IEF 543

Look-a-likes (3)

Vonnis van de Vzngr. Rb Breda nog niet gezien, maar wat Sylvia Millecam niet lukte, lukt Katja Schuurman wel. Zibb.nl bericht dat zoekmachine iLocal zijn reclamecampagne met een parodie op concurrent Gouden Gids moet rectificeren (zie eerdere berichten). Het door iLocal afgebeelde model lijkt teveel op Katja Schuurman en zou daarmee inbreuk maken op haar portretrecht.

Directeur Bernd Klaasse Bos van iLocal is teleurgesteld, maar ziet ook mogelijkheden. ILocal moet op alle plaatsen waar het geadverteerd heeft een rectificatie plaatsen op een-achtste van de pagina. 'Maar de rechter heeft erbij gezegd dat we ons logo ook in die rectificatie mogen gebruiken. We denken er nu over bijvoorbeeld een hele pagina in De Telegraaf te plaatsen in onze eigen huisstijl, met in een hoekje de rectificatie.

 

IEF 542

Advertising Property

Annotatie Jan Kabel/Laura Fresco bij Vzngr. Rb. Amsterdam 13 januari 2005 (McDonald's / Burger King), IER, 2005-3, p. 194-199. Interessante noot over het begrip 'Advertising Property', overgewaaid uit de VS, wat zoveel wil zeggen als alles waaraan een adverteerder herkend kan worden en wat een adverteerder daarom graag zou willen beschermen. Zou willen, want tussen droom en daad staan nog altijd wetten in de weg, en praktische bezwaren. In het besproken vonnis moet eiser McDonald's weliswaar uiteindelijk aan het langste eind, maar moet daarvoor wel veel incasseren.     

"Zogenaamde Advertising Properties worden hier tegen belachelijk maken beschermd. Het gaat hier niet om een parodie (in de heel ruime zin van het woord) op een merk, omdat er volgens dit vonnis geen sprake is van gebruik van het merk zoals het is gedeponeerd. Wat wel zichtbaar is van de advertising property van McDonald's, is de standaarduitrusting van een clown en die is als zodanig niet voor merkenrechtelijke bescherming vatbaar. Een uitdrukkelijke parodie-exceptie is ook vreemd aan het merkenrecht, zeker als het, zoals hier, om een parodie in commerciële verhoudingen gaat." Lees annotatie hier.

IEF 541

Vrijdagmiddagberichten

- VIllamedia bericht dat de hele redactie van vakblad ReclameWeek de week enkele dagen niet bereikbaar was. Men volgde collectief een stoomcursus Rechtszaken in Nederland anno 2005. Omdat het zonder deze juridische kennis ondoenlijk blijkt een vakblad over reclame, media en marketing vol te schrijven, zoals de hoofdredactionele column meldt.

- In aansluiting op het vrijdagmiddagbericht van vorige week: IP Partner Richard Phillips, die bekend werd door een ruzie met zijn secretaresse over wat gemorste ketchup, vertrekt bij het kantoor Baker & McKenzie's. lees hier meer.

Overigens heeft Heinz ook gereageerd op de affaire: "Michael Mullen, the director of European Corporate Affairs for Heinz Europe, said that the company - which sells 120 million bottles of tomato ketchup a year in Britain - would be more than willing to ensure that Mr Phillips's trousers were free of unsightly stains. "Vinegar diluted with water is a quick and easy home remedy for removing ketchup," Mr Mullen told The Sunday Telegraph informatively, "but we are happy to pay Mr Phillips' dry cleaning bill instead. "After all, why should Ms Amner (de secretaresse) pay the price for enjoying the world's favourite ketchup?" meer hier.

IEF 540

Ondertussen in Italië

Waarschuwing voor IE-juristen die de vakantie willen benutten om hun vitrine met nepartikelen aan te vullen: een 60-jarige Deense toerist heeft in Italië een boete van 10.000 euro opgelegd gekregen, nadat ze voor tien euro een nagemaakte zonnebril van een exclusief merk had gekocht bij een straatventer in het plaatsje Ventimille. Ook andere (Italiaanse) toeristen zouden zijn beboet.

De Italiaanse regering hoopt met aangescherpte wetten en hoge boetes de verkoop van nepmerkartikelen terug te dringen. Of dit zero tolerance beleid alleen voor toeristen geldt en welk merk het betrof vermeldt het bericht niet. Wanneer binnen twee maanden wordt betaald, hoeft overigens slechts een derde van de boete te worden overgemaakt.

IEF 539

Waren en diensten

Zou medicijn tegen rode, gevoelige en al of niet schilferende aandoeningen van de (hoofd)huid zoals psoriasis vulgaris en atopisch eczeem, afbreuk kunnen doen aan de goede naam en reputatie van een advocatenkantoor?
IEF 538

Turkse overmacht

Arrest GvEA, 22 juni 2005, zaak T-34/04. Plus / OHIM - Bälz en Hiller (Turkish Power). Plus Warenhandelsgesellschaft mbH gebruikt het woordmerk POWER voor tabak e.d. Zij stelde oppostitie in tegen het woord- en beeldmerk Turkish Power dat eveneens gebruikt wordt voor de waren in klasse 34 (tobacco, smokers' articles and matches). Tussen de woorden "Turkish" en "Power" is een leeuwenkop afgebeeld. 

Het GvEA bevestigt het oordeel van het Second Board of Appeal dat als volgt luidde:

"the verbal element ‘Turkish’ of the sign sought and its figurative element, which consists of a lion’s head, could not be overlooked and that, even if the lion’s head alluded to the idea of strength, it was not a straightforward transposition of that idea. Moreover, the Second Board of Appeal stated that the element ‘Turkish’ could not be neglected either as it was important at a visual and aural level and that the overall meaning of the terms ‘Turkish power’ differed from that of the term ‘power’."

In de beoordeling of er sprake van verwarringsgevaar tussen beide merken aanwezig is, oordeelt het GvEA negatief:

The earlier national mark is a word mark, whilst the competing sign is covered by an application for registration as a figurative Community mark made up of the two terms ‘Turkish’ and ‘power’ separated by a roaring lion’s head with an elaborate mane. (rov 49); On account of its central position, this figurative element gives the sign sought a visual structure which is completely different from that of the earlier national mark. (rov 53) Nevertheless, the figurative element showing the lion’s head is, by virtue of its abovementioned characteristics, of such a kind as to neutralise, to a great extent, the relative conceptual similarity of the two conflicting signs arising from their common component ‘power’. (rov 62)

Het verweer dat het element "Power " het dominante bestanddeel in "Turkish Power" zou vormen wordt eveneens verworpen door het GveA:

It is not therefore evident that the element ‘power’ constitutes the dominant component of the sign sought, as maintained by the applicant, nor that it determines the overall impression given by the latter to the point that there is a clear likelihood of confusion on the part of the relevant German public. (rov 71)

 

IEF 537

Uitstel (tot afstel?) van executie

Vers op rechtspraak.nl, het vonnis volgend op dit bericht dat Cordis Roden zou moeten sluiten:  Voorzieningenrechter Rechtbank Assen, 23 juni 2005, LJN: AT8164, 52213 / KG ZA 05-90. Cordis tegen Schneider.

Interessant vonnis. Mens verslaat Mammon, althans voorlopig. De Rechtbank Assen schorst de door Schneider aangevangen executie van het tussen partijen op 8 juni 2005 door de rechtbank ’s-Gravenhage gewezen vonnis, omdat de belangen van de Rodense werknemers die hun baan dreigen te verliezen opwegen tegen de eventuele financiële schade van Schneider. In het genoemde vonnis had de rechtbank ’s-Gravenhage Cordis onder meer verboden directe inbreuk te maken op Europees octrooi 0 650 740, in het bijzonder door onder de bescherming van dat octrooi vallende katheters (voor andere producten) in Nederland te vervaardigen, in te voeren, te leveren, te verkopen of in voorraad te hebben. Daarnaast was Cordis geboden producten terug te halen en een nog nader te bepalen schadevergoeding te betalen. Het vonnis mag nu niet geëxecuteerd worden totdat in hoger beroep in de zaak in Den Haag is beslist.

"In dit verband is nog relevant dat ook niet weersproken is dat na executie van het arrest van het Haagse Hof in de zaak Medinol/Cordis bij Cordis inderdaad 60 arbeidsplaatsen zijn verdwenen, terwijl nadien het octrooi, waar het om ging, door de Kamer van Beroep van het Europees Octrooibureau te Munchen is herroepen. De kosten van een bedrijfsverplaatsing zijn bovendien aanzienlijk. Voor een deel gaat het om schade, die achteraf onherstelbaar is. Uit het vonnis van de rechtbank ’s-Gravenhage blijkt niet dat met deze feiten rekening is gehouden.

Cordis heeft aldus een zeer zwaarwegend belang bij schorsing van de executie. Vergeleken bij het bovenomschreven belang van Cordis bij schorsing van de executie is het belang van Schneider bij onmiddellijke executie onvoldoende geconcretiseerd. Schneider heeft zich daarbij vooral beroepen op de belangen die in het algemeen zijn gemoeid bij een handhaving van het octrooirecht. Zij heeft onvoldoende aangegeven, waarom het in dit concrete geval zo urgent is, dat aan het reeds langere tijd bestaande gebruik van het betreffende octrooi door Cordis stante pede een eind wordt gemaakt. De financiële schade die Schneider ondervindt door mogelijk onterecht gebruik hangende het appel is bovendien makkelijker herstelbaar dan het verlies van arbeidsplaatsen bij onmiddellijke executie. Lees vonnis.

IEF 536

Langs rijkswegen

Het antwoord van minister Peijs (VenW) op kamervragen van SGPer Van der Staaij ("Klopt het bericht, dat u zich inzet voor de realisatie van een zeer grote en hoge reclamemast met erotische boodschappen langs de A4 ter hoogte van Alkemade?") geeft een aardig inzicht in het reclamebeleid voor de rijkswegen. Minister zet zich uiteraard niet voor in voor zo'n mast en legt het even uit.

"Mijn beleid blijft gericht op terughoudendheid ten aanzien van reclame-uitingen langs rijkswegen om afleiding van de rijtaak zoveel mogelijk te voorkomen. Dit beleid dat is neergelegd in de Richtlijnen Bewegwijzering, komt erop neer dat RWS op haar eigen grondgebied in principe geen reclame toestaat (met een kleine uitzondering voor de wegrestaurants en benzinestations) terwijl RWS via de daartoe geëigende juridische procedure van inspraak en bezwaar en beroep optreedt tegen reclame buiten haar eigen grondgebied dat gericht is op de weg en die in haar ogen verkeersonveilig is.

Centraal staat de verkeersveiligheid. Uit de geanalyseerde ongevallencijfers van de afgelopen jaren blijkt ter plaatse van Roelofarendsveen geen enkele relatie met de aanwezige reclameborden aantoonbaar. Dat wordt ook niet verwacht bij de verplaatsing van de reclameborden. In de, reeds jaren terug, ingezette verwerving van de A4 gaat het om een verplaatsing van reeds aanwezige reclameborden en om opgebouwde rechten van een exploitant.

De uitingen op de reclameborden worden beoordeeld door de Reclame Code Commissie. Ik heb geen reden om aan te nemen dat de huidige reclameborden meer of minder afleiden dan andere reclameborden."

IEF 535

Evaluatie Drank- en Horecawet

"De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende, dat de Kamer verschillende malen heeft uitgesproken dat het alcoholgebruik onder jongeren moet worden teruggedrongen en dat reclame direct of indirect gericht op jongeren derhalve niet acceptabel is; overwegende, dat zelfregulering tot onvoldoende vermindering van alcoholreclame leidt die door jongeren gezien of gehoord wordt;verzoekt de regering om de Kamer voor eind 2005 inzicht te geven in de effecten van de afspraken met betrekking tot de zelfregulering, het aantal getoetste reclames, afgewezen reclames, de opgelegde boetes, de tijdstippen waarop reclames worden uitgezonden en gedane studies over gedragsbeïnvloeding door alcoholreclame op jongeren hierbij te betrekken, en gaat over tot de orde van de dag." Motie van de leden Timmer en Van der Staaij, Kamerstuk 29894,nr. 6 

IEF 534

Programmagegevens in 2007/2008 vrij

In de strijd om de bescherming van de programmagegevens delven de omroepen in ieder geval vanaf 2007 of 2008 het onderspit.  Andere uitgevers mogen dan ook  tv-gidsen met weekprogramma's gaan uitgeven. Dit is het resultaat van onderhandelingen tussen CDA, VVD en D66 met betrekking tot het akkoord over de publieke omroep . (bron: medialog)

IEF 533

Wanneer is een Edit van een nummer hitmuziek?

Wat kan nu precies beschouwd worden als hitmuziek? Deze vraag was de inzet van het kort geding dat Slam!FM tegen het Agentschap Telecom had aangespannen. Het Agentschap Telecom was van mening dat Slam!FM te veel hitmuziek ( commerciële hits) draaide dan was toegestaan onder de uitzendvergunning en had daarom aan Slam!FM een boete opgelegd.

De Rotterdamse rechtbank heeft gisteren de eis van Slam!FM om het besluit waarbij de boete was opgelegd te schorsen afgewezen. Tevens hoeft naar het oordeel van de rechter het Agentschap Telecom niet terug te komen op haar besluit.

Onder de uitzendvergunning mag één bekend nummer per uur gedraaid worden. De methode van Slam!FM om toch meer van deze nummers te kunnen draaien - het maken van speciale Slam FM-edits van hits - is een schending van de uitzendvergunning. Volgens de door het Commissariaat voor de Media opgetrommelde deskundigen verschilden deze edits maar weinig van de hitversies in de hitparades. Edits van platenmaatschappijen mogen dan weer wel uitgezonden worden zonder de vergunning te overtreden. (bron: www.3voor12.nl)

IEF 532

gratis ideeën

FD van vandaag: Een creatief idee is geen cent meer waard. Artikel van Richard Smit over de ideeënhandel in de reclamewereld. "Wat ondenkbaar zou zijn voor architecten of accountants is voor reclamemakers heel gewoon. Ze geven - in de jacht op nieuwe opdrachten - hun ideeën gratis weg." Reclamebureaus die meedingen naar de opdracht dienen steeds vaker  de rechten op de ontwikkelde creatieve concepten en bijbehorende materialen over te dragen aan de opdrachtgever. Ook als ze de opdracht uiteindelijk niet krijgen.

Adverteerders zouden zo het risico op schadeclaims willen vermijden wanneer bureaus vergelijkbare concepten presenteren. Bovendien zijn ze bang dat afgekeurde ideeën aan anderen worden aangeboden. 'Alsof je in een winkel een mooi pak kiest en ze de andere pakken niet meer mogen verkopen.' Adverteerders kopen op deze manier niet meer de creatieve producten van een reclamebureau, maar het serviceapparaat.

Omdat het een internationale ontwikkeling is, kunnen Nederlandse reclamebureaus er  maar weinig aan doen. Brancheorganisatie  Vea waarschuwt aangesloten bureaus tegen bepaalde opdrachtgevers en komt binnenkort met een soort 'pitch checklist' om bedrijven te helpen bij een bureauselectie. Tijd voor een wet of een code? (of gewoon weer een heffing natuurlijk).

IEF 531

Politiek ontdekt RCC

Na kamervragen over 'De Hand Van God' en 'Dump Je Schatje' is het nu De Partij voor de Dieren die zich beklaagt over de RCC. "De PvdD  roept op tot een fundamentele discussie over het functioneren van de Nederlandse Reclame Code en de Reclame Code Commissie naar aanleiding van haar uitspraak dat spotjes van ProefdierVrij in strijd zouden zijn met de Reclame Code omdat er onvoldoende in duidelijk gemaakt zou worden hoe zwaar de voorschriften zijn voor het doen van dierproeven. Los van het feit dat veel is af te dingen op die voorschriften en de naleving daarvan, is het een goede gewoonte van de Reclame Code Commissie in het kader van de vrijheid van meningsuiting veel vrijheid te laten bij het uitdragen van denkbeelden."

Persbericht Pvdd. PvdD roept op tot discussie over werking Reclame Code Commissie nav uitspraak ProefdierVrij
17-06-2005

Amsterdam, 17 juni 2005 - De Partij voor de Dieren roept op tot een fundamentele discussie over het functioneren van de Nederlandse Reclame Code en de Reclame Code Commissie naar aanleiding van haar uitspraak dat spotjes van ProefdierVrij in strijd zouden zijn met de Reclame Code omdat er onvoldoende in duidelijk gemaakt zou worden hoe zwaar de voorschriften zijn voor het doen van dierproeven. Los van het feit dat veel is af te dingen op die voorschriften en de naleving daarvan, is het een goede gewoonte van de Reclame Code Commissie in het kader van de vrijheid van meningsuiting veel vrijheid te laten bij het uitdragen van denkbeelden.

 De Reclame Code Commissie lijkt die lijn met deze uitspraak te hebben verlaten en de Partij voor de Dieren acht dat een bedenkelijke ontwikkeling die grote gevolgen kan hebben voor de toekomst waar het gaat om het uitdragen van denkbeelden door organisaties die verandering nastreven van de gangbare praktijken op het gebied van bijvoorbeeld diergebruik.

Omdat de uitspraak van de RCC (waartegen overigens nog beroep open staat) vergaande consequenties kan hebben voor de mate waarin media bereid zijn boodschappen van de strekking zoals Proefdiervrij die uitdraagt uit te zenden,  is sprake van een belangrijk precedent.

Onlangs nog achtte de RCC zich in twee instanties niet bevoegd tot het doen van uitspraken over door de Nederlandse overheid uitgedragen denkbeelden, ten aanzien van de Europese grondwet, waarin de overheid met nadruk haar neutrale positie had verlaten, en tegenstanders van de grondwet uitmaakte voor mensen die “mythen en fabels” zouden vertellen. Merkwaardig genoeg lijkt ProefdierVrij met het uitdragen van haar denkbeelden met geheel andere maten gemeten te worden.

Omdat er voor het uitdragen van denkbeelden geen verplichte disclaimers bestaan (zoals bij bancaire en medische producten wel het geval is) is het een onredelijke eis om van ideële organisaties zoals Proefdiervrij te verlangen dat ze reclame zouden maken voor het strenge karakter van de eisen die aan dierproeven zouden worden gesteld, terwijl de organisatie nu juist ageert tegen het feit dat zulks niet of onvoldoende het geval is.

In het belang van de vrijheid van meningsuiting roept de PvdD daarom nu op tot inhoudelijke discussie over de werking van de Reclame Code Commissie en zal zich daartoe per brief tot de in de RCC participerende partijen wenden.

IEF 529

Laddie leaves

Voor wie niet regelmatig op het ipkat-weblog kijkt: De beroemde en beruchte Engelse rechter Sir Jugh Laddie, verantwoordelijk voor een aantal geruchtmakende IE-zaken, waarvan 'Arsenal' hier waarschijnlijk de bekendste is, verlaat de rechterlijke macht en wordt adviseur bij Willoughby & Partners.

IEF 528

En het zoeken ging verder

Welke naam is nou geschikt voor de 'denktank voor het gedachtengoed van Nawijn & De Winter'? De keuze voor 'Willem van Oranje' werd twee dagen geleden door de Rijksvoorlichtingsdienst tegen gehouden. De twee rechtse politici gingen verder met hun zoektocht naar nationale helden en kwamen uit bij 'Marnix van Sint Aldegonde'.

Maar daar is de ChristenUnie niet blij mee. Haar wetenschappelijk bureau brengt onder deze naam boeken en commentaren uit en wenst niet met het 'gedachtengoed' van Nawijn geassocieerd te worden. (Overigens terzijde: kan er niet een ander woord voor 'gedachtengoed' gebruikt worden, en dit woord worden voorbehouden aan het werk van echte filosofen?)

Interessante kwestie voor IE-juristen uiteraard. Want waar baseren zowel de Rijksvoorlichtingsdienst als de ChristenUnie hun bezwaren op? Een blik in de merkenregisters leert dat zowel Willem als Marnix niet als merk zijn geregistreerd. Zouden de namen als merken in strijd zijn met de de openbare orde? Gebrek aan onderscheidend vermogen? De Rijksvoorlichtingsdienst kan zich waarschijnlijk beroepen op 6:162 BW aangezien gebruik van een andermans geslachtsnaam onder omstandigheden een onrechtmatige daad oplevert (Hagemans: Tekst&Commentaar IE). Maar de ChristenUnie dan? En hebben dode mensen ook nog rechten? Wie het weet mag het zeggen...

IEF 527

New kids on the block

J.J.C. Kabel, Rechter en publieksopvattingen: Feit, fictie of ervaring? Over de beoordeling door de rechter van commerciële communicatie, Rede in verkorte vorm uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van Hoogleraar in het Informatierecht, in het bijzonder Commerciële Informatie aan de Universiteit van Amsterdam op 17 juni 2005, Amsterdam: Otto Cramwinckel Uitgever (2005). Volledige tekst, via de ivir, hier.

N.A.N.M. van Eijk, Zoekmachines: Zoekt en gij zult vinden? Over de plaats van zoekmachines in het recht, Rede in verkorte vorm uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar in het Media- en Telecommunicatierecht aan de Universiteit van Amsterdam op 17 juni 2005, Amsterdam: Otto Cramwinckel (2005). Volledige tekst, via het ivir, hier.

IEF 526

Geïmplementeerde uitvindingen

Voor wie bij probeert te blijven in de software-octrooi discussie: "The Parliament's Legal Affairs Committee adopted on 20 June the draft directive on the patentability of computer-implemented inventions. Most of the major amendments  proposed by the rapporteur, Michel Rocard, and other MEPs critical of the proposal were rejected." Lees hier meer.

IEF 525

Klepmechanisme beertender geoctrooieerd

Vonnis voorzieningenrechter Rechtbank ’s-Gravenhage, KG ZA 05-444, 16-06-2005 (Heineken 5 liter vaatje). Deze uitspraak bevestigt weer eens het belang van het werk van uitvinders.

Octrooirecht. Heineken is in 1996 begonnen met de ontwikkeling van een 5 liter vaatje onder de codenaam Delft-project. Het project is nu voltooid en de uitvinder van het klepmechanisme eist nu alle octrooien op die gerelateerd zijn aan de Nederlandse octrooien 1008601, 1012802 en 1012921. Eiser is in deze octrooien als uitvinder vermeld. Hoe kan dat? Eiser is een uitvinder en is via zijn levenspartner in contact gekomen met Heineken. Heineken zag brood in de werkzaamheden van eiser en bood hem een arbeidsovereenkomst aan. Volgens de arbeidsovereenkomst moet de uitvinder aan Heineken kenbaar maken aan welke projecten hij werkte bij het aangaan van de overeenkomst en welke activiteiten hij verricht naast zijn werkzaamheden voor Heineken. Eiser heeft niet aan deze verplichtingen voldaan.

In de arbeidsovereenkomst is bovendien vastgelegd dat alle kennis en ideeën die binnen het dienstverband door de uitvinder worden ontwikkeld automatisch en rechtswege eigendom worden van de werkgever. In 1999 heeft de uitvinder aanspraak gemaakt op vergoeding van de door Heineken gebruikte, maar door hem voorafgaand aan zijn dienstverband aangedragen technologie. Na zware onderhandelingen hebben partijen overeenstemming bereikt, te weten de uitvinder ontvangt NLG 250.000 voor de overdracht van de intellectuele eigendomsrechten ten aanzien van de klep aan Heineken.

De uitvinder is toegestaan zijn rechten uit te oefenen buiten de bierindustrie. Partijen komen opnieuw overeen dat de uitvinder een overzicht moet geven van de projecten waaraan hij heeft gewerkt voorafgaand en buiten het dienstverband. Ook dit laat de uitvinder na. De vraag is nu wie heeft wat uitgevonden en welke rechten zijn overgedragen. De uitvinder eist nu alle octrooien op waarin een klepmechanisme voorkomt, omda hij deze allen zou hebben uitgevonden buiten dienstverband. Hoewel opeising in kortgeding niet mogelijk is, oordeelt de voorzieningenrechter dat er sprake is van een ordemaatregel die wel in kortgeding is toegestaan. Met gebruikmaking van het Haviltex-criterium oordeelt de voorzieningenrechter dat het maar zeer de vraag is of de uitvinder voorafgaand aan zijn dienstverband wel zoveel had uitgevonden als hij nu claimt. Dit is ook niet controleerbaar, omdat de uitvinder tot twee keer toe niet aan zijn verplichting heeft voldaan een overzicht te verschaffen van zijn werkzaamheden buiten dienstverband.

Lees het vonnis hier.

IEF 524

De gebruikelijke mate van satire

Rechtbank Den Haag,  21 juni 2005,  KG 05/447. Kort geding tussen stichting Hoger onderwijs Nederland tegen Kaasjager. Geschil tussen Hogeschool Inholland  en de protestsite www.injeholland.nl, zie eerdere berichtgeving hier. Rechtbank komt met een ouderwets redelijk en genuanceerd vonnis, in een zaak die in deze duistere tijden ook veel slechter had kunnen uitpakken voor de gedaagde.

Het helpt dat de gedaagde heeft toegezegd beter te zullen opletten en uitlatingen die "niet als netjes vallen aan te merken" zal verwijderen en weren. Voor het overige is van bedreiging geen sprake volgens de rechter.  "Naar gedaagde terecht heeft betoogd, valt niet aan te nemen dat studenten die dergelijke uitingen op het internet plaatsen beschikken over het telefoonnummer van Al Qaida, laat staan dat zij feitelijk van plan zouden zijn vestigingen van Hogeschool INHOLLAND te (laten) bombarderen. Eiseres gaat er in haar stellingname dan ook aan voorbij dat op een site als de onderhavige, die grotendeels gevoed wordt door en bestemd is voor een studentenpopulatie, rekening gehouden moet worden met de in die populatie nu eenmaal gebruikelijke mate van satire, sarcasme en overdrijving in gedrag en uitingen."

Wat wel wordt toegewezen is de verbodsvordering op basis van het merkenrecht. "De stelling van eiseres dat door het gebruik door gedaagde van het teken INJEHOLLAND afbreuk wordt gedaan aan de reputatie van het merk INHOLLAND is, voorshands oordelend, wel gegrond. Het enkele feit dat onder dat -duidelijk aan het merk gerelateerde- teken een klachtensite in stand wordt gehouden, is voor die conclusie reeds voldoende. Gedaagde heeft deze stelling van eiseres ook niet anders bestreden dan met het betoog dat Hogeschool INHOLLAND in het geheel geen reputatie heeft, althans geen goede, doch dat betoog wordt als onvoldoende concreet onderbouwd verworpen. 

Gedaagde heeft het gelijk aan zijn zijde waar hij betoogt dat hij op grond van het recht op vrije meningsuiting kritiek kan uitoefenen op het beleid van Hogeschool INHOLLAND, en evenzeer anderen in de gelegenheid mag stellen dat -al dan niet via een website- te doen. In zoverre heeft gedaagde een geldige reden om een website te onderhouden als waar het thans om gaat. Maar dat brengt nog niet met zich dat gedaagde een geldige reden heeft om dat te doen met gebruikmaking van een teken dat afbreuk doet aan de reputatie van het merk van eiseres. Van een dergelijke reden is niet gebleken, nu het gedaagde vrijstaat op haar website de naam INHOLLAND refererend te gebruiken maar geen enkele noodzaak bestaat om dat te doen onder een teken als het thans gewraakte INJEHOLLAND"

De vraag is nu waar de grens ligt bij merkgebruik in domeinnamen van zuigsites. De rechter zegt in dit vonnis dat "Het enkele feit dat onder dat -duidelijk aan het merk gerelateerde- teken een klachtensite in stand wordt gehouden, is voor die conclusie reeds voldoende." waarbij waarschijnlijk bewust is gekozen voor 'dat' en niet voor 'een'. De woordspeling 'injehol' vindt de rechter klaarblijkelijk niet 'netjes', maar meer neutraal merkgebruik is wellicht wel toelaatbaar.

Voor anekdotici is de volgende passage nog waardevol: "Smilies hebben naar hun aard een ludiek karakter. Dat neemt niet weg dat het denkbaar zou zijn een smily een vorm te geven die zodanig beledigend is dat het gebruik daarvan naar algemene fatsoensnormen onacceptabel moet worden beschouwd. Daarvan is evenwel bij de op de website van gedaagde gehanteerde smilies geen sprake."

Lees het vonnis hier.