Octrooirecht

IEF 280

Onderwateroctrooien

Artikel in de NYT over onderwateroctrooien: "Most people would like to see that a small inventor can succeed in this country," Mr. Stout said. "This is proof that it can happen." But others find the growth of patent holding companies troublesome rather than heartwarming. Critics of the patent system maintain that these companies - called "patent trolls" by their detractors - rely on excessively broad patents, particularly for software, that should never have been granted in the first place.

IEF 273

Ondertussen in Liechtenstein

Nog even een korte bespreking van het arrest van GvEA in de zaken C-207/03 en C-252/03, 21 april 2005, Novartis tegen UK Comptroller- General of Patents, Designs and Trademark / Min. EZ Frankrijk tegen Millenium Pharmaceuticals. Betreft prejudiciële vragen over de berekening van de duur van een aanvullend beschermingscertificaat.  Moet de datum van afgifte van een marktvergunning in Zwitserland, die automatisch in Liechtenstein (EER) wordt erkend, worden beschouwd als die van de eerste vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel in de EER? Ja, dat moet.

Verordening nr. 1768/92 strekt ertoe de lengte van de periode te compenseren die verloopt tussen de indiening van een aanvraag voor een octrooi op een geneesmiddel en de vergunning voor het in de handel brengen van dat geneesmiddel, door in bepaalde gevallen te voorzien in een aanvullende periode van octrooibescherming. De houder van zowel een octrooi als van een certificaat moet niet in aanmerking kunnen komen voor een uitsluitend recht van meer dan vijftien jaar in totaal vanaf de afgifte van de eerste VHB van het betrokken geneesmiddel in de EER. Wanneer zou zijn uitgesloten dat een door de Zwitserse autoriteiten verleende en automatisch door het Vorstendom Liechtenstein erkende VHB een eerste VHB in de zin van de verordening kan vormen, dan zou de duur van de aanvullende certificaten moeten worden berekend op grond van een later in de EER verleende VHB. Het tijdvak van vijftien jaar uitsluitend recht in de EER zou daarmee dreigen te worden overschreden. Lees arrest.

IEF 271

vormen van gebiedsbescherming

Hof Den Haag, 24 maart 2005, LJN: AT4660, 04/694 en 04/695. Hoger beroep. MDI tegen [VR]. Interessant vonnis over ingewikkelde materie: groepsvrijstellingen, octrooilicenties en IPR.

Betreft een schriftelijke overeenkomst gesloten, getiteld: “Agreement for License to use Patents, Trademarks, Tradename, Know-how and Proprietary Interests” Tussen partijen zijn geschillen gerezen, met name ten aanzien van de verplichtingen van VR tot betaling van royalties aan MDI. Deze geschillen zijn, op de voet van het arbitrage-beding, door MDI aanhangig gemaakt bij de American Arbitration Association. De arbitrage-procedure heeft geleid tot drie vonnissen. MDI verzoekt, op de voet van het Verdrag van New York van 1958 en de artikelen 1075 en 985 tot en met 991 Rv. erkenning en verlof tot tenuitvoerlegging van de drie hiervoor genoemde arbitrale vonnissen. Strijd met Europese wet- en regelgeving. Lees vonnis

IEF 245

Kwestie van stand van techniek

De Voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag honoreert het verweer van Teva dat het Nederlandse octrooi 192562 (en het daarop gebaseerde aanvullend beschermingscertificaat) van Merck nietig is. Teva brengt daartoe stukken en verklaringen in het geding die niet aan de orde zijn gekomen tijdens de procedure voor de Afdeling van Beroep naar aanleiding van de weigering van de Octrooiraad in 1987 het octrooi in te schrijven. Deze nieuwe stukken zijn voldoende voor de Voorzieningenrechter om te oordelen dat de Afdeling van Beroep de stand van techniek onvoldoende op waarde heeft geschat bij de inventiviteitstoets. Goed zoekwerk naar publicaties inzake de meest nabije stand van de techniek kan uitkomst bieden. Zelfs wanneer het octrooi al bijna is verlopen. Lees vonnisTeva
IEF 223

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS

Hierbij deel ik u mede dat de infractieprocedure aangespannen door de Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Nederland bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (ZaakC-395/03) wegens niet tijdige implementatie van richtlijn 98/44/EG betreffende de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen, is beëindigd.

Nederland is daarmee te nauwer nood aan een veroordeling door het Hof ontkomen. In de bijlage bij deze brief vindt u een overzicht van het verloop van het geding. Voor de volledigheid merk ik op dat thans de volgende «oude» EG-landen de richtlijn hebben geïmplementeerd te weten: Denemarken (mei 2000), Duitsland (februari 2005), Finland (juni 2000), Frankrijk (december 2004), Griekenland (oktober 2001), Ierland (juli 2000), Nederland (november 2004), Portugal (juli 2003), Spanje (april 2002), het Verenigd Koninkrijk (juli 2000 gedeeltelijk, maart 2002 volledig) en Zweden (mei 2004).

Inmiddels zijn de volgende landen veroordeeld: Frankrijk (juli 2004), Luxemburg (september 2004), België (september 2004), Duitsland en Oostenrijk (oktober 2004).

Ik hoop u hiermee naar voldoening te hebben geïnformeerd.

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

C. E. G. van Gennip

Den Haag, 11 april 2005 Tweede Kamer, vergaderjaar 2004–2005, 21 109, nr. 153 1

IEF 212

Europees Octrooibureau publiceert

Al op 6 juli 2004 heeft de Technische Kamer van Beroep van het Europese Octrooibureau beslist over de geldigheid van het "Oncomouse" of "Harvard muis" octrooi EP 0 169 672. Tot nog toe was alleen de beslissing zelf bekend, maar niet de gronden van de beslissing. Deze zijn op 18 maart jl. eindelijk door de Technische Kamer van Beroep vrijgegeven in een 151 pagina's tellend document.

Het Harvard muisoctrooi had in haar oorspronkelijke vorm betrekking op een "werkwijze voor de productie van transgene zoogdieren" die als gevolg van genetische modificatie kankercellen ontwikkelen. Het octrooi, dat al in 1985 werd aangevraagd en op naam staat van The President and Fellows of Harvard College, heeft sinds de verlening veel stof doen opwaaien, met name vanwege de ethische bezwaren die bij veel mensen bestaan ten opzichte van genetische modificatie, in het bijzonder genetische modificatie van (zoog)dieren.  Tegen de verlening van het octrooi is door 17, voor een groot deel ideeële organisaties, oppositie ingesteld.

De oppositie-afdeling van het Europese had het octrooi al beperkt tot "transgene knaagdieren". De Technische Kamer van Beroep heeft het octrooi nog verder beperkt tot "transgene muizen."

In de beslissing besteedt de Technische Kamer van Beroep uitgebreid aandacht aan de nieuwe toets die geldt onder artikel 53 sub a Van het Europees Octrooiverdrag, dat een uitzondering geeft op octrooieerbaarheid wanneer een uitvinding in strijd is met de openbare orde of met de goede zeden. Onder invloed van de biotechnologierichtlijn (Richtlijn 98/44/EG) zijn de Implementing Regulations van het Europees Octrooiverdrag uitgebreid met een nieuwe toets (Rule 23d, sub d) die geldt voor  biotechnologische uitvindingen die betrekking hebben op de genetische modificatie van dieren.  

Ons zijn nog geen (officiële) commentaren bekend op de gronden van de beslissing. Waarschijnlijk hebben de specialisten nog even de tijd nodig om de beslissing te lezen.

IEF 201

Bedreigde diersoort

Microsoft moet mogelijk de introductie van de opvolger van Windows XP, Longhorn, uitstellen na een uitspraak van de Californische rechter. Deze bepaalde dat Microsoft met het gebruiken van de zgn. 'SLIC' technologie in Longhorn inbreuk maakt op een tweetal octrooien van het datanetwerkbedrijf Alacritech. Het gerechtelijk bevel verbiedt Microsoft het maken, gebruiken, te koop aanbieden, verkopen, importeren of anderen aanzetten tot het gebruik van Microsofts [toekomstige Windows API] Chimney of Longhorn software.

Lees hier het gehele bericht

IEF 193

Verklaring van de commissie

Betreffende artikel 2 van Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (2005/295/EG).

De Commissie is van oordeel dat ten minste de volgende intellectuele-eigendomsrechten onder het toepassingsgebied
van de richtlijn vallen:

— auteursrechten,
— naburige rechten van het auteursrecht,
— het recht sui generis van de maker van een databank,
— de rechten van de maker van topografieën van halfgeleiderproducten,
— merkenrechten,
— rechten op tekeningen of modellen,
— octrooirechten, met inbegrip van de rechten afgeleid van aanvullende beschermingscertificaten,
— geografische aanduidingen,
— rechten op gebruiksmodellen,
— kwekersrechten,
— handelsnamen, voorzover deze in het betrokken nationale recht als uitsluitende eigendomsrechten
worden beschermd.

NL 13.4.2005 Publicatieblad van de Europese Unie L 94/37