IEF 18697

Vloerlamp maakt inbreuk op auteursrecht

Rechtbank Overijssel 18 sep 2019, IEF 18697; ECLI:NL:RBOVE:2019:3295 (Layer Big Loft tegen Shine Your Light), http://www.ie-forum.nl/artikelen/vloerlamp-maakt-inbreuk-op-auteursrecht

Vzr. Rechtbank Overijssel 18 september 2019, IEF 18697; ECLI:NL:RBOVE:2019:3295 (Layer Big Loft tegen Shine your Light) Eiser is ontwerper van interieurproducten, waaronder de lamp ‘Layer Big Loft‘. Gedaagde heeft de vloerlamp ‘Shine Your Light’ op de markt gebracht en te koop aangeboden. Eiser beweert dat zijn lamp auteursrechtelijk is beschermd en dat gedaagde dit heeft geschonden. Er rijzen twee vragen: (i) is in dit geval sprake van een auteursrecht, en zo ja, (ii) maakt ‘Shine Your Light‘ daar inbreuk op? De rechtbank komt tot de conclusie dat op de lamp van eiser een auteursrecht rust, aangezien de vormgeving van ‘Later Big Loft‘ het resultaat is van scheppende menselijke arbeid en creatieve keuzes en aldus als werk in de zin van de Aw kan worden aangemerkt. Gelet op het feit dat de meest beeldbepalende eigenschappen overeenkomen en de beperkte verschillen slechts van ondergeschikt belang zijn met betrekking tot de totaalindruk, is ook sprake van een inbreuk op het auteursrecht van eiser door gedaagde. 

IEF 18692

HvJ EU: kwade trouw bij verwarringsgevaar hangt af van omstandigheden geval

HvJ EU 12 sep 2019, IEF 18692; ECLI:EU:C:2019:724 (Koton tegen EUIPO), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-kwade-trouw-bij-verwarringsgevaar-hangt-af-van-omstandigheden-geval

HVJ EU 12 september 2019, IEF 18692; IEFbe 2947; ECLI:EU:C:2019:724 (Koton tegen EUIPO) Nadal Esteban heeft bij het EUIPO een aanvraag ingediend voor een teken als Uniemerk, voor waren en diensten van de klassen 25, 35 en 39 (kledingstukken, reclame en transport). Rekwirante, een onderneming die kledingstukken, schoeisel en accessoires produceert en verkoopt, heeft oppositie ingesteld op grond van kwade trouw in verband met oudere merken. Ongeacht het feit dat de tekens overeenstemmen en interveniënt kennis had van de oudere merken van rekwirante, zijn volgens het EUIPO de diensten waarvoor de twee merken zijn ingeschreven in te hoge mate verschillend om van kwade trouw te kunnen spreken. Wat zijn de criteria op grond waarvan kan worden bepaald of sprake is van kwade trouw in een situatie waarin verwarringsgevaar bestaat? Kwade trouw moet worden beoordeeld in het licht van alle omstandigheden van het geval. Daarnaast moeten de volgende criteria in acht worden genomen: (i) de vraag of de aanvrager wist dat verwarringsgevaar bestaat, (ii) de commerciële logica achter de indiening van de aanvraag tot inschrijving, en (iii) chronologie van de gebeurtenissen die de inschrijving hebben gekenmerkt. 

IEF 18696

Verwarringsgevaar tussen RAWBLUE en RAW

Hof Den Haag 11 jun 2019, IEF 18696; (G-Star Raw tegen Topstreetwear), http://www.ie-forum.nl/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-rawblue-en-raw

Hof Den Haag 11 juni 2019, IEF 18696; (G-Star Raw tegen Topstreetwear) G-Star maakt deel uit van het G-Star RAW-concern en is houdster van een aantal woordmerkrechten. TM25 is houdster van verschillende beeldmerkrechten van G-Star RAW. Centraal staat de vraag of geïntimeerden inbreuk hebben gemaakt op de merkrechten van G-Star en TM25 door het gebruik van het RAWBLUE-teken door Topstreetwear. Het gaat hierbij zowel om het gebruik van het merk RAW alleen als in combinatie met andere tekens, zoals G-STAR. Gezien het feit dat de door Topstreetwear gebruikte RAW BLUE-tekens en de RAW-woordmerken zijn ingeschreven voor gelijke waren en overeenstemmen, en mede gelet op het feit dat de merken onderscheidend vermogen hebben, is sprake van verwarringsgevaar en dus een inbreuk op de merkrechten van G-Star. Tevens is er door het RAWBLUE-teken inbreuk gemaakt op het beeldmerk waarvan TM25 houdster is.

IEF 18695

Offline streaming copies zijn thuiskopieën in zin van art. 16c Aw

Rechtbank Den Haag 18 sep 2019, IEF 18695; (HP cs tegen Sont cs), http://www.ie-forum.nl/artikelen/offline-streaming-copies-zijn-thuiskopie-n-in-zin-van-art-16c-aw

Rechtbank Den Haag 18 september 2019, IEF18695, IEFbe 2869; (HP cs tegen Sont cs) HP en Dell zijn producenten van ICT-apparatuur. SONT is bij wet belast met het vaststellen van de hoogte van de thuiskopievergoeding. In SONT zijn (organisaties van) rechthebbenden respectievelijk betalingsplichtigen vertegenwoordigd.
Geoordeeld wordt dat offline streaming copies, kopieën gemaakt met als bron een legale streaming dienst, thuiskopieën zijn in de zin van art. 16c Aw. Voor die kopieën is een billijke vergoeding verschuldigd. Dat er daarmee twee keer zou worden betaald (licentievergoeding en thuiskopievergoeding) staat daaraan niet in de weg. Een eventueel verleende toestemming voor het maken van de kopie heeft geen impact, nu het maken van een privékopie niet aan toestemming onderhavig is. 

IEF 18694

Conclusie AG over exclusieve bevoegdheid rechtbanken voor Gemeenschapsmodel

HvJ EU 18 sep 2019, IEF 18694; ECLI:EU:C:2019:760 (Spin Master tegen High5), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-ag-over-exclusieve-bevoegdheid-rechtbanken-voor-gemeenschapsmodel

Conclusie AG HvJ EU 18 september 2019, IEF 18694; IEFbe 2946; ECLI:EU:C:2019:760 (Spin Master tegen High5) Spin Master is een Canadese onderneming in speelgoedproducten. Onder het merk 'Bunchems' verhandelt zij gekleurde speelballetjes (klittenballetjes) die aan elkaar klitten, waardoor allerlei vormen en figuren kunnen worden gemaakt. Op 16 januari 2015 is op haar naam een Gemeenschapsmodel voor deze speelballetjes geregistreerd. High5 verhandelt onder de naam 'Linkeez' eveneens gekleurde klittenballetjes. Spin Master heeft bij de voorzieningenrechter van rechtbank Amsterdam [IEF 16516] een vordering ingesteld tot vaststelling van voorlopige en beschermende maatregelen wegens inbreuk op haar geregistreerde Gemeenschapsmodel. Zij verzocht om High5 te verbieden de producten in Nederland te koop aan te bieden. High5 voerde aan dat alleen de rechtbank Den Haag bevoegd was om van het geschil kennis te nemen en dat de rechtbank Amsterdam dus niet bevoegd was. De prejudiciële vraag [IEF 18077] luidt of de exclusieve bevoegdheid van de (gespecialiseerde) rechtbanken voor het Gemeenschapsmodel om kennis te nemen van bepaalde vorderingen ter zake van inbreuken en geldigheid, zoals bedoeld in de artikelen 80 en 81 van verordening nr. 6/2002, zich al dan niet uitstrekt tot de in artikel 90 van die verordening bedoelde voorlopige en beschermende maatregelen?

IEF 18693

Gerede kans niet inventief octrooi in beroep

Rechtbank Den Haag 17 sep 2019, IEF 18693; ECLI:NL:RBDHA:2019:9764 (Bayer tegen Ceva), http://www.ie-forum.nl/artikelen/gerede-kans-niet-inventief-octrooi-in-beroep-1

Rechtbank Den Haag 17 september 2019, IEF 18693, LS&R 1738; ECLI:NL:RBDHA:2019:9764 (Bayer tegen Ceva) Octrooirecht. Bayer maakt onderdeel uit van het internationale Duitse concern Bayer AG, dat onder meer gericht is op onderzoek naar en ontwikkeling van farmaceutische producten en diergeneesmiddelen. Ceva maakt onderdeel uit van de Ceva groep, een Frans farmaceutisch concern dat is gespecialiseerd in onder meer de ontwikkeling van medicijnen. Bayer is houdster van het EP 496 octrooi dat ziet op een samenstelling bestaande uit triazinonen en ijzer(III)-complexverbindingen voor het gelijktijdig behandelen van ijzertekorten en coccidia-infecties bij dieren. Ceva gebruikt een soortgelijke samenstelling. Ceva komt met het voornemen Forceris in september op de Nederlandse markt te brengen, waardoor zij volgens Bayer inbreuk dreigt te maken op EP 496. Onder andere Forceris en de ijzer-verbindingen zouden aan alle kenmerken van conclusie 1 voldoen. Bayer vordert een verbod inbreuk te maken op EP 496 in Nederland. De inventiviteit is in geding. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af.

IEF 18691

AIPPI - Oproep inzendingen VIE-prijs

De Vereniging voor Intellectuele Eigendom (VIE) is de Nederlandse Groep van de internationale vereniging Association Internationale pour la Protection de la Propriété Intellectuelle (AIPPI). AIPPI heeft tot doel de nationale en internationale bescherming van Intellectuele Eigendom te bevorderen door op verschillende wijzen aandacht te vragen voor de bescherming van creatie en innovatie.

Jaarlijks reikt de vereniging de VIE-prijs uit aan een jonge auteur van een publicatie die een wezenlijke of vernieuwende bijdrage levert aan de kennis en het begrip van het intellectuele eigendomsrecht of het ongeoorloofde mededingingsrecht in Nederland.

Tijdens het IE Symposium op 11 maart 2020 zal deze prijs weer worden uitgereikt. Voor de VIE-prijs komen in aanmerking publicaties die een wezenlijke en/of vernieuwende bijdrage leveren aan de kennis en het begrip van het intellectuele eigendoms- of het ongeoorloofde mededingingsrecht in Nederland, door een auteur die op het moment van publicatie niet ouder was dan 35 jaar, in het Nederlands of Engels, die binnen vijftien maanden voorafgaand aan de uitreiking van de prijs zijn gepubliceerd. Proefschriften komen niet in aanmerking.

IEF 18688

Merkinbreuk door verkoop van namaak

Rechtbank Den Haag 3 apr 2019, IEF 18688; ECLI:RBDHA:2019:9555 (Luxottica tegen Alex), http://www.ie-forum.nl/artikelen/merkinbreuk-door-verkoop-van-namaak

Rechtbank Den Haag 3 april 2019, IEF 18688; ECLI:RBDHA:2019:9555 (Luxottica tegen Alex) Luxottica is houdster van onder andere het beeldmerk en woordmerk van Ray-Ban. Gedaagde heeft onder de naam “Alex“ advertenties voor zonnebrillen op Marktplaats geplaatst. Tot deze advertenties hoort ook een advertentie waarin gedaagde een zonnebril van het merk Ray-Ban te koop aanbiedt. Uit het onderzoek van een testaankoop door ACP in het belang van Luxottica blijkt dat de kenmerken en kwaliteit van de door gedaagde te koop aangeboden bril niet overeenstemt met de brillen van het merk Ray-Ban. De rechtbank oordeelt dat Luxottica recht heeft om staking van iedere inbreuk op de merken te eisen en wijst de vordering toe.

IEF 18690

Antwoord prejudiciële vragen over uitleg uitdrukking "passende schadeloosstelling" Handhavingsrichtlijn

HvJ EU 12 sep 2019, IEF 18690; (Bayer Pharma tegen Richter Gedeon), http://www.ie-forum.nl/artikelen/antwoord-prejudici-le-vragen-over-uitleg-uitdrukking-passende-schadeloosstelling-handhavingsrichtlij

HvJ EU 12 september 2019, IEF 18690; C‑688/17 (Bayer Pharma tegen Richter Gedeon) Octrooirecht. Prejudiciële vragen in zaak [IEF 17498]. Verzoekster (Bayer Pharma) heeft vorderingen ingesteld tot o.a. afgifte van een verklaring voor recht dat verweersters inbreuk maken op haar octrooi. De rechtbank heeft de behandeling van deze inbreukvorderingen opgeschort in afwachting van de onherroepelijke beslissing in de procedure tot nietigverklaring. De rechter in tweede aanleg heeft het octrooi bij uitspraak van 20.09.2016 onherroepelijk nietig verklaard. Gelet op de onherroepelijke nietigverklaring van het octrooi heeft de verwijzende rechter de inbreukvordering van verzoekster bij onherroepelijk vonnis van 30.062017 afgewezen. Beide verweersters hebben gevorderd dat de rechtbank verzoekster verplicht tot vergoeding van de met de voorlopige maatregelen toegebrachte schade. Gevorderd wordt een vergoeding voor het verlies aan inkomsten, voor promotiekosten in verband met de marktintroductie van de producten en voor overige immateriële schade, vermeerderd met rente.

Tussen partijen in het onderhavige geding is een discussie ontstaan over de uitlegging van artikel 9(7) van richtlijn 2004/48. Het verschil van inzicht betreft de vraag of deze bepaling een materieelrechtelijke inhoud heeft en zo ja, wat die materieelrechtelijke inhoud dan is. 

IEF 18689

HvJ EU: onderscheidend vermogen teken hangt af van alle feiten en omstandigheden

HvJ EU 12 sep 2019, IEF 18689; ECLI:EU:C:2019:725 (AS tegen Deutsches Patent- und Markenamt), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-onderscheidend-vermogen-teken-hangt-af-van-alle-feiten-en-omstandigheden

HvJ EU 12 september 2019, IEF 18689, IEFbe 2944; ECLI:EU:C:2019:725 (AS tegen Deutsches Patent- und Markenamt) AS verzocht het DPMA om inschrijving van het “#darferdas?“ als merk voor waren, waaronder kledingstukken, schoeisel en hoofddeksels. Het DPMA stelde dat het teken in kwestie onderscheidend vermogen zou missen. De verwijzende rechter overweegt dat de eis van het onderscheidend vermogen niet inhoudt dat het teken in elk denkbaar gebruik als merk te beschouwen is, maar dat er significante en evidente mogelijkheden bestaan om dat teken zo te gebruiken dat het door het publiek zonder moeite als merk kan worden opgevat. Aangezien twijfels bestaan, vroeg de verwijzende rechter om toetsing van de juistheid van deze overwegingen. Slechts als er geen andere aanwijzingen zijn, moet de vraag of er sprake is van onderscheidend vermogen van een teken, worden beantwoord in het licht van de gebruiksvormen die gelet op de gewoonten van de betrokken economische sector, in de praktijk significant kunnen zijn. In eerste plaats moet echter worden gekeken naar alle relevante feiten en omstandigheden, waaronder ook alle waarschijnlijke gebruiksvormen van het teken begrepen.

IEF 18687

MS-octrooi niet nieuw en inventief

Hof Den Haag 10 sep 2019, IEF 18687; (Swiss Pharma tegen Biogen), http://www.ie-forum.nl/artikelen/ms-octrooi-niet-nieuw-en-inventief

Hof Den Haag 10 september 2019, IEF 18687, LS&R 1736 (Swiss Pharma tegen Biogen) Octrooirecht. Hoger beroep van vonnis 12 juli 2017 [IEF 16959]. Biogen houdt zich bezig met geneesmiddelen en therapieën voor de behandeling van neurologische, zeldzame ziekten en auto-immuunziekten en is houdster van het EP 127 octrooi. Swiss Pharma (SPI) fabriceert en verhandelt generieke geneesmiddelen. SPI stelt dat de conclusies van EP 127 nietig zijn, omdat deze niet nieuw zijn in het licht van Miller, die volgens SPI tot de stand van de techniek behoort, omdat EP 127 geldig beroep kan doen op de prioriteit van P1 en P2. Daarnaast stelt zij dat alle conclusies in het licht van onder meer Tubridy, het Conference Abstract en de Press Release inventiviteit mist. In eerste aanleg heeft de rechtbank het Nederlandse deel van EP 127 vernietigd en geoordeeld dat de conclusies 1, 3 en 4 niet nieuw zijn. In hoger beroep vordert Biogen vernietiging van het bestreden vonnis. Biogen slaagt er niet in de vernietiging hard te maken. Het hof bekrachtigd het vonnis in eerste aanleg.

IEF 18686

Eenvoudig herstel fout griffierecht

Rechtbank Den Haag 12 sep 2019, IEF 18686; ECLI:NL:RBDHA:2019:9592 (griffierecht), http://www.ie-forum.nl/artikelen/eenvoudig-herstel-fout-griffierecht

Rechtbank Den Haag 12 september 2019, IEF 18686; ECLI:NL:RBDHA:2019:9592 (Griffierecht) Kort geding. Intellectuele eigendom. Herstelvonnis. Verbetering m.b.t. berekend griffierecht. Geen herstel van beslissing om aan eiseres 2 in conventie proceskosten toe te wijzen. Er is geen kennelijke fout, zodat hoger beroep de geëigende weg is.

IEF 18685

Opinie A-G Hogan in gevoegde zaken Royalty Pharma en Sandoz

Op 11 september 2019 verscheen de conclusie van A-G Hogan in de gevoegde zaken C-650/17 (Royalty Pharma) en C-114/18 (Sandoz), waarin prejudiciële vragen zijn gesteld over artikel 3 sub a van de ABC-verordening (Vo. 469/2009). Hij borduurt hierbij voort op zaak C-121/17 (Teva/Gilead), waarin werd bevestigd dat het criterium om te bepalen wat het product dat door een van kracht zijnd basisoctrooi wordt beschermd het regime van artikel 69 EOV is, in samenhang met het uitlegprotocol van dit artikel. De reikwijdte van het aanvullend beschermingscertificaat moet daarom worden bepaald aan de hand van de conclusies van het octrooi dat de basis vormt van het ABC. Het product moet daar ofwel expliciet in worden genoemd, ofwel de conclusies moeten daar noodzakelijkerwijs en specifiek ("necessarily and specificly") naar verwijzen. In Teva/Gilead werd geoordeeld dat ten aanzien van een combinatieproduct de octrooiconclusies, in het licht van de beschrijving en tekeningen,  noodzakelijkerwijs naar de combinatie van werkzame stoffen moet verwijzen en dat elk van de werkzame stoffen afzonderlijk specifiek identificeerbaar moeten zijn in de leer van het octrooi.

IEF 18684

Uitzending hoeft niet van website SBS6 gehaald te worden

Rechtbank Amsterdam 13 sep 2019, IEF 18684; ECLI:NL:RBAMS:2019:6768 (Millionaire Makelaar tegen Talpa en Vincent TV), http://www.ie-forum.nl/artikelen/uitzending-hoeft-niet-van-website-sbs6-gehaald-te-worden

Rechtbank Amsterdam 13 september 2019, IEF 18684, IT&R 2862; ECLI:NL:RBAMS:2019:6768 (Millionaire Makelaar tegen Talpa en Vincent TV) Internet. Online uitzending. Media. Millionaire Makelaar (MM) beheert onroerend goed en brengt verhuurders en huurders bij elkaar. Vincent TV produceert het programma Foute Boel, waarin de presentator in actie komt tegen huisjesmelkers. Het programma wordt uitgezonden op de zender SBS6, die door Talpa TV wordt geëxploiteerd. In een uitzending heeft Talpa MM geïnterviewd en geconfronteerd. MM heeft een e-mail gestuurd aan de redactie van Foute Boel waarin hij alle aantijgingen ontkent. Talpa meent deze niet te hebben ontvangen. MM heeft Talpa gesommeerd de online versie van de uitzending van Foute Boel van het internet te verwijderen. Deze zou een eenzijdig en onjuist beeld geven. De online uitzending van MM hoeft niet van de SBS6 website te worden verwijderd.

IEF 18683

Dirk Visser: auteursrecht op design, EU-wijd verbod makkelijker

In zijn Cofemel-arrest van 12 september 2019 [IEF 18680] heeft het HvJ EU bevestigd dat het auteursrecht op design Europees is geharmoniseerd. Design kan zowel via het modellenrecht als via het auteursrecht worden beschermd. Auteursrechtelijke bescherming is aantrekkelijker, omdat die geen (tijdige!) registratie vergt en (véél!) langer duurt. Wel kent het auteursrecht een hogere drempel voor bescherming dan het modellenrecht. Hoeveel hoger blijft vaag en een punt van discussie. Omdat nu wel zeker is dat overal in de EU dezelfde norm geldt, wordt het makkelijker om voor de hele EU op basis van auteursrecht een verbod te krijgen.

IEF 18682

Merkinbreuk worst met salam-logo onvoldoende aannemelijk

Rechtbank Den Haag 30 aug 2019, IEF 18682; ECLI:NL:RBDHA:2019:9072 (Salam-logo), http://www.ie-forum.nl/artikelen/merkinbreuk-worst-met-salam-logo-onvoldoende-aannemelijk

Vzr. Rechtbank Den Haag 30 augustus 2019, IEF 18682; ECLI:NL:RBDHA:2019:9072 (Salam-logo) Uniemerkenrecht en auteursrecht. Eiser ontdekte in de zomer van 2018 dat in winkels in Catalonië worst met het SALAM-logo werd verkocht, terwijl hij met die winkels geen connectie had. Naast het SALAM-logo was er op de worst een sticker geplakt met een andere naam. Gedaagde maakt voldoende aannemelijk dat eiser wel al op de hoogte was van de verkoop. Spoedeisend belang kan niet worden aangenomen. Merkinbreuk wordt niet voldoende geconcretiseerd. Er wordt niet toegelicht waarom het merk en de door gedaagde gebruikte tekens overeenstemmen. De vorderingen worden afgewezen.

IEF 18681

HvJ EU: bepaling 'perssnippets' is niet van toepassing zonder mededeling aan Commissie

HvJ EU 12 sep 2019, IEF 18681; ECLI:EU:C:2019:716 (VG Media tegen Google LLC), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-bepaling-perssnippets-is-niet-van-toepassing-zonder-mededeling-aan-commissie

HvJ EU 12 september 2019, IEF 18681, IEFbe 2939; ECLI:EU:C:2019:716, (VG Media tegen Google LLC) VG Media is een Duitse beheermaatschappij voor auteursrechten. Google zou inbreuk hebben gemaakt op de naburige rechten van de leden, persuitgevers, door op haar zoekmachine en haar geautomatiseerde informatiesite "Google Nieuws" gebruik te maken van zogenoemde "perssnippets". Meer specifiek gaat het erom dat Google fragmenten of samenvattingen van persteksten online zet, zonder daarvoor een vergoeding te betalen. Dit zou in strijd zijn met een Duitse bepaling, strekkende tot de bescherming van persuitgevers, die op 1 augustus 2013 in werking is getreden. Het Landgericht Berlin vraagt antwoord op de volgende vragen: (i) is de bepaling in kwestie een "technisch voorschrift" in de zin van richtlijn 98/34 betreffende normen en technische voorschriften en zo ja, (ii) had het ontwerp van de bepaling aan de Commissie moeten worden voorgelegd, voorafgaande aan de inwerkingtreding van de bepaling in Duitsland?
Het feit dat de bepaling in kwestie een regel is brengt mee dat het gaat om een "technisch voorschrift" in de zin van de richtlijn betreffende normen en technische voorschriften. De bepaling strekt voornamelijk tot de bescherming van persuitgevers tegen inbreuken op het auteursrecht door online zoekmachines. Een dergelijke bescherming is alleen noodzakelijk tegen systematische aanvallen op de werken van online-uitgevers door dienstverleners van de informatiemaatschappij. Bijgevolg is de bepaling specifiek gericht op de diensten van de informatiemaatschappij. Het ontwerp van het technische voorschrift had voorafgaand aan de inwerkingtreding aan de Commissie moeten worden meegedeeld. Het ontbreken van deze mededeling heeft de niet-toepasselijkheid van de bepaling ten gevolge. Zie ook [IEF 18187] en [IEF 17053].

IEF 18680

HvJ EU: geen auteursrechtelijke bescherming modellen louter vanwege esthetisch effect

HvJ EU 12 sep 2019, IEF 18680; ECLI:EU:C:2019:721https://redactie-delex.netcon.nl/articles/add (Cofemel tegen G-Star Raw), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-geen-auteursrechtelijke-bescherming-modellen-louter-vanwege-esthetisch-effect

HvJ EU 12 september 2019, IEF 18680, IEFbe 2938; ECLI:EU:C:2019:721 (Cofemel tegen G-Star Raw) Bij de Supremo Tribunal de Justica in Portugal is een procedure gestart tussen Cofemel en G-Star naar aanleiding van G-Stars beschuldigingen dat Cofemel jeans, sweatshirts en T-shirts zou hebben geproduceerd en verkocht die namaak vormen op de eigen modellen van G-Star. Cofemel zou inbreuk hebben gemaakt op het auteursrecht van G-Star. Auteursrechten overeenkomstig de richtlijn inzake het auteursrecht komen toe aan auteurs van "werken". Dit geeft de auteur het exclusieve recht om reproductie, mededeling aan het publiek en distributie toe te staan of te verbieden. Daarnaast bestaat voor modellen afzonderlijke bescherming, gebaseerd op de richtlijn inzake de rechtsbescherming van modellen en de verordening betreffende Gemeenschapsmodellen. Naar nationaal Portugees recht bestaat daarnaast nog de mogelijkheid om tekeningen en modellen auteursrechtelijk te beschermen, echter zonder aan te geven aan welke voorwaarden moet zijn voldaan om deze bescherming en de daaraan verbonden rechten te kunnen uitoefenen. De rechtsvraag die centraal staat, luidt: staat de richtlijn inzake het auteursrecht in de weg aan auteursrechtelijke bescherming van modellen naar Portugees auteursrecht op grond van het teweegbrengen van een specifiek esthetisch effect?
De vraag of een model kan worden aangemerkt als "werk" heeft niet te maken met het esthetisch effect dat al dan niet teweeg wordt gebracht. Om van een "werk" te kunnen spreken is vereist: (i) het voorwerp in kwestie is met voldoende nauwkeurigheid en objectiviteit identificeerbaar, en (ii) het voorwerp is een intellectuele schepping waardoor de keuzevrijheid en de persoonlijkheid van de auteur worden weergespiegeld. Geconcludeerd wordt dat een specifiek esthetisch effect dat door een model wordt teweeggebracht niet rechtvaardigt dat dergelijke modellen als "werken" worden aangemerkt. Zie ook [IEF 17471] en [IEF 18448].

IEF 18679

Gebruiksrecht handelsnaam Derma is niet exclusief

Rechtbank Limburg 2 sep 2019, IEF 18679; (Derma tegen Qill), http://www.ie-forum.nl/artikelen/gebruiksrecht-handelsnaam-derma-is-niet-exclusief

Rechtbank Limburg 2 september 2019, IEF 18679; (Derma tegen Qill) Eiser heeft een onderneming met handelsnaam 'Huidkliniek Derma'. Verweerder Qill houdt zich bezig met schoonheidsverzorging en detailhandel via internet en heeft onder meer de volgende handelsnamen geregistreerd: TC Derma Roermond en Derma Huidkliniek Roermond. In 2017 moet eiseres wegens omstandigheden stoppen met het bedrijf. De inventaris verkoopt ze aan de verhuurder van de bedrijfsruimte, die op zijn beurt de invenatris doorverkoopt aan Qill. Eiseres vordert het gebruik van de handelsnaam DERMA in al haar uitingen te staken en gestaakt te houden. Dit omvat mede de uitingen op pand, bedrijfskleding en voertuigen. Ook vordert ze de handelsnaam aan te passen zodat er geen gelijkenis met de handelsnaam Derma meer bestaat. Alle vorderingen worden afgewezen. Het gebruiksrecht is niet exclusief zoals dat in het merkenrecht of het octrooirecht het geval is. De stelling van eiseres dat de handelsnaam haar eigendom is - zodat reeds daarom sprake is van een inbreuk op haar recht - is dus niet juist.

IEF 18677

Beperkte omvang schade door auteursrechtinbreuk foto

30 jan 2019, IEF 18677; ECLI:NL:RBZWB:2019:3997 (Jazzfoto), http://www.ie-forum.nl/artikelen/beperkte-omvang-schade-door-auteursrechtinbreuk-foto

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30 januari 2019, IEF 18677; ECLI:NL:RBZWB:2019:3997 (Jazzfoto) Omvang schade als gevolg van auteursrechtinbreuk door publiceren foto. Eiser is ambtenaar van de Gemeente Amsterdam en heeft een eenmanszaak op het gebied van fotografie. Gedaagde is als zzp’er werkzaam als alfahulp en heeft een eenmanszaak waarin hij een jazzmagazine uitgeeft op internet. Gedaagde heeft zonder toestemming een foto van eiser in/op het jazzmagazine geplaatst. Eiser heeft het auteursrecht op de foto als maker van de foto. De foto heeft een eigen oorspronkelijk karakter en draagt het persoonlijk stempel van de maker. Bij de beoordeling van de omvang van de schade wordt betrokken dat de artiest zelf de foto als promotie gebruikte, het artikel in het jazzmagazine ter aankondiging van een concert van deze artiest diende en zowel de fotografie van eiser als het jazzmagazine van gedaagde nevenactiviteiten betreffen.