IEF 462

kruidenkwarkgerecht van eerste aanleg

303/03  Arrest GvEA, 7 juni 2005, Lidl Stiftung tegen OHIM/REWE-Zentral. Oppositie tegen registratie CTM woordmerk Salvita, voor diverse voedsel- en drankklassen (o.a. voor kruidenkwarkgerechten) o.g.v. ouder Duits woordmerk Solevita, voor vruchtensappen.

Weer zo'n zaak waarin alle mogelijke strohalmen uit de kast worden gehaald om hopeloze zaak te redden. Oppositie toegewezen door OHIM vanwege de geringe kwaliteit van het bewijs van opposant Lidl. Het Gerecht is het hier mee eens, en niet ten onrechte:

"In casu moet in de eerste plaats worden opgemerkt dat de verklaring onder belofte en de tabel van verkochte producten door verzoekster zelf zijn opgesteld. Dienaangaande zij eraan herinnerd dat bij de beoordeling van de bewijskracht van een stuk in de eerste plaats moet worden gekeken naar de waarschijnlijkheid van de daarin vervatte informatie."

De enige verdere aanwijzingen in het dossier waren ongedateerde verpakkingsmodellen van de betrokken waren. Gesteld dat deze konden dienen tot staving van de „wijze” van gebruik van het merk (vruchtensappen) en eventueel de „plaats” (de modellen dragen Duitse opschriften), dan nog bevatten ze geen aanwijzingen voor de duur en de omvang van dat gebruik.

Ten slotte zij opgemerkt dat het voor verzoekster niet moeilijk zou zijn geweest, meer gegevens aan te dragen om de opsomming in de verklaring onder belofte te onderbouwen, zoals facturen, catalogi of krantenadvertenties. Deze gegevens had zij met name voor de kamer van beroep kunnen overleggen, te meer daar in de beslissing van de oppositieafdeling reeds sprake was van onvoldoende bewijs voor het gebruik van het merk.

Van schending van het recht om gehoord  en schending van het 'lijdelijkheidsbeginsel' is ook geen sprake:

-Aangaande het recht om voor de kamer van beroep zelf te worden gehoord, zij eraan herinnerd dat de beoordeling van de feiten deel uitmaakt van het nemen van de beslissing. Het recht om te worden gehoord heeft betrekking op alle gegevens, feitelijk of rechtens, waarop de beslissing is gebaseerd, maar niet op de beslissing die het bestuursorgaan voornemens is te nemen

-Verzoekster stelt dat het „lijdelijkheidsbeginsel” dat volgens haar in artikel 74, lid 1, van verordening nr. 40/94 is geformuleerd, impliceert dat de kamer van beroep, zolang deze geen reden had om naar aanleiding van een opmerking van interveniënte of andersluidende aanwijzingen in de stukken, te twijfelen aan de geloofwaardigheid van de bij wege van de verklaring onder belofte verstrekte opgaven, niet het recht had, ambtshalve de opgaven te betwisten en aan de verklaring onder belofte slechts een geringere bewijskracht toe te kennen.

Maar gezien het feit dat interveniënte haar aanvraag tot inschrijving van het merk Salvita niet heeft ingetrokken, dat het aan verzoekster was om het normale gebruik van haar merk te bewijzen en dat dit bewijs in casu niet is geleverd, dient te worden geconcludeerd dat het BHIM de oppositie terecht heeft afgewezen, ook al heeft interveniënte de door verzoekster ter ondersteuning van haar oppositie aangevoerde feiten, bewijsmiddelen en argumenten niet betwist en ook al heeft interveniënte de lijst van de in haar inschrijvingsaanvraag bedoelde waren heeft beperkt en daarmee volgens verzoekster impliciet erkend dat het normale gebruik van het merk was bewezen. Lees arrest

IEF 461

omzeilers

Waren vorige maand de "grootschalige uploaders" (verkrijgen van de klantengegevens ) de klos, deze maand is het de beurt aan distributeurs van software. Stichting BREIN heeft twee distributeurs gesommeerd te stoppen met de verspreiding van software waarmee de kopieerbeveiliging van dvd's omzeild kan worden. Volgens BREIN hebben de distributeurs Micromedia en Teledirekt zich schuldig gemaakt aan artikel 29a lid 3 Auteurswet dat het verspreiden van diensten en producten die het mogelijk maken technische beschermingsmaatregelen te omzeilen verbiedt. Het gaat i.c. om het aanbieden van de softwarepakketten DVD X copy Platinum, DVD X copy Gold en DVD Xpress. Micromedia geeft echter aan gestopt te zijn met het aanbieden van het programma op het moment dat artikel 29a lid 3 in werking trad (1 september 2004). Bron: webwereld

IEF 459

Halfvolle kaas ouder dan gedacht?

Doemdenkers vinden halfvol halfleeg en Campina vindt dat Frico de consument misleidt met de ‘primeur’ van halfvolle kaas en  daagt zijn de dochter van Friesland Foods voor de rechter.  ‘Al in 1990 heeft Campina Milner kaas op de markt gebracht. Dat is gemaakt uit halfvolle kaas’, aldus Campina, vandaag op adformatie.nl. Volgens dit eerdre bericht in zibb.nl bedienen de verontwaardige kaasmakers Maaslander( inderdaad, merkregistratie 1044879 28.11.2003 11.30 van Maaslander Halfvol) en Beemsterkaas zich ook al geruime tijd van deze term, maar kennelijk hebben deze bedrijven hun boosheid nog geen juridisch vervolg gegeven. Frico-woordvoerder Jan Feenstra relativeert in dat bericht de kritiek van de concurrentie. 'Andere kazen zijn minder zout, die van ons is minder vet.'

IEF 458

Raad voor intellectueel eigendom?

Persbericht van de tegenstanders van octrooiering van in computers geïmplementeerde uitvindingen + reactie van Van Gennip: "Kamer verkeerd ingelicht over onderhandelingen softwarepatenten. Tijdens het kamerdebat van afgelopen 2 juni over softwareoctrooien heeft staatssecretaris Van Gennip de Tweede Kamer verkeerd ingelicht. In antwoord op rechtstreekse vragen van de heer Vendrik (GroenLinks) meldde de staatssecretaris dat de inzet van haar mensen in Brussel is "zich dus te onthouden van een Nederlands standpunt" totdat zij het met de kamer eens is over wat dat standpunt is. In een kamerbrief van 6 juni wordt nogmaals bevestigd dat "Nederland geen inhoudelijk standpunt over de conceptamendementen zal innemen voordat de inzet van het kabinet is afgestemd met uw Kamer."

Uit gedetailleerde verslagen van een vergadering op 27 mei jongstleden van de "werkgroep van de Raad voor intellectueel eigendom" blijkt dit echter niet te kloppen. Nederlandse ambtenaren nemen actief deel aan de gesprekken en nemen daarbij sterke standpunten in, terwijl de kamer uitdrukkelijk nog alle ruimte zou krijgen om een standpunt in te nemen al dan niet op basis van het rapport van de adviescommissie Giskes. Dit rapport werd afgelopen donderdag door de staatssecretaris gepresenteerd.

In het rapport wordt gepleit voor intrekking van de softwarepatenten richtlijn. "Naar verwachting zal geen enkele Richtlijntekst recht kunnen doen aan de door Nederland in de stemverklaring opgenomen uitgangspunten." Ook wordt vastgesteld dat "wel degelijk sprake kan zijn van octrooien op computerprogramma's" en dat er geen onderscheid te maken is tussen verschillende soorten software. Met andere woorden: de veel gehoorde verhullende term "in computers geïmplementeerde uitvinding" is tóch gewoon hetzelfde als "softwarepatent".

Verder wordt in het rapport een ware waslijst aan problemen vastgesteld.
Volgens de adviescommissie is het een feit dat het principe waarlangs het octrooi systeem moet werken geweld aangedaan wordt omdat beschrijvingen van octrooien niet deugen, is het een feit dat er octrooien verleend worden op zaken die niet eens nieuw zijn, is het een feit dat softwarepatenten misbruikt worden en aldus een innovatieremmend effect hebben en is het een feit dat er tóch octrooien verleend worden op methoden van zakendoen.

Secretaris Ante Wessels van van Vrijschrift.org/FFII heeft de nodige kritiek op de inhoud van het rapport:

"De Adviescommissie stelt dat software technisch is en meent dat software om deze reden patenteerbaar moet zijn. Er kan met evenveel recht gesteld worden dat software niet technisch is, dit is een woordenspel.

Belangrijker is dat hiermee het uitgangspunt dat pure software niet patenteerbaar dient te zijn, verlaten wordt. De Adviescommissie steekt de Rubicon over. De politieke vraag is of we dit willen. De vraag is ook of het verstandig is: nooit is aangetoond dat octrooien op software de innovatie bevorderen, terwijl hier reeds verschillende onderzoeken naar gedaan zijn. Het EU onderzoek moet nog beginnen.

En er is een waslijst aan problemen geconstateerd. Er wordt flankerend beleid voorgesteld, met betrekking tot onder andere interoperabiliteit en kwaliteit. Er is geen enkele zekerheid of en wanneer dit flankerende beleid gestalte zal krijgen. Zullen de problemen ooit opgelost worden, of zullen ze onoplosbaar blijken?

Hoeveel jaren zullen de deuren wagenwijd open staan?

Het is te vroeg om de Rubicon over te steken."

Naar de mening van Vrijschrift is het noodzakelijk dat de richtlijn door het Europees Parlement sterk geamendeerd wordt, om te voorkomen dat de Raadsversie binnen enkele maanden van kracht wordt. Ook geeft Vrijschrift de voorkeur aan een richtlijn die de huidige uit de hand gelopen verleningspraktijk sterk indamt boven het niet tot stand komen van een richtlijn. Vrijschrift steunt de amendementen van FFII die de lijn zoals die door het parlement in 2003 is ingezet voortzet.

Verder worden vraagtekens gezet bij de bewering van de staatssecretaris dat alle spelers in de adviescommissie vertegenwoordigd zijn. In een brief aan de staatssecretaris schrijft Vrijschrift dat deze bewering nuancering behoeft:

"Juist het MKB, een belangrijke bron van innovaties en schepper van zo'n 80% van de nieuwe werkgelegenheid in Europa moest vertegenwoordiging in de Adviescommissie ontberen. De Adviescommissie omvatte naast de Voorzitter een Philips-werknemer, een voormalig directeur van een volle Philips-dochteronderneming en een promovendus.",

Bij het tot stand komen van het politiek akkoord op 18 mei 2004 schreef Minister Brinkhorst de kamer dat er "overeenstemming" was tussen Europees Parlement en Ministerraad, terwijl daarvan geen sprake was. De kamer heeft destijds op basis van onjuiste informatie de minister een mandaat gegeven. Enkele dagen daarna meldde de Minister de kamer dat zijn reeds afgegeven stem "om staatsrechtelijke redenen" niet herroepen kon worden, terwijl dat wel degelijk mogelijk is.

Over Vrijschrift -- www.vrijschrift.nl
Stichting Vrijschrift heeft als doel het bevorderen en het beschermen van intellectuele goederen die vrij te verspreiden en aan te passen zijn. Vrijschrift probeert bewustwoording te realiseren van de betekenis van het publieke domein voor de samenleving. Bescherming van het publieke domein is van groot economisch en maatschappelijk belang en vormt een belangrijke activiteit. Internationaal wordt samengewerkt met de Foundation for a Free Information Infrastructure, de Free Software Foundation, Project Gutenberg en vele andere organisaties.

Over FFII -- www.ffii.org
De Stichting voor een Vrije Informatie-infrastructuur (Foundation for a Free Information Infrastructure) is een non-profit organisatie die gevestigd is in München en zich bezig houdt met bewustmaking rond gegevensverwerking. FFII ondersteunt de ontwikkeling van openbare informatiegoederen gebaseerd op auteursrecht, vrije concurrentie en open standaarden. Meer dan 400 leden, 1000 bedrijven en 60.000 sympathisanten hebben FFII de toestemming gegeven hen te vertegenwoordigen in het publieke debat over exclusieve rechten (intellectuele eigendom) op het gebied van software."

IEF 457

Nog is tien niet verloren

John de Mol heeft besloten alle juridische middelen in te zetten om alsnog het gelijk te krijgen dat de onderneming meent te hebben om TIEN als naam te mogen voeren. De naam Talpa was al ‘next best’ op de interne lijst. Ronald Goes, algemeen directeur van TALPA TV en van de zender Talpa, reageert, volgens de eigen site, nuchter op de ontwikkelingen. Hij zegt: "Wij hebben met verbazing kennis genomen van het oordeel van de rechter. Maar ja, zo gaat dat nu eenmaal in een rechtsstaat en dat moet vooral zo blijven. Wij kunnen ook heel goed uit de voeten met Talpa, een naam die altijd als nummer 2 op onze lijstjes heeft gestaan. Het lijkt me bijna overbodig nog te zeggen dat aan de inhoud van onze televisieplannen natuurlijk helemaal niets verandert."

De Mol blijft verbaasd: "Er zijn toch ook 3 zenders waarin het begrip 5 voorkomt", zegthij in een Ikon-interview tegen Paul Rosenmüller, zo bericht villamedia.nl. Als De Mol na het appèl 'Tien' toch mag gebruiken maar de eerste uitzenddag, 12 augustus, voorbij is, zal 'Tien' worden gebruikt voor de tweede zender die De Mol gaat oprichten. Het interview wordt 18 juni uitgezonden, een fragment is al te beluisteren via het internet.

IEF 456

on-onthullings overeenkomst

Rb. Den Haag, 6 juni 2005, KG 05/435, Stikker.com tegen Nokia. Zaak over Ideeën- en Kennisbescherming en Non-Disclosure Agreements.  Interessante maar onzekere materie, zie bijvoorbeeld ook de opinie van Gielen in NJB 2005/80: 'Betere bescherming van bedrijfsgeheimen: voer artikel 39 TRIPS-verdrag in!'. Dit specifieke vonnis levert helaas niet zoveel op.

‘Stikker.com’, is een internetbedrijfje dat zich bezighoudt met het instandhouden op internet van een door de oprichters bedacht systeem voor het retourneren van gevonden voorwerpen aan de rechtmatige eigenaar. Eind 2003 is Stikker begonnen met de ontwikkeling van een systeem waarmee met gebruikmaking van de faciliteiten van het internet namaakproducten van echte producten kunnen worden onderscheiden. Over dit product is gesproken met Nokia en Stikker en Nokia hebben begin 2004 de standaard Non-Disclosure Agreement (NDA) van Nokia ongewijzigd ondertekend.

Daarna heeft Stikker haar systeem gepresenteerd bij Nokia. Eind 2004 heeft Nokia in de pers een nieuw programma aangekondigd voor de bestrijding van namaak Nokia batterijen. Stikker heeft Nokia daarop laten weten overleg te willen over de voorwaarden van het gebruik van haar programma en heeft haar vervolgens bij gebrek aan een reactie laten weten dat zij in strijd handelt met de afspraken van de NDA.

Ondertussen wordt echter  ook door Stikker toegegeven dat een aanzienlijk deel van hetgeen zij aan Nokia heeft gepresenteerd reeds door Nokia zelf was ontwikkeld in het kader van het zogenaamde “Britney-project” uit november 2003. In feite gaat het thans vooral om de vraag of Nokia, zoals zij stelt, zelfstandig (en nadien) op het idee is gekomen om, in het geval van een op zich juiste maar eerder al ingevoerde code, de gebruiker te adviseren wat te doen al naar gelang of hij wel of niet de code zelf heeft ontbloot

Voorzieningrechter vindt deze stelling van Nokia niet dadelijk ongeloofwaardig en valt het geenszins uit te sluiten dat Nokia in een daartoe strekkende arbitrage de stelling dat ook dit deel door Nokia zelfstandig is ontwikkeld  voldoende hard zal kunnen maken.  Voor nadere bewijslevering, waarbij het horen van getuigen noodzakelijk lijkt, is in het kader van dit kort geding evenwel geen plaats

Aan de andere kant is de Vzngr. voorshands niet overtuigd geraakt door het pleidooi van Nokia dat zij niet geacht kan worden de NDA overtreden te hebben omdat zij niet werkelijk de vraag stelt of de gebruiker de code zelf heeft ontbloot doch slechts de gebruiker informeert respectievelijk adviseert over wat in dat geval te doen. Niettemin is ook dit verweer niet volstrekt kansloos, zodat het aan de onzekerheid omtrent de uitkomst van de aanhangig te maken arbitrage bijdraagt

De Vzngr. wijst het door Stikker gevorderde af. lees vonnis

IEF 455

Tien wordt Talpa

Naar aanleiding van het vorige week gewezen vonnis, heeft John de Mol besloten de naam Tien te wijzigen in Talpa. Nu.nl bericht: "Liever had hij zijn televisiezender een andere naam dan Talpa gegeven, om het verschil tussen de verschillende bedrijven aan te geven. Toch laat het Talpa-management maandag weten dat de naam Talpa altijd al 'next best' was op de lijst die intern circuleerde."

Ook de domeinnaam talpa.nl is eigendom van John de Mol (zie eerder bericht). De Mol zou de de domeinaam vrijdag hebben gekocht voor 'enkele duizenden euro's.'

IEF 454

OHIM ‘definieert’ model

Wat is nu een Gemeenschapsmodel en wat niet? Het OHIM heeft een Practice Notice uitgevaardigd, waarin het Bureau een aantal voorbeelden geeft.

  • een enkele kleur  – geen model, al kan kleur als wél een element van een model zijn;
  • geuren – geen model, aangezien het geen onderdeel is van het uiterlijk van een product;
  • woorden in gebruikelijk lettertype – geen model;
  • woorden in ongebruikelijk lettertype/gecombineerd met een figuratief element – kan een model zijn;
  • muziek en geluiden – geen model;
  • muzikale notatie – kan een model zijn wanneer het toegepast is op een product;
  • levende planten – geen model, aangezien levende planten niet worden gezien als producten;
  • blauwdrukken, bouwkundige plannen – deze kunnen geen model zijn voor het gebouw/het intereur, etc. waar de blauwdruk c.q. de plannen in resulteren;
  • foto’s – kunnen een model zijn.
IEF 453

Respect

Het Brabants Dagblad meldt dat Remia en Unilever hun tube-ruzie hebben bijgelegd. "In een gezamenlijke verklaring stellen ze ’veel belang te hechten aan het onderscheidend vermogen van de verschillende merken’ en ’respect te hebben voor elkaars merken’. Om verwarring op het sauzenschap te voorkomen zullen de kleurverschillen tussen de gele tubes fritessaus worden vergroot. De flessen van de overige snacksauzen houden hun kleur." Volgens Charles Gielen, advocaat van Remia, was het toeval dat Remia Unilever zo vlak na het juridische geschil tussen Unilever en Albert Heijn wilde aanklagen.

IEF 452

Wipo Magazine

Nieuw nummer van het Wipo Magazine, met een, natuurlijk zeer genuanceerde, terugblik op de Wereld IE Dag: "The response to World IP Day this year was the best yet, with events across the world celebrating the Think, Imagine, Create theme, aimed particularly at young people. This month’s issue picks up the theme with a round-up of World IP Day activities, a meeting with some young inventors from Iran, and the inspiring story of a young architect from Burkina Faso, whose creativity and vision has brought new hope a community in one of the world’s poorest countries." Lees meer.

IEF 451

Prioriteit

Uit een brief van de minsiter van justitie, d.d. 13 oktober 2004 betreffende 'Prioriteiten auteursrechtbeleid':

"Landelijk auteursrechtplatform. Het auteursrecht bevindt zich in een snel wisselende, tegenwoordig vooral technologisch bepaalde omgeving. Nieuwe ontwikkelingen kunnen nopen tot reflectie op het huidige beleid. Daarbij is een permanente dialoog met de stakeholders, zoals rechthebbenden, gebruikers, publieke instellingen en het bedrijfsleven in algemene zin, van groot belang. Die dialoog bestaat op zich al bij de voorbereiding van wetswijzigingen vindt traditioneel een uitvoerige raadpleging van belanghebbenden plaats-, maar een vaste structuur daarvoor ontbreekt nog. De instelling van een landelijk platform auteursrecht, onder leiding van mijn departement, waarin representatieve organisaties van rechthebbenden, gebruikers, het bedrijfsleven, de overheid en collectieve beheersorganisaties zijn vertegenwoordigd, zou die leemte kunnen opvullen."

De vormgeving daarvan zal nader worden onderzocht. Zo'n platform zou niet moeten treden in de traditionele advisering door de Commissie auteursrecht. Het zou ook geen adviesorgaan hoeven te zijn, maar eerder een periodiek ontmoetingspunt voor de uitwisseling van gedachten, knelpunten en nieuwe initiatieven. Daarmee kan de basis worden gelegd voor een forum, bijvoorbeeld op publiek-private grondslag, voor een duurzame maatschappelijke dialoog over zaken zoals nieuwe (technologische) ontwikkelingen, het toekomstige auteursrechtbeleid, alternatieve geschillenbeslechting, de wenselijkheid van een fonds voor niet-traceerbare rechthebbenden, de één-loket-gedachte bij de incasso van rechten en, idealiter, voor zelfregulering en brancheoverstijgende afspraken. 

Uit een volgend verslag van een schriftelijk overleg, vra2004just-43:

"l. Landelijk auteursrechtplatform Het kabinet stelt voor een landelijk auteursrechtplatform in het leven te roepen. Een dergelijk platform zou echter niet de Commissie auteursrecht in de wielen mogen rijden, en zou ook niet mogen optreden als adviesorgaan voor de overheid. Het is hooguit een ontmoetingspunt voor de uitwisseling van gedachten, voor een maatschappelijke dialoog.

Op zich hebben de leden van de CDA-fractie daar niets tegen, maar voorwaarde is wel dat het dan groots wordt opgezet en dat er brede participatie vanuit het veld is. Deze leden dringen erop aan op korte termijn met een 7 uitgewerkt plan te komen, waarbij tijdspad, plan van aanpak en exacte bedoeling beschreven worden. Graag de visie van het kabinet hierop. Het kabinet is voornemens een landelijk auteursrechtplatform op te richten, althans de vormgeving ervan zal nader onderzocht worden.

De leden van de VVD-fractie vragen echter wat de noodzaak van een dergelijk platform is. Deze leden zijn van mening dat de dialoog, die dan met alle partijen zou moeten ontstaan, via de bestaande kaders zou kunnen worden gerealiseerd. Gaarne ontvangen zij hierop een reactie van het kabinet.

De SP-fractie is zeer geïnteresseerd in het voorstel om een landelijk platform auteursrecht in te stellen. Kan het kabinet aangeven wanneer het onderzoek naar een dergelijk platform wordt gestart en wie daarbij betrokken zullen worden?   

www. auteursrechtplatform.nl is nog vrij

IEF 450

Reclamecode wordt dikker

Eind vorige week is een code voor voedingsmiddelenreclame aangenomen door de Reclame Code Commissie. De nieuwe code is opgesteld door de levensmiddelenindustrie zelf en is gericht op het tegengaan van overgewicht (obesitas). Vorig jaar werd een eerder recalmescode van de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) nog door minister Hoogervorst afgekeurd

In de nieuwe code is opgenomen dat gezondheidsclaims altijd moeten zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en informatie over het product moet volledig en juist zijn. Het tonen van overmatige consumptie is verboden bij de marketing van producten en een product mag niet de suggestie wekken dat het gebruik van een product extra aanzien of status geeft onder leeftijdsgenoten. Ook mag er geen `0 procent vet' staan op producten die nooit vet bevatten, zoals frisdrank of sommige snoepjes. Verder mogen kinderidolen niet actief (dus wel passief?) een product aanprijzen en in het primair onderwijs wordt voedingsmiddelenreclame helemaal verboden. Niet iedereen is tevreden. Volgens de Consumentenbond is het ‘een waardeloze code’.

De bond wil dat iedere zweem van gezondheid om ongezonde producten wordt verboden. Dat producten als vetvrij worden aangeprezen terwijl ze wel veel suiker bevatten vindt de bond niet in de haak en reclame voor voedingsmiddelen met veel suiker, vet en zout zou helemaal niet meer mogen worden uitgezonden op bepaalde tijden en rond kinderprogramma's.

De website van de RCC zwijgt vooralsnog in alle talen over de nieuwe code. Zie ook hier, voor de vorige week gedeeltelijk afgewezen Europese variant. Website FNLI hier.

IEF 449

Ondertussen in het Verenigd Koninkrijk

De Sunday Times bericht dit weekend dat  “The government wants to extend copyright laws to ensure pop songs are protected for almost twice as long as the current 50 years. James Purnell, the new minister for creative industries, believes the change will allow record companies to generate extra revenue to look for new talent and nurture it.”

Gedacht wordt aan een termijn van 90 jaar, gelijk aan nog niet zo lang geleden verlengde Amerikaanse beschermingsduur. En als Amerika en Engeland een termijn van 90 jaar kennen, zal het misschien niet lang duren voordat Nederland volgt. De discussie over verlenging is hier 10 jaar geleden al gevoerd, dus die kan alvast grotendeels worden overgeslagen.

IEF 447

weliswaar uiterst amusant

Deng laat het er niet bij zitten en gaat in hoger beroep. Over het vonnis in de zaak Nijntje - Lijntje, zie hier, meldt het juni nummer van het vlaamse tijdschrift: "Het is weliswaar allemaal uiterst amusant, maar laten we toch maar hopen dat deze onsamenhangende nonsens straks geen officiële rechtspraak wordt. Daarom gaat Deng tegen dit vonnis in beroep. In afwachting daarvan kunt  de fantastische Deng met Lijntje op de cover, mocht u hem gemist hebben, niet meer nabestellen. In afwachting van de behandeling in beroep, moeten en zullen we dit vonnis namelijk correct uitvoeren. We hebben geen zin om dwangsommen te betalen. Zijn we niet keurig?" Lees hier het hele redactioneel.

IEF 446

Bij de Notaris

Nog onbekend met het vonnis interviewde de VPRO gids onder de noemer '9x10' negen ondernemers die zich al wat langer van (een variant op) de naam Tien bedienen. "Een belletje kon er niet af." Eén reactie is hier het vermelden waard. Presentator Cees Grimbergen van Rondom Tien: "De NCRV heeft een batterij advocaten in stelling gebracht omdat ze al in 1910 het woord 'tien' wettelijk heeft gedeponeerd bij de notaris. Zeer vreemd dat John de Mol ons niet gebeld heeft. Dat zijn zender ook met een hoofdletter wordt geschreven is extra schandalig want zo schrijven we Rondom Tien ook. Dit muisje krijgt nog een staartje." (VPRO gids nr. 23)

IEF 445

Oud zeer

Het Guiness Book of Records zou er op nagekeken moeten worden, maar Shell zou wel eens te maken kunnen hebben met de oudste domeinnaamkaper ooit. Een 88-jarige Britse legerveteraan heeft de domeinnaam www.royaldutchshellplc.com voor de neus van Koninklijke Olie/Shell weggekaapt, zo meldt Zibb. “Hij schijnt er nog een paar te hebben”, aldus een woordvoerder van Shell. Het een en ander zou het gevolg zijn van een zakelijk geschil. Of hier sprake is van een soort IE gijzeling is niet duidelijk.  

De website bevat een grote hoeveelheid artikelen over het olieconcern. Hierbij worden met name de problemen waarmee Shell de afgelopen tijd is geconfronteerd benadrukt. Shell heeft inmiddels een arbitragezaak aangespannen bij het WIPO.

IEF 444

Verdachtenexeptie (2)

In aansluiting op dit bericht over auteursrecht en opsporingsaffiches:de politie Friesland heeft inmiddels de gezochte vrouw gearresteerd. Het is onbekend of zij inmiddels aangifte van inbreuk heeft gedaan of een civiele procedure is begonnen tegen de vermeendelijk door haar bestolen winkelier.

IEF 443

Geen 5 voor 10, zelfs geen 10 voor 10

In tegenstelling tot eerdere berichten (zie hieronder) wil SBS haar aanspraak op 'Tien' niet verkopen aan Talpa. Of SBS de naam inderdaad voor 5 miljoen te koop heeft aangeboden liet een woordvoerder vrijdag in het midden, omdat de gesprekken donderdag vertrouwelijk waren. SBS-topman P. Tillieux heeft zelfs geen zin meer om met Talpa om tafel te gaan zitten. "De naam Tien is niet te koop. Al zou Talpa 10 miljoen euro bieden, dan nog zeggen we nee. Voor ons is dit een principiële kwestie." "Talpa klapte erover uit de school, maar dat gaan wij niet doen. Feit is nu dat de naam niet te koop is." De advocaat van Talpa zou vrijdag zijn excuses hebben aangeboden voor het feit dat zijn cliënt de vertrouwelijkheid van het op initiatief Talpa gehouden gesprek van donderdag heeft geschonden. (bron: nu.nl)

IEF 442

BioID geen geschikte ID

Conclusie AG Philippe Léger, 2juni 2005, zaak C 37/03 P, BioID AG tegen OHIM. (nog niet in het Nederlands beschikbaar)

AG is het in resultaat eens met het eerdere oordeel van het GvEA dat het merk ieder onderscheidend vermogen mist, maar coorrigeert het Gerrecht in de onderliggende argumentatie betreffende het onderscheidend vermogen van de beeldelementen.

"Auch wenn diese Bestandteile, denen für sich genommen keine Unterscheidungskraft in Bezug auf die betreffenden Waren und Dienstleistungen zukommt, für die Präsentation der von der Anmeldung erfassten Waren und Dienstleistungen im geschäftlichen Verkehr gewöhnlich verwendet werden können, bedeutet dies allein nicht, dass sie für diese Waren und Dienstleistungen ohne jede Unterscheidungskraft sind."

AG bekijkt het merk daarna nog een keer en komt tot de conclusie dat het beeldmerk BioID ook zo bekeken geen enkel onderscheidend vermogen heeft.


78.   Das Gericht hat nämlich aus dem Umstand, dass die Bestandteile des streitigen Zeichens für die Präsentation der in der Anmeldung genannten Waren und Dienstleistungen im geschäftlichen Verkehr gewöhnlich verwendet werden könnten, gefolgert, dass diese Bestandteile nicht unterscheidungskräftig seien.

79.   Wie jedoch oben erläutert wurde, ist dieses Kriterium zwar für Bestandteile relevant, die wie hier der Wortbestandteil „BioID“ die in der Anmeldung genannten Waren oder Dienstleistungen oder ihre Merkmale beschreiben, nicht jedoch für Bildbestandteile wie die Schriftart Arial, einen einfachen Punkt oder den Bestandteil ®. Auch wenn diese Bestandteile, denen für sich genommen keine Unterscheidungskraft in Bezug auf die betreffenden Waren und Dienstleistungen zukommt, für die Präsentation der von der Anmeldung erfassten Waren und Dienstleistungen im geschäftlichen Verkehr gewöhnlich verwendet werden können, bedeutet dies allein nicht, dass sie für diese Waren und Dienstleistungen ohne jede Unterscheidungskraft sind.

101. Wie oben dargelegt, setzt sich das streitige Bildzeichen aus einem Wortbestandteil, dem Wortzeichen „BioID“, sowie Bildelementen zusammen, die zum einen aus den typografischen Merkmalen dieses Wortzeichens und zum anderen aus den hinter dem Wortzeichen platzierten grafischen Elementen, nämlich einem Punkt und dem Zeichen ®, bestehen.

102. Was das Wortzeichen „BioID“ betrifft, so ist festgestellt worden, dass es von den maßgeblichen Verkehrskreisen, die aus Personen bestehen, die über die betreffenden Waren und Dienstleistungen gut unterrichtet sind, als Verbindung der beiden Abkürzungen „Bio“ und „ID“ in der Bedeutung „biometrical identification“ (biometrische Identifikation) verstanden werden kann. Wir haben ebenfalls gesehen, dass es sich bei der biometrischen Identifikation um eine der technischen Funktionen der in der Anmeldung genannten Waren handelt, und dass sie unmittelbar auf eine der Eigenschaften der im Antrag genannten Dienstleistungen Bezug nimmt oder mit diesen in einem engen funktionellen Zusammenhang steht. Somit steht fest, dass die Abkürzung „BioID“ als Wortbestandteil des Zeichens nur ein Merkmal der in der Anmeldung genannten Waren und Dienstleistungen beschreibt und hinsichtlich dieser Waren und Dienstleistungen nicht unterscheidungskräftig ist.

103. Was die Bildbestandteile des streitigen Zeichens anbelangt, so ist zunächst hinsichtlich der zur Darstellung des Wortzeichens „BioID“ verwendeten Schreibweise festgestellt worden, dass die Schrift Arial im geschäftlichen Verkehr gewöhnlich verwendet wird. Aus den Erörterungen geht ebenfalls hervor, dass der Punkt hinter dem Wortzeichen „BioID“ üblicherweise als letzter Bestandteil einer Wortmarke verwendet wird, um darauf hinzuweisen, dass eine Abkürzung vorliegt. Was den Bestandteil ® betrifft, so zeigt er im Allgemeinen an, dass das mit ihm verbundene Zeichen als Marke für ein bestimmtes Gebiet eingetragen ist.

104. Diesen Feststellungen lässt sich entnehmen, dass keinem der Bildbestandteile des streitigen Zeichens für sich genommen eine besondere Unterscheidungskraft in Bezug auf die in der Anmeldung genannten Waren oder Dienstleistungen zukommt. Das streitige Zeichen besteht somit aus einem Wortbestandteil, der die Merkmale der betreffenden Waren und Dienstleistungen beschreibt, und aus Bildbestandteilen, die für sich genommen in Bezug auf diese Waren und Dienstleistungen ebenfalls nicht unterscheidungskräftig sind.

105. Die Betrachtung des von der Marke als Ganzem hervorgerufenen Gesamteindrucks führt zu der Feststellung, dass das Zusammenspiel dieser verschiedenen Bestandteile nicht geeignet ist, der Marke Unterscheidungskraft zu verleihen. Der Wortbestandteil „BioID“ ist offensichtlich der dominierende Bestandteil, der bei der Untersuchung des streitigen Zeichens als Ganzem hervorsticht. Die für diesen Bestandteil verwendete Schreibweise ist gewöhnlich. Was den Punkt und den Bestandteil ® betrifft, so ist ihre Bedeutung für das Zeichen im Vergleich zu dem Wortbestandteil „BioID“ völlig zu vernachlässigen.

106. Somit ist festzustellen, dass die Bildbestandteile des Zeichens die mögliche Bedeutung des Wortzeichens „BioID“ für die maßgeblichen Verkehrskreise und somit dessen beschreibenden Charakter in keiner Weise beeinträchtigen können. Vielmehr kann man sagen, dass sie diese Bedeutung verstärken oder zu ihr beitragen. Wie bereits festgestellt, werden die beiden letzten Buchstaben des Wortzeichens „BioID“ groß geschrieben, während die vorangehenden Buchstaben klein geschrieben sind. Ferner ist die Strichstärke der beiden letzten Buchstaben „ID“ schmaler als die Strichstärke der drei vorangehenden Buchstaben. Die unterschiedliche Schreibweise verstärkt den Eindruck, dass das Wortzeichen „BioID“ aus den beiden gesonderten Bestandteilen „Bio“ und „ID“ zusammengesetzt ist. Ebenso bestätigt der Punkt hinter dem Wortzeichen entsprechend seiner gewöhnlichen Bedeutung im Bereich der Marken, dass es sich bei dem komplexen Zeichen „BioID“ um Abkürzungen handelt.

107. Daraus lässt sich die Schlussfolgerung ziehen, dass dem streitigen Zeichen in Bezug auf die betreffenden Waren und Dienstleistungen keine Unterscheidungskraft zukommt. Somit ist die Klage von BioID gegen die streitige Entscheidung abzuweisen. Lees arrest.