Rechtspraak

IEF 1489

Diffamerende effect

Rechtbank Amsterdam, 13 december 2005, LJN: AU9606. Eiser tegen de TROS / Opgelicht. Acteur wil liever niet in beeld.

Eiser vordert, kort gezegd, de Tros te veroordelen om in het programma Opgelicht het portret van eiser niet te tonen dan wel op zodanige wijze dat de onherkenbaarheid is gegarandeerd en de naam eiser in het programma niet te noemen behoudens indien dat geschiedt met de initialen S.B., alles op straffe van een dwangsom. Eiser stelt hiertoe dat hij een redelijk belang als bedoeld in artikel 21 van de Auteurswet heeft om zich tegen openbaarmaking van zijn portret te verzetten, omdat hij als acteur niet herkenbaar in beeld wenst te komen betreffende zaken die in het verleden in de publiciteit hebben gespeeld.

De Tros heeft verklaard dat zij in het programma Opgelicht van 13 december 2005 bepaalde feiten over het betalingsgedrag van eiser aan de orde wil stellen en dat zij daaruit de conclusie wil trekken dat er een patroon van oplichting in zit. Voorts wil zij mensen tegen eiser waarschuwen. Eiser ontkent niet dat hij schulden heeft gemaakt, zowel in het verleden als ook nog in dit jaar, maar ontkent wel dat er sprake is van een bepaald patroon en dat hij de opzet heeft mensen op te lichten.

De vrijheid van meningsuiting van de Tros brengt mee dat zij op basis van bepaalde feiten conclusies mag trekken, mits zij hierbij de nodige zorgvuldigheid betracht. De door haar in het onderhavige geval te trekken conclusies zijn niet van elke grondslag ontbloot. Voorstelbaar is dat de Tros een bepaald patroon in de handelingen van eiser ziet. Eiser ontkent de door de Tros gestelde feiten niet, wel de door haar daaraan verbonden conclusies. Nu de Tros ter zitting wederom de mogelijkheid aan eiser heeft gegeven om een weerwoord in het programma naar voren te brengen, kan voorshands niet gezegd worden dat zij niet de nodige zorgvuldigheid heeft betracht en het programma, zoals ter zitting door de Tros is toegelicht, onrechtmatig is jegens eiser.

Verder heeft eiser een beroep gedaan op zijn portretrecht. In beginsel mag de Tros het portret van eiser tonen, tenzij een redelijk belang van eiser zich tegen de openbaarmaking verzet. eiser heeft een dergelijk belang, gezien het diffamerende effect dat van het tonen van zijn foto in het programma Opgelicht uitgaat. Het tonen van de foto is derhalve in beginsel in strijd met artikel 21 van de Auteurswet, tenzij het belang van de Tros zwaarder weegt.

De Tros heeft aangevoerd dat zij in het programma, dat misstanden zoals oplichting aan de kaak stelt, een waarschuwing jegens eiser wil doen uitgaan. Nu, zoals hiervoor overwogen, de waarschuwing niet van elke grondslag is ontbloot, heeft de Tros belang bij het op de een of andere manier bekend maken van de identiteit van eiser. Door dat te doen met een portret en de aanduiding eiser dient de Tros dit belang op een niet onredelijke wijze. De belangenafweging valt daarom uit in het voordeel van de Tros.

Onder de gegeven omstandigheden kan niet gesproken worden van een dusdanige inbreuk op het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van eiser, dat dit een beperking van het recht op vrijheid van meningsuiting van de Tros rechtvaardigt.  De vorderingen worden dan ook afgewezen. Lees het vonnis hier.

IEF 1480

Mooi plaatje

Rechtbank 's-Hertogenbosch, 11 januari 2006, LJN:AU9504. Peter van Rijswijk tegen Galeries.nl. Zaak over rechten op een portret zonder dat het verder over het portretrecht gaat.

Gedaagde, die één of meer websites exploiteert, heeft een door een aan haar door een gallerie toegezonden (publiciteits)foto van eiser, die beroepsfotograaf is, ingescand en zonder toestemming op internet gezet. Tevens ontbrak een vermelding van eisers fotopersbureau Pevry Press. [Eiser] heeft [gedaagde] drie facturen toegestuurd, waarop hij naast copyright voor het gebruik van de foto ook schadevergoeding wegens nalaten van een naamsvermelding in rekening heeft gebracht. [gedaagde] heeft de facturen niet voldaan. Zij heeft de foto wel onmiddellijk na ontvangst van de facturen van haar site(s) verwijderd. Eiser vordert een schadevergoeding, aangezien hij schade heeft geleden doorat gedaagde de foto zonder zijn toestemming heeft openbaargemaakt.

Het verweer richt zich op het feit dat er geen sprake is van inbreuk op het auteursrecht,  gedaagde niet aansprakelijk is omdat zij kan worden vergeleken met een internet service provider, die volgens inmiddels gecodificeerde rechtspraak geen onderzoeksplicht heeft. (Gedaagde beroept zich op artikel 6:196c lid 4 van het Burgerlijk Wetboek, dat de aansprakelijkheid van hosting providers onder omstandigheden beperkt).

Tot slot is gedaagde niet aansprakelijk voor eventuele schade, omdat de openbaarmaking haar niet kan worden verweten met een beroep op artikel 45 lid 1 van het TRIPs-verdrag.

"De rechtbank stelt voorop dat [eiser] als maker van de foto het uitsluitend recht heeft die foto openbaar te maken (artikel 1 Auteurswet). Daarnaast heeft hij als maker van de foto recht op vermelding van zijn naam bij openbaarmaking van de foto (artikel 25 Auteurswet). Als regel mogen derden de foto dus niet zonder zijn toestemming en zonder vermelding van zijn naam openbaarmaken. [...] [gedaagde] voert ook aan dat het gaat om een publiciteitsfoto, die volgens haar zonder gevaar van auteursrechtschending kan worden verspreid. Uit het enkele feit dat het gaat om een portretfoto die werd gebruikt op een uitnodiging voor een expositie, kan niet worden afgeleid dat de foto niet auteursrechtelijk wordt beschermd."

Het beroep op artikel 6:196c lid 4 BW treft evenmin doel. "De rol van [gedaagde] is niet beperkt tot het louter opslaan van van derden afkomstige informatie. Blijkens de verklaring van de directeur van [gedaagde] ter zitting scant haar medewerkster de door de galerieën toegezonden foto's meestal in en zet zij de gegevens in de toepasselijke, in het contentmangementsysteem van [gedaagde] voorkomende vakjes. Daarbij gaat [gedaagde] volgens haar directeur zeer zorgvuldig te werk en worden bijvoorbeeld typefouten uit de tekst gehaald, teksten weleens ingekort en nagezonden informatie toegevoegd. Ook in dit concrete geval is de foto door de medewerkster van [gedaagde] ingescand en vervolgens door haar op internet gezet. Gelet op deze actieve rol van [gedaagde] en de beperkingen die blijkens de voorgaande overweging gelden voor de bescherming krachtens artikel 6:196c lid 4 BW, kan [gedaagde] zich naar het oordeel van de rechtbank niet met succes op die bepaling beroepen."

Ook het beroep op  de zaak Scientology/XS4ALL treft geen doel, aangezien naar het oordeel van de rechtbank gedaagde niet met een service provider op één lijn kan worden gesteld. Gedaagde geeft geen gelegenheid tot openbaarmaking, maar maakt zelf openbaar.

Ten aanzien van het beroep op art. 45 TRIPs-verdrag overweegt de rechtbank als volgt: "Voor zover artikel 45 van het TRIPs-verdrag directe werking heeft in de Nederlandse rechtsorde, doet dat niet af aan uitgebreidere bescherming van het intellectueel eigendomsrecht krachtens het nationale recht. Blijkens artikel 2 van de Handhavingsrichtlijn laat ook die richtlijn ruimte voor een uitgebreidere bescherming krachtens het nationale recht, zodat richtlijnconforme interpretatie niet tot een ander resultaat leidt dan in het navolgende wordt weergegeven."

Voor het begroten van de schade wegens het zonder toestemming openbaarmaken van de foto knoopt de rechtbank aan bij de vergoeding, die [eiser] bedongen zou kunnen hebben, indien hem toestemming voor het plaatsen van de foto op internet zou zijn gevraagd (de gederfde licentievergoeding).

Lees hier het vonnis. Lees hier de brief aan de Fotografenfederatie en eerder bericht hier. Persbericht van een tevreden St. Brein hier.

IEF 1465

Hooggeleerde noot

Noot prof. mr D.J.G. Visser bij Rechtbank Rotterdam, 3 januari 2006, LJN: AU9212. Eisers tegen Fortis Bank N.V. (lees het vonnis hier).

Dit vonnis lijkt mij onjuist. Er bestaat geen 'portretrecht' op huizen en/of natuurschoon en dat moesten we maar zo houden. Het zou ook nogal vreemd zijn dat wanneer, - sinds de recente wijziging van art. 18 Aw - , een architect zich níet kan verzetten tegen dit soort gebruik (vgl de zaak van de Leguaan-woningen), de eigenaar van een bouwwerk dat wel zou kunnen.

IEF 1132

De nieuwe kleren van de leraar

Een geanominiseerd portretrecht-vonnis van de Rechtbank Den Haag van 26 oktober 2005. Leraar A poseerde voor een amateurschildersgroep welke onder leiding stond van B. B vroeg na afloop van de posseersessie of hij foto's van A mocht maken. De verklaring van B aan A voor het maken van de foto's was dat het lesmateriaal betrof om de betreffende naaktstudies van A op een andere avond af te kunnen maken. A heeft hiervoor toestemming verleend. De foto van A is vervolgens door B op zijn website te koop aangeboden. De naakt foto van A is vervolgens op de school waar hij lesgeeft gaan circuleren.

A heeft B aansprakelijk gesteld voor de door hem geleden schade. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van de materiele schadevergoeding af. A heeft geen sluitende afspraken gemaakt omtrent eventuele openbaarmaking of verveelvoudiging van de naaktfoto's door de cursisten. A heeft volgens de rechtbank bewust een risico genomen dat zijn naakt foto's in de openbaarheid terecht zouden kunnen komen. De rechtbank verwerpt het door A gestelde psychisch letsel. A heeft zich niet onder behandeling behoeven te stellen. Bovendien verwerpt de rechtbank de stelling van A dat het voor hem onmogelijk zou zijn om voor de door hem opgenomen Bapu-uren vervangende uren te verwerven, vanwege gemis aan causaliteit.

De immateriele schadevergoeding (E 4.500) wordt wel toegewezen, omdat meer dan voldoende is komen vast te staan dat A ten gevolge van het onrechtmatig handelen van B in zijn eer en goede naam is aangetast en/of vanwege de inbreuk op zijn portretrecht op andere wijze in zijn persoon is aangetast. De rechtbank houdt daarbij rekening met het beroep van B op matiging ex art. 6:109, met name vanwege zijn niet rooskleurige financiele situatie. Naaktfoto's verkopen loont kennelijk niet altijd.  Lees hier de uitspraak.

IEF 832

De illustrerende functie

Rechtbank Zutphen, 18 juli 2005 LJN: AU1424, 71250 / KG ZA 05-190. Eiseres tegen  Reformatorisch Dagblad. Redelijk portretrecht.

Het Reformatorisch Dagblad heeft niet dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist dat de uitdrukkelijke toestemming van eiseres aan het RD voor gebruik van een in 2003 bij een “straatinterview” van haar gemaakte foto, slechts betrekking heeft op plaatsing van de foto bij het artikel over “vergroting van mobiliteit door scoot-mobiels”. Dat sprake is van een impliciete toestemming tot hergebruik van de foto ter illustratie van - kort gezegd - een artikel over de ziekte Multiple Sclerose, wordt voorshands niet gevolgd. Voor zover eiseres al in redelijkheid had dienen te voorzien dat haar foto zou worden hergebruikt, geldt dit gelet op de context van het artikel uit 2003 slechts voor artikelen over zaken (zoals verminderde mobiliteit) waarmee minder valide/zieke mensen in het algemeen te maken krijgen. Een artikel over (een medicijn voor) een ziekte die op geen enkele wijze verband houdt met de door eiseres ondervonden beperking valt buiten deze context, zodat eiseres plaatsing van haar foto bij een dergelijk artikel niet in redelijkheid had behoeven te voorzien.

Voldoende aannemelijk is dat een redelijk belang van eiseres zich tegen de publicatie verzet. Nu eiseres zeer herkenbaar op de foto staat in de context van een artikel over een bepaalde ernstige ziekte, is sprake van een inbreuk in haar persoonlijke levenssfeer. Uit het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer vloeit voort dat indien de openbaarmaking van een portret inbreuk maakt op dit recht, in beginsel sprake is van een redelijk belang van de geportretteerde als bedoeld in artikel 21 van de Auteurswet dat zich tegen die openbaarmaking verzet (HR 1 juli 1988, NJ 1988, 1000). Dat de belangen van het RD (met name de persvrijheid) zwaarder wegen dan die van eiseres wordt niet aannemelijk geacht. De illustrerende functie van de foto had - voorshands oordelend - op gelijke wijze kunnen worden vervuld door een anonieme foto of een foto van een andere persoon die daar (in die context) toestemming voor heeft gegeven. Plaatsing foto bij artikel over ernstige ziekte inbreuk op persoonlijke levensfeer. Vordering rectificatie afgewezen. Lees vonnis.

IEF 67

Portretrecht JP

Winkelketen Kijkshop ging in de fout met het publiceren van een satirische afbeelding van premier Balkenende in een reclamefolder. De verspreiding van folders en posters met het portret van Balkenende voor de moederdagcampagne vorig jaar was onrechtmatig, oordeelde de rechtbank in Amsterdam woensdag.

De rechtbank wees het argument van de winkelketen van de hand dat het hier ging om vrijheid van meningsuiting. Het ging Kijkshop er alleen om meer producten te verkopen, stelde de rechter. "Daarin zit het verschil met programma's als Kopspijkers, dat geen producten maar alleen zichzelf verkoopt." Balkenende is regelmatig gepersifleerd in het populaire tv-programma.

De minister-president hoeft echter niet te rekenen op de geëiste schadevergoeding van 186.000 euro, omdat Balkenende "in beginsel niet over zogenoemde verzilverbare populariteit beschikt". De rechtbank vindt dat de premier met de uitspraak voldoende schadeloos is gesteld. Kijkshop moet wel de proceskosten betalen van bijna 1250 euro.

In oktober vorig jaar ergerde de premier zich aan posters in Amsterdam met een pornografische afbeelding van hem. Ex Porn Star had de affiches opgehangen om aandacht te vragen voor een feest. Op last van de rechter moest de feestenorganisator de posters afplakken.

In 2003 schoot een reclamecampagne van Azivo in het verkeerde keelgat bij Balkenende. De ziektekostenverzekeraar had hem in een advertentie afgebeeld in zijn hemd. 'Wie de gezondheidszorg uitkleedt, staat zelf in zijn hemd', luidde de begeleidende tekst. (bron: De Telegraaf).