IEF 18335

DSM-richtlijn aangenomen door Europees Parlement

Volg de plenaire vergadering live. Europees Parlement - Persberichten. Nadere informatie volgt.

Selectie van video's EP Plenary session: Copyright in the Digital Single Market
- Opening statements by Axel VOSS (EPP,DE), rapporteur, Nicola DANTI (S&D, IT) for IMCO committee and Mariya GABRIEL, Member of the EC in charge of Digital Economy and Society (8:59 - 9:10)
- MEPs debate - Catch the eye (10:17 - 10:35)
- Closing statements by Andrus ANSIP, Vice-President of the EC in charge of DSM and by Axel VOSS (EPP, DE), rapporteur (10:35 - 10:40)

- Vote on the report by Axel VOSS (EPP, DE) (12:46 - 12:52)

IEF 18329

Verwerping cassatie onjuiste publicatie op voorpagina Arubaans dagblad

Hoge Raad 22 mrt 2019, IEF 18329; ECLI:NL:HR:2019:402 (Centrale bank van Aruba tegen gedaagde), http://www.ie-forum.nl/artikelen/verwerping-cassatie-onjuiste-publicatie-op-voorpagina-arubaans-dagblad

HR 22 maart 2019, IEF 18329;  ECLI:NL:HR:2019:402 (Centrale bank van Aruba tegen gedaagde). Art. 81 lid 1 RO. Caribische zaak. Is publicatie op voorpagina dagblad over (onjuist gebleken) mededeling anonieme bron dat geld zou zijn verdwenen uit kluis Centrale Bank onrechtmatig? De rechter concludeerde in eerste aanleg [IEF 16220] dat er geen sprake is van onrechtmatig handelen, nu de betreffende journalist zich gehouden heeft aan de algemeen aanvaarde journalistieke code van hoor en wederhoor. De conclusie van de Advocaat-Generaal op 26 februari 2019 [ECLI:NL:PHR:2019:94] strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad volgt deze conclusie. De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden, geen motivering ex art. 81 lid 1 RO.

IEF 18328

Geen publicatieverbod voor boek #jehebtaltijdeenkeuze#

Rechtbanken 21 mrt 2019, IEF 18328; ECLI:NL:RBOVE:2019:966 (Ex-man tegen #jehebtaltijdeenkeuze#), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-publicatieverbod-voor-boek-jehebtaltijdeenkeuze

Ktr. Rechtbank Overijssel 21 maart 2019, IEF 18328; ECLI:NL:RBOVE:2019:966 (ex-man tegen #jehebtaltijdeenkeuze#) Mediarecht. Eiser en gedaagde zijn van 2000 tot 2010 getrouwd geweest. Gedaagde heeft een boek geschreven over onder andere deze relatie met de titel #jehebtaltijdeenkeuze#. Het boek wordt uitgegeven door uitgeverij Droomvallei. Op de voor- en achterkant van het boek staat een foto van gedaagde waarop de helft van haar gezicht zichtbaar is. De tekst op de achterkant van het boek luidt onder andere: “In #jehebtaltijdeenkeuze# beschrijft X hoe het kwam dat ze zo lang in deze verstikkende relatie bleef hangen.” In diverse media en op de eigen website van gedaagde is aandacht besteed aan de lancering van het boek. Op haar website heeft gedaagde passages uit het boek gepubliceerd, die kort gezegd verwijzingen bevatten naar haar huwelijk met eiser, waarin zij psychisch en lichamelijk zou zijn mishandeld door eiser, die een narcist zou zijn. De vordering van eiser om de publicatie en verspreiding van het boek per direct te staken wordt door de rechter afgewezen. Het boek dient te worden beschouwd als een autobiografie, geschreven vanuit het perspectief en de ervaringen van gedaagde, en in het boek staat de persoonlijke ontwikkeling van gedaagde centraal. Dat het boek ook over eiser gaat is onvermijdelijk aangezien ze tien jaar getrouwd zijn geweest. De voorzieningenrechter volgt eiser niet in zijn stelling dat gedaagde geen belang heeft bij de publicatie van het boek. Publicatie van het boek is een logisch vervolg op de carrière van gedaagde die als ervaringsdeskundige trainingen en lezingen geeft over huiselijk geweld en dikwijls in de media optreedt. De publicatie van het boek voorziet in dezelfde behoefte als waarin de andere activiteiten van gedaagde voorzien, namelijk het verwerven van inzicht in situaties van huiselijk geweld. Publicatieverbod wordt afgewezen.

IEF 18327

Verminkt op de website geplaatst logo is inbreuk op auteursrechten

Rechtbanken 6 mrt 2019, IEF 18327; ECLI:NL:RBMNE:2019:960 (logo met licentie), http://www.ie-forum.nl/artikelen/verminkt-op-de-website-geplaatst-logo-is-inbreuk-op-auteursrechten

Ktr. Rechtbank Midden-Nederland 6 maart 2019, IEF18327; ECLI:NL:RBMNE:2019:960 (logo met licentie) Eiseres is grafisch vormgeefster. Zij heeft in 2011 in opdracht van de stichting een logo ontworpen. De stichting heeft hierna een exclusieve licentie verkregen voor het gebruik van dit logo, zoals dat gebruik van het ontwerp, waarvoor op het moment van het verstrekken van de opdracht vaststaande voornemens bestonden. Hierna heeft eiseres geconstateerd dat het logo op manieren strijdig met deze afspraak werd gebruikt. De voorwaarden uit het contract zijn echter niet geschonden, nu de stichting niet de indruk heeft gewekt dat zij aan derden mocht licentiëren. Dat de stichting na sommatie door eiseres het logo heeft verwijderd, toont niet aan dat er sprake is van inbreuk. Wel is het plaatsen van het verminkte logo op haar website een onrechtmatige openbaarmaking. Er is dus een inbreuk op de auteursrechten van eiseres.

IEF 18326

Hoger beroep afgewezen: overige vloerkleden By-Boo maken geen inbreuk op model- en auteursrechten De Poortere

Gerechtshoven 19 mrt 2019, IEF 18326; (De Poortere tegen By-Boo c.s.), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hoger-beroep-afgewezen-overige-vloerkleden-by-boo-maken-geen-inbreuk-op-model-en-auteursrechten-de-p

Hof Den Haag 19 maart 2019, IEF 18326; (Poortere tegen By-Boo) Hoger beroep. Poortere en By-Boo brengen allebei vloerkleden op de markt. Poortere is van mening dat By-Boo met de vervaardiging en verhandeling van bepaalde vloerkleden een inbreuk maakt op haar model- en auteursrechten. De rechtbank [IEF 16322, IEF 17652] heeft bevolen met betrekking tot bepaalde vloerkleden dat By-Boo iedere inbreuk op de auteursrechten van De Poortere met onmiddellijke ingang te staken en gestaakt te houden. In het hoger beroep wordt vastgesteld dat er geen sprake is van inbreuk op het auteurs- en modellenrecht van Poortere wat betreft de overige kleden, nu er geen sprake is van namaken. De totaalindrukken verschillen. Ook kan slaafse nabootsing niet worden aangenomen. De principale grieven falen en leiden dus niet tot vernietiging van het bestreden vonnis. Wel worden de dwangsommen verminderd, gelet op het beperkte aantal tapijten dat By-Boo in voorraad heeft gehad en de beperkte waarde van die tapijten.

IEF 18325

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU: In huis opslaan van merk-lagers in ruil voor een slof sigaretten en fles cognac economisch voordeel?

HvJ EU 28 nov 2019, IEF 18325; (Yhtiö), http://www.ie-forum.nl/artikelen/prejudicieel-gestelde-vragen-aan-hvj-eu-in-huis-opslaan-van-merk-lagers-in-ruil-voor-een-slof-sigare
Yhtio slog sigaretten en cognac

Prejudicieel gestelde vragen HvJ EU 28 november 2018, IEF 18325; IEFbe 2849; C-772/18 (Yhtiö-slof en cognac) Merkenrecht. Een Finse onderneming A is houder van een internationaal merk voor onder meer lagers. Een Finse particulier B heeft in 2011 een partij van zulke lagers ontvangen uit China (zonder betrokkenheid bij de verzending), opgehaald van het vliegveld en enkele weken opgeslagen in zijn huis. De partij lagers is vervolgens opgehaald en naar Rusland gebracht. Als beloning voor zijn verrichtingen heeft de particulier B een slof sigaretten en een fles cognac gekregen. Onderneming A heeft bij de civiele rechter een vordering tot schadevergoeding tegen particulier B ingesteld, wegens een inbreuk op haar merkenrecht. Artikel 5 van richtlijn 2008/95/EG (hierna: de richtlijn) verbiedt derden namelijk gebruik te maken van een ingeschreven merk in het economisch verkeer. Deze vordering ligt nu voor de hoogste Finse rechter, die nu vier prejudiciële vragen aan het Hof stelt.

IEF 18324

Van ondernemers mag besef verwacht worden dat er risico op merkinbreuk is

Antilliaanse Gerechten 20 feb 2019, IEF 18324; ECLI:NL:OGEAA:2019:102 (Vineyard tegen detailhandelaren), http://www.ie-forum.nl/artikelen/van-ondernemers-mag-besef-verwacht-worden-dat-er-risico-op-merkinbreuk-is

Gerecht in eerste aanleg van Aruba 20 februari 2019, IEF 18324; ECLI:NL:OGEAA:2019:102 (Vineyard tegen detailhandelaren). Merkinbreuk. Informatieplicht. Eiseres is rechthebbende tot het woordmerk ‘Vineyard Vines’ en het beeldmerk met de afbeelding van een walvis. Gedaagden zijn detailhandelaren die in Aruba kleding en souvenirs verkopen. Gedaagden hebben in hun winkels namaakartikelen met het beeld- en woordmerk van eiseres (althans een variant daarvan, Vineyard Vines Aruba) te koop aangeboden. De gedaagden verklaren deze artikelen gekocht te hebben van iemand die bij hen in de winkel kwam en deze te koop aanbood. De rechter stelt dat op het moment dat op een dergelijke wijze goederen, met name merkkleding, worden aangeschaft, er redelijkerwijs geen twijfel over kan bestaan dat het om namaakartikelen of parallelle import gaat en dat een groot risico bestaat op merkinbreuk. Van gedaagden, die allen ondernemers zijn, mag worden verwacht dat zij dit beseffen.
Gedaagden hebben verklaard de inbreukmakende artikelen contant te hebben ingekocht bij een persoon van wie verder de identiteit, volgens hun opgave, niet bekend is. Gedaagden stellen niet te weten wat de naam en de contactgegevens van deze persoon zijn. Het gerecht wijst gedaagden erop dat op hen een administratieplicht rust, waar zij zich aan dienen te houden. Dat gedaagden voornamelijk uit andere delen van de wereld komen waar van hen wellicht niet verwacht wordt dat hun administratie op orde is, maakt het voorgaande niet anders.

IEF 18323

Voorlopige aankondinging: 11 april Lunchbijeenkomst aangenomen DSM-richtlijn

Volgende week donderdag wordt (waarschijnlijk)* de auteursrechten in de Digital Single Market-richtlijn aangenomen door het Europees Parlement. Op donderdag 11 april organiseert deLex in Amsterdam een lunchbijeenkomst van 12:30 tot 14:30. Sprekers zijn Paul Keller, Stef van Gompel, Vincent van den Eijnde (of Hanneke Holthuis) en Dirk Visser, maar iedereen mag natuurlijk meepraten. Paul Keller spreekt vooral over artikelen 5 t/m 10b. Stef van Gompel over artikel 11 en desgewenst over 3 en 3a. Tot slot spreken Vincent van den Eijnde en Dirk Visser over artikel 13 (zie voorproefje IEF 18304). Ja, ik ben geïnteresseerd!

* onder voorbehoud dat de DSM-richtlijn begin april is aangenomen, anders gaat het (voorlopig) niet door.

IEF 18322

Inbreuk auteursrechten op lesmateriaal fietstechnicus

Rechtbanken 27 feb 2019, IEF 18322; Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:RBMNE:2019:856 (Innovam tegen Bikeflex), http://www.ie-forum.nl/artikelen/inbreuk-auteursrechten-op-lesmateriaal-fietstechnicus

Rechtbank Midden-Nederland 27 februari 2019, IEF 18322; ECLI:NL:RBMNE:2019:856 (Innovam tegen Bikeflex). Inbreuk auteursrecht. Eiser is Innovam, opleider in de mobiliteitsbranche. Zij heeft eigen opleidingsmodules ontwikkeld voor de opleiding tot fietstechnicus. Verweerder Bikeflex is actief als opleider en begeleider van fietstechnici en als intermediair voor personeel in de tweewielerbranche. Eind 2013 hebben Innovam en Bikeflex een samenwerkingsovereenkomst gesloten voor de duur van een jaar betreffende de instroom en begeleiding van leerlingen. Innovam stelt dat Bikeflex na het einde van de samenwerking lesmateriaal van Innovam op grote schaal voor haar opleiding heeft gebruikt en/of heeft vermarkt dan wel in haar eigen cursusmateriaal heeft overgenomen. De rechtbank verklaart voor recht dat Bikeflex inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van Innovam en dat Bikeflex ter zake schadeplichtig is jegens Innovam. Bikeflex heeft de inhoud van het lesboek van Innovam, sheets en hand-outs  ingescand en op haar T-schijf opgeslagen en bewaard. Bikeflex heeft haar leerlingen de mogelijkheid geboden om dit materiaal op een USB-stick te zetten voor thuisgebruik en van die mogelijkheid is gebruik gemaakt. Verder heeft Bikeflex onderdelen uit het digitaal gemaakte lesboek van Innovam opgenomen in een bestand op haar T-schijf met de naam ‘lesboek compleet’. Door zo te handelen heeft Bikeflex het lesmateriaal van Innovam ruimer gebruikt dan haar was toegestaan.

IEF 18321

Pictoright - Opinie: Google, Facebook en de filterfabel

In het Europese Parlement wordt op 26 maart gestemd over een moderner auteursrecht. Het spant erom: krijgen kunstenaars, fotografen, ontwerpers, musici en schrijvers recht op een deel van de miljarden die met hun content op digitale platforms wordt verdiend? Of slaagt de lobby van platforms en ‘strijders voor een vrij internet’ erin om politici zand in de ogen te strooien? Auteursrecht is een onderwerp dat veel emoties losmaakt, zowel bij rechthebbenden als bij gebruikers. Vrijwel iedereen ziet in dat makers van boeken, kunstwerken, liedjes en films op de een of andere manier een vergoeding moeten kunnen ontvangen als anderen van hun werk gebruikmaken. Maar toch is het in de praktijk moeilijk om een regeling tot stand te brengen die tegemoet komt aan een ieders belangen.

IEF 18307

Broers krijgen cel- en taakstraf voor handel in vervalste merkartikelen

Rechtbanken 12 mrt 2019, IEF 18307; ECLI:NL:RBOBR:2019:1286 (Handel in vervalste merkartikelen), http://www.ie-forum.nl/artikelen/broers-krijgen-cel-en-taakstraf-voor-handel-in-vervalste-merkartikelen

Rechtbank Oost-Brabant 12 maart 2019, IEF 18307; ECLI:NL:RBOBR:2019:1286 (Handel in vervalste merkartikelen) Strafrecht. Via rechtspraak.nl: De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt een 33-jarige man uit Eindhoven voor grootschalige merkfraude tot een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Zijn 31-jarige broer uit Nuenen krijgt voor zijn aandeel een taakstraf van 120 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk. De mannen handelden van september tot en met november 2016 in vervalste kleding, accessoires en horloges. Ze verkochten onder meer truien, broeken, jassen en riemen vanuit gehuurde opslagboxen aan klanten. Deze artikelen waren voorzien van valse of vervalste merktekens. De rechtbank oordeelt op basis van de bewijzen dat de mannen wisten dat het geen originele merkartikelen waren en dat ze dus vervalst waren. Bij het bepalen van de straffen houdt de rechtbank er rekening mee dat de broers zowel de reputatie, exclusiviteit en werfkracht van de originele merken hebben geschonden, maar ook het vertrouwen dat de consument moet kunnen hebben in de juistheid van merkaanduidingen. Bovendien maakten ze inbreuk op het exclusieve intellectuele eigendomsrecht dat de rechthebbenden hebben op hun merk. Door de vervalste merkartikelen tegen spotprijzen aan te bieden, werd de markt verstoord.

IEF 18320

Paul Reeskamp - Spin Master v High5 & Haagse exclusiviteit; een kanttekening uit de praktijk

, IEF 18320; http://www.ie-forum.nl/artikelen/paul-reeskamp-spin-master-v-high5-haagse-exclusiviteit-een-kanttekening-uit-de-praktijk

Paul Reeskamp, ‘Spin Master v High5 & Haagse exclusiviteit; een kanttekening uit de praktijk’, IEF 18320, IEFbe 2847, www.ie-forum.nl, 22 maart 2019. De Hoge Raad heeft bij arrest van 2 november 2018 prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ EU over de wijze waarop art 90 Gemeenschapsmodellenverordening dient te worden geïnterpreteerd [IEF 18077]. Dit deed de Hoge Raad op voorspraak van zijn A-G van Peursem [IEF 17968]. De A-G stelde cassatie in het belang der wet in naar aanleiding van een vonnis van de Amsterdamse voorzieningenrechter in de zaak Spin Master v High5. Omdat ik als advocaat van Spin Master betrokken was bij dit kort geding en het dossier is 'afgelegd', veroorloof ik mij een korte praktische kanttekening.

In zijn conclusie van 31 augustus 2018 gaat Van Peursem uitvoerig in op onder meer de totstandkomingsgeschiedenis van art 90 GModVo2 en de verschillende standpunten in (binnenlandse en buitenlandse) rechtspraak en literatuur hierover. Schaafsma heeft een reactie geschreven op dit cassatieberoep [Open Access Leiden University Repository]. Van Peursem en Schaafsma komen via verschillende wegen tot dezelfde conclusie: Nederland heeft de Rechtbank Den Haag terecht aangewezen als de exclusieve bevoegde rechter in inbreuk-kortgedingen over Gemeenschapsmodellen met dien verstande dat Van Peursem meent dat Nederland daartoe verplicht was en Schaafsma meent dat dit Nederland vrij stond. De Hoge Raad heeft nu aan het HvJ EU gevraagd of uit art. 90 volgt dat Nederland alle voorzieningenrechters bevoegdheid had moeten geven dan wel of Nederland ook alleen Den Haag heeft mogen aanwijzen. De optie van zijn A-G - aanwijzing Den Haag was verplicht - heeft de Hoge Raad niet aan Luxemburg voorgelegd. In de doorwrochte analyses van Van Peursem en Schaafsma mis ik aandacht voor een praktische aspect, namelijk of ook van belang is of je ergens op tijd terecht kunt met je zaak. Anders gezegd: dient bij het beantwoorden van de bevoegdheidsvraag gewicht te worden toegekend aan de toegankelijkheid van de rechter en aan de door TRIPs en de Handhavingsrichtlijn gewenste doeltreffende en effectieve bescherming van IE-rechten? Lees verder

IEF 18319

Marketingbedrijf moet alle banden met advocatenkantoor doorsnijden

Rechtbanken 13 mrt 2019, IEF 18319; ECLI:NL:RBAMS:2019:1852 (Maatschap tegen LS en OmniLegal), http://www.ie-forum.nl/artikelen/marketingbedrijf-moet-alle-banden-met-advocatenkantoor-doorsnijden

Vzr. Rechtbank Amsterdam 13 maart 2019, IEF 18319; ECLI:NL:RBAMS:2019:1852 (Maatschap tegen LS en OmniLegal) Eiseressen, advocaten verenigd in een maatschap, sloten een overeenkomst met verweerder LS Advocaten Strafrecht B.V. Een marketingbedrijf dat een website exploiteert. Potentiële klanten worden via die website verwezen naar bij LS aangesloten advocatenkantoren, die daarvoor een vergoeding betalen. Nadat de overeenkomst is geëindigd komen, bezoekers bij het invoeren van zoektermen op internet nog steeds uit bij LS . Ook wordt de maatschap met LS geassocieerd, geruime tijd nadat de maatschap ondubbelzinnig aan LS Advocaten Strafrecht B.V. had meegedeeld daarvan niet gediend te zijn. De rechter oordeelt dat LS op onrechtmatige wijze en in strijd met artikel 5 van de Handelsnaamwet gebruik maakt van de (handels)namen van de eiseressen. Voldoende aannemelijk is geworden dat daardoor verwarring is te duchten bij het publiek. Het marketingbedrijf moet alle banden met het eerder deelnemende advocatenkantoor doorsnijden.

IEF 18318

Merkdepot op sjaals had oneigenlijk doel

Rechtbank Amsterdam 20 mrt 2019, IEF 18318; (Bylima tegen Sedef), http://www.ie-forum.nl/artikelen/merkdepot-op-sjaals-had-oneigenlijk-doel

Vzr. Rechtbank Amsterdam 20 maart 2019, IEF 18318 (Bylima tegen Sedef) Auteursrecht. Merkrecht. Eiser is Bylima, een eenmansbedrijf dat Arabische modeproducten ontwerpt, vervaardigt en verhandelt, zoals effen sjaals met een sierrandje en het etiket BYLIMA erop bevestigd.  Verweerder is Sedef, een markthandel in onder andere textiel en schoenen. Sedef verhandelt sjaals die sterk lijken op die van eiseres en ook zijn voorzien van het etiket BYLIMA. Sedef voert als verweer dat het ontwerp van de sjaals te banaal is om de drempel voor auteursrechtelijke bescherming te halen. De rechtbank stelt dat dergelijke sierranden inderdaad zeer gangbaar zijn en het enkele toevoegen van deze sierranden aan een lap stof in onvoldoende mate getuigt van vrije en creatieve keuzes van de maker. Eiseres kan geen auteursrechten op de sjaals doen gelden. 
Op video-opnamen is te zien dat Sedef klanten op de markt meedeelt dat de sjaals van Bylima afkomstig zijn en dat hij met haar samenwerkt, terwijl dit niet het geval is. In februari 2018 heeft een relatie van Sedef, een sjaal gekocht bij Bylima. Op 17 december 2018 heeft Sedef het woordmerk Bylima gedeponeerd voor onder andere sjaals en hoofddoeken. Op 29 december 2018 heeft Bylima met spoed een Benelux merkrecht gedeponeerd voor onder andere sjaals en hoofddoeken. Ook heeft ze een Europees woordmerk Bylima aangevraagd, dit merk is nog niet geregisteerd. Bylima stelt dat Sedef met de verkoop van de sjaals inbreuk maakt op haar merkrechten. De rechtbank stelt dat eiseres wel een woordmerk BYLIMA heeft en Sedef niet.
 

IEF 18317

HvJ EU: Geen ABC voor een product dat een nieuwe formulering van een oud werkzaam bestanddeel is

HvJ EU 21 mrt 2019, IEF 18317; ECLI:EU:C:2019:238 (Abraxis Bioscience), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-geen-abc-voor-een-product-dat-een-nieuwe-formulering-van-een-oud-werkzaam-bestanddeel-is

HvJ EU 21 maart 2019, IEF 18317; IEFbe 2846; LS&R 1695; ECLI:EU:C:2019:238; C-443/17 (Abraxis Bioscience) ABC. eerste vergunning voor het in de handel brengen van het product als geneesmiddel. Vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel dat bestaat in een door het basisoctrooi beschermde nieuwe formulering van een reeds toegestane werkzame stof. HvJ EU (Engels):

Artikel 3, onder d), van verordening (EG) nr. 469/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen, juncto artikel 1, onder b), van deze verordening, moet aldus worden uitgelegd dat de in artikel 3, onder b), van deze verordening bedoelde vergunning voor het in de handel brengen waarop een aanvraag voor een aanvullend beschermingscertificaat wordt gebaseerd die betrekking heeft op een nieuwe formulering van een bestaande werkzame stof, niet kan worden beschouwd als de eerste vergunning voor het in de handel brengen van het betrokken product als geneesmiddel wanneer voor deze werkzame stof als zodanig al eerder een dergelijke vergunning is afgegeven.
IEF 18316

EU-beeldmerk dat een etiketvorm weergeeft komt wel onderscheidend vermogen toe

Gerecht EU (voorheen GvEA) 20 mrt 2019, IEF 18316; ECLI:EU:T:2019:171 (Grammar - etiketvorm), http://www.ie-forum.nl/artikelen/eu-beeldmerk-dat-een-etiketvorm-weergeeft-komt-wel-onderscheidend-vermogen-toe
grammar

Gerecht EU 20 maart 2019, IEF 18316; IEFbe 2845; ECLI:EU:T:2019:171; T‑762/17 (Grammar tegen EUIPO) Merkenrecht. Grammar heeft aanvraag gedaan voor twee EU-beeldmerk die een vorm voorstelt. Absolute weigeringsgrond, ontbreken van onderscheidend vermogen. De kamer van beroep herroept de beslissing, omdat de aangemelde vorm een etiket voorstelt en het merk zich richt tot een deels tot een gespecialiseerd vakpubliek en deels tot consument richt met een verhoogde opmerkzaamheid. Het Gerecht EU wijst het beroep toe en veroordeeld EUIPO in de kosten.

IEF 18315

Geen auteursrecht natuurgetrouwe kopie van De Nachtwacht inclusief de tegenwoordig ontbrekende delen

Gerechtshoven 19 mrt 2019, IEF 18315; ECLI:NL:GHARL:2019:2423 (Weduwe tegen Café-restaurant Expo-Madrid), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-auteursrecht-natuurgetrouwe-kopie-van-de-nachtwacht-inclusief-de-tegenwoordig-ontbrekende-delen
Nachtwacht Expo-Madrid

Hof Arnhem-Leeuwarden 19 maart 2019, IEF 18315; ECLI:NL:GHARL:2019:2423 (Weduwe tegen Café-restaurant Expo-Madrid) Auteursrecht. Contractenrecht. Derdenbescherming 1:92 en 3:86 BW. Geen auteursrecht op een natuurgetrouwe kopie van de oorspronkelijke Nachtwacht van Rembrandt van Rijn. De rechtbank [ECLI:NL:RBOVE:2016:4164] heeft geoordeeld dat de bijdrage van appellante aan het schilderij niet van dien aard is dat er sprake is van een gemeenschappelijk auteursrecht en het daarop gebaseerde verbod afgewezen. De vraag is of met het maken van een weergave van het (niet meer door auteursrecht beschermde) werk “De Nachtwacht” van Rembrandt van Rijn, een nieuw werk is gecreëerd, wordt ontkennend beantwoord. Het onderzoek om de oorspronkelijke Nachtwacht inclusief de tegenwoordig ontbrekende delen zo getrouw mogelijk na te schilderen, zijn slechts relevant indien dit tot keuzes leidt waarin het persoonlijk stempel is te herkennen. Na het overlijden van de kunstschilder geldt dat de verkrijgers van de kopie te goeder trouw zijn en worden op de voet van artikelen 1:92 en 3:86 BW beschermd tegen eventuele bestuurs- en beschikkingsbevoegdheid van de maker van de kopie. Het Hof bekrachtigt het vonnis en wijst het gevorderde af.

IEF 18314

Korting van 25% voor plaatsing foto op een subpagina van één niveau dieper

Rechtbanken 13 mrt 2019, IEF 18314; ECLI:NL:RBMNE:2019:1069 (Food & Lifestyle Foto II), http://www.ie-forum.nl/artikelen/korting-van-25-voor-plaatsing-foto-op-een-subpagina-van-n-niveau-dieper

Ktr. Rechtbank Midden Nederland 13 maart 2019, IEF 18314; ECLI:NL:RBMNE:2019:1069 (Food & Lifestyle foto II) Vergelijk IEF 18310. Eiseres exploiteert een onderneming die onder meer Food & Lifestyle foto’s aanbiedt. Gedaagde heeft een uitsnede van een van de foto's van eiseres op haar website geplaatst. Permission Machine BVBA heeft hierop namens eiseres gedaagde aangesproken. Gedaagde heeft ondanks sommaties niets betaald. Er is inderdaad sprake van inbreuk dus moet schadevergoeding worden vastgesteld aan de hand van de meest voor de hand liggende methode. In dit geval is dat de gederfde licentievergoeding. Hierbij wordt rekening gehouden met het feit dat het een Nederlandse domeinnaam betrof, en toepassing van de in de tarievenlijst genoemde korting van 25% toe voor plaatsing van een foto op een pagina die één niveau dieper ligt: €149,06  aan schadevergoeding, €22,36 aan buitengerechtelijke incassokosten en €315 aan proceskosten (salaris gemachtigde inbegrepen).