Publicaties & Noten

IEF 908

Grensoverschrijdende feiten en ficties

In navolging op dit bericht: Wouter Pors (Bird & Bird) is weliswaar wat minder jong, maar zijn essay over cross-border injunctions is klaar en wordt één deze dagen in de Canadian Intellectual Property Review geplaatst. Hierbij de drukproef van The role of collateral and issue estoppel in multijurisdictional litigation: Europe. Appendix B, Facts and Fiction on Dutch Cross-Border Injunctions.

Zoals bekend wordt de Nederlandse rechtspraak op het gebied van cross border-injunctions in IE-procedures ook in het buitenland met interesse gevolgd, omdat de Nederlandse rechtspraak de mogelijkheid biedt om met een (Nederlandse) uitspraak een inbreukverbod te krijgen dat ook geldt in het buitenland. Daardoor is het niet nodig om in elk afzonderlijk land naar de rechter te stappen. Een paar kanttekeningen: dit is een stuk naar de situatie in augustus 2004. Sindsdien zijn er zoals bekend een paar nieuwe ontwikkelingen, die hier nog niet in staan. Verder zit er nog een fout in de nummering van de noten. Lees de drukproef hier.

IEF 904

Je bent jong en je wilt wat

Ben je jong en is je essay over cross-border injunctions net klaar? Afgezien van dat je het ter publicatie naar IEForum.nl kunt mailen, kun je het nu ook onder de aandacht brengen middels de Utrecht Law Review. De Universiteit Utrecht is deze maand begonnen met deze volwaardige en bovendien gratis juridische onlinepublicatie.

De universiteit wil met de Review jonge wetenschappers kansen op publicatie bieden. Het eerste nummer is gewijd aan juridische aspecten van terrorismebestrijding, maar volgens de website zijn alle artikelen over 'research in which the boundaries of the classic branches of the law (private law, criminal law, constitutional and administrative law, European and public international law) are crossed and connections are made between these areas of the law, amongst others from a comparative law perspective" welkom. Hoofdredacteur is hoogleraar Ton Hol (Encyclopedie van het Recht en Rechtsfilosofie). (Bron: Planet Multimedia)

IEF 886

juridische explosies in Nederland

Boeiend artikel in laatste AMI:  Prof. mr. H. Cohen Jehoram, 'Nu de gevolgen van trouw en ontrouw aan de Auteursrechtrichtlijn voor fair use, tijdelijke reproductie en driestappenpentoets.'  AMI 2005/5, p.153 (losse nummers 16 euro)

"De gevolgen van de twee gegeven voorbeelden van ontrouw aan de Auteursrechtrichtlijn, die met betrekking tot de tijdelijke reproductie en de driestappentoets, zijn ernstiger. Uiteraard kan de Europese Commissie Nederland altijd nog voor het Europese Hof dagen wegens onjuiste implementatie van de Auteursrechtrichtlijn, maar ook de Commissie heeft haar strategieën. Zij zal wachten op juridische explosies in Nederland zelf. Zo zullen auteursrechthebbenden die in de praktijk benadeeld worden door de Nederlandse wettelijke afwijkingen hun daardoor geleden schade kunnen verhalen op de Staat en zij zullen niet nalaten dit ook te doen. Dit laatste al noopt tot nationale Amendering van de Auteurswet. (...) Mocht het volgrechtontwerp nog een tijd blijven hangen in de Tweede Kamer, dat zou dit (...) gelegenheid bieden aan de Kamer tot de indiening van de aangegeven amendementen ter ongedaanmaking van de twee beschreven grote afwijkingen van de Auteursrechtrichtlijn.

Tenslotte zou het wellicht ook op de weg liggen van de Minister van Financiën om aan te dringen op gehoorzaamheid aan de Auteursrechtrichtlijn bij zijn gedesinformeerde collega van Justitie, in verband met een anders dreigende greep van auteursrechthebbenden in de schatkist."

IEF 857

daklozen van het recht

Rechtwaardig? De juridische bescherming van advertising properties in commerciële communicatie. Doctoraalscriptie Laura Fresco (zie ook hier), UvA, augustus 2005.

"Het is mijns inziens niet terecht om advertising properties bij voorbaat tot daklozen van het recht te bestempelen. Systematisch en inhoudelijk kunnen niet alleen taalkundige, maar ook visuele auditieve en wellicht zelfs conceptuele wervingsmiddelen ondergebracht worden in het huis van de intellectuele eigendomsrechten, waarbij ook de tijdelijke beschutting van art. 6:162 BW kan worden gezocht. Mits de fundamentele vrijheden van onze samenleving in het oog worden gehouden, is een dergelijke bescherming ook wenselijk.

Ik durf zelfs te verdedigen dat daarmee de economische en culturele ontwikkeling wordt gestimuleerd. Dat deze opvatting in juridische kringen niet door iedereen gedeeld zal worden, kan mij alleen maar verheugen. Ik hoop dat ik bij deze een aanzet heb gegeven tot een verdere discussie over de "rechtwaardigheid" van advertising properties." Lees hier alles.

IEF 836

'An unsound test for a good cause'

Commentaar van Thierry van Innis (Allen & Overy Brussel) op de conclusie van AG Jacobs in de zaak Class International tegen Unilever (Met dank aan Nicolas Clarembeaux, Allen & Overy Brussel).

Eerder berichtten wij over de conclusie van advocaat-generaal F.G. Jacobs in de zaak Class International BV tegen Unilever NV e.a., 26 mei 2005, zaak C-405/03. In deze zaak stelde het Haagse hof een vraag over de uitleg van het begrip 'gebruik van een teken in het economisch verkeer', met name of het binnenbrengen in de Gemeenschap onder de regeling extern douanevervoer van niet-communautaire, oorspronkelijke merkgoederen,  het opslaan van deze goederen in een douane-entrepot in de Gemeenschap of het te koop aanbieden of verkopen van de aldus opgeslagen goederen, in alle gevallen zonder toestemming van de merkhouder, moet worden aangemerkt als 'gebruik van een teken in het economisch verkeer'. De toestemming van de merkhouder voor de betrokken handeling is relevant vanwege het beginsel van communautaire uitputting van het merkrecht. Immers, de essentie van het EG-verdrag en de merkenrichtlijn is dat in beginsel de merkhouder zijn rechten niet kan doen gelden met betrekking tot goederen die door hem of met zijn toestemming in de Gemeenschap in de handel zijn gebracht.
Lees hier het commentaar.

IEF 800

Chocola voor de geest

Parallelle publicatie: Bijblad augustus, commentaar van Dirk Visser op/n.a.v. het recente  'Have a break'-arrest van het HvJ (7 Juli 2005, C-353/03).

"Zodra een teken zodanig is ingeburgerd dat het publiek zich gaat afvragen of een product voorzien van dat teken afkomstig is van een bepaalde onderneming (“wonder whether the product or service originates from that manufacturer”), waardoor er gevaar voor verwarring ontstaat, kan toch niet meer gezegd worden dat het teken in kwestie “elk onderscheidend vermogen mist”? Onderscheidend vermogen en (herkomst)verwarring(sgevaar) zijn m.i. toch twee kanten van dezelfde medaille. Zonder onderscheidend vermogen, geen verwarringsgevaar. Maar ook omgekeerd." Lees het hele commentaar hier:

IEF 767

Zeldzame en onbekende IE-rechten (2)

Nog even een aanvulling op het gelijknamige artikel van vanochtend: Spoor, Verkade & Visser gaan veel dieper in op het groot-en kleinrecht dan gesuggereerd. Snel lezen en weinig zin om grote stukken tekst over te typen wreekt zich natuurlijk onmiddellijk, dat blijkt maar weer. 

Spoor, Verkade & Visser (koop dat boek!) p. 469: "Art. 30a spreekt over het bemiddelen inzake 'muziekauteursrecht', en geeft een lange omschrijving van hetgeen onder deze term verstaan wordt. In essentie komt het hierop neer, dat ieder in het openbaar ten gehore brengen van muziek, al dan niet voorzien van tekst, eronder valt, met één uitzondering: de uitvoering van muziekdramatische werken e.d. die gepaard gaat met een opvoering daarvan. Men duidt het auteursrecht met betrekking tot dit soort gecombineerde op- en uitvoeringen wel aan als grootrecht, zulks in tegenstelling tot het door Buma beheerde kleinrecht.

Deze uitzondering is vermoedelijk een afspiegeling van een in andere landen historisch gegroeide praktijk, waarbij Buma's zusterorganisaties aldaar zich niet bezig hielden met opvoeringen van opera's, musicals, balletten, etc., omdat die van oudsher tot het werkterrein van aparte organisaties (bijv. in Frankrijk) of muziekuitgevers (o.a. in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk) behoorden. Economisch gezien speelt het kleinrecht ongetwijfeld een veel grotere rol dan het grootrecht. Het kleinrecht omvat ieder in het openbaar ten gehore brengen, uitzenden of toegankelijk maken (zie par. 4.28-4.39) van muziek, zoals: iedere zaaluitvoering, ook de zgn. concertuitvoering van een opera (dus muziek zonder toneel); radio- en tv-uitzending van muziek (voor wat de tv betreft weer met uitzondering van opvoeringen); muziek in openbare gelegenheden, ongeacht de bron (live, radio, cd's, bandopnamen, jukeboxen); achtergrondmuziek in het openbaar, beschikbaarstelling via internet (met uitzondering van audiovisuele opvoeringen) enz. Steeds gaat het primair om de muziek, met of zonder woorden. Buma behartigt dus ook de belangen van tekstdichters, maar slechts ten aanzien van de uitvoering van hun tekst met muziek. De voordracht van een tekst, ook al is die geschreven als songtekst, valt buiten het exclusief aan Buma voorbehouden terrein.

Vgl. twee zaken waarin de onderscheiding grootrecht/kleinrecht ter discussie stond: Pres. Rb. 's-Gravenhage 18 november 1998, IER 1999, nr 12, p. 81 m.nt. FWG  (Musicalfragmenten) en Vzr. Rb. Arnhem 18 december 2002, LJN AF3265 (Littlestar/Wigt, Mamma Mia musical)."