.) Limited (hierna: „Mircom”) heeft bij de ondernemingsrechtbank Antwerpen (België) een verzoek om informatie ingediend tegen Telenet BVBA, een internetprovider. Met dit verzoek wordt beoogd een beslissing te verkrijgen waarbij Telenet wordt gelast om aan de hand van de IP-adressen die een gespecialiseerde onderneming voor Mircom heeft verzameld, de identificatiegegevens van Telenetklanten over te leggen. De internetverbindingen van Telenetklanten zijn gebruikt om via het BitTorrentprotocol films uit de catalogus van Mircom op een peer-to-peernetwerk te delen. Telenet verzet zich tegen het verzoek van Mircom.
De verwijzende rechter heeft het Hof gevraagd of het delen op dit netwerk van onderdelen van een mediabestand met een beschermd werk krachtens het Unierecht een mededeling aan het publiek vormt. Voorts of een houder van intellectuele-eigendomsrechten, zoals Mircom, die deze rechten niet exploiteert, maar schadevergoeding vordert van vermeende inbreukmakers, gebruik kan maken van de maatregelen, procedures en rechtsmiddelen waarin het Unierecht voorziet om de eerbiediging van die rechten te verzekeren, bijvoorbeeld door om informatie te verzoeken. Ten slotte heeft de verwijzende rechter het Hof verzocht duidelijkheid te verschaffen over de vraag of Mircom de IP-adressen van de klanten op rechtmatige wijze heeft verzameld en of het rechtmatig is om de door Mircom aan Telenet gevraagde gegevens te verstrekken. Zie ook het persbericht van het HvJ EU.

Antwoorden op de prejudiciële vragen:

IEF 20034

Plantenbox kwalificeert als model en levert onrechtmatige inbreuk op

Rechtbank Den Haag 18 jun 2021, IEF 20034; ECLI:NL:RBDHA:2021:6312 (Blomma tegen Greengifts), http://www.ie-forum.nl/artikelen/plantenbox-kwalificeert-als-model-en-levert-onrechtmatige-inbreuk-op

Vzr. Rechtbank Den Haag 18 juni 2021, IEF 20034; ECLI:NL:RBDHA:2021:6312 (Blomma tegen Greengifts) Blomma heeft in 2019 een relatiegeschenk onder de naam 'Blooms out of the Box' ontwikkeld, waarbij een drietal plantjes in een houten kistje met waterreservoir worden geplaatst. Het kistje is ontwikkeld, zodat de plantjes geschikt zijn voor verzending, maar het kan ook gebruikt worden als plantenbak. Op de buitenkant van het kistje is het Uniebeeldmerk - Blomma is houder van dit merk -  'Blooms' te zien. Greengifts heeft dit beeldmerk en het model ook gebruikt voor soortgelijke relatiegeschenken, maar is gestopt met de verkoop na een sommatie van Blomma. Blomma vordert in dit kort geding onder andere inzage in de lijst met klanten die een plantenbox van Greengifts hebben gekocht en dat de rechter Greengifts beveelt om een terugroepactie van de boxen te starten. De voorzieningenrechter oordeelt dat Greengifts inbreuk heeft gemaakt op het model van Blomma, doordat het te veel gelijkenissen vertoont. Verder krijgt Blomma inzicht in de voorraad van de boxen van Greengift en heeft zij recht op afgifte van de voorraad ter vernietiging. Een terugroepactie wordt niet toegewezen, omdat particulieren niet verplicht kunnen worden om door hen gekochte producten te retourneren. 

IEF 20032

Vacature: advocaat IE/ICT/Privacy bij Marree + Dijxhoorn

Marree + Dijxhoorn Advocaten is voor haar team Ondernemingsrecht op zoek naar een advocaat IE/ICT/Privacy. In deze functie adviseer en procedeer je op het gebied van het auteursrecht, naburige rechten, portretrecht, merkenrecht, modellenrecht, handelsnaamrecht, mediarecht en marketing- en reclamerecht. Daarnaast houd je je bezig met het opstellen, onderhandelen of beëindigen van allerhande ICT-contracten: automatiseringscontracten, service level agreements (SLA), outsourcing, e-commerce, databasis en bescherming persoonsgegevens.
Lees verder.

IEF 20031

Geen rectificatie uitlatingen tv-programma

Rechtbank Midden-Nederland 17 jun 2021, IEF 20031; ECLI:NL:RBMNE:2021:2502 (Eiser tegen Avrotros), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-rectificatie-uitlatingen-tv-programma

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 17 juni 2021, IEF 20031; ECLI:NL:RBMNE:2021:2502 (Eiser tegen Avrotros) Kort geding. Het programma Opgelicht?! heeft op 8 februari 2021 aandacht besteed aan de handelwijze van voormalig advocaat Bharatsingh en zijn vele tuchtrechtelijke veroordelingen. De voormalig advocaat stelt dat in de uitzending sprake is van een zevental valse uitlatingen/beschuldigingen en wil dat AVROTROS deze rectificeert. In het kader van de belangenafweging komen de zeven bestreden uitlatingen individueel aan de orde. Volgens de voorzieningenrechter vinden de uitlatingen deels voldoende steun in de feiten en voor zover dat niet zo is geldt dat bepaalde uitlatingen wellicht minder zorgvuldig zijn, maar niet onrechtmatig. De uitzending draait in de kern om het feit dat Bharatsingh uitzonderlijk vaak met het tuchtrecht in aanraking is geweest. De impact van de uitlatingen is gezien het geheel van het item beperkt. Daarnaast zijn de feiten voor een deel door middel van een update inmiddels door AVROTROS gecorrigeerd. De verweten uitlatingen zijn in het geheel van het item beschouwd volgens de voorzieningenrechter  niet van zodanig gewicht dat dit tot onrechtmatigheid moet leiden. De vorderingen worden afgewezen.

IEF 20030

Rechthebbende op wodkamerken in diverse landen

Rechtbank Den Haag 16 jun 2021, IEF 20030; ECLI:NL:RBDHA:2021:6053 (FKP en FGUP tegen Spirits ), http://www.ie-forum.nl/artikelen/rechthebbende-op-wodkamerken-in-diverse-landen

Rechtbank Den Haag 16 juni 2021, IEF 20030; ECLI:NL:RBDHA:2021:6053 (FKP en FGUP tegen Spirits) Vervolg op [IEF 16798]. Procedure over in totaal 25 nationale woord- en beeldmerken voor STOLICHNAYA en MOSKOVSKAYA in dertien landen: Italië, Zwitserland, Frankrijk, Noorwegen, Denemarken, Zweden, Spanje, Portugal, Tsjechië, Polen, het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Cyprus en het Benelux woordmerk en het Benelux beeldmerk SPI. Beoordeling resterende geschilpunten naar het recht van de betrokken landen. FKP is rechthebbende op de merken STOLICHNAYA en MOSKOVSKAYA in zes van de dertien landen: het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Cyprus, Zweden, Italië en Tsjechië. Voor het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Cyprus, Zweden en Tsjechië worden de inbreukvorderingen van FKP toegewezen. In Italië is de situatie anders dan in voornoemde landen, omdat Spirits daar wodka verhandelt onder tekens die geen inbreuk maken op de Italiaanse merken waarvan de rechtbank heeft bepaald dat FKP daarop rechthebbende is. In de overige zeven landen (Zwitserland, Frankrijk, Noorwegen, Denemarken, Spanje, Portugal en Polen), blijven de merken op naam van Spirits geregistreerd. De SPI-Beneluxmerken worden nietig verklaard.

IEF 20029

Centrum voor Kinderwens geen inbreuk op Medisch Centrum Kinderwens

Rechtbank Noord-Holland 16 jun 2021, IEF 20029; ECLI:NL:RBNHO:2021:4846 (Kinderwens MC tegen Dijklander Ziekenhuis), http://www.ie-forum.nl/artikelen/centrum-voor-kinderwens-geen-inbreuk-op-medisch-centrum-kinderwens

Vzr. Rechtbank Noord-Holland 16 juni 2021, IEF 20029; ECLI:NL:RBNHO:2021:4846 (Kinderwens MC tegen Dijklander Ziekenhuis) Kort geding. Deze zaak gaat over de vraag of het Dijklander Ziekenhuis door het gebruik van de naam ‘Centrum voor Kinderwens’ en de domeinnaam www.centrumvoorkinderwens.nu - voor de op 1 februari 2021 door haar geopende IVF-kliniek - inbreuk pleegt op de handelsnaam ‘Medisch Centrum Kinderwens’, die sinds 2006 wordt gebruikt voor de IVF-kliniek van Kinderwens MC (dan wel van een aan haar gelieerde onderneming) alsmede op het woord/beeldmerk dat voor laatstgenoemde kliniek wordt gebruikt. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is er geen sprake van inbreuk op handelsnaam- of merkrechten omdat er geen direct dan wel indirect verwarringsgevaar valt te duchten. ‘Medisch Centrum Kinderwens is namelijk een volledig beschrijvende handelsnaam, waaraan in beginsel geen onderscheidend vermogen toekomt. De Handelsnaamwet biedt in dat geval geen dan wel slechts geringe bescherming, tenzij kan worden gesproken van inburgering. Inburgering wordt niet aangenomen. Geoordeeld wordt dat het relevante publiek meer oplettend zal zijn dan het normaal oplettende consumentenpubliek. Dat publiek zal zich er van bewust zal zijn dat er aanbieders zijn met sterk gelijkende handels- en/of domeinnamen of aanbieders die zich met de zoekterm ‘kinderwens’ willen laten vinden, zodat zij bijzonder oplettend zullen zijn met welke kliniek zij concreet van doen hebben. De voorzieningenrechter oordeelt dan ook dat het relevante publiek de verschillen tussen ‘Medisch Centrum Kinderwens’ en Centrum voor Kinderwens’ eenvoudig zal opmerken en neemt geen handelsnaaminbreuk aan. Ook inbreuk op het woord/beeldmerk wordt niet aangenomen omdat de aanduidingen die partijen gebruiken onvoldoende met elkaar overeenstemmen. De vorderingen van Kinderwens MC worden afgewezen.

IEF 20028

Dos Santos Gil: Facebook, Google en het nieuwe uitgeversrecht

De wijziging van de Auteurswet en Wet naburige rechten per 7 juni is nog vers van de pers en meteen zijn de eerste pogingen zichtbaar van platforms, zoals Facebook, daar zo min mogelijk ‘last’ van te hebben.

Het gaat in dit geval om het nieuwe naburige recht van uitgevers op online hergebruik van hun perspublicaties door online dienstenverleners, zoals nieuwsaggregatoren en mediamonitordiensten (artikel 7b Wnr). De creatie van dit recht op Europees niveau was een controversieel onderwerp met intense lobbies van de (pers)uitgevers versus de grote tech platforms. Het recht is er toch gekomen, met een beperkte beschermingstermijn van twee jaar na publicatie en met uitgebreide uitzonderingen voor onder meer non commercieel hergebruik, het puur linken naar perspublicaties en zeer korte overnames.

De achterliggende gedachte is dat de productie en verspreiding van nieuws door (vooral traditionele) persmedia, bijvoorbeeld kranten, worden bedreigd door de online platforms. Tegelijkertijd profiteren de platforms van de beschikbaarheid van deze perspublicaties. De platforms, zoals Google (News) en Facebook, presenteren de publicaties van uitgevers vaak via een korte samenvatting en beeldmateriaal aan de bezoekers van hun diensten en “verkopen” diezelfde bezoekers weer aan hun adverteerders. Weliswaar kan door bezoekers vervolgens worden gelinkt naar de volledige online publicatie, maar dit zou toch de directe relatie tussen klanten en uitgevers en het verdienmodel van de uitgevers – verkoop van reclame en abonnementen – ondermijnen.
Lees verder.

IEF 20027

Geen inbreuk op moederoctrooi en divisional

Rechtbank Den Haag 15 jun 2021, IEF 20027; ECLI:NL:RBDHA:2021:6085 (Belparts tegen Belimo), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-inbreuk-op-moederoctrooi-en-divisional

Vzr. Rechtbank Den Haag 15 juni 2021, IEF 20027; ECLI:NL:RBDHA:2021:6085 ( Belparts tegen Belimo) Kort geding. Eiser Belparts is actief in de ontwikkeling, productie en verkoop van apparatuur die kan worden gebruikt voor het automatisch reguleren van systemen in gebouwen. Zij richt zich in het bijzonder op HVAC-systemen (Heating, Ventilation, Air Conditioning/Cooling). Belparts is houdster van het octrooi EP 938, het moederoctrooi “Flow control system” dat ziet op de beïnvloeding van de stroomsnelheid van het medium binnen een debietregelsysteem. Gedaagde Belimo c.s. is actief op het gebied van de ontwikkeling en verkoop van onderdelen voor (onder andere) HVAC-systemen. Belfarts verwijt Belimo cs inbreuk op haar octrooien door productie en verhandeling van regelkleppen. De voorzieningenrechter heeft grensoverschrijdende bevoegdheid ten aanzien van de Zwitserse gedaagde op grond van artikel 6 lid 1 Lugano II enkel voor Nederland en België. Er is geen sprake van inbreuk op het moederoctrooi en op de divisional. Daarnaast is er gerede kans dat het moederoctrooi niet inventief is.

IEF 20025

Spoedeisend belang ontbreekt bij auteursrechtinbreuk roostersoftware

Hof Den Haag 15 jun 2021, IEF 20025; (Scientia tegen Eveoh), http://www.ie-forum.nl/artikelen/spoedeisend-belang-ontbreekt-bij-auteursrechtinbreuk-roostersoftware

Hof Den Haag 15 juni 2021, IEF 20025, IT 3548; C/09/592547 / KG ZA 20-390 (Scientia tegen Eveoh) Kort geding. Vervolg op [IEF 19452]. Scientia is een wereldwijde leverancier van roostersoftware voor onderwijsinstellingen, waaronder de Syllabus Plus en de Exam Schedular. Scientia maakt voor haar software gebruik van twee databases (ESDB en RDB) die bestaan uit tabellen die door ‘views’ worden weergegeven. Eveoh ontwikkelt ook software ten behoeve van onderwijsinstellingen, waaronder de MyTimetable software. Bij klanten van Eveoh die de roostersoftware van Scientia afnemen, leest de MyTimetable de data van de databases uit. Scientia meent dat Eveoh daarmee inbreuk maakt op haar auteursrechten. Scientia wordt in het ongelijk gesteld vanwege het ontbreken van spoedeisend belang. Er is onvoldoende voortvarend opgetreden tegen het gestelde onrechtmatige handelen. Pas 2,5 jaar na ontvangst van een e-mail heeft Scientia Eveoh gesommeerd het kopieren van de RDB naar haar eigen server te staken. Ook een belangenafweging leidt niet tot de conclusie dat Scientia een bodemprocedure niet meer zou kunnen afwachten.