IEF 17351

HvJ EU: Als situatie niet onder artikel 18 GMVo valt, dan mag nationaal recht toegepast worden

HvJ EU 23 nov 2017, IEF 17351; ECLI:EU:C:2017:889 (Salvador Benjumea Bravo de Laguna tegen Esteban Torras Ferrazzuolo), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-als-situatie-niet-onder-artikel-18-gmvo-valt-dan-mag-nationaal-recht-toegepast-worden

HvJ EU 23 november 2017, IEF 17351; IEFbe 2428; ECLI:EU:C:2017:889; C-381/16 (Salvador Benjumea Bravo de Laguna tegen Esteban Torras Ferrazzuolo). Merkenrecht. Torras Ferrazzuolo heeft een vordering tot revindicatie ingesteld ex artikel 18 Uniemerkverordening. De Spaanse rechter was van mening dat het in het geding zijnde feitencomplex niet viel onder artikel 18 UMVo, maar wel onder artikel 2 van de Spaanse Merkenwet. Zolang er geen sprake is van een situatie die valt onder artikel 18 UMVo, is toepassing van een nationale bepaling op een Uniemerk niet in strijd met het Unierecht.

Antwoord HvJ EU:

De artikelen 16 en 18 van verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het [Uniemerk] moeten aldus worden uitgelegd dat zij niet in de weg staan aan de toepassing op een Uniemerk van een nationale bepaling als in het hoofdgeding, op grond waarvan een persoon die is benadeeld door de inschrijving van een merk waarvoor bij de aanvraag tot inschrijving werd gehandeld in strijd met zijn rechten of een wettelijke of contractuele verplichting niet werd nagekomen, het recht heeft de eigendom van het merk op te eisen, mits de betrokken situatie geen onder artikel 18 van die verordening vallende situatie is.

IEF 17352

Noch in Nederland, noch in België aanspraak op auteursrechtelijke bescherming voor Eames-stoel

Rechtbank Den Haag 13 dec 2017, IEF 17352; (Kwantum tegen Vitra), http://www.ie-forum.nl/artikelen/noch-in-nederland-noch-in-belgi-aanspraak-op-auteursrechtelijke-bescherming-voor-eames-stoel

Rechtbank Den Haag 13 december 2017, IEF 17352; IEFbe 2430 (Kwantum tegen Vitra) Auteursrecht. Modellenrecht. Internationale verdragen. Vitra heeft de Eames stoel DWS ontworpen en constateert de 'Paris'-stoel die door Kwantum op de markt is gebracht. In kort geding is een auteursrechtinbreuk verbod opgelegd [IEF 14584]. Vitra beroept zich op artikel 2 lid 1 van het Unieverdrag. Ook artikel X van het Nederlands-Amerikaanse Vriendschapsverdrag en artikel 5.3 van het Belgisch-Amerikaanse Vriendschapsverdrag bieden volgens Vitra basis voor auteursrechtelijke bescherming van de DSW. Daarnaast voert Vitra aan dat 10 lid 2 Duurrichtlijn in Nederland in artikel 51 Aw en in België in de WER en de interpretatie hiervan in HvJ EU Sony/Falcon auteursrecht aan de DSW toekent. In het onderhavige geval staat tussen partijen vast dat de DSW in het land van oorsprong geen auteursrechtelijke bescherming toekomt. Voor de groep modellen waar de DSW toe behoort heeft in Nederland en België immers nooit de mogelijkheid bestaan om modelrechtelijke bescherming te verkrijgen omdat die groep nooit heeft voldaan aan de nationale beschermingsvoorwaarden. Verklaring voor recht dat er geen auteursrechtinbreuk is en geen slaafse nabootsing.

4.25. Wat opvalt is dat Vitra wel wijst op de uitkomst van een concrete benadering van onderdeel B maar, hoewel dat de kortste weg naar huis zou zijn, toch niet bepleit dat onderdeel B concreet behoort te worden getoetst. Vitra lijkt eerder de — hierna te bespreken — abstractere toetsing te bepleiten die het Haagse hof in de hiervoor genoemde zaak over de Lounge Chair heeft gehanteerd. Kennelijk aanvaardt zij de concrete benadering van onderdeel 3 ook niet als juist. Naar het oordeel van de rechtbank is dat terecht. Het gaat in artikel 2 lid 7 BC immers om de vraag welke bescherming voor een ‘buitenlands’ werk kan worden ingeroepen; auteursrecht of modellenrecht, waarna het aan de lidstaten is om te bezien of het werk voldoet aan de nationale beschermingsvoorwaarden en zij, in uitzondering op het reciprociteitsbeginsel, een buitenlands werk mogen discrimineren.

Uitgangspunt bij het bepalen welke bescherming kan worden ingeroepen, is de in het land van oorsprong toegekende bescherming, opdat aan een voorwerp als werk van toegepaste kunst in beginsel geen auteursrechtelijke bescherming wordt geboden als die in het land van oorsprong niet aan dit voorwerp toekomt. Indien de uitzonderingstoets van onderdeel B concreet zou worden benaderd, zou daarentegen de in het aangezochte land feitelijk toegekende modelbescherming bepalend worden voor het antwoord op de vraag welke bescherming kan worden ingeroepen. Een concrete benadering beantwoordt dan ook niet aan het met artikel 2 lid 7 BC beoogde doel.

4.27. Kwantum c.s. verdedigt een abstracte benadering van onderdeel B waarin het er om gaat of in het land waar bescherming wordt gezocht een modelrechtelijk beschermingsregime bestaat. Nu in Nederland en België aan die voorwaarde wordt voldaan, ook al op het moment dat de VS tot de BC toetraden, blijft volgens Kwantum c.s. gelden dat geen auteursrechtelijke bescherming voor de DSW aan de orde is. Vitra maakt geen keuze voor een benadering maar betoogt dat zowel via een concrete benadering van onderdeel B als via een abstracte toets van de daarin opgenomen voorwaarde de DSW voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. Dat in Nederland en België de DSW nimmer door het modellenrecht is beschermd, staat immers vast. Voor wat betreft de aan te leggen abstracte toets wijst Vitra op het arrest van het Hof Den Haag van 20 maart 200$ in een door haar aangespannen kort geding over een andere door Charles en Ray Eames in de VS halverwege de vorige eeuw ontworpen stoel, de ‘Lounge Chair”9. In dat arrest heeft het hof bepalend geacht dat de Lounge Chair, die voor wat betreft het inroepen van bescherming met de DSW vergelijkbaar is, behoort tot een groep modellen waarvoor in Nederland en België nooit de mogelijkheid heeft bestaan om modelrechtelijke bescherming te verkrijgen. Het hof heeft zodoende beslist dat de uitzondering van onderdeel B is vervuld en dat auteursrechtelijke bescherming aan de Lounge Chair moet worden toegekend.

4.29. Datzelfde heeft op vergelijkbare wijze te gelden voor de meer abstracte benadering van het hof in voornoemd arrest uit 2008. Voor de groep modellen waar de DSW toe behoort heeft in Nederland en België immers nooit de mogelijkheid bestaan om modelrechtelijke bescherming te verkrijgen omdat die groep nooit heeft voldaan aan de nationale beschermingsvoorwaarden. Indien aan die groep via de uitzondering van onderdeel B hoe dan ook auteursrechtelijke bescherming moet worden geboden, is wederom de in het land van oorsprong toegekende bescherming zonder belang. Deze op basis van het hof door Vitra gegeven invulling aan onderdeel B strookt ook niet met het Vijf spellen-arrest en de wijze waarop in rechtspraak en literatuur dat arrest wordt uitgelegd. Uit dit hierna te bespreken arrest volgt dat onderdeel B op de abstracte wijze die Kwantum c.s. verdedigt, moet worden getoetst.

IEF 17349

Uitlatingen hoogleraar zijn binnen grens vrijheid van meningsuiting, wel hogere mate van zorgvuldigheid vereist

Hof Amsterdam 12 dec 2017, IEF 17349; ECLI:NL:GHAMS:2017:5137 (ex-voorzitter YPFDJ Nederland tegen hoogleraar Universiteit Tilburg), http://www.ie-forum.nl/artikelen/uitlatingen-hoogleraar-zijn-binnen-grens-vrijheid-van-meningsuiting-wel-hogere-mate-van-zorgvuldighe

Hof Amsterdam 12 december 2017, IEF 17349; ECLI:NL:GHAMS:2017:5137 (ex-voorzitter YPFDJ Nederland tegen hoogleraar Universiteit Tilburg). Mediarecht. Radio. Vrijheid van meningsuiting. Naar aanleiding van een gepubliceerd artikel is de hoogleraar gevraagd voor een interview, de ex-voorzitter van YPFDJ heeft vervolgens aangifte gedaan van smaad en laster. In kort geding werd o.a. een rectificatie gevorderd, welk werd afgewezen [IEF 15686]. Hoewel de juistheid van de beweringen niet onomstotelijk vast hoeft te staan, bevat het aanwezige feitenmateriaal de nodige aanwijzingen voor de beweringen. Dat de beweringen van een hoogleraar afkomstig zijn, maakt dat er een grotere mate van zorgvuldigheid vereist kan worden dan van de gemiddelde burger. Dit is van onvoldoende gewicht om tot een ander oordeel te komen over de beweringen. Het hof deelt de conclusie van de voorzieningenrechter dat in dit geval het belang van de hoogleraar om zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend te kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken zwaarder weegt dan het belang van de ex-voorzitter om niet lichtvaardig te worden blootgesteld aan verdachtmakingen en zijn belang dat zijn privacy niet onnodig wordt geschonden.

IEF 17350

HvJ EU: einde-procedure-bericht is niet gelijkwaardig aan een ABC-vergunning

HvJ EU 7 dec 2017, IEF 17350; ECLI:EU:C:2017:948 (MSD tegen Comptroller General of Patents, Designs and Trade Marks), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-einde-procedure-bericht-is-niet-gelijkwaardig-aan-een-abc-vergunning

HvJ EU 7 december 2017, IEF 17350; LS&R 1545; IEFbe 2427; ECLI:EU:C:2017:948; C- 567/16 (MSD tegen Comptroller General of Patents, Designs and Trade Marks). Octrooirecht. Geneesmiddelen. ABC. De ABC-verordening moet zo worden uitgelegd dat een einde-procedure-bericht dat door de referentielidstaat is opgesteld vóór het vervallen van het in de ABC-verordening bedoelde basisoctrooi, niet als gelijkwaardig kan worden beschouwd aan een vergunning voor het in de handel brengen in de zin van eerstgenoemde bepaling, zodat geen ABC kan worden verkregen op basis van een dergelijk bericht.

Antwoord HvJ EU:

1) Artikel 3, onder b), van verordening (EG) nr. 469/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen moet in die zin worden uitgelegd dat een einde-procedure-bericht dat door de referentielidstaat overeenkomstig artikel 28, lid 4, van richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik, zoals gewijzigd, wat de geneesmiddelenbewaking betreft, bij richtlijn 2010/84/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2010, is opgesteld vóór het vervallen van het in artikel 1, onder c), van verordening nr. 469/2009 bedoelde basisoctrooi, niet als gelijkwaardig kan worden beschouwd aan een vergunning voor het in de handel brengen in de zin van eerstgenoemde bepaling, zodat geen aanvullend beschermingscertificaat kan worden verkregen op basis van een dergelijk bericht.

IEF 17347

Verslag Najaarsbijeenkomst 2017

Op 23 en 24 november 2017 vond alweer de Najaarsvergadering van de BMM plaats. Gaststad was dit jaar Rotterdam en de plaats van het gebeuren was een Rotterdams icoon : de SS Rotterdam. Deze voormalige oceaancruiser is inmiddels omgebouwd tot een evenementenschip. Een mooie anekdote is dat de moeder van onze Dagvoorzitster Simone Pelkmans in de jaren 60 nog met dit schip naar New York is gevaren. Sommigen vergeleken het schip met de Love Boat anderen met de Titanic, al had dit laatste meer te maken met het vele overheidsgeld dat blijkbaar naar de ombouw van het schip is gevloeid.

IEF 17348

Health & Beauty producten Albert Heijn toch niet in strijd met afspraken Etos franchisenemers

Hof Amsterdam 22 nov 2017, IEF 17348; ECLI:NL:GHAMS:2017:4972 (Etos en Albert Heijn tegen Vereniging van Etos Franchisenemers), http://www.ie-forum.nl/artikelen/health-beauty-producten-albert-heijn-toch-niet-in-strijd-met-afspraken-etos-franchisenemers

Hof Amsterdam 22 november 2017, IEF 17348; ECLI:NL:GHAMS:2017:4972 (Etos en Albert Heijn tegen Vereniging van Etos Franchisenemers). Merkenrecht. Franchise. Zie eerder [IEF 17327]. Albert Heijn (AH) biedt haar health & beauty producten niet langer aan onder haar eigen huismerk. Het plan was om een deel van de Etos eigen merk producten, onder het Etos merk, te verkopen in de AH-winkels, maar dit is van de baan. Het gaat nu om de vraag of Etos en AH in strijd handelen met gemaakte afspraken door de verhandeling van de "Care" producten. Het uiterlijk van de verpakking vertoont gelijkenis met de verpakking van de equivalenten van het Etos eigen merk. De naam Etos en elke verwijzing naar Etos op de verpakking ontbreekt. De op deze producten vermelde naam is “Care”. Voorts staat vermeld dat deze producten zijn “gecreëerd” voor Albert Heijn. Het Hof volgt niet het oordeel van de voorzieningenrechter dat de uitrol van de "Care" producten in strijd is met de gemaakte afspraken. Het wordt onvoldoende aannemelijk geacht dat het winkelend publiek van AH de vergelijkbare “Care” producten als Etos producten, althans behorende tot het kenmerkende assortiment van Etos, zal herkennen althans daarover in verwarring zal geraken.

IEF 17346

Bas Kist - Max Verstappen verliest strijd om boek

max verstappen boek

Bas Kist, Max Verstappen verliest strijd om boek, De Volkskrant, 12 december 2017, p. 2. Het boek Max, een biografie over coureur Max Verstappen van uitgeverij Karakter, hoeft niet uit de handel te worden genomen. Dat heeft de rechtbank van Amsterdam bepaald. Verstappen had de zaak aangespannen, omdat hij meende dat Karakter inbreuk op zijn portretrecht had gemaakt, door zonder toestemming foto's van hem te gebruiken. Het aanbod van de uitgever om hem 10 procent van de opbrengst te geven, was volgens Verstappen een fooi. Hij kwam met twee marketingrapporten op de proppen waaruit moest blijken dat zijn portret ruim 200 duizend euro waard is. Volgens de rechter is de aangeboden 10 procent in dit geval echter een redelijke vergoeding. Daarbij speelt een rol dat het boek geen puur commercieel project is, maar ook als doel heeft het publiek te informeren. Bovendien is slechts een beperkt aantal foto's gebruikt, zijn deze foto's al eerder in andere media verschenen en zijn ze in dit geval vooral ondersteunend voor de inhoud.

IEF 17345

Dennemeyer IP quiz

Dennemeyer IP quiz

Play the Dennemeyer IP Quiz and make the world a more transparent and sustainable place to live in! For each correct answer given in our quiz, Dennemeyer will donate 2 Euros to the WWF.

IEF 17344

Om proceseconomische redenen geen aanhouding, maar comparitie die niet vóór het tweede kwartaal 2018 wordt ingepland

Rechtbank Den Haag 1 nov 2017, IEF 17344; ECLI:NL:RBDHA:2017:14311 (TomTom tegen MKB Ondernemers), http://www.ie-forum.nl/artikelen/om-proceseconomische-redenen-geen-aanhouding-maar-comparitie-die-niet-v-r-het-tweede-kwartaal-2018-w

Rechtbank Den Haag 1 november 2017, IEF 17345; ECLI:NL:RBDHA:2017:14311 (TomTom tegen MKB Ondernemers) MKB Ondernemers vordert aanhouding in verband met Amsterdamse bodemprocedure over de vraag of de overeenkomst al dan niet rechtsgeldig is beëindigd, terwijl nu de vraag over merkinbreuk voorligt. De vraag is of de overeenkomst nog voortduurt en daarom pleit dat om de eindbeslissing af te wachten. Echter de aanhouding zal zeker leiden tot een langdurige vertraging. Om praktische en proceseconomische redenen zal niet worden overgegaan tot aanhouding, maar wordt comparitie gelast die niet vóór het tweede kwartaal 2018 zal worden ingepland, in de verwachting dat de eindbeslissing in de Amsterdamse zaak zal zijn genomen vóór de ingeplande comparitiedatum.

IEF 17343

AP geeft groen licht voor verwerking persoonsgegevens door Dutch FilmWorks

Overig , IEF 17343; z201 7 - 02053 (Dutch Film Works), http://www.ie-forum.nl/artikelen/ap-geeft-groen-licht-voor-verwerking-persoonsgegevens-door-dutch-filmworks

AP, 5 december 2017, IEF 17343, IT 2434, z2017 - 02053 (Definitief besluit Dutch FilmWorks) Uit het persbericht: De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft de voorgenomen verwerking van persoonsgegevens door Dutch FilmWorks B.V. (DFW) rechtmatig verklaard [zie eerder IEF 17003]. DFW heeft voldoende waarborgen getroffen voor een behoorlijke en zorgvuldige verwerking van deze persoonsgegevens. Dat betekent dat DFW groen licht heeft van de AP om persoonsgegevens, zoals IP-adressen, te verzamelen van mensen die downloaden uit illegale bronnen.

IEF 17342

Erwin Angad-Gaur - Vertrouwen

Erwin Angad-Gaur, Vertrouwen, SENA Performers magazine Reflecties - 2017-4, p. 14-15. Eind oktober stond het nieuwe kabinet op de treden rondom de koning. Het regeerakkoord verscheen enkele weken eerder, na lange onderhandelingen, onder het motto ‘Vertrouwen in de toekomst’. Maar hoeveel garanties voor die toekomst biedt het nieuwe kabinet de muziek- en de cultuursector? Veel blijft nog onduidelijk. Lees meer

IEF 17341

Geen beroep op portretrecht Max Verstappen nu hij redelijke 10% netto-opbrengst ongeautoriseerd boek krijgt aangeboden

Rechtbank Amsterdam 6 dec 2017, IEF 17341; ECLI:NL:RBAMS:2017:8990 (Mavic-Max Verstappen tegen Karakter Uitgevers), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-beroep-op-portretrecht-max-verstappen-nu-hij-redelijke-10-netto-opbrengst-ongeautoriseerd-boek
max verstappen boek

Rechtbank Amsterdam 6 december 2017, IEF 17341; ECLI:NL:RBAMS:2017:8990 (Mavic-Max Verstappen tegen Karakter Uitgevers) Portretrecht. Karakter heeft het boek "Max - het ongeautoriseerde verhaald over de jongste Formule 1-winnar ooit" uitgegeven. Op de voorkant bestaat in zijn geheel uit een foto van Verstappen en bevat verder 17 foto's uit zijn racecarrière. De foto's zijn van het ANP gekocht en eerder in verschillende media gepubliceerd. Verstappen heeft een verzilverbare populariteit en verzet zich ex 21 Aw en 8 EVRM tegen de publicatie. Hoewel hij een helm draagt op zeven foto's is hij voor het publiek duidelijk herkenbaar aan het volledige Red Bull Racing tenue, zijn raceauto en zijn silhouet, bovendien staat zijn naam in de bijschriften. De uitgeverij heeft een redelijke vergoeding van 10% van de netto-opbrengst aangeboden voor het openbaarmaken van Verstappens portret. Nu geen bijkomende omstandigheden naar voren zijn gebracht waarom de openbaarmaking van het portret alsnog onrechtmatig is, is er geen redelijk belang om zich te verzetten op basis van zijn portretrecht. Vordering wordt afgewezen.

IEF 17334

Is alles al gezegd over influencer marketing?

De Reclamecode Social Media viert bijna haar vierde verjaardag. Wat heeft de Code ons gebracht? Waar knelt het en bij wie ligt de verantwoordelijkheid als het online even fout gaat? Weten adverteerders en – misschien nog wel belangrijker – de infl uencers zelf de Code te vinden en na te leven? Ook bespreken we andere aspecten van infl uencer marketing en discussiëren we over de toekomst van reclame via social media. Sarah Arayess (Hoogenraad & Haak, advertising & IP advocaten) spreekt over Influencer marketing. Lees meer

IEF 17340

Parijse Hof verklaart Capri Sun vormmerk voor stazakje nietig

24 nov 2017, IEF 17340; (Capri Sun contre Arab Beverages Est), http://www.ie-forum.nl/artikelen/parijse-hof-verklaart-capri-sun-vormmerk-voor-stazakje-nietig

Cour d'appel de Paris 24 novembre 2017, IEF 17340; IEFbe 2424 (Capri Sun contre Arab Beverages Est) Uitspraak van het Cour d’appel de Paris van 24 november 2017 inzake Capri Sun AG tegen Arab Beverages Est betreffende de geldigheid van het Internationale vormmerk 677 879 op het Capri Sun stazakje. Het vormmerk van Capri Sun op het stazakje is door het Cour d’appel de Paris in Frankrijk nietig verklaard. Daarmee heeft het Cour d’appel de Paris de beslissing in eerste aanleg van het Tribunal de Grande Instance van 2 juli 2015, waartegen Capri Sun hoger beroep had ingesteld, in stand gehouden.

Eerder, op 28 juni 2017 verklaarde het Duitse Bundespatentgericht [IEF 16996] inzake Deutsche SiSi-Werke Betriebs GmbH tegen Riha WeserGold Getränke GmbH & Co. KG het vormmerk op het Capri Sun stazakje van SiSi-Werke Betriebs GmbH eveneens nietig op grond van de techniek-exceptie.

IEF 17339

Conclusie AG: Gebruik van voornaam Kenzo als merk vormt geen gebruik met geldige reden

HvJ EU 7 dec 2017, IEF 17339; ECLI:EU:C:2017:950 (Kenzo Estate), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-ag-gebruik-van-voornaam-kenzo-als-merk-vormt-geen-gebruik-met-geldige-reden
kenzo estate

Conclusie AG HvJ EU 7 december 2017, IEF 17339; IEFbe 2423; ECLI:EU:C:2017:950; C-85/16p en C-86/16 P (Kenzo Estate) Merkenrecht. Hogere voorzieningen. Aanvraag tot inschrijving van een Uniemerk ‚KENZO ESTATE’ tegenover ouder Uniemerk ‚Kenzo’. Vraag of het gebruik van de voornaam van een persoon een gebruik met geldige reden vormt”. Het gebruik van Kenzo Tsujimoto's voornaam als merk vormt geen gebruik met geldige reden. Het is de houder van een Uniemerk niet toegestaan een derde te verbieden gebruik te maken van diens naam of adres. Dit strookt met artikel 7 Handvest dat privé, familie- en gezinsleven waarborgt. Wij identificeren ons door onze naam te gebruiken.

IEF 17338

Rectificatie column over fraude bij de uitgifte van paardenpaspoorten

Rechtbank Midden-Nederland 7 dec 2017, IEF 17338; ECLI:NL:RBNNE:2017:4685 (Europees Arabisch Stamboek voor Shagyapaarden, Sportpaarden en Sportpony's tegen Uitgeverij), http://www.ie-forum.nl/artikelen/rectificatie-column-over-fraude-bij-de-uitgifte-van-paardenpaspoorten

Vzr. Rechtbank Noord-Nederland 7 december 2017, IEF 17338; IT&R 2433; ECLI:NL:RBNNE:2017:4685 (Europees Arabisch Stamboek voor Shagyapaarden, Sportpaarden en Sportpony's tegen Uitgeverij). Column. Rectificatie. Europees Arabisch Stamboek voor Shagyapaarden, Sportpaarden en Sportpony's (EASP) houdt onder andere een stamboek bij van Shagyapaarden en pony's. Gedaagde is een uitgeverij die zich toelegt op berichtgeving over paarden, onder meer op de site horses.nl. In een column uit 2017 is EASP in verband gebracht met fraude bij de uitgifte van paardenpaspoorten. Dit is een ernstige beschuldiging, bovendien geuit in kringen van paardenliefhebbers, waaronder de (aspirant-)leden van EASP. Het is daarnaast niet vast te komen staan dat in het paspoort van de pony stond dat zij een EASP-pony was. Nu niet aannemelijk is geworden dat de rol van EASP meer inhield dan het wettelijk verplicht afgeven van het aangevraagde blanco paspoort, wordt geoordeeld dat, gezien de ernst van de beschuldigingen, waarbij EASP is weggezet als een organisatie die fraude faciliteert en de publieke belangstelling hiervoor, een onrechtmatige daad jegens EASP oplevert. Dat het gepubliceerde artikel een column betreft maakt dit niet anders. Bepaalde aspecten mogen wel worden uitvergroot in een column, maar moeten wel steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal. Gedaagde wordt gehouden een rectificatie op haar website te plaatsen.

IEF 17337

Volledige proceskostenveroordeling in verstekvonnis nu proceskostenoverzicht bij exploot aan gedaagde is betekend

Rechtbank Den Haag 6 dec 2017, IEF 17337; (Tommy Hilfiger tegen Goeiemode), http://www.ie-forum.nl/artikelen/volledige-proceskostenveroordeling-in-verstekvonnis-nu-proceskostenoverzicht-bij-exploot-aan-gedaagd

Rechtbank Den Haag 6 december 2017, IEF 17337 (Tommy Hilfiger tegen Goeiemode). Merkenrecht. Verstekvonnis. Tommy Hilfiger stelt inbreuk op haar merkenrechten. Goeiemode is niet op komen dagen tijdens de zitting en krijgt een pan-Europees inbreukverbod opgelegd. Er is een onthoudingsverklaring overeengekomen met Tommy Hilfiger Licensing en niet eveneens met Tommy Hilfiger Europe. De gevorderde betaling van boetebedragen is slechts toewijsbaar voor zover de tekortkoming in de nakoming van de onthoudingsverplichting vast staat en enkel jegens Tommy Hilfiger Licensing. De boete wordt toegekend voor drie kledingstukken. De veroordeling tot betaling van boetebedragen per kledingstuk in strijd met de onthoudingsverklaring, waarbij nog moet blijken om hoeveel kledingstukken het gaat, zal waarschijnlijk leiden tot executieproblemen en wordt daarom afgewezen. Tevens wordt Goeiemode veroordeeld in de volledige proceskosten, nu Tommy Hilfiger een proceskostenoverzicht bij exploot heeft betekend, waarmee het overzicht aan Goeiemode kenbaar is gemaakt.

IEF 17336

Als inbreuk is erkend en recall-actie ingesteld, is de procedure niet meer tot handhaving IE

Rechtbank Den Haag 22 nov 2017, IEF 17336; ECLI:NL:RBDHA:2017:13694 (Lindberg), http://www.ie-forum.nl/artikelen/als-inbreuk-is-erkend-en-recall-actie-ingesteld-is-de-procedure-niet-meer-tot-handhaving-ie

Rechtbank Den Haag 22 november 2017, IEF 17336; ECLI:NL:RBDHA:2017:13694 (Lindberg tegen gedaagde) Merkenrecht. Klacht over bril voorzien van Lindberg-merk, maar niet door haar is vervaardigd. Inbreuk niet betwist. Proceskosten slechts deels conform indicatietarief. Gedaagde heeft ook daadwerkelijk na het uitbrengen van de dagvaarding en vóór het nemen van de conclusie van antwoord gerectificeerd en (met succes) een recall-actie ingesteld. Na uitbrengen van de dagvaarding zag procedure uitsluitend op bepalen hoogte proceskosten; derhalve vanaf dat moment niet langer een procedure tot handhaving intellectuele eigendom; gelet op specifieke omstandigheden (reëel aanbod betaling kosten gedaagde en weigering eiseres daarover in overleg te treden) zijn de kosten vanaf dat moment gecompenseerd.

IEF 17335

Coca-Cola voert succesvolle oppositie tegen merk Master in eenzelfde lettertype

7 dec 2017, IEF 17335; ECLI:EU:T:2017:877 (Coca-Cola - Master), http://www.ie-forum.nl/artikelen/coca-cola-voert-succesvolle-oppositie-tegen-merk-master-in-eenzelfde-lettertype
master cocacola

Gerecht EU 7 december 2017, IEF 17335; IEFbe 2422; ECLI:EU:T:2017:877; T-61/16 (Coca-Cola - Master) Uit het persbericht: Coca-cola succesvol in de oppositie tegen de registratie van het teken 'Master' in eenzelfde lettertype voor de marketing van dranken en voedselproducten. Hoewel het teken 'Master' enkel in Syrië en het Midden Oosten wordt gebruik in een vergelijkbare vorm, kan Coca-Cola bewijst daarmee het risico van commercieel free-riden als logische gevolgtrekking dat 'Master' ook in de toekomst in de EU op eenzelfde manier zal worden gebruikt.

IEF 17333

Vragen aan HvJ EU over het gebruik van beeldtekens die een voorstelling oproepen van de oorsprongsbenaming

HvJ EU 19 okt 2017, IEF 17333; C-614/17 (Fundación Consejo Regulador de la Denominación de Origen Protegida queso manchego tegen Industrial Quesera), http://www.ie-forum.nl/artikelen/vragen-aan-hvj-eu-over-het-gebruik-van-beeldtekens-die-een-voorstelling-oproepen-van-de-oorsprongsbe

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 19 oktober 2017, IEF 17333; RB 3047; IEFbe 2420; C-614/17 (Fundación Consejo Regulador de la Denominación de Origen Protegida queso manchego tegen Industrial Quesera). Beschermde oorsprongsbenaming. Via MinBuZa: Verzoeker (Fundación Consejo Regulador de la Denominación de Origen Protegida Queso Manchego) is een procedure begonnen tegen verweerders (Industrial Quesera Cuquerella en Cuquerella Montagud), waarbij zij cumulatief verschillende vorderingen heeft ingesteld. Verzoeker heeft gevorderd dat wordt vastgesteld dat de etiketten die door verweerders worden gebruikt voor het identificeren en in de handel brengen van kazen die niet onder de beschermde oorsprongsbenaming (hierna: BOB) ‘queso manchego’ vallen, en het gebruik van termen, waarmee verweerder op haar webpagina zowel verwijst naar kazen die vallen onder de BOB ‘queso manchego’ als naar andere kazen, die daar niet onder vallen, krachtens artikel 13 van de verordening inbreuk maken op de BOB ‘queso manchego’. Behalve deze vorderingen tot verkrijging van een declaratoire uitspraak tot nietigverklaring van merken en handelsnamen, zijn ook vorderingen ingesteld tot staking en verwijdering uit het handelverkeer. Verweerders betwistten dat de op de etiketten en de website gebruikte woord- en beeldtekens een voorstelling opriepen van de kaas die onder de BOB ‘queso manchego’ valt. Zij hebben aangevoerd dat verweerder een in La Mancha gevestigd bedrijf is dat kazen maakt in La Mancha – waarvan sommige vallen onder de BOB ‘queso manchego’ en andere niet –, zodat het logisch is dat zij symbolen uit de regio La Mancha gebruikt.