Merkenrecht

IEF 20669

Q-Music overtreedt co-existentie overeenkomst

Rechtbank Amsterdam 19 apr 2022, IEF 20669; ECLI:NL:RBAMS:2022:2083 (Q-Dance tegen Q-Music), http://www.ie-forum.nl/artikelen/q-music-overtreedt-co-existentie-overeenkomst

Vzr. Rb Amsterdam 19 april 2022, IEF 20669, IEFbe 3425; ECLI:NL:RBAMS:2022:2083 (Q-Dance tegen Q-Music) Q-Dance organiseert in Nederland muziekfestivals en -evenementen. Hiervoor heeft Q-Dance het woordmerk Q-Dance als Beneluxmerk gedeponeerd. Q-Music exploiteert een commerciële radio-omroep die uitzendt onder de naam Q-Music. Partijen hebben een co-existentie overeenkomst gesloten. Zij spraken hiermee af dat partijen hun respectievelijke activiteiten naast elkaar in dezelfde landen kunnen uitvoeren op zodanige wijze dat het voor het publiek zo duidelijk mogelijk is dat partijen niet aan elkaar gelieerd zijn. Ze spraken ook af dat partijen niet rechtstreeks met elkaar in concurrentie treden.

IEF 20636

Bekendheid is een dynamisch gegeven

Rechtbank Den Haag 23 mrt 2022, IEF 20636; ECLI:NL:RBDHA:2022:2925 (Mexx tegen G-maxx), http://www.ie-forum.nl/artikelen/bekendheid-is-een-dynamisch-gegeven

Rb Den Haag 23 maart 2022, IEF 20636; ECLI:NL:RBDHA:2022:2925 (Mexx tegen G-maxx) Mexx vordert jegens C&S Designs een verbod om inbreuk te maken op haar Mexx-merken in de Europese Unie en jegens G-maxx een bevel om inbreukmakende tekens op haar websites met de domeinnamen www.g-maxx.nl en www.g-maxx.eu te verwijderen en om haar domeinnamen door te halen. De rechtbank oordeelt dat bekendheid een dynamisch gegeven is en dat de bekendheid van het merk Mexx is afgenomen en zich niet heeft hersteld. De plannen van Mexx om het merk weer groot te maken zijn namelijk nog niet verwezenlijkt. De constatering dat de Mexx-merken nu niet meer de status en bekendheid hebben die zij vroeger hadden, volgt uit het eigen marktonderzoek van Mexx. Nu onvoldoende is gebleken van een nog bestaande bekendheid van Mexx, komt Mexx geen bescherming op grond van artikel 2.20 lid 2 sub c BVIE toe.

IEF 20628

Conclusie A-G over hoofdelijke veroordeling in proceskosten

Hoge Raad 25 feb 2022, IEF 20628; ECLI:NL:PHR:2022:181 (Curator tegen Converse c.s.), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-a-g-over-hoofdelijke-veroordeling-in-proceskosten

HR Conclusie A-G 25 februari 2022, IEF 2628; ECLI:NL:PHR:2022:181 (Curator tegen Converse c.s). Deze merkenzaak gaat over uitputting: hebben A, B en D door het verhandelen van Converse-schoenen inbreuk gemaakt op de merkrechten van Converse c.s., of is hier sprake van uitputting? Het hof oordeelt in tegenstelling tot de rechtbank dat de bewijslast met betrekking tot de gestelde uitputting van het merkrecht op de curator rust, [IEF 19395], en [IEF 13012] en [IEF 17820]. Daartegen wordt volgens A-G Van Peursem tevergeefs in cassatie opgekomen door de curator. Ook de andere klachten van het principaal cassatieberoep ziet hij niet slagen. In het incidenteel cassatieberoep wordt volgens de A-G terecht een punt gemaakt van de afgewezen hoofdelijke proceskostenveroordeling van de gefailleerde vennootschappen. De andere klachten van het incidenteel cassatieberoep zien op de afwijzing van de gevorderde opgave en kunnen in zijn ogen niet tot cassatie leiden.

IEF 20624

Distributieovereenkomst is opgezegd

Rechtbank Rotterdam 18 mrt 2022, IEF 20624; ECLI:NL:RBROT:2022:2056 (ARVA Spices), http://www.ie-forum.nl/artikelen/distributieovereenkomst-is-opgezegd

Vzr. Rb Rotterdam 18 maart 2022, IEF 20624; ECLI:NL:RBROT:2022:2056 (ARVA Spices) ARVA Spices is een fabrikant van voedingsmiddelen en specerijen, waaronder kruidenmengsels. Het gaat om een eenmanszaak, opgericht door [persoon A]. Gedaagde was exclusieve distributeur van ARVA Spices tot [persoon A] overleed en de onderneming van ARVA Spices is voortgezet door zijn echtgenote. De advocaat van ARVA Spices heeft toen aan gedaagde medegedeeld dat alle afspraken die in het verleden zijn gemaakt door [persoon A] beëindigd zijn.

IEF 20623

Advocaat is niet onafhankelijk

HvJ EU 24 mrt 2022, IEF 20623; ECLI:EU:C:2022:218 (PJ en PC tegen EUIPO), http://www.ie-forum.nl/artikelen/advocaat-is-niet-onafhankelijk

HvJ EU 24 maart 2022, IEF 20623, IEFbe 3409; ECLI:EU:C:2022:218 (PJ en PC tegen EUIPO) PJ was houder van het Uniewoordmerk Erdmann & Rossi. Nadat Erdmann & Rossi GmbH een vordering tot nietigverklaring had ingesteld, verklaarde het EUIPO het merk nietig. PJ heeft bij het Gerecht beroep tot nietigverklaring van deze beslissing ingesteld. Het inleidend verzoekschrift was ondertekend door een advocaat. PJ bleek medeoprichter en een van de twee vennoten van het advocatenkantoor dat hij had gemachtigd om hem te vertegenwoordigen via de advocaat, die voor rekening van dit kantoor optrad. Het Gerecht heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat het inleidend verzoekschrift dus niet door een onafhankelijke advocaat was ondertekend.

IEF 20609

Merkinschrijving van verpakking

Belgische gerechten 14 mrt 2022, IEF 20609; (Laboratoire de la Mer en Omega Pharma tegen Febelco, Axone Pharma en Ceres Pharma), http://www.ie-forum.nl/artikelen/merkinschrijving-van-verpakking

Hof van beroep Gent 14 maart 2022, IEF 20609, IEFbe 3404; 2020/AR/1633 (Laboratoire de la Mer en Omega Pharma tegen Febelco, Axone Pharma en Ceres Pharma) Laboratoire de la Mer is de fabrikant van de Physiomer neussprays met zeewater. Omega Pharma verdeelt het product. Febelco lanceerde in 2019 een neusspray die zeewater bevat onder de merknaam Febelcare Physio. Ceres Pharma levert dat product aan Febelco. Laboratoire de la Mer en Omega Pharma stelden een vordering in tegen Febelco. Zij voeren aan dat de verpakking van Febelcare Physio een verwarringwekkende en parasitaire kopie is van de verpakking van Physiomer. Ceres Pharma deponeerde de opmaak van de verpakking van Physiomer bij wijze van experiment als Beneluxmerk. Het Benelux Bureau aanvaardde het depot op absolute gronden.

IEF 20606

Prejudiciële vragen over licentieverstrekking door merkhouders

Overig 4 jan 2022, IEF 20606; (Legea), http://www.ie-forum.nl/artikelen/prejudici-le-vragen-over-licentieverstrekking-door-merkhouders

Corte suprema di cassazione (Italië) 4 januari 2022, IEF 20606, IEFbe 3403; C-686/21 (Legea) via MinBuza. Alle vier de houders van het nationale en gemeenschapsmerk Legea hebben een exclusieve licentie voor het gebruik van dit merk verleend aan Legea S.r.l.. Jaren later heeft alleen medehouder VW te kennen gegeven de licentie voor het gebruik van het merk niet te willen laten voortduren. Ondanks deze niet-instemming is Legea S.r.l. het merk blijven gebruiken. De rechter in eerste aanleg oordeelt dat het gebruik na de niet-instemming van VW onrechtmatig was. De rechter in tweede aanleg is het hier niet mee eens. Hij oordeelt dat het merkgebruik ook na de niet-instemming rechtmatig was, omdat de meerderheid van de gezamenlijke merkhouders na die datum met een dergelijk gebruik had ingestemd. VW heeft tegen dit arrest cassatieberoep ingesteld.
Prejudiciële vragen:

IEF 20595

HvJ EU: Maxxus tegen Globus

HvJ EU 10 mrt 2022, IEF 20595; ECLI:EU:C:2022:174 (Maxxus tegen Globus), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-maxxus-tegen-globus

HvJ EU 10 maart 2022, IEF 20595, IEFbe 3398; ECLI:EU:C:2022:174 (Maxxus tegen Globus) Het verzoek om een prejudiciële beslissing is ingediend in het kader van een geding tussen Maxxus en Globus [zie IEF 19976]. In deze zaak wordt door Maxxus betwist dat Globus’ merknaam ‘Maxus’ nog in gebruik is. Het Landgericht Saarbrücken heeft de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vraag: