IEF 18980

Inbreukverbod Adidas op Work Out-kledinglijn van H&M afgewezen

Hof Den Haag 28 januari 2020, IEF 18980; ECLI:NL:GHDHA:2020:71 (H&M tegen Adidas) Zie ook [IEF 17252]. Volgens Adidas, geïntimeerde in deze uitspraak, heeft H&M met haar Work Out-lijn inbreuk gemaakt op het merkenrecht van Adidas. Het gaat in bijzonder om de twee strepen die op de kleding van de Work Out-lijn zijn afgebeeld en de ruimte tussen die strepen. In een eerdere zaak heeft de rechtbank het inbreukverbod van Adidas toegewezen, waarop H&M in hoger beroep is getreden. Er wordt, in tegenstelling tot het oordeel van de rechtbank, geoordeeld dat H&M door het gebruik van de Work Out-kleding geen inbreuk heeft gemaakt op het merkenrecht van Adidas, omdat de tussenruimte tussen de twee strepen op de Work Out-kleding niet visueel gelijk is aan de breedte van de Adidas-strepen. Hierdoor wordt er geconcludeerd dat de totaalindruk van beide merken niet voldoende overeenkomen dat verwarringsgevaar ontstaat en is het inbreukverbod alsnog afgewezen.

30. Het hof overweegt ten overvloede, dat naar zijn oordeel overigens, ook afgezien van de door adidas aangebrachte beperking van haar vordering en haar standpunt dat slechts door gebruik van een twee-strepenteken als hiervoor omschreven inbreuk wordt gemaakt, de Work Out-kleding geen sub b-inbreuk maakt op (één van) de ingeroepen merken van adidas. Naar het oordeel van het hof wordt het totaalbeeld van de merken in het bijzonder bepaald door de specifieke combinatie van drie verticale parallel lopende strepen, met tussenruimtes die gelijk zijn aan de breedte van de strepen. Hierdoor is sprake van een meervoudige herhaling van bestanddelen (drie dezelfde zwarte of witte strepen, twee dezelfde streepvormige contrasterende tussenruimtes en vijf gelijke strepen in verschillende kleuren), ofwel een patroon. De strepen vormen met de tussenruimtes een “regelmatige eenheid”, die een aanzienlijk deel van de schouder/mouwen en de zijkant van de broek bedekt. Het teken op de Work Out-kleding bestaat uit een combinatie van twee losstaande strepen, die ook gezien kunnen worden als één dikke streep met een lijntje ertussen en die geen patroon vormen, nu de meervoudige herhaling ontbreekt; er is slechts sprake van een enkelvoudige herhaling van de streep. In aanmerking nemende dat een streep op zichzelf en ook een willekeurige combinatie van twee strepen zo eenvoudig en banaal is dat die geen onderscheidend vermogen heeft, zijn de strepen op zichzelf
slechts in geringe mate bepalend voor het totaalbeeld van de merken en het teken, maar is het de specifieke combinatie van de strepen en de tussenruimtes (het patroon) die (dat) het totaalbeeld bepaalt. Hieraan staat niet in de weg dat de merken zijn ingeburgerd, daar het publiek, dat (zoals H&M uitvoerig heeft onderbouwd en adidas niet gemotiveerd heeft betwist) gewend is aan strepen op kleding, daardoor slechts de specifieke “adidas-combinatie” van strepen en tussenruimtes als merk is gaan percipiëren. Daar de “adidas-combinatie” van strepen en tussenruimtes in de merken en het teken op de Work Out-kleding relevant afwijken (het aantal strepen, de breedte van de tussenruimtes en de gevolgen daarvan voor het totaalbeeld) is het hof van oordeel dat slechts sprake is van een zeer geringe mate van overeenstemming tussen de merken en het teken.

31. Daar deze overeenstemming zo gering is en die overeenstemming voorts uitsluitend wordt veroorzaakt door de in de merken en het teken voorkomende niet-onderscheidende bestanddelen (de strepen), is het hof van oordeel dat, ook als wordt aangenomen dat adidas een bekend merk is met een grote beschermingsomvang en dat sprake is van (soort)gelijke waren, niet kan worden aangenomen dat sprake is van verwarringsgevaar.

47. Het bovenstaande brengt mee dat het bestreden vonnis zal worden vernietigd en het inbreukverbod alsnog zal worden afgewezen. Adidas zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in eerste aanleg en in hoger beroep. Ook in zoverre slagen de grieven XIV en XV.