Octrooirecht

IEF 300

Hoofdstad van het recht

Persbericht EPO: "The European Patent Office is an asset for the Dutch economy"
 
As the largest international organisation located in The Netherlands, the EPO is well integrated in the national and regional business life: "The European Patent Office's operations and investments at The Hague significantly contribute to the Dutch economy, especially the province of Zuid-Holland", EPO's new Vice President of Directorate General Operations Mr Hammer explained. "For every 266 Euros spent in Zuid-Holland, 1 comes from the EPO. (...) This is a thriving, multi-tasking and multi-faceted enterprise with a very demanding mission." "By granting patents the EPO brings legal certainty to the innovation process. In that respect, our work is very close to tasks performed by other institutions located in the 'capital of law'". De problemen met de Nederlandse bureaucratie zijn nog niet opgelost, maar daar wordt aan gewerkt, aldus mr. Hammer. Lees meer en nog meer.

IEF 297

Exclusieve bevoegdheid van de Haagse rechter in octrooigeschillen uitgebreid?

In een vonnis van 4 mei 2005 van de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Arnhem is aan de orde of gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld door het sturen van brieven aan (potentiële) afnemers van eiseres waarin zij waarschuwt voor octrooi-inbreuk. Eiseres is van mening dat de (potentiële) afnemers ten onrechte uit de brief zullen afleiden nemen dat eiseres inbreuk maakt op de octrooirechten van gedaagde en dat zij hierdoor schade leidt. Zij vordert daarom een verbod op het doen van dergelijke onrechtmatige mededelingen.

Op grond van artikel 80 van de Rijksoctrooiwet 1995 heeft de Haagse rechtbank exclusieve bevoegdheid in de in dat artikel opgesomde octrooirechtelijke geschillen. Daarbij gaat het onder meer om geschillen over de vaststelling van de geldigheid van octrooien en in geschillen over octrooi-inbreuk. Geschillen over de vraag of de handhaving van een octrooi rechtmatig is, vallen hier naar de letter van de wet niet onder. De Voorzieningenrechter van de Rechtbank Arnhem is evenwel van oordeel dat uit de wetsgeschiedenis volgt dat de Rechtbank Den Haag tóch exclusief bevoegd is, en verwijst de zaak naar de Voorzieningenrechter in Den Haag. lees het vonnis

IEF 287

Raben vs. De Staat

De Rechtbank Den Haag heeft op 27 april jl. vonnis gewezen in een enigszins opmerkelijke octrooizaak tussen Raben, doe zich liet vertegenwoordigen door mr R. Moszcwicz, tegen het BIE (nu: Octrooicentrum Nederland) en de Staat der Nederlanden in de hoedanigheid van de Ministers van Vreemdelingenzaken en Intergratie en van Buitenlandse zaken.  

Raben heeft, ondanks een herinnering van het EOB, verzuimd om de taksen voor een Europese octrooiaanvrage tijdig te voldoen, waarna het EOB de octrooiaanvrage formeel als ingetrokken heeft beschouwd per november 1995. Raben vordert dat de Staat cs wordt veroordeeld om aan Raben terzake van zijn uitvinding alsnog een Nederlands octrooi op basis van de ROW 1995 te doen verlenen en deze te doen inschrijven in het Nederlandse octrooiregister, terwijl hij voor de uitvinding nooit een Nederlands octrooi heeft aangevraagd.

Raben heeft, ondanks een herinnering van het EOB, verzuimd om de taksen voor een Europese octrooiaanvrage tijdig te voldoen, waarna het EOB de octrooiaanvrage formeel als ingetrokken heeft beschouwd per november 1995. Raben vordert dat de Staat cs wordt veroordeeld om aan Raben terzake van zijn uitvinding alsnog een Nederlands octrooi op basis van de ROW 1995 te doen verlenen en deze te doen inschrijven in het Nederlandse octrooiregister, terwijl hij voor de uitvinding nooit een Nederlands octrooi heeft aangevraagd.

Volgens Raben is de kern van de zaak dat het EOB bij de behandeling en intrekking van zijn Europese octrooiaanvrage fouten heeft gemaakt, die de Haagse rechtbank in deze procedure tegen de Staat en het BIE recht behoort te zetten, mede nu het EOB immuniteit ontbeert. Raben neemt daarbij onder meer de opmerkelijke stelling in dat het EOB zou handelen als "gevolmachtigde" van het BIE en/of de Staat.

De rechtank wijst de vorderingen van Raben af omdat "niet valt in te zien dat de Staat cs zou kunnen worden veroordeeld tot het "rechtzetten" van de beweerdelijk door een derde - het EOB - jegens Raben bij zijn Europese octrooiaanvrage gemaakte fouten."

De stellingen van Moszcowicz getuigen van creativiteit en fantasie. Helaas raakte de rechtbank halverwege de draad kwijt.

lees vonnis

IEF 280

Onderwateroctrooien

Artikel in de NYT over onderwateroctrooien: "Most people would like to see that a small inventor can succeed in this country," Mr. Stout said. "This is proof that it can happen." But others find the growth of patent holding companies troublesome rather than heartwarming. Critics of the patent system maintain that these companies - called "patent trolls" by their detractors - rely on excessively broad patents, particularly for software, that should never have been granted in the first place.

IEF 273

Ondertussen in Liechtenstein

Nog even een korte bespreking van het arrest van GvEA in de zaken C-207/03 en C-252/03, 21 april 2005, Novartis tegen UK Comptroller- General of Patents, Designs and Trademark / Min. EZ Frankrijk tegen Millenium Pharmaceuticals. Betreft prejudiciële vragen over de berekening van de duur van een aanvullend beschermingscertificaat.  Moet de datum van afgifte van een marktvergunning in Zwitserland, die automatisch in Liechtenstein (EER) wordt erkend, worden beschouwd als die van de eerste vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel in de EER? Ja, dat moet.

Verordening nr. 1768/92 strekt ertoe de lengte van de periode te compenseren die verloopt tussen de indiening van een aanvraag voor een octrooi op een geneesmiddel en de vergunning voor het in de handel brengen van dat geneesmiddel, door in bepaalde gevallen te voorzien in een aanvullende periode van octrooibescherming. De houder van zowel een octrooi als van een certificaat moet niet in aanmerking kunnen komen voor een uitsluitend recht van meer dan vijftien jaar in totaal vanaf de afgifte van de eerste VHB van het betrokken geneesmiddel in de EER. Wanneer zou zijn uitgesloten dat een door de Zwitserse autoriteiten verleende en automatisch door het Vorstendom Liechtenstein erkende VHB een eerste VHB in de zin van de verordening kan vormen, dan zou de duur van de aanvullende certificaten moeten worden berekend op grond van een later in de EER verleende VHB. Het tijdvak van vijftien jaar uitsluitend recht in de EER zou daarmee dreigen te worden overschreden. Lees arrest.

IEF 271

vormen van gebiedsbescherming

Hof Den Haag, 24 maart 2005, LJN: AT4660, 04/694 en 04/695. Hoger beroep. MDI tegen [VR]. Interessant vonnis over ingewikkelde materie: groepsvrijstellingen, octrooilicenties en IPR.

Betreft een schriftelijke overeenkomst gesloten, getiteld: “Agreement for License to use Patents, Trademarks, Tradename, Know-how and Proprietary Interests” Tussen partijen zijn geschillen gerezen, met name ten aanzien van de verplichtingen van VR tot betaling van royalties aan MDI. Deze geschillen zijn, op de voet van het arbitrage-beding, door MDI aanhangig gemaakt bij de American Arbitration Association. De arbitrage-procedure heeft geleid tot drie vonnissen. MDI verzoekt, op de voet van het Verdrag van New York van 1958 en de artikelen 1075 en 985 tot en met 991 Rv. erkenning en verlof tot tenuitvoerlegging van de drie hiervoor genoemde arbitrale vonnissen. Strijd met Europese wet- en regelgeving. Lees vonnis

IEF 245

Kwestie van stand van techniek

De Voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag honoreert het verweer van Teva dat het Nederlandse octrooi 192562 (en het daarop gebaseerde aanvullend beschermingscertificaat) van Merck nietig is. Teva brengt daartoe stukken en verklaringen in het geding die niet aan de orde zijn gekomen tijdens de procedure voor de Afdeling van Beroep naar aanleiding van de weigering van de Octrooiraad in 1987 het octrooi in te schrijven. Deze nieuwe stukken zijn voldoende voor de Voorzieningenrechter om te oordelen dat de Afdeling van Beroep de stand van techniek onvoldoende op waarde heeft geschat bij de inventiviteitstoets. Goed zoekwerk naar publicaties inzake de meest nabije stand van de techniek kan uitkomst bieden. Zelfs wanneer het octrooi al bijna is verlopen. Lees vonnisTeva
IEF 223

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS

Hierbij deel ik u mede dat de infractieprocedure aangespannen door de Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Nederland bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (ZaakC-395/03) wegens niet tijdige implementatie van richtlijn 98/44/EG betreffende de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen, is beëindigd.

Nederland is daarmee te nauwer nood aan een veroordeling door het Hof ontkomen. In de bijlage bij deze brief vindt u een overzicht van het verloop van het geding. Voor de volledigheid merk ik op dat thans de volgende «oude» EG-landen de richtlijn hebben geïmplementeerd te weten: Denemarken (mei 2000), Duitsland (februari 2005), Finland (juni 2000), Frankrijk (december 2004), Griekenland (oktober 2001), Ierland (juli 2000), Nederland (november 2004), Portugal (juli 2003), Spanje (april 2002), het Verenigd Koninkrijk (juli 2000 gedeeltelijk, maart 2002 volledig) en Zweden (mei 2004).

Inmiddels zijn de volgende landen veroordeeld: Frankrijk (juli 2004), Luxemburg (september 2004), België (september 2004), Duitsland en Oostenrijk (oktober 2004).

Ik hoop u hiermee naar voldoening te hebben geïnformeerd.

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

C. E. G. van Gennip

Den Haag, 11 april 2005 Tweede Kamer, vergaderjaar 2004–2005, 21 109, nr. 153 1