Alle rechtspraak

IEF 54

XS4U x-tra sexy for you / XS4ALL

Het beeldmerk XS4U x-tra sexy for you maakt geen inbreuk op (de reputatie van) de bekende merknaam XS4ALL. XS4U handelt in erotische artikelen, waaronder beeld- en geluidmateriaal. De artikelen zijn onder meer te bestellen via het internet. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake is van merkinbreuk, wanneer XS4U altijd wordt gebruikt in combinatie met het achtervoegsel x-tra sexy for you. XS4ALL was bang voor reputatieschade, maar viste in deze prikkelende zaak achter het spreekwoordelijke net. Voor de volledige uitspraak, zie: Rechtbank Utrecht, zaak-/rolnr. 115821 / KG ZA 04-483 d.d 27 oktober 2004.

IEF 50

Merkenrecht

Yoghurt emmertjes geschikt als merk

Het Hof Arnhem heeft bepaald dat de yoghurt emmertjes van De Zuivelhoeve kunnen dienen als merk. Het Hof merkt op dat op zichzelf betwijfeld kan worden of een emmertje voor yoghurt op zichzelf voldoende onderscheidend vermogen heeft om als beeld/vormmerk ingeschreven te kunnen worden, maar is van mening dat de emmertjes door inburgering toch dit noodzakelijke onderscheidend vermogen hebben verkregen.

Lees hier het gehele arrest.

IEF 49

Merkenrecht

Schaatster Barbara de Loor verliest kort geding tegen KNSB. KNSB geeft aan de leden van kernploegen/nationale selecties extra sponsorruimten, de zogenaamde merkenteams. De Loor, die geen deel uitmaakt van een door de KNSB erkend merkenteam, wil een extra ‘beenplek’ verwerven.

De Voorzieningenrechter oordeelt: “Het ter bevordering van het ontstaan van merkenteams toekennen van meer logorechten aan een merkenteam dan aan een onafhankelijke licentiehouder is gelet op voormeld beleid dan ook begrijpelijk en in beginsel ook rechtvaardig”. Lees vonnis

 

IEF 45

Merkenrecht

Voor wie er aan twijfelde: het Benelux Gerechtshof bestaat nog. Althans, getuige de twee onderstaande arresten bestond het in ieder geval nog op 1 december. Ander goed nieuws: de enorm lelijke website van het hof is inmiddels onbereikbaar.

Benelux Gerechtshof, 1 december 2004, zaak A/99/1/20, KPN tegen Benelux Merkenbureau.

Benelux Gerechtshof, 1 december 2004, zaak A98/2/21,  Campina tegen Benelux Merken Bureau.

IEF 39

Adwords / Merkenrecht

Google wint AdWords zaak in USA. Google verkoopt zoektermen waarmee Internetgebruikers de door hun gezochte informatie kunnen vinden. Google verkoopt ook tekens die merkrechtelijk beschermd zijn. De Amerikaanse rechter is van mening dat de verkoop van de merkrechtelijke beschermde zoektermen op zichzelf niet onrechtmatig is. Dit is geen verwarringwekkend gebruik van een merk. Echter, de rechter heeft zich nog niet uitgelaten of het tonen van het merk in bijvoorbeeld pop-ups of banners merkinbreuk oplevert. Dat lijkt mij wel. Lees meer op findlaw.com.

IEF 35

Merkenrecht

 

Over uitspraken valt te twisten. De stelling van het GvEA in het gisteren gewezen arrest Tucci/Pucci dat: "De waren van klasse 25 dienen om delen van het menselijke lichaam te bedekken en te kleden, terwijl de waren van klasse 18 dienen om voorwerpen te dragen, als kamerdecoratie of als grondstof voor fabrikanten van lederwaren en kunstlederwaren." is verdedigbaar. De praktijk leert echter dat kledingmerken vrijwel altijd voor de klassen 18 en 25 worden gedeponeerd en dat is toch ook niet zonder reden. De kleurrijk gekafte boeken van Rechter Forwood doen wellicht anders vermoeden, maar wellicht heeft de kleding en accessoirekennis van de louter mannelijk oordelende rechters toch een rol gespeeld?

 

Zaak T-8/03, 13 december 2004, El Corte Inglés / OHIM - Pucci Oppsitie  EMIDIO TUCCI / EMILIO PUCCI)

"Dienaangaande heeft het BHIM terecht opgemerkt dat de waren van klasse 18 van een andere aard zijn en een ander gebruiksdoeleinde hebben dan de waren van de klassen 3 en 25 waarop de oudere merken van verzoekster betrekking hebben. Verzoekster betwist deze verschillen
niet ernstig wat de waren van klasse 3 betreft. De waren van klasse 25 dienen om delen van het menselijke lichaam te bedekken en te kleden, terwijl de waren van klasse 18 dienen om voorwerpen te dragen, als kamerdecoratie of als grondstof voor fabrikanten van lederwaren en kunstlederwaren. Zij worden normaliter door verschillende fabrikanten gemaakt en via verschillende distributiekanalen op de markt gebracht. Dat waren zoals reiskoffers en paraplu’s enerzijds en kledingstukken en schoeisel anderzijds in dezelfde handelszaken, zoals warenhuizen of supermarkten, kunnen worden verkocht, is in dit opzicht niet erg relevant, aangezien in deze verkooppunten zeer verscheidene waren te koop worden aangeboden, zonder dat de consumenten deze waren automatisch eenzelfde herkomst toekennen. Het gaat evenmin om concurrerende waren.

Op dezelfde wijze verschillen de weefsels en textielproducten van klasse 24 in tal van opzichten, zoals aard, bestemming, herkomst en distributiekanalen, van de kledingstukken en het schoeisel van klasse 25. In punt 31 van de bestreden beslissing heeft de kamer van beroep dus terecht opgemerkt dat slechts in bijzondere gevallen, namelijk wanneer een stoffenfabrikant uit de bekendheid van zijn eigen merk munt wil slaan en beslist om zijn activiteiten tot de kledingconfectie uit te breiden, een en hetzelfde merk wordt gebruikt om zowel afgewerkte producten (kledingstukken) als halffabrikaten (weefsels voor kledingstukken) aan te duiden. Uit de door verzoekster overgelegde stukken blijkt niet dat dit in casu het geval is." Lees arrest.

IEF 30

Merkenrecht

In een uitspraak van 23 september 2004 (C-107/03) heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap geoordeeld dat een door Proctre & Gamble geregistreerd vormmerk voor een stuk zeep ieder onderscheidend vermogen mist in de zin van art. 7 lid 1 sub b van de Gemeenschapsmerkenverordening Nr. 40/94. Het Hof concludeerde dat:

- de geclaimde vorm was slechts een ondergeschikte variatie in vergelijking met de typische vormen van zepen, en

- als de kenmerken van de betreffende vorm zouden worden opgemerkt door het relevante publiek, zouden deze kenmerken in de eerste plaats worden waargenomen als functionele kenmerken bedoeld om de zeep makkelijker te kunnen vastpakken. 

De uitspraak is te vinden op:

http://europa.eu.int/eur-lex/lex/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:C:2004:284:0003:0003:NL:PDF

zie ook: http://www.solv.nl/index.php?blz=3&nid=1365