IEF 18772

Prejudiciële vragen: inbreuk auteursrecht door overleggen foto aan rechter?

HvJ EU 16 okt 2019, IEF 18772; (BY tegen CX), http://www.ie-forum.nl/artikelen/prejudici-le-vragen-inbreuk-auteursrecht-door-overleggen-foto-aan-rechter

HvJ EU 16 oktober 2019, IEF 18772, IEFbe 2974; C-637/19 BY (BY tegen CX) Auteursrecht. CX en BY zijn twee particulieren met elk een eigen website. In een andere zaak heeft CX een kopie van een tekstpagina met een foto van de website van BY, dienende als bewijsstuk, aan de rechter overgelegd. Volgens BY is die foto auteursrechtelijk beschermd en heeft CX inbreuk gemaakt op dat auteursrecht. BY vordert om deze reden schadevergoeding. De rechter, voor wie de zaak in eerste aanleg aanhangig was, heeft vastgesteld dat het feit dat de foto was overgelegd aan de rechter, ertoe heeft geleid dat het algemeen toegankelijk is op grond van de Zweedse grondwettelijke bepalingen inzake openbaarheid van documenten. Volgens de rechter in eerste aanleg had CX daarmee de foto gedistribueerd in de zin van de wet op het auteursrecht, echter is volgens hem geen schade geleden door BY en hij wees de vordering af. BY heeft vervolgens hoger beroep ingesteld bij de verwijzende rechter (zie C-637/19). Voor de verwijzende rechter bestaat onduidelijkheid ten aanzien van de vraag of een rechter moet worden beschouwd als het publiek in de zin van de richtlijn auteursrecht. Om deze reden verzoekt de verwijzende rechter om beantwoording van enkele prejudiciële vragen.

IEF 18771

Vraag over artistieke vrijheid als geldige reden gebruik merk

BenGH 13 feb 2019, IEF 18771; (Hennessy tegen Cedric Art), http://www.ie-forum.nl/artikelen/vraag-over-artistieke-vrijheid-als-geldige-reden-gebruik-merk-1

Benelux Gerechtshof 13 februari 2019, IEF 18771, IEFbe 2972; Zaak A2018/1/8 (Hennessy tegen Cedric Art) Merkenrecht. Hennessy is wereldwijd actief in de productie en verhandeling van verschillende champagnewijnen, waaronder Dom Pérignon en brengt deze champagnewijnen op de markt in kenmerkende buikachtige flessen met lange hals en met de typische aankleding bestaande uit een schildvormig etiket met drie punten. Cédric is kunstenaar. Zijn stijl is popart. Deze kunststroming haalt haar beelden uit de consumptiemaatschappij. De kunstenaar stelt een collectie tentoon op zijn website en biedt deze te koop aan onder de naam Damn Perignon Collection. De zaak wordt aangehouden totdat het Benelux Gerechtshof uitspraak zal hebben gedaan over de prejudiciële vraag die luidt: 'Kan de vrijheid van meningsuiting, en de artistieke vrijheid in het bijzonder, zoals gewaarborgd door artikel 10 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden en artikel 11 van het Handvest van de Grondrechten van de EU, een 'geldige reden' uitmaken in de zin van artikel 2.20.1.d) van het Benelux Verdrag inzake de lntellectuele Eigendom?

IEF 18770

Verzet mogelijk tegen verhandeling pallets?

Hoge Raad 20 sep 2019, IEF 18770; ECLI:NL:PHR:2019:1065 (EPAL tegen PHZ), http://www.ie-forum.nl/artikelen/verzet-mogelijk-tegen-verhandeling-pallets

Hoge Raad 20 september 2019, IEF 18770; ECLI:NL:PHR:2019:1065 (EPAL tegen PHZ) Merkenrecht. Vervolg op [IEF 18619] EPAL is houdster van het merk EPAL voor opnieuw te gebruiken pallet. EPAL is met het beheer en de controle op kwaliteit van zogeheten EUR/EPAL-pallets belast. De pallets zijn voorzien van de merken EUR en/of EPAL door middel van een brandmerk op de klos en worden aldus in het economisch verkeer gebracht. Tevens richt EPAL zich op het tegengaan van vervalsing van deze pallets. Ondanks dat PHZ niet over een gebruiksrecht beschikt, heeft zij een aantal pallets verder verhandeld, die waren voorzien van het merk EPAL. Kan EPAL zich als houdster van het gemeenschapsmerk verzetten tegen de verdere verhandeling van tweedehands, van het EPAL-merk voorziene, pallets die zijn gerepareerd door PHZ of door anderen dan EPAL-licentienemers? In het onderhavige zal er allereerst uitleg van het Hof van Justitie in vorm van prejudiciële vragen worden verzocht, alvorens een beslissing te nemen. 

IEF 18768

Verwarring publiek bij woordmerk

Antilliaanse Gerechten 9 okt 2019, IEF 18768; ECLI:NL:OGEAA:2019:666 (Inversiones tegen VBA), http://www.ie-forum.nl/artikelen/verwarring-publiek-bij-woordmerk

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 9 oktober 2019, IEF 18768; ECLI:NL:OGEAA:2019:666 (Inversiones tegen VBA) Merkenrecht. Inversiones is een onderneming gestart en heeft een bewijs van registratie van een woordmerk verkregen. Inversiones heeft het woordmerk zowel in Aruba als in veel andere landen laten registreren. Inversiones voert alsnog geen bedrijf of activiteiten anderszins. VBA heeft zich ingeschreven bij de Kamer van Koophandel van Aruba met soortgelijk woordmerk. Inversiones beveelt in deze zaak het gebruik van het aan eiseres toebehorende en uitsluitend door eiseres te gebruiken woordmerk of enig ander teken dat zodanig overeenstemt met dat woordmerk dat daardoor bij het publiek verwarring omtrent de herkomst van de waren en/of diensten zou kunnen ontstaan te staken en gestaakt te houden. Het Gerecht wijst de vordering toe.

IEF 18767

Beheer facebookpagina komt toe aan werkgever

Rechtbank Gelderland 18 okt 2019, IEF 18767; ECLI:NL:RBGEL:2019:4651 (Stichting Dierenopvangtehuis tegen gedaagde), http://www.ie-forum.nl/artikelen/beheer-facebookpagina-komt-toe-aan-werkgever

Rechtbank Gelderland, 19 oktober 2019, IEF 18767, IT&R 1912; ECLI:NL:RBGEL:2019:4651 (Stichting Dierenopvangtehuis tegen gedaagde) Kort geding. Beheer Facebookpagina. Gedaagde was in dienst bij het Dierenopvangtehuis en had vanuit haar persoonlijke account op Facebook een facebookpagina aangemaakt van het dierenasiel. Hierop plaatste zij regelmatig haar eigen mening met betrekking tot producten of diensten van en voor het asiel. De voorzitter van het asiel had via een mail verzocht om dit na te laten en dit alleen via haar eigen facebookpagina te doen, omdat dit het asiel problemen op zou kunnen leveren. Gedaagde weigert uiteindelijk de facebookpagina over te dragen aan het bestuur en doet op twitter enkele uitspraken over het bestuur. Dierenopvangtehuis vordert op straffe van dwangsom het beheer van de facebookpagina en de gegevens hiervan te krijgen van gedaagde. De vordering wordt toegewezen. Het beheer van de facebookpagina komt toe aan de werkgever, omdat de facebookpagina door de voormalige werknemer voor de werkgever is aangemaakt. De uitlatingen van de voormalige werknemer zijn niet onrechtmatig jegens werkgever.

IEF 18749

Nationaal Mediarechtcongres op 14 november

Weinig blijft zo resoneren als de openbare schandpaal, zeker sinds de digitale variant haar intrede deed; iets wat diverse daders, slachtoffers en klokkenluiders inmiddels hebben ondervonden. Welke grenzen stelt de rechter aan het publiceren van namen en beschuldigingen, en aan het doorlinken naar bronmateriaal? En hoe oordeelt de rechter over het gebruik van heimelijke opnames in tv-programma’s?

Jens van den Brink, partner bij Kennedy Van der Laan en hoofd van het mediateam, geeft inzicht met zijn overzicht van uitspraken pers- en mediarecht tijdens het Nationaal Mediarechtcongres van deLex op 14 november 2019.

Ook op het programma:
-    de opkomst van nieuwe Mediaplatforms leidt tot grote verschuivingen in het medialandschap. Wat zijn de achterliggende businessmodellen en welke juridische kaders gelden? Ennèl van Eeden (PWC), Remy Chavannes (Brinkhof) en een panel met o.a. Frank Volmer (STER) en Janneke Slöetjes (Netflix) gaan hier op in.
-    actualiteiten commerciële mediaregulering, door Arjo Kramer (Talpa)
-    actualiteiten publieke mediaregulering, door Madeleine de Cock Buning (UU)

IEF 18765

Angad-Gaur: 'De waarde van auteursrecht'

Toespraak door Erwin Angad-Gaur, voorzitter Platform Makers, tijdens de bijeenkomst 'De waarde van Auteursrecht' op 10 oktober jl.
"Geen week lijkt voorbij te gaan zonder dat wij direct of indirect over het auteursrecht horen,  op 10 oktober jl. Een fotografenstaking, een geruchtmakende plagiaatzaak, afkoop van rechten door De Persgroep, vertalers die de noodklok luiden, de inkomenspositie van kunstenaars, door zowel de SER als de Raad voor Cultuur op de agenda geplaatst; de Arbeidsmarktagenda Cultuur. Maar ook het debat over ‘artikel 13’ (inmiddels artikel 17) in de nieuwe Europese Auteursrechtrichtlijn, discussies over handhaving en Stichting BREIN, de stijgende omzet van platenmaatschappijen uit streamingdiensten – en de achterblijvende inkomsten van artiesten. Het auteursrecht lijkt aanweziger en dichterbij dan ooit. Maar toch – in al zijn details en nuances – vaak onbekend, bij zowel beleidsmakers als consumenten, gebruikers en veel makers zelf.

IEF 18764

Leidt openbaarmaking van MIDI-files via een website tot inbreuk auteursrecht?

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 3 apr 2019, IEF 18764; (Buma/Stemra tegen Younique), http://www.ie-forum.nl/artikelen/leidt-openbaarmaking-van-midi-files-via-een-website-tot-inbreuk-auteursrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 3 april 2019, IEF 18764, IT 2909; (Buma/Stemra tegen Younique) Tussenvonnis. Buma/Stemra exploiteert en handhaaft auteursrechten met betrekking tot muziekwerken op basis van overeenkomsten van overdracht met componisten, schrijvers en uitgevers en wederkerigheidsovereenkomsten met zusterorganisaties in het buitenland. Buma exploiteert en handhaaft daarbij de openbaarmakingsrechten, Stemra de verveelvoudigingsrechten. Buma/Stemra verleent licenties aan online aanbieders van downloadbare muziekbestanden. Younique produceert met name MIDI-files, vaak gebruikt voor live optredens van muzikanten, van bekend repertoire. Een MIDI (Musical Instrument Digital Interface) file is een digitaal muziekwerk dat tot stand komt doordat een door Younique ingehuurde muzikant verschillende instrumentenpartijen inspeelt. Hierbij wordt het geluid digitaal verwerkt en opgeslagen als MIDI-bestand. Daarnaast produceert Younique ook MP3-bestanden die gebruikt worden om muziekwerken aan te bieden. Buma/Stemra vordert staking van iedere openbaarmaking of verveelvoudiging in Nederland van een door Buma/Stemra vertegenwoordigd muziekwerk of een gedeelte daarvan zonder dat daarvoor auteursrechtelijke toestemming is verkregen, voornamelijk als het gaat om exploitatie van de website van Younique. De Geschillencommissie auteursrechten wordt om uitleg verzocht teneinde meer duidelijkheid te verkrijgen over hoe in deze zaak moet worden beslist. De zaak is na dit tussenvonnis geschikt.

IEF 18763

Indruk dat ondernemingen gelieerd zijn vormt inbreuk handelsnaamrecht

Rechtbank Midden-Nederland 10 okt 2019, IEF 18763; (Nicomax tegen Nico-Fastening), http://www.ie-forum.nl/artikelen/indruk-dat-ondernemingen-gelieerd-zijn-vormt-inbreuk-handelsnaamrecht

Rechtbank Midden-Nederland 10 oktober 2019, IEF 18763; (Nicomax tegen Nico-Fastening) Nicomax en Nico-Fastening zijn allebei opgericht door dezelfde persoon en zijn dragers van zijn voornaam. Nicomax is gericht op de distributie van pneumatische gereedschappen en bevestigingsmiddelen voor de bouw. Nicomax was sinds haar oprichting agent van o.m. Max Europe en distributeur van diens producten van het merk MAX. Ook Nico-Fastening is distributeur en producent van pneumatische gereedschappen en bevestigingsmiddelen voor de bouw, en is sinds september 2019 tevens distributeur binnen de Benelux van de Max-producten. Volgens Nicomax maakt Nico-Fastening inbreuk op het handelsnaamrecht en het domeinnamenrecht van Nicomax. In het onderhavige geval is wel degelijk inbreuk gemaakt op het handelsnaamrecht en domeinnamenrecht van Nicomax, aangezien het relevante publiek niet kan weten dat beide ondernemingen niet aan elkaar gelieerd zijn.

IEF 18762

AIPPI World Congress London 2019

Van 15 t/m 18 september 2019 vond het AIPPI World Congress plaats in Londen in het Queen Elizabeth II Centre. Een prachtige locatie, tegenover de Westminster Abbey en vlak bij het Palace of Westminster en Middlesex Guildhall, waar op dat moment  het UK Supreme Court de zaak over de rechtmatigheid van de verdaging van het parlement behandelde.

Ongeveer 50 leden van de Vereniging voor Intellectuele Eigendom (VIE), de Nederlandse groep van AIPPI, hebben dit congres bezocht, waarvan tien leden zich onder leiding van voorzitter Gwen ten Berge hebben ingezet dat bijgaande resoluties zijn aangenomen:

- Resolution of Standing Committee on Client Attorney Privilege
- Plausibility (Study Question)
- Copyright in artificially generated works (Study Question)
- IP damages for acts other than sales (Study Question)
- Consumer Survey Evidence (Study Question)

De teksten van de laatste vier resoluties zijn tot stand gekomen op basis van de rapporten en commentaren die onder meer door de VIE en andere nationale groepen zijn opgesteld en op basis van de discussies die in Londen hebben plaatsgevonden.

Het volgende AIPPI World Congress zal plaatsvinden in Hanzhou, China van 11 t/m 14 oktober 2020. Daar zullen delegaties van alle nationale groepen discussiëren over vier nieuwe vragen met de bedoeling resoluties aan te nemen. De nieuwe vragen betreffen de volgende onderwerpen:

- Inventorship of inventions made using artificial intelligence
- Descriptiveness as a defence in trademark proceedings
- IP rights in data
- Standing to litigate and effect on remedies

Zodra de nieuwe Study Questions en working guidelines definitief zijn vastgesteld, kunnen leden van de VIE zich bij het secretariaat aanmelden voor deelname aan een werkgroep voor de betreffende vragen.

IEF 18761

Afspraken uit licentieovereenkomst bepalen mede recht op naam 'Invitria'

Rechtbank Den Haag 16 okt 2019, IEF 18761; (Medical Workshop tegen Sharpsight), http://www.ie-forum.nl/artikelen/afspraken-uit-licentieovereenkomst-bepalen-mede-recht-op-naam-invitria

Rechtbank Den Haag 16 oktober 2019, IEF 18761, LS&R 1745; (Medical Workshop tegen Sharpsight) Medical Workshop is een totaalleverancier in oogheelkunde. De heer Gonçalves, bestuurder van Sharpsight, is oogarts en houder van een aantal octrooien waaronder het Europees octrooi EP 2 109 425 B1. Dit octrooi ziet op een hulpmiddel voor het vereenvoudigen van intra-vitreale injecties. Eind 2009 hebben Medical Workshop en Sharpsight een licentieovereenkomst gesloten m.b.t. Invitria, een product voortgekomen uit het octrooi. Medical Workshop is houdster van het Uniewoordmerk INVITRIA. In 2019 heeft Sharpsight het Uniewoordmerk INVITRIA gedeponeerd voor waren en diensten in klasse 10. Na publicatie door het EUIPO heeft Medical Workshop oppositie ingesteld tegen dit depot, waarop nog niet is beslist.
Medical Workshop wil dat Sharpsight ieder gebruik van het merk Invitria staakt en gestaakt houdt. Geoordeeld wordt dat Medical Workshop en Sharpsight redelijkerwijs konden verwachten dat de naam Invitria aan het product verbonden zou blijven. Dit leidt ertoe dat (Sharpsight via Gonçalves, omdat hij de octrooihouder is en hij na afloop van de Licentieovereenkomst als enige recht heeft het product te (doen) produceren en verhandelen, ook het recht heeft de naam Invitria voor het product te gebruiken.

IEF 18760

Inbreuk op handelsnaam en merkrecht duurzame energie

Rechtbank Midden-Nederland 20 sep 2019, IEF 18760; (SGZE tegen SGDE), http://www.ie-forum.nl/artikelen/inbreuk-op-handelsnaam-en-merkrecht-duurzame-energie

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 20 september 2019, IEF 18760; (SGZE tegen SGDE) Eiser SGZE is beheerder van een garantiefonds ter ondersteuning van de markt voor zonnepanelen. SGZE gebruikt de domeinnaam www.sgze.nl. Verweerder SGDE houdt zich bezig met het beheer van een garantiefonds ter ondersteuning van de markt voor duurzame energie en is merkhouder van het Benelux-woordmerk SGDE voor de klassen 35, 36 en 45. Door de visuele en auditieve overeenstemming tussen merk en teken, de omstandigheid dat de diensten soortgelijk zijn en SGZE en SGDE zich beiden (ook) richten op de gemiddelde consument is verwarringsgevaar aannemelijk. Onder andere wordt opgemerkt dat SGDE niet bij toeval in zijn algemeenheid dicht tegen SGZE lijkt aan te schuren. De volgorde en tekstgebruik van de algemene voorwaarden van SGDE is opvallend gelijk aan dat van SGZE. Verweerder SGDE wordt veroordeeld iedere inbreuk op het merkenrecht en de handelsnaam 'SGZE' van SGZE te staken en gestaakt te houden, waaronder het gebruik van het teken 'SGDE'.

IEF 18748

Nationaal Mediarechtcongres op 14 november

De snelle opkomst van nieuwe mediaplatforms is onmiskenbaar. In hoeverre is de (Europese) wetgeving hier op toegerust? Hoe verhouden nieuwe ontwikkelingen zich tot de traditionele omroepen, en welke verdienmodellen liggen hier eigenlijk aan ten grondslag? Tijdens het Nationaal Mediarechtcongres op 14 november aanstaande geeft Ennèl van Eeden (PWC) een inkijkje in de achterliggende businessmodellen en schetst Remy Chavannes (Brinkhof) de juridische kaders om daarna de paneldiscussie te leiden, met o.a. Marijn Poeschmann (Youtube), Janneke Slöetjes (Netflix) en Frank Volmer (STER) en .

Ook op het programma: een volledig overzicht van actuele pers- en mediarechtspraak, actualiteiten commerciële mediaregulering en actualiteiten publieke mediaregulering. Sprekers zijn o.a. Jens van den Brink (partner bij Kennedy Van der Laan en hoofd van het mediateam), Arjo Kramer (Talpa) en Madeleine de Cock Buning (UU).

Inschrijven is nog mogelijk! Klik hier voor aanmelden en het volledige programma.

IEF 18757

Handhaving geschillen auteursrecht en contractuele aansprakelijkheid is aan nationale wetgever

HvJ EU 12 sep 2019, IEF 18757; (IT Development tegen Free Mobile), http://www.ie-forum.nl/artikelen/handhaving-geschillen-auteursrecht-en-contractuele-aansprakelijkheid-is-aan-nationale-wetgever

HvJ EU 12 september 2019, IEF 18757, IT 2905, IEFbe 2968;C‑666/18 (IT Development tegen Free Mobile) Free Mobile is aanbieder van mobiele telefonie en licentiehouder van het computerprogramma “ClickOnSite“. Het auteursrecht van “ClickOnSite“ berust bij de vennootschap IT Development. De licentiehouder heeft zonder toestemming van de auteursrechthebbende wijzigingen in het computerprogramma aangebracht. De houder van het auteursrecht op dat computerprogramma heeft de licentiehouder vervolgens gedagvaard. De vordering in eerste aanleg was gebaseerd op de aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad en werd afgewezen. De Franse  appelrechter twijfelt of de gedraging van geïntimeerde een inbreuk op het op het programma rustende auteursrecht vormt ofwel een tekortkoming in de nakoming vormt. Naar Frans recht kan een vordering uit onrechtmatige daad slechts worden ingesteld indien tussen partijen geen contractsverhouding bestaat.

IEF 18759

Artikel van Antwoord: Ferring vs. Fein deel II

Dit artikel is geschreven door B.J. Berghuis van Woortman en R.P. Soullié van Simmons & Simmons, de advocaten van onder meer Reprise en Fein.   

Menigeen zal verbaasd kennis hebben genomen van het artikel met de titel “Amerikaanse beslissing in geschil Ferring tegen Reprise, Serenity en Fein” dat op 8 oktober jl. op IE-Forum verscheen [IEF 18738]. Aanvankelijk vermeldde het bericht niet dat de inzenders Ferring vertegenwoordigen. Die omissie is inmiddels rechtgezet, maar de inhoudelijke verbazing blijft. Immers, enerzijds bevat het artikel inhoudelijk niets relevants voor de Nederlandse rechtspraktijk, en anderzijds heeft de publicatie betrekking op een geschil tussen partijen die ook zijn betrokken bij een Nederlandse procedure die zich thans in staat van wijzen bevindt. Daarmee lijken er ten minste twee goede redenen te bestaan voor IE-Forum om van de publicatie van het betreffende artikel af te zien. Het heeft er alle schijn van dat het belang van het artikel er met name in is gelegen dat het de advocaten van Ferring de mogelijkheid bood om de zaak na pleidooi nog eens onder de aandacht van de rechter te brengen, ofwel het bekende ‘napleiten’ (zie ook: https://www.baliebulletin.nl/tuchtrecht-8/).

IEF 18756

Bescherming van reputatie onderneming leidt niet tot beperking vrijheid van meningsuiting

11 okt 2019, IEF 18756; (V tegen Noordkaap), http://www.ie-forum.nl/artikelen/bescherming-van-reputatie-onderneming-leidt-niet-tot-beperking-vrijheid-van-meningsuiting

Rechtbank Amsterdam 11 oktober 2019, IEF 18756, IT 2903; (V tegen Noordkaap) V exploiteert samen met haar echtgenoot een uitvaartonderneming in Voorburg. Noordkamp heeft onderzoek naar de bedrijfsvoering van de uitvaartonderneming verricht en, na confrontatie van V met de onderzoeksresultaten, een uitzending vervaardigd voor het programma Undercover in Nederland. De opnames zijn gemaakt door Noordkaap en Spijker waarmee V gedurende enige tijd heeft samengewerkt. V vordert onder andere een verbod op uitzending door Noordkaap, althans de uitzending aan te doen passen aan door haar gestelde eisen. Kan dit verbod worden toegewezen, gezien het preventieve censuur verboden in artikel 7 van de Grondwet? Een dergelijk verbod worden gegeven, mits (i) de publicatie tot onherstelbare schade zou leiden, (ii) de publicatie achteraf onrechtmatig zou worden geacht en (iii) de gevolgen achteraf niet kunnen worden hersteld door middel van een op dat moment uitgesproken veroordeling tot rectificatie of vergoeding van schade. Daarnaast moet een afweging worden gemaakt tussen de belangen van Noordkaap in het verband met de vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM) en de belangen van V die worden beschermd door artikel 8 EVRM. In het onderhavige geval wegen de belangen bij openbaarmaking zwaarder dan het bedrijfsbelang van V.  Het gaat om de bescherming van de reputatie van V. De voorgenomen uitzending is niet onrechtmatig en er is geen grond voor inperking van de uitingsvrijheid van Noordkamp. Het reputatieverlies is te wijten aan het eigen handelen van de echtgenoot van V en niet aan de publicatie door Noordkaap.

IEF 18755

Voorlichtingsfilms en boekje De waarde van het Auteursrecht

Afgelopen donderdag 10 oktober lanceerde Platform Makers, het samenwerkingsverband van beroepsorganisaties en vakbonden voor auteurs en artiesten, twee korte animatiefilms en het boekje “De waarde van het Auteursrecht”. Platform Makers voorzitter Erwin Angad-Gaur overhandigde beide uitgaven tijdens een debat in het Haagse Nieuwspoort aan Barbera Wolfensberger, directeur-generaal Cultuur en Media bij het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap. Daarnaast lanceerde Platform Makers de webpagina www.auteursrechtuitleg.nl, met een korte uitleg van het auteurs- en naburig recht.

De animatiefilms kwamen tot stand dankzij een bijdrage van het Ministerie op voorspraak van de Regiegroep Arbeidsmarktagenda (Culturele en Creatieve Sector).

IEF 18754

Bedrijfsleven vogelvrij bij mogelijke Brexit?


Bedrijven proberen via Intellectuele Eigendomsrechten zoals merkrechten, modelrechten en octrooirechten een monopoly te krijgen op de verhandeling van hun producten en diensten. Wat zijn de gevolgen van een mogelijke Brexit eind oktober? Vervallen dan al deze rechten? Worden bedrijven (in bijvoorbeeld Nederland) dan rechteloos in de UK? Kunnen bedrijven uit de UK probleemloos vergelijkbare merkproducten gaan verhandelen op het Europese continent?
Het lijkt er soms op of er de afgelopen jaren niets is gebeurd wat betreft de Brexit. Niets is echter minder waar. Om een puinhoop te voorkomen zijn er afgelopen jaren in de UK de nodige wetten aangenomen om zowel Engelse bedrijven als bedrijven in Europa zekerheid te geven over hun IE rechten bij een mogelijke Brexit.

Veel bedrijven hebben de namen voor hun producten/bedrijven geclaimd via een EU merk en de vormgeving via een EU design. Een EU merk/design registratie geeft bescherming in alle 28 landen van de EU. Als de UK de EU verlaat dan kan een bedrijf hier niet meer op terugvallen. Bij een Brexit zullen deze rechten zich echter automatisch splitsen in twee rechten. Enerzijds een EU merk (of EU modelrecht), geldig in de overgebleven 27 EU landen met daarnaast een nationaal UK recht. Op deze manier worden er ca 1,7 miljoen EU merk- en modelrechten automatisch en geheel gratis omgezet naar een nationaal UK recht. Op die manier kunnen Nederlandse bedrijven met een EU merk/model registratie hun rechten handhaven in de UK.

IEF 18751

Belgisch 'Hotel Julien' tegen Nederlands 'Hotel Julien': geen verwarringsgevaar

Belgische gerechten 12 sep 2019, IEF 18751; (Morilo tegen Hotel Julien), http://www.ie-forum.nl/artikelen/belgisch-hotel-julien-tegen-nederlands-hotel-julien-geen-verwarringsgevaar

Hof van beroep Antwerpen 12 september 2019, IEF 18751, IEFbe 2965; 2018/AR/2322 (Morilo tegen Hotel Julien) Morilo baat een hotel uit Antwerpen dat grote bekendheid heeft verworven onder de naam Hotel Julien. Morilo is houdster van de domeinnaam hotel-julien.com. Het hotel is genoemd naar de zoon van de zaakvoerster van Morilo. Eind maart 2018 vernam Morilo dat in Den Bosch een nieuw hotel zou komen onder de naam Hotel Julien. Hotel Julien registreerde voor haar nieuw hotel onder meer de domeinnaam hoteljulien.nl. Zij dankt haar naam aan de voornaam van de architect van het gebouw. Tevens heeft zij het Benelux woordmerk 'Hotel Julien' gedeponeerd. Morilo acht dit een inbreuk op haar handelsnaamrecht en stelt dat sprake is van verwarring die is gecreëerd doordat het nieuwe hotel exact dezelfde naam gebruikt voor hetzelfde type hotel. In het algemeen wordt aangenomen dat het handelsnaamrecht is geschonden, indien sprake is van een gevaar voor verwarring. In het onderhavige geval is er geen sprake van verwarringsgevaar. Evenmin is er sprake van misleidende reclame. Hiermee is het vonnis in eerste aanleg bevestigd.