IEF 663

Troebel water

Vznr. Rb. 's-Gravenhage, 18 juli 2005, KG ZA 05/403. Lijkt het maar zo, of wordt er sinds de 'nieuwe modellenwet' minder geprocedeerd over tekeningen en modellen? Maandag werd er in ieder geval een zeldzaam vonnis gewezen over niet-ingeschreven Gemeenschapsmodellen (en auteursrecht en slaafse nabootsing).

Mezutec produceert bronwaterinstallaties, waaronder de 'Mezutizer'. Zij spreekt een concurrent, Remon, aan: volgens Mezutec pleegt Remon met haar Remonique inbreuk op de model- en auteursrechten op de Mezutizer.

Aan de inbreukvraag komt de rechter echter geeneens toe. Hij oordeelt onder meer dat de Remonique eerder openbaar gemaakt was dan de Mezutizer, zodat, nu beide installaties dezelfde algemene indruk wekken, de Mezutizer een eigen karakter ontbeert. Bovendien kan Mezutec niet aantonen dat Remon het ontwerp van haar Remonique had ontleent aan de Mezutizer.

IEF 662

Very Intellectual Properties

Managing Intellectual Property's jaarlijkse lijst van de 50  'most influential people in IP'  telt dit jaar drie Nederlanders. Een uitreksel van hun prestaties:

Erik Nooteboom, Europese Commisie: "Without his hard work in the past year, it remains doubtful how smoothly the linkage between the EU's OHIM-administered Community trade mark system and the WIPO-administered international trade mark system, the Madrid Protocol, would have been put in place. The link was a historical step in the IP field, allowing trade mark owners around the world to extend their existing registration to all 25 EU countries and CTM holders to extend their registration to all Madrid member countries. Nooteboom is also behind the discussions to abolish national searches as well as proposals to reduce CTM registration and renewal fees.

In the coming year Nooteboom will play an important role in the Commission's plans to improve the EU patent system and restart the Community patent discussions, which stalled in May 2004 after member states failed to come to an agreement on the system's scope. Nooteboom has clearly expressed his frustration about this and as long as he is around, IP owners should not give up their hopes for an EU-wide patent system."

Wubbo de Boer, OHIM: "De Boer was reappointed for a second five-year term as President of OHIM last year. Since starting the job in 2001, he has overhauled the internal organization of the office, reduced processing delays and promoted electronic business in every aspect of the Office's work. He has also seen OHIM's workload increase with the accession of 10 new EU member states and the launch of the Community design.

With his scholarly lieutenant Alexander von Mühlendahl due to retire in October, de Boer is already gaining a higher profile. He is an increasingly familiar figure on the conference circuit where he is often outspoken in promoting reform and criticizing those who stand in its way."

Ellen 't Hoen, Artsen Zonder Grenzen: "We have only just scratched the surface," says Ellen 't Hoen of Médecins sans Frontières' international campaign to ensure that IP rights do not restrict the availability and affordability of drugs in developing countries. With the sixth WTO ministerial conference being held in Hong Kong at the end of the year, 't Hoen says MSF, along with international NGOs such as Oxfam and national health advocacy groups, want far more to be done to put the relationship between IP rights and health back at the top of the international agenda.

MSF's campaign will also focus on getting more research and development funding channelled into finding treatments for developing country diseases, by sustained lobbying at the WHO, the European Parliament and individual governments to try and change the way that governments think about the way health care research should be managed. "TRIPs showed that increasing IP protection does nothing for R&D for neglected diseases. We need a different approach. We want to see TRIPs minus and R&D plus." Finally, 't Hoen and her team will work with local health activist groups in countries negotiating free trade agreements, particularly with the US, to help them influence the debate on IP."

Overigens kent de lijst van MIP geen volgorde van belangrijkheid. De opsomming is willekeurig. Bekijk de hele lijst hier (alleen voor abonnees).

IEF 661

Wegens uitgebleven herbezinning

Het zat er aan te komen. Ondoorzichtigheid bij de innende en verdelende instanties en  aanzienlijke prijsverschillen zetten al eerder kwaad bloed, maar nu een waarschuwing 'niet tot herbezinning heeft geleid', heeft een twintigtal importeurs en fabrikanten van blanco informatiedragers de stichtingen De Thuiskopie en Onderhandelingen Thuiskopie (SONT) gedagvaard in een bodemprocedure waarin een groot aantal bezwaren tegen (de hoogte van) de thuiskopieerheffing principieel aan de orde wordt gesteld.

De in Nederland vastgestelde heffingen op voornoemde producten lopen volgens het persbericht van de websiteloze Stichting Overlegorgaan Blanco geluidsdragers (STOBI) zwaar uit de pas met de lage heffingen in Duitsland. In Engeland en Luxemburg gelden zelfs in het geheel geen heffingen. 40% van de in Nederland gebruikte informatiedragers zou afkomstig zijn uit de grijze importstroom uit deze landen. Een van de stellingen van de eisers is dat als rechthebbenden geen bewust gebruik maken van de mogelijkheden die drm technologie biedt, zij impliciet toestemming geven voor het maken van een prive kopie. Lees voor de verandering eens niet het persbericht, maar de hele dagvaarding.

IEF 660

Inbreukmakende woning

Gerechtshof Leeuwarden, 13 juli 2005, LJN: AT9454, Rnr 0200197. Appelant tegen geïntimeerde in zaak over bouw van de inbreukmakende woning. Winstafdracht. Bijzondere omstandigheden daargelaten, dient bij de begroting van de winst een integrale kostprijsberekeningsmethodiek te worden gehanteerd, waarbij de vaste kosten naar rato worden toegerekend.

Het gaat bij de toepassing van art. 27a Auteurswet om afdracht van als gevolg van de inbreuk reëel genoten winst - welke winst aan de hand van objectieve maatstaven dient te worden begroot - doch niet om méér dan dat. Dit houdt in dat art. 27a Auteurswet geen grondslag biedt voor het ten voordele van de rechthebbende op het auteursrecht brengen van de inbreukmaker in een vermogensrechtelijke toestand die slechter is dan die waarin elke inbreuk achterwege zou zijn gebleven.  Lees vonnis.

IEF 659

niche

"I have always believed that the “niche” law blogs—those tracking a particular area of law—are more likely to be followed regularly than are the more general blogs, law student blogs and the like. The average user will not be a voracious reader of blogs, but he or she will, I think, take the time to receive information useful to his or her practice, whether it be practice area-specific or related to the business of running a law practice." (The Future of legal blogging, lees webartikel hier).

IEF 658

Langs Vlaamse Wegen

Watskeburt in België? Eerst wordt Madonna aangeklaagd omdat ze in 1993 een nummer geplagieerd zou hebben (Woonde Madonna ooit in Moeskroen? Zie hier) en nu bericht de GvA dat de Oostkampse componist Johnny Delaere en de Oostendse muziekuitgever Marcel Seynaeve de Griekse componist Vangelis en platenmaatschappij EMI hebben gedagvaard. Vangelis' nummer 'Conquest of Paradise' uit 1992 zou zijn gebaseerd op het nummer 'Rien n'a changé' van Delaere uit 1982.

Auteursrechtenmaatschappij Sabam stelde enkele gelijkenissen vast, maar te weinig om van plagiaat te spreken. Componist en producent waren niet overtuigd door dit oordeel en eisen 2,5 miljoen euro schadevergoeding. Volgens het bericht moeten de eisers nog wel aantonen dat de Griekse componist hun nummer ooit hoorde. En die kans bestaat volgens Vlamingen. 'Rien n'a changé werd in de jaren '80 gedraaid in onder meer de Ancienne Belgique en de Vorst Nationaal. Vangelis was toen door Europa op reis.'

Wat is de reden en overeenkomst achter en tussen deze zaken. Is er misschien nieuwe wetgeving in België? Biedt de Sabam een nieuw vergelijkend muziekonderzoek, maar alleen nog voor nummers tot 1993? Verlopen dit jaar de termijnen voor plagiaat tot 1993?

IEF 657

zo nauwkeurig beschreven

GvEA, 14 juli 2005, zaak T-126/03,  Reckitt Benckiser (Spaje) tegen OHIM/Aladin Gesellschaft für innovative mikrobiologische Systeme. GM aanvrage voor woordmerk ALADIN, oppositie o.g.v. ouder spaan nationaal woordmerk ALADDIN.

Interessante uitspraak over deelgebruik en de vraag of je nu een ruime of een enge classificatie onder je merk moet hangen:

“Uit de hierboven aangehaalde bepalingen volgt, dat wanneer een merk werd ingeschreven voor een waren- of dienstencategorie die voldoende ruim is om daarin verschillende subcategorieën te kunnen onderscheiden die zelfstandig kunnen worden bekeken, het bewijs van normaal gebruik van het merk voor een deel van deze waren of diensten in het kader van een oppositieprocedure alleen leidt tot bescherming voor de subcategorie of subcategorieën waartoe de waren of diensten behoren waarvoor het merk daadwerkelijk werd gebruikt. Wanneer daarentegen een merk werd ingeschreven voor waren of diensten die zo nauwkeurig werden beschreven en afgebakend dat het niet mogelijk is binnen de betrokken categorie belangrijke onderverdelingen te maken, dekt het bewijs van normaal gebruik van het merk voor deze waren of diensten voor het onderzoek van de oppositie noodzakelijkerwijs deze volledige categorie.

Het begrip gedeeltelijk gebruik heeft immers als functie ervoor te zorgen dat merken die voor een bepaalde warencategorie niet worden gebruikt, niet onbeschikbaar worden, maar het mag niet als gevolg hebben dat de houder van een ouder merk elke bescherming wordt ontzegd voor waren die weliswaar niet strikt gelijk zijn aan die waarvoor normaal gebruik is bewezen, maar daarvan niet wezenlijk verschillen en behoren tot eenzelfde groep die alleen op willekeurige wijze kan worden onderverdeeld. In dit verband zij opgemerkt dat het voor de houder van een merk in de praktijk onmogelijk is het bewijs van gebruik ervan te leveren voor alle denkbare varianten van de waren waarop de inschrijving betrekking heeft. Bijgevolg kan het begrip „deel van de waren of diensten” niet worden opgevat als alle mogelijke commerciële vormen van gelijksoortige waren of diensten, maar alleen als waren of diensten die voldoende van elkaar verschillen om logische categorieën of subcategorieën te kunnen vormen.” Lees arrest.

IEF 656

Naburige Landsgrenzen

HvJ EG, 14 juli 2005, zaak C-192/04, Lagardère Active Broadcast tegen SPRE en GVL, in de hoedanigheid van CERT. Prejudiciële beslissing betreffende een verzoek ingediend door het Franse Cour het cassation. Een HvJ IE uitspraak die geen OHIM-zaak is als een Rapunzelklokje in Amsterdam; zeldzaam maar af er toe wordt er eentje gesignaleerd. Deze gaat over auteursrecht en naburige rechten. En landsgrenzen.

Het probleem betreft de aanwezigheid van landsgrenzen bij de verder geheel technische realisatie van een televisie-uitzending via satelliet. De vennootschap Lagardère is een in Frankrijk gevestigde omroep. Haar uitzendingen worden geproduceerd in haar Parijse studio’s en naar een satelliet gezonden. De signalen lopen terug naar de aarde, waar zij worden opgevangen door grondstations in Frankrijk die de uitzendingen in frequentiemodulatie (FM) aan het publiek doorgeven.

Aangezien deze wijze van doorgeven niet het gehele Franse grondgebied dekt, stuurt de satelliet deze signalen tevens door naar een grondstation te Felsberg, in het Saarland (Duitsland), dat technisch is ingericht om de uitzendingen via de lange golf naar bovengenoemd grondgebied te sturen. Dit uitzenden wordt verzorgd door CERT, een dochteronderneming van Lagardère. De in het Frans uitgezonden programma’s kunnen om technische redenen tevens in Duitsland worden ontvangen, maar alleen binnen een beperkt gebied. Zij worden in Duitsland niet commercieel geëxploiteerd.

Dit roept de volgende vragen op:

(1) Wanneer een omroep die vanuit een lidstaat uitzendt, om een deel van zijn nationale publiek te bereiken, gebruik maakt van een nabijgelegen zendstation op het grondgebied van een andere lidstaat op grond van een concessieovereenkomst met een dochteronderneming waarin de omroep een meerderheidsbelang bezit, geldt dan de wettelijke regeling van laatstbedoelde lidstaat voor de enkele billijke vergoeding in de zin van de artikelen 8, [lid 2,] van richtlijn 92/100 […] en 4 van richtlijn 93/83 […], die is verschuldigd voor het gebruik van voor handelsdoeleinden uitgegeven geluidsdragers in de uitgezonden programma’s?

(2) Bij een bevestigend antwoord op de eerste vraag, is het oorspronkelijke omroepbedrijf dan gerechtigd de door zijn dochteronderneming betaalde bedragen in mindering te brengen op de vergoeding die wordt gevorderd voor de ontvangst op het gehele nationale grondgebied?”

Het Hof van Justitie verklaart vervolgens voor recht dat de binnengrenzen in Europa nog niet volledig verdwenen zijn.

1) In het geval van een uitzending als aan de orde in het hoofdgeding verzet richtlijn 93/83/EEG zich er niet tegen dat voor de vergoeding voor het gebruik van fonogrammen niet alleen de wettelijke regeling geldt van de lidstaat op het grondgebied waarvan de uitzendende vennootschap is gevestigd, maar tevens de wettelijke regeling van de lidstaat waarin zich om technische redenen het grondstation bevindt dat de betrokken uitzendingen naar de eerste staat doorgeeft. 2) Artikel 8, lid 2, van richtlijn 92/100/EEG (verhuur- en uitleenrecht) moet aldus worden uitgelegd dat voor de vaststelling van de in deze bepaling genoemde billijke vergoeding de uitzendende onderneming niet gerechtigd is om het bedrag van de vergoeding die zij verschuldigd is voor het gebruik van fonogrammen in de lidstaat waarin zij is gevestigd, eenzijdig te verminderen met het bedrag dat is betaald of wordt gevorderd in de lidstaat op wiens grondgebied zich het grondstation bevindt dat uitzendingen naar de eerste staat doorgeeft. Lees arrest.

IEF 655

Leitgedanken

Opinie AG Dámaso Ruiz Jarabo Colomer, 14. Juli 2005, zaak C 173/04 Deutsche SiSi-Werke tegen OHIM. (Nog geen Nederlandse versie beschikbaar).

AG wordt er een beetje moe van: "Es geht wieder einmal um die Unterscheidungskraft dreidimensionaler Marken und demzufolge um die Auslegung von Artikel 7 Absatz 1 Buchstabe b der Verordnung über die Gemeinschaftsmarke. Die meisten Rechtsmittelgründe betreffen Fragen, die in der Gemeinschaftsrechtsprechung bereits ausführlich behandelt wurden, mit Ausnahme dessen, dass sich auf die räumliche und objektive Abgrenzung des Zusammenhangs bei der Prüfung bezieht, ob eine dreidimensionale Angabe geeignet ist, den wesentlichen Zweck dieser Art gewerblichen Eigentums zu erfüllen."

En concludeert m.b.t. de 8 frisdrankverpakkingen: "In dem Urteil vorgenommene Prüfung entspricht den dargelegten Leitgedanken, wenn dort festgestellt wird, dass die fraglichen Beutel im Handel gewöhnlich für flüssige Lebensmittel im Allgemeinen verwendet werden, zu denen u. a. Fruchtgetränke und Fruchtsäfte gehören, so dass der Durchschnittsverbraucher die Verpackung nicht als Hinweis auf die betriebliche Herkunft der Ware wahrnimmt. Außerdem hat die Rechtsmittelführerin einige Darstellungen vorgelegt, die der allgemeinen Form dieser Art von Behältern entspricht und deren Designelemente zu geringfügig sind, um den maßgeblichen Verkehrskreisen im Gedächtnis zu bleiben. Gleich anschließend hat das Gericht in dem Urteil die drei Elemente geprüft, die optisch wahrnehmbare Unterschiede begründen können: die grundlegenden Formen von Beuteln (rechteckig, oval, dreieckig), die seitlichen Einwölbungen und das metallische Aussehen.

Das Gericht stützt sich somit auf geeignete Erkenntnisquellen, die aus objektiver Sicht keinen Zweifel an der Zulässigkeit der gewählten Methode aufkommen lassen, indem es Kriterien wie die Art der Ware und die Komplexität des Designs untersucht, die den genannten Parametern entsprechen. Die Entscheidung ist in diesem Punkt in keiner Hinsicht zu beanstanden, so dass die Rüge der Rechtsmittelführerin zurückzuweisen ist." Lees conclusie.

IEF 654

Op hoog niveau

Het internet wordt in november in Tunis eens grondig onder de loep genomen. De WGIG is met een rapport gekomen, Kofi Annan heeft het doorgegeven en in november wordt het op de World Summit on the Information Society (WSIS) besproken. Het Intellectuele Eigendomsrecht is één van de issues die aan de orde komen. Het rapport zegt er dit (of eigenlijk niets) over: 

"Application of intellectual property rights (IPR) to cyberspace: While there is agreement on the need for balance between the rights of holders and the rights of users, there are different views on the precise nature of the balance that will be most beneficial to all stakeholders, and whether the current IPR system is adequate to address the new issues posed by cyberspace. On the one hand, intellectual property rights holders are concerned about the high number of infringements, such as digital piracy, and the technologies developed to circumvent protective measures to prevent such infringements; on the other hand, users are concerned about market oligopolies, the impediments to access and use of digital content and the perceived unbalanced nature of current IPR rules." Een working paper over Intellectual Property Rights er wat dieper op in.

IEF 653

SPEZIAL A-C-E

T-312/03 Arrest GvEA van 14 juli 2005 Wassen International / OHIM - Stroschein Gesundkost (SELENIUM-ACE). Deposant van het woordmerk SELENIUM-ACE krijgt oppositie van houder van oudere Duitse registratie van het beeldmerk SELENIUM SPEZIAL A-C-E. Deposant verweert zich door te stellen dat de Kamer van Beroep geen rekening heeft gehouden met de andere elementen naast ‘selenium’, de merken niet globaal heeft beoordeeld en bovendien dat ‘selenium’ niet het dominerende bestanddeel in het oudere merk is. Driewerf neen roept het Gerecht en wijst alle vorderingen van deposant af.

35     Om te beginnen dient immers te worden vastgesteld dat de kamer van beroep terecht heeft geoordeeld dat de term „spezial” een Duits bijvoeglijk naamwoord met de betekenis „speciaal” is, dat door de consumenten van het referentiegebied kan worden opgevat als een beschrijvende aanduiding van een bijzondere productlijn.

36     Voorts dient erop te worden gewezen dat de kamer van beroep ook de impact van de letters „ace” heeft onderzocht. Zij heeft geoordeeld dat het in aanmerking komende publiek deze letters waarschijnlijk zal opvatten als een verwijzing naar andere substanties die gewoonlijk in voedingssupplementen aanwezig zijn, zoals bijvoorbeeld vitaminen. Of deze letters met of zonder streepjes worden weergegeven, heeft haar inziens geen gevolgen, aangezien het ontbreken van scheidingstekens in de onderhavige omstandigheden niet leidt tot een belangrijke wijziging van de wijze waarop de consument deze drie letters, in dezelfde volgorde geplaatst, opvat.

37     Wat ten slotte het beeldelement betreft, heeft de kamer van beroep in de bestreden beslissing opgemerkt dat, wanneer een merk bestaat uit woord- en beeldelementen, de eerste in beginsel meer onderscheidend moeten worden geacht dan de tweede, aangezien de gemiddelde consument gemakkelijker naar de betrokken waar zal verwijzen door het noemen van de naam van het merk dan door het beschrijven van het beeldelement ervan. Zij is terecht van mening dat in casu deze algemene redenering redelijkerwijs kan worden gevolgd. Volgens de kamer van beroep kan redelijkerwijs worden aangenomen dat de gemiddelde consument het woordelement als het merk en het beeldelement als een sierelement zal opvatten. Tevens kan worden vastgesteld dat het beeldelement onder de woordelementen, en dus op een minder opvallende plaats, staat.

41     Op dit punt dient er immers op te worden gewezen dat de term „selenium” een belangrijke rol speelt bij de visuele en fonetische beoordeling van het oudere merk, gelet op de positie ervan aan het begin van het merk, dit wil zeggen op de meest opvallende plaats. Om deze reden zal deze term eerst worden waargenomen. Voorts zij eraan herinnerd dat de term „spezial” in het Duits „speciaal” betekent. De kamer van beroep heeft dus op goede gronden geoordeeld dat het in aanmerking komende publiek deze term zal opvatten als een zuiver lovend en beschrijvend element. Ten slotte kunnen de consumenten de lettercombinatie „ace” opvatten als een verwijzing naar bepaalde substanties die normaliter in voedingssupplementen aanwezig zijn, zoals vitaminen.

44     De kamer van beroep heeft inderdaad terecht geoordeeld dat de conflicterende tekens in hun geheel beschouwd overeenstemmen, omdat de overeenstemmingen groter zijn dan de verschillen. Vaststaat dat het oudere teken op bijna identieke wijze in de gemeenschapsmerkaanvraag wordt gereproduceerd. De verschillen tussen de twee tekens hebben immers alleen betrekking op de minst onderscheidende bestanddelen van het oudere teken, te weten de term „spezial”, het beeldelement en de twee streepjes ter scheiding van de drie letters „a”, „c” en „e”, die in het aangevraagde teken evenwel in dezelfde volgorde zijn geplaatst. Aangezien het aangevraagde merk een woordmerk is, kan de aanvrager daarvoor om het even welk lettertype kiezen, daaronder begrepen het voor het oudere merk gebruikte lettertype. Derhalve dient te worden geconcludeerd dat de door de betrokken tekens opgeroepen totaalindrukken visueel, fonetisch en begripsmatig overeenstemmen.

IEF 652

Vrijdagmiddagbericht

- Design Clichés: Those symbols which have been used so often that they’ve become clichés. I warn against using them: or challenge designers to breathe new life into their rotting corpses. Welcome to the land of the living dead. Lees hier meer.

IEF 651

Bloem der natie

De Stichting Onderwijs Evaluatie Rapport bericht: "Het tweede en laatste onderzoek van Stichting OER, een onderzoek naar plagiaat onder studenten aan de Universiteit Utrecht, is af. Woensdag 29 juni was de presentatie en het was een zeer geslaagde avond! We willen dan ook iedereen van harte bedanken voor zijn/haar aanwezigheid. Het onderzoeksrapport is hier te downloaden. Bij deze willen we ook iedereen bedanken voor zijn hulp en medewerking het afgelopen jaar."

Utrechtse Studenten plagiëren op grote schaal, maar volgens het rapport zijn ze daar zelf niet verantwoordelijk voor, zeker de eerstejaars niet: "ze hebben geen informatie gekregen dat het op de universiteit niet mag." Kom op zeg, dat gelooft toch niemand! De woorden dom en liegen komen overigens niet voor in het rapport.

De Conclusie van het rapport 'Citaat of plagiaat? Een onderzoek naar plagiaat onder studenten aan de Universiteit Utrecht' luidt "In principe kan gesteld worden dat studenten zich vaak niet bewust van het feit dat ze plagiaat plegen. Dit is in samenhang met meerdere factoren. Eerstejaars hebben vaak nog te kampen met slechte voorlichting vanuit het voortgezet onderwijs. Bovendien blijkt uit de bovenstaande gegevens dat niet alle opleidingen consequent voorlichting of instructies geven in het vermijden van plagiaat. De alfa opleidingen doen dit nog het meest. De bètaopleidingen lopen op dit gebied erg achter.  Uit gesprekken in het kwalitatief onderzoek bleek dat de meeste studenten uit de alfarichting, indien ze worden geïnstrueerd in het voorkomen van plagiaat, instructies in het eerste jaar al krijgen.

Ook bleek uit deze gesprekken dat er af en toe een gezamenlijk overleg plaatsvindt, waarbij wordt gekeken naar de maatregelen die worden getroffen wanneer er sprake is van plagiaat. Deze maatregelen worden zo goed mogelijk op elkaar afgestemd. Dit zou een goed alternatief zijn voor alle opleidingen, er is namelijk nogal wat verwarring onder studenten over wat precies de gevolgen zijn als er plagiaat wordt gepleegd. Plagiaatscanners en betere voorlichting zouden zelfs dit percentage kunnen bestrijden."

IEF 649

The winner takes it all

Een recent vonnis over de ABBA-musical Mamma Mia, met dank aan Annelies van Zoest van Boekel de Nerée. Deze interessante en zeer lezenswaardige uitspraak behandelt onderwerpen als: Kan een bestaande song (klein recht) buiten de Buma concessie vallen wanneer zij is opgenomen in een muziekdramatisch werk (groot recht), auteursrechtelijke bescherming plot en script van een musical, merkenrechtelijke bescherming musicaltitel en onrechtmatig aanhaken aan bekende ABBA musical hit Mamma Mia. Korte samenvatting: vormt de musical Mamma Mia – Come Together inbreuk op de musicalhit Mamma Mia? U raadt het al.

 

IEF 648

Eerst even voor jezelf lezen

C-173/04   Conclusie   2005-07-14  Deutsche SiSi-Werke / OHIM (nog geen NL-versie) 
C-192/04    Arrest   2005-07-14  Lagardère Active Broadcast
T-126/03    Arrest   2005-07-14  Reckitt Benckiser (España) / OOHIM - Aladin (ALADIN) 
T-312/03    Arrest   2005-07-14  Wassen International / OHIM - Stroschein Gesundkost (SELENIUM-ACE)

IEF 647

zodanig gecodeerd

K.J. Koelman: Noot bij Rb. Amsterdam 12 januari 2005 (Buma/UPC). Verschenen in AMI 4, juli/augustus 2005, 2005, p. 135-139. "Maakt een partij die televisieprogramma’s via een satelliet zodanig gecodeerd uitzendt dat alleen grondstations ze kunnen decoderen, de programma’s openbaar in de zin van de Auteurswet? De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend. Eerder oordeelden rechters daarentegen dat uitzending naar tussenstations die de rol hebben de werken vervolgens door te geven naar eindgebruikers – kijkers of luisteraars – wel degelijk een openbaarmaking inhoudt."

IEF 646

Ondertussen in Nederland

Altijd leuk, persbericht van de overwinnaar (vonnis hier): Lego Group Wins Lawsuit in the Netherlands; Competitor's imitation precluded from sale to prevent consumer confusion . The LEGO Group, global construction toy manufacturer and category leader, has won a lawsuit in the Netherlands, where the District Court in Breda ruled that the Canadian toy manufacturer, Mega Bloks, is not permitted to market and sell bricks which can be mistaken for LEGO(R) bricks in the Netherlands.

The civil lawsuit was brought by Mega Bloks as an "action for declaration", whereby Mega Bloks asked the court to confirm that the company could lawfully sell its products in the Netherlands.

The court found that Mega Bloks' bricks were such close imitations of LEGO bricks that there was a risk that consumers would be confused. The court highlighted the fact that Mega Bloks could have opted to sell bricks of different dimensions from those of the LEGO brick or with a different interlocking system or appearance (e.g. angular studs or oval bricks - Ed.) without diminishing the consumer's ability to use Mega Bloks. Moreover, the court considered the fact that the end-user was unable to see the difference between Mega Bloks' and LEGO brand bricks once they were out of the packaging meant that Mega Bloks would create an unnecessary risk of confusing the consumer.

Henrik G. Jacobsen, corporate attorney for the LEGO Group, says: "It is a very positive note that, in issuing this judgment, the Dutch court prioritizes the interests of the consumer. The ruling ensures that Dutch consumers will not be misled. We think it is also valuable that the court confirms that it is not technically necessary to use exactly the same shape as the LEGO brick to produce a brick for use in a construction system. We have no objection to competition - as long as it is fair. The Breda Court has indicated very clearly that with its identical brick products, Mega Bloks is indulging in unfair competition."

Since the world-famous LEGO brick was created, the LEGO Group has brought - and will in future continue to bring - legal action in courts all over the world to protect its rights and corporate goodwill, and to prevent the sale of copies, which can mislead the consumer.The Dutch case was handled by the law firm of NautaDutilh N.V.

The LEGO Group, a privately-held, family-owned company based in Billund, Denmark, is one of the world's leading manufacturers of high quality, creatively educational play materials for children, employing approximately 8,000 people globally. The company is committed to the development of children's creative and imaginative abilities, and its employees are guided by the motto adopted in the 1930s by founder Ole Kirk Christiansen: "Only the best is good enough."

LEGO and the LEGO logo are trademarks of The LEGO Group. (C) 2005 The LEGO Group. BILLUND, Denmark--July 13, 2005--

IEF 645

Nog meer Talpa (2)

Sommatie merkinbreuk de deur uit doen? Lees hem eerst nog even door: de brief van Talpa aan weblog Retecool heeft een omgekeerd effect gehad; Talpa is namelijk geschrokken van zijn eigen brief, zo meldt Webwereld. De brief aan Retecool, waarover IEForum eerder berichtte, heeft inmiddels voor de nodige commotie gezorgd. Met name een opsomming waarin homoseksualiteit in één adem wordt genoemd met onder meer terrorisme en de holocaust leidde tot verbaasde reacties.

Tegenover de Gay Krant stelt de woordvoerder van Talpa dat de opsomming ongelukkig was en dat seksuele geaardheid geen enkele rol speelt bij de zender: "Het is absurd te veronderstellen dat onze zender niet geassocieerd wil worden met homoseksualiteit. Sterker nog, het is geen issue voor ons."

Een nieuwe brief aan Retecool moet de schade herstellen: "Waar wij problemen mee hebben is de stereotype wijze waarop de homoseksualiteit van enkele van onze presentatoren in de uitingen op uw website wordt neergezet. Deze gaat naar onze mening een grens te ver.", aldus Talpa.

IEF 644

naar de schoolbanken

Octrooigemachtigden opgelet. De European Patent Academy, waar vorig jaar het startsein voor is gegeven, komt langzaam verder van de grond. In samenwerking met alle in de 31 lidstaten bestaande instellingen op het terrein van octrooiopleidingen en dergelijke wil deze Academie komen tot de opzet van europese standaarden op een zeker kwaliteitsniveau voor allen die betrokken -gaan- worden bij het europese patentwezen.

Het Octrooicentrum (voorheen h.o.d.n. BIE) zoekt nu geïnteresseerden voor de Academic Advisory Board, die de Supervisory Board en het EOB in dit project zal bijstaan. Lees meer hier.