IEF 17156

Jurisprudentielunch merken-, modellen-, auteursrecht op 22 november 2017

Op woensdag 22 november 2017 organiseert eduLex, onderdeel van deLex, wederom een intensieve jurisprudentielunch. Tijdens deze bijeenkomst bespreken Tobias Cohen Jehoram, Charles Gielen en Joris van Manen met u de belangrijkste uitspraken op het gebied van het merken-, modellen- en auteursrecht. Van iedere uitspraak wordt de essentie en het belang voor de praktijk besproken. In slechts drie uur tijd bent u volledig op de hoogte van de ontwikkelingen in de meest recente rechtspraak van het afgelopen half jaar. Onder andere de volgende uitspraken worden besproken:

IEF 17208

Dirk Visser - Doceram quid docebit?(1)

doceram

Doceram is houder van gemeenschapsmodellen voor lascentreerpennen (zie afbeelding) in drie verschillende geometrische vormen, met telkens zes verschillende types (2). Het Landgericht Düsseldorf heeft de modellen nietig verklaard, omdat de keuze van het design uitsluitend was bepaald door overwegingen inzake de technische functionaliteit.

Het Oberlandesgericht stelde prejudiciële vragen [IEF 16182] en op 19 oktober 2017 nam Advocaat-Generaal SAUGMANDSGAARD ØE zijn conclusie [IEF 17192].

Volgens deze AG is de vraag in wezen om vast te stellen of uit het simpele feit dat er sprake is van alternatieve designs, kan worden afgeleid dat de aan de orde zijnde modellen niet uitsluitend worden bepaald door de technische functie of dat het dienaangaande relevante criterium de vraag betreft of „esthetische overwegingen” of „de uitwerking van de vormgeving” van deze producten de ontwerper ervan ertoe hebben geleid te kiezen voor een specifiek design.

IEF 17205

Martin Senftleben - Recommendation on Measures to Safeguard Fundamental Rights and the Open Internet in the Framework of the EU Copyright Reform

M. Senftleben e.a. The Recommendation on Measures to Safeguard Fundamental Rights and the Open Internet in the Framework of the EU Copyright Reform, SSRN oktober 2017. Samenvatting vanuit het Engels vertaald: Artikel 13 van het Voorstel voor een Richtlijn inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt en de begeleidende overweging 38 behoren tot de meest controversiële onderdelen van het voorstel van de Europese Commissie tot hervorming van het auteursrecht. Verschillende Lidstaten (België, Tsjechië, Finland, Hongarije, Ierland, Nederland en Duitsland) hebben vragen ingediend waarin zij om meer duidelijkheid verzoeken met betrekking tot aspecten die essentieel zijn voor de bescherming van fundamentele rechten in de EU en voor de toekomst van het internet als een open communicatie medium. Het artikel analyseert deze vragen in het licht van de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU. Het biedt richtsnoeren en achtergrondinformatie om de voorgestelde nieuwe wetgeving te verbeteren.

IEF 17193

HvJ EU: Geen afwijzing merkinbreukvordering vanwege te kwader trouw zonder de reconventionele nietigverklaring toe te wijzen

HvJ EU 19 okt 2017, IEF 17193; ECLI:EU:C:2017:776 (Hansruedi Raimund tegen Michaela Aigner), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-geen-afwijzing-merkinbreukvordering-vanwege-te-kwader-trouw-zonder-de-reconventionele-nietigv

HvJ EU 19 oktober 2017, IEF 17193; IEFbe 2386; ECLI:EU:C:2017:776; C-425/16 (Hansruedi Raimund tegen Michaela Aigner). Merkenrecht. Raimund is houder van het Uniewoordmerk 'Baucherlwärmer', een kruidenmengsel. Aigner stelt dat Raimund het merk in strijd met de goede zeden en te kwader trouw heeft verworven. De verwijzende OOS rechter (Oberster Gerichtshof) stelt vast dat kwade trouw bij aanvraag een absolute nietigheidsgrond is die in de inbreukprocedure alleen geldig kan worden aangevoerd wanneer verweerster op grond daarvan een reconventionele vordering instelt. De vraag rijst hoe de reconventionele vordering dient te worden behandeld. Conclusie AG: [IEF 16882].

Antwoord HvJ EU:

1)      Artikel 99, lid 1, van verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het Uniemerk moet aldus worden uitgelegd dat de krachtens artikel 96, onder a), van deze verordening bij een rechtbank voor het Uniemerk ingestelde vordering wegens inbreuk niet kan worden afgewezen op basis van een absolute nietigheidsgrond, zoals de in artikel 52, lid 1, onder b), van deze verordening bepaalde grond, zonder dat deze rechtbank de reconventionele vordering tot nietigverklaring, die de gedaagde op deze vordering wegens inbreuk heeft ingesteld op basis van artikel 100, lid 1, van deze verordening, en die op dezelfde nietigheidsgrond is gebaseerd, heeft toegewezen.
2)      De bepalingen van verordening nr. 207/2009 moeten aldus worden uitgelegd dat zij er niet aan in de weg staan dat de rechtbank voor het Uniemerk de vordering wegens inbreuk, in de zin van artikel 96, onder a), van deze verordening, kan afwijzen op basis van een absolute nietigheidsgrond, zoals de in artikel 52, lid 1, onder b), van deze verordening bepaalde grond, zelfs al is de beslissing op de krachtens artikel 100, lid 1, van deze verordening ingestelde reconventionele vordering tot nietigverklaring, die op dezelfde nietigheidsgrond is gebaseerd, niet definitief geworden.
 

IEF 17192

Conclusie AG: Bescherming gemeenschapsmodel centreerpennen uitgesloten als uiterlijke kenmerken zijn gekozen met het oog op technische functie

HvJ EU 19 okt 2017, IEF 17192; ECLI:EU:C:2017:779 (Doceram tegen CeramTec), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-ag-bescherming-gemeenschapsmodel-centreerpennen-uitgesloten-als-uiterlijke-kenmerken-zijn

Conclusie AG HvJ EU 19 oktober 2017, IEF 17192; IEFbe 2385; ECLI:EU:C:2017:779; C-395/16 (Doceram tegen CeramTec). Modellenrecht. Docecream is houdster van diverse gemeenschapsmodellen die centreerpennen beschermen in drie verschillende geometrische vormen. Docecream stelt nietigverklaring van de soortgelijke modellen van Ceramtec omdat de bekendgemaakte uiterlijke kenmerken van de producten uitsluitend door de technische functie worden bepaald. Relevant is of er sprake is van technische bepaaldheid die bescherming in de zin van artikel 8.1 van Vo. 6/2002 uitsluit wanneer de (technische) functionaliteit de enige factor is die het design bepaalt. De Duitse rechter vraagt zich af of de bescherming zich al dan niet dient uit te strekken tot onderdelen die onzichtbaar zijn wanneer eenmaal op hun plaats zijn aangebracht. 

Conclusie AG:

1)      Artikel 8, lid 1, van verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende gemeenschapsmodellen moet aldus worden uitgelegd dat de door genoemde verordening geboden bescherming is uitgesloten indien de uiterlijke kenmerken van het aan de orde zijnde voortbrengsel uitsluitend zijn gekozen met het doel dat dat voortbrengsel kan voldoen aan een gegeven technische functie, dus zonder enige creatieve bijdrage van de ontwerper ervan; het feit dat er mogelijk andere vormen bestaan waarmee hetzelfde technische resultaat kan worden bereikt, is dienaangaande op zichzelf niet beslissend.
2)      Teneinde te bepalen of de uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel zijn gekozen op grond van overwegingen die uitsluitend verband houden met de technische functie van een voortbrengsel, in de zin van genoemd artikel 8, lid 1, moet de aangezochte rechter een objectief oordeel vellen, door gebruik te maken van zijn eigen beoordelingsbevoegdheid, rekening houdend met alle relevante omstandigheden van het concrete geval.

IEF 17191

HvJ EU over 'dezelfde handelingen' en rechtsmacht wat betreft online merkgebruik

HvJ EU 19 okt 2017, IEF 17191; ECLI:EU:C:2017:771 (MERCK), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-over-dezelfde-handelingen-en-rechtsmacht-wat-betreft-online-merkgebruik

HvJ EU 19 oktober 2017, IEF 17191; IEFbe 2384; ECLI:EU:C:2017:771; C-231/16 (MERCK) Merkenrecht. Procesrecht. Rechtsmacht. Over de rechtsmacht over een aantal Britse en internationale woordmerken MERCK. Artikel 109 Richtlijn EUTM. Begrippen 'dezelfde partijen' en 'dezelfde handelingen', gebruik van Merck op websites en online platformen. Is er sprake van dezelfde handeling als het gaat om onderhoud en wereldwijd gebruik van identieke online internet presentie op dezelfde domeinnaam? Conclusie AG: [IEF 16757].

Antwoord HvJ EU: 

1)      Artikel 109, lid 1, onder a), van verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het Uniemerk moet aldus worden uitgelegd dat slechts is voldaan aan de aldaar gestelde voorwaarde inzake het bestaan van „dezelfde handelingen” wanneer voor rechterlijke instanties van verschillende lidstaten tussen dezelfde partijen vorderingen wegens inbreuk worden ingesteld die respectievelijk op een nationaal merk en een Uniemerk zijn gebaseerd, voor zover deze vorderingen betrekking hebben op een vermeende inbreuk op een nationaal merk en een gelijk Uniemerk op het grondgebied van dezelfde lidstaten.

IEF 17206

Vader moet afzien van plaatsen foto's minderjarig kind op social media

Rechtbank Overijssel 18 sep 2017, IEF 17206; ECLI:NL:RBOVE:2017:3924 (Vader tegen Moeder), http://www.ie-forum.nl/artikelen/vader-moet-afzien-van-plaatsen-foto-s-minderjarig-kind-op-social-media

Rechtbank Overijssel 18 september 2017, IEF 17206; ECLI:NL:RBOVE:2017:3924 (Gezaghebbende Moeder) Mediarecht. Privacy. Vader heeft het kind, met toestemming van moeder, erkend. De moeder oefent alleen het gezag over het kind uit. Vader wilt foto's van zijn kind op Facebook plaatsen. Moeder heeft hier bezwaar tegen. De kinderrechter heeft geoordeeld dat als de met gezag belaste moeder dit niet wilt, vader dit niet moet doen. De Raad voor de Kinderbescherming deelt dit standpunt. De rechtbank overweegt dat het in het huidige digitale tijdperk gebruikelijk is dat allerlei zaken via internet te delen. Gezien de omstandigheden van het geval, o.a. een moeizame totstandkoming van een omgangsregeling, oordeelt de rechtbank dat een geschil omtrent het plaatsen van foto's op social media geen struikelblok moet vormen voor deze omgangsregeling. Vader moet afzien van het plaatsen van foto's op social media van zijn kind. Er staan alternatieven als een fotoboek of het tonen van foto's op computer of laptop aan familie/vrienden ter beschikking.

IEF 17207

PAO en rechtspraakbundel auteursrecht

In november zal in Leiden voor de vierentwintigste keer de actuele rechtspraak en ontwikkelingen op het gebied van het auteursrecht worden besproken, waaronder Hof 's-Hertogenbosch 17 oktober 2017, IEF 17197; IT 2376; ECLI:NL:GHSHE:2017:4524 (MyP2P tegen The Football Association Premier League Limited) en alle arresten van het HvJ EU van het afgelopen jaar +  Tom Kabinet, Rodap/Pam-arbitrage en Thuiskopie.  Bijgaand de jurisprudentiebundel behorende bij deze cursus met samenvattingen van alle rechtspraak van het Hof EU op het gebied van het auteursrecht en de naburige rechten.

IEF 17204

Uitnodiging tot maken standbeeld biedt geen grond voor vergoeding gemaakte kosten

Rechtbank Overijssel 17 okt 2017, IEF 17204; ECLI:NL:RBOVE:2017:3908 (Eiseres tegen Gemeente Twenterand), http://www.ie-forum.nl/artikelen/uitnodiging-tot-maken-standbeeld-biedt-geen-grond-voor-vergoeding-gemaakte-kosten
Kunstenares Vriezenveen

Rechtbank Overijssel 17 oktober 2017, IEF 17204; ECLI:NL:RBOVE:2017:3908 (Eiseres tegen Gemeente Twenterand). Contractenrecht. In 2014 is een Oorlogsmonument in Vriezenveen gestolen. De gemeente heeft in de plaatselijke krant een oproep geplaatst waarin zij aangeeft een kunstenaar te zoeken voor het maken van een nieuw oorlogsmonument. Eiseres is kunstenares en heeft een schetsontwerp gemaakt in de vorm van een maquette. De gemeente berichtte dat eiseres haar ontwerp mocht toelichten, maar uiteindelijk is eiseres niet verkozen tot degene aan wie de opdracht is verstrekt. Eiseres heeft nog wel een kostenvergoeding gevraagd, maar deze is door de gemeente geweigerd. Eiseres vordert alsnog betaling. Kernvraag is hier of er sprake is van een opdracht ex art. 7:400 lid 1 BW of van uitnodiging tot het doen van een aanbod. De rechter oordeelt dat er geen sprake is van een opdracht en derhalve ontbeert de vordering juridische grondslag.

IEF 17203

Ontoelaatbare inbreuk op persoonlijke levenssfeer door undercoverprogramma SBS6

Hof Arnhem-Leeuwarden 17 okt 2017, IEF 17203; ECLI:NL:GHARL:2017:9004 (SBS c.s. tegen Geïntimeerde), http://www.ie-forum.nl/artikelen/ontoelaatbare-inbreuk-op-persoonlijke-levenssfeer-door-undercoverprogramma-sbs6

Hof Arnhem-Leeuwarden 17 oktober 2017, IEF 17203; ECLI:NL:GHARL:2017:9004 (SBS c.s. tegen Geïntimeerde). Mediarecht. Privacy. SBS zendt het programma "Stegeman op de bres". Het gaat in één van de uitzendingen om overboekingen van de rekeningen van de ouders van geïntimeerde naar de eigen rekening van geïntimeerde. De moeder van geïntimeerde heeft aangifte gedaan bij de politie, maar die hebben de zaak geseponeerd. In eerste aanleg vorderde geïntimeerde dat SBS de uitzending van al haar media zou verwijderen en daarnaast een rectificatie diende te plaatsen. Deze vorderingen worden toegewezen. Het Hof overweegt echter dat het uitzenden van het programma waarin opnamen zijn gemaakt met een verborgen camera een ontoelaatbare inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van geïntimeerde vormen. Dit weegt niet op tegen de vrijheid van meningsuiting van SBS c.s. Deze inbreuk rechtvaardigt het uitzendverbod. De rectificatie wordt, met inachtneming van de omstandigheden van het geval ten tijde van de beoordeling door het Hof, alsnog afgewezen. Het Hof bekrachtigt het vonnis met uitzondering van de onder 5.2 bevolen rectificatie en de onder 5.3 uitgesproken proceskostencompensatie.

IEF 17202

Daniel Gervais benoemd tot hoogleraar bij de UvA/IViR

, IEF 17202; http://www.ie-forum.nl/artikelen/daniel-gervais-benoemd-tot-hoogleraar-bij-de-uva-ivir
Daniel Gervais (Montreal, 1963) is een internationaal vooraanstaande expert in het recht van intellectuele eigendom en het internationale handelsrecht, en auteur van het gezaghebbende handboek over het TRIPs-verdrag, 'The TRIPS Agreement: Drafting History and Analysis’ (5de dr., Sweet & Maxwell). Hij heeft tevens tal van publicaties op het terrein van het auteursrecht, merkenrecht en de bescherming van geografische herkomstaanduidingen op zijn naam staan.

Voor meer informatie zie de aankondiging op de UvA website

IEF 17201

3 november - VvA studiemiddag: verbouwing en sloop: het persoonlijkheidsrecht van de architect

De eerstvolgende VvA ledenvergadering en studiemiddag zal plaatsvinden op vrijdag 3 november 2017 in de Tolhuistuin, IJpromenade 2 te Amsterdam. De ledenvergadering zal om 13.30 beginnen. Het wetenschappelijke gedeelte begint om 14.00 uur en zal als thema hebben: “Verbouwing en sloop: het persoonlijkheidsrecht van de architect.” De vergadering zal om 17.00 uur eindigen waarna kan worden nagepraat tijdens de borrel.

IEF 17200

Oordeel tot nader onderzoek naar de vraag of aantijgingen in boek over sektarische organisaties onrechtmatig zijn

Rechtbank Amsterdam 11 okt 2017, IEF 17200; ECLI:NL:RBAMS:2017:7345 (Eiser tegen journaliste en Uitgeverij Luitingh-Sijthoff), http://www.ie-forum.nl/artikelen/oordeel-tot-nader-onderzoek-naar-de-vraag-of-aantijgingen-in-boek-over-sektarische-organisaties-onre
boek Ik was gek van geluk

Rechtbank Amsterdam 11 oktober 2017, IEF 17200; ECLI:NL:RBAMS:2017:7345 (Eiser tegen journaliste en Uitgeverij Luitingh-Sijthoff) Voorlopige voorziening. Gedaagde is journaliste en heeft in 2013 een boek geschreven die is uitgegeven door Sijthoff. Het boek gaat over de ervaringen van personen met sektarische organisaties. In hoofdstuk 6 heeft gedaagde geschreven over een organisatie 'BSV' en over de daar werkzame [naam], beide namen zijn verzonnen. Een groot deel van de pers gaat er vanuit dat met deze namen wordt gedoeld op eisers. Eisers vorderen dat het boek onrechtmatig is en dat gedaagde en Sijthoff hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de geleden en nog te lijden schade. De rechter oordeelt dat het er alle schijn van heeft dat in het boek in hoofdstuk 6 met 'BVS' op eiser wordt gedoeld. In het licht van de door gedaagde overlegde stukken kan niet reeds op voorhand worden aangenomen dat de publicatie onrechtmatig is geweest. In de hoofdzaak moet nader onderzoek plaatsvinden naar de vraag of de aantijgingen in door gedaagde geschreven boek onvoldoende grondslag in de feiten vinden.

IEF 17199

Dirk Visser - Is het toegestaan om zonder toestemming van de docent een hoorcollege op te nemen en op facebook te zetten?

, IEF 17199; http://www.ie-forum.nl/artikelen/dirk-visser-is-het-toegestaan-om-zonder-toestemming-van-de-docent-een-hoorcollege-op-te-nemen-en-op
toestemming docent hoorcollege facebook

Op 17 oktober 2017 gaf Dirk Visser in Leiden een mini-college over deze vraag. De aanleiding laat zich raden.
Het antwoord ook: nee.

Het is zowel auteursrechtelijk als nabuurrechtelijk verboden en als de student zelf niet deelneemt aan het ‘gesprek’ (niets zegt tijdens het college) is het ook nog strafbaar op grond van artikel 139a of 139b Wetboek van Strafrecht (afhankelijk van de vraag of de collegezaal een ‘besloten lokaal’ is of niet). De PowerPoint van het mini-college is bijgevoegd.

IEF 17198

Telecom octrooi Philips vernietigd wegens gebrek aan inventiviteit

Rechtbank Den Haag 18 okt 2017, IEF 17198; ECLI:NL:RBDHA:2017:11759 (Koninklijke Philips tegen Asustek Computer), http://www.ie-forum.nl/artikelen/telecom-octrooi-philips-vernietigd-wegens-gebrek-aan-inventiviteit

Rechtbank Den Haag 18 oktober 2017, IEF 17198; ECLI:NL:RBDHA:2017:11759 (Koninklijke Philips tegen Asustek Computer); ECLI:NL:RBDHA:2017:11758 (Koninklijke Philips tegen Wiko) Telecom octrooi vernietigd. Philips is houdster van octrooien die zij essentieel acht voor de technische standaarden 3G en 4G voor mobiele communicatie. Philips is bij de rechtbank Den Haag inbreukprocedures gestart ter zake van verschillende octrooien, in deze zaak wordt EP 525: 'Radio Communication System' behandeld. Zie eerder: [IEF 16669] en [IEF 17136]. Philips legt aan haar vorderingen ten grondslag dat Asus, door het in Nederland aanbieden van mobiele telefoons, smartphones en tablets die voldoen aan het HSDPA-protocol van de UMTS-standaard, inbreuk maakt op de conclusies 10, 11 en 14 en indirecte inbreuk op conclusies 1, 2 en 15 van EP 525. Philips heeft tegen Wiko dezelfde vorderingen ingesteld ter zake van EP 525. De rechtbank wijst de vorderingen van Philips af en vernietigd het Nederlandse deel van EP 525. De conclusies 10 en 1 (waarin het radiosysteem is geclaimd waarin het mobiele station van conclusie 10 opereert) zijn niet inventief. 

IEF 17197

Het zonder toestemming plaatsen van hyperlinks naar sportwedstrijden is een mededeling aan het publiek

Hof 's-Hertogenbosch 17 okt 2017, IEF 17197; ECLI:NL:GHSHE:2017:4524 (MyP2P tegen The Football Association Premier League Limited), http://www.ie-forum.nl/artikelen/het-zonder-toestemming-plaatsen-van-hyperlinks-naar-sportwedstrijden-is-een-mededeling-aan-het-publi

Hof 's-Hertogenbosch 17 oktober 2017, IEF 17197; IT 2376; ECLI:NL:GHSHE:2017:4524 (MyP2P tegen The Football Association Premier League Limited) Auteursrecht op (live) beeldverslagen van sportwedstrijden. Zie tussenuitspraak: [IEF 15081]. In de periode van 2006 tot 19 augustus 2011 heeft MyP2P via haar website gratis live streams aangeboden van sportwedstrijden. Deze live streams waren afkomstig van niet daartoe geautoriseerde derden. Het Hof verwijst naar de uitspraak van de Hoge Raad [IEF 14835] en het HvJ EU [IEF 16226] in de GeenStijl-zaak. In het voetspoor van het GeenStijl-arrest komt het hof tot de voorlopige conclusie: MyP2P heeft op haar websites hyperlinks geplaatst naar andere websites waarop de sport-uitzendingen beschikbaar waren zonder dat Premier League en de KNVB als auteursrechthebbenden daarvoor toestemming hadden gegeven. Bij dat handelen was sprake van winstoogmerk zodat kan worden vermoed dat MyP2P kennis had of kon hebben van de omstandigheid dat de plaatsing van de hyperlinks is geschied met volledige kennis van de beschermde aard van deze werken en van het ontbreken van toestemming voor de beschikbaarstelling daarvan via hyperlinks aan een onbepaald, vrij groot, aantal internetgebruikers, welk (nieuw) publiek Premier League en de KNVB ieder niet in aanmerking had genomen toen zij voor de uitzending van de werken door de omroeporganisatie toestemming verleenden. Het zonder toestemming plaatsen van de hyperlinks moet worden aangemerkt als 'mededeling aan het publiek' in de zin van art. 3 lid 1 Auteursrechtrichtlijn en van openbaar maken in de zin van art. 12 Aw. Aangezien er sprake is van een weerlegbaar vermoeden laat het hof het aanbod van MyP2P toe tot het leveren van tegenbewijs. 

 

IEF 17189

HvJ EU: Dagvaarding voor schending persoonlijkheidsrechten rechtspersoon in de plaats waar centrum van belangen ligt

HvJ EU 17 okt 2017, IEF 17189; (Bolagsupplysningen tegen Svensk Handel), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-dagvaarding-voor-schending-persoonlijkheidsrechten-rechtspersoon-in-de-plaats-waar-centrum-va

HvJ EU 17 oktober 2017, IEF 17189; IEFbe 2382; IT 2374; ECLI:EU:C:2017:766; C-194/16 (Bolagsupplysningen tegen Svensk Handel) Er is beroep ingesteld door Bolagsupplysningen tegen Svensk Handel strekkende tot rechtzetting van onjuiste informatie, verwijdering van commentaren, vergoeding van materiële en immateriële schade. Bolagsupplysningen is door Svensk Handel op een 'zwarte lijst' op haar website geplaatst wegens vermeend bedrog en oplichterij. Gevolg hiervan is dat verzoeksters bedreigd zijn en hun activiteiten in Zweden nagenoeg stilliggen. Svensk Handel stelt dat er geen nauwe band is tussen het geding en de Estse rechter. Conclusie AG: [IEF 17190]. Antwoord HvJ EU: 

1)      Artikel 7, punt 2, van verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken dient aldus te worden uitgelegd dat een rechtspersoon die stelt dat zijn persoonlijkheidsrechten zijn geschonden door de publicatie op internet van onjuiste gegevens over hem en door het niet verwijderen van op hem betrekking hebbende reacties, een beroep kan instellen tot rectificatie van die gegevens, verwijdering van die reacties en vergoeding van alle geleden schade bij de gerechten van de lidstaat waar zich het centrum van zijn belangen bevindt.
Verricht de betrokken rechtspersoon het grootste deel van zijn activiteiten in een andere lidstaat dan die waar hij zijn statutaire zetel heeft, dan kan hij de vermeende veroorzaker van de aantasting in die andere lidstaat oproepen met een beroep op de plaats waar de schade is ingetreden.
2)      Artikel 7, punt 2, van verordening nr. 1215/2012 dient aldus te worden uitgelegd dat een persoon die stelt dat zijn persoonlijkheidsrechten zijn geschonden door de publicatie op internet van onjuiste gegevens over hem en door het niet verwijderen van op hem betrekking hebbende reacties niet bij de gerechten van elke lidstaat op het grondgebied waarvan de op internet gepubliceerde informatie toegankelijk is of was, een beroep kan instellen tot rectificatie van die gegevens en verwijdering van die reacties.

IEF 17195

Vooraankondiging Zeist en VIE-prijs 2017

Aankondiging VIE-prijs. Tijdens het IE Symposium op 14 maart 2018 zal deze prijs weer worden uitgereikt. Voor de VIE-prijs komen in aanmerking publicaties die een wezenlijke en/of vernieuwende bijdrage leveren aan de kennis en het begrip van het intellectuele eigendoms- of het ongeoorloofde mededingingsrecht in Nederland, door een auteur die op het moment van publicatie niet ouder was dan 35 jaar, in het Nederlands of Engels, die binnen vijftien maanden voorafgaand aan de uitreiking van de prijs zijn gepubliceerd. Proefschriften komen niet in aanmerking.

IEF 17194

Ondanks technisch bepaalde elementen is vuurschaal op sokkel een auteursrechtelijk beschermd werk

Rechtbank Oost-Brabant 13 okt 2017, IEF 17194; (Holland Vormgevers tegen Noach Outdoor), http://www.ie-forum.nl/artikelen/ondanks-technisch-bepaalde-elementen-is-vuurschaal-op-sokkel-een-auteursrechtelijk-beschermd-werk

Vzr. Rechtbank Oost-Brabant 13 oktober 2017, IEF 17194 (Holland Vormgevers tegen Noach Outdoor) Auteursrecht. Holland Vormgevers heeft een vuurschaal ontworpen op een rechthoekige stenen sokkel. Er wordt een identieke vuurschaal door Noah Outdoor geproduceerd en te koop aangeboden. Met de gekozen combinatie van de vuurschaal op de sokkel sprake is van een auteursrechtelijk beschermd werk. Hoewel de vuurschaal technisch en functioneel bepaalde elementen bevat, wijkt deze door de combinatie van specifieke elementen duidelijk af van andere vuurschalen. Nu de totaalindruk van beide vuurschalen identiek is, en de vuurschaal van Holland Vormgevers als eerste op de markt is gebracht, moet worden aangenomen dat de schaal van Noach Outdoor ontleend is aan die van Holland Vormgevers. Noach Outdoor pleegt auteursrechtinbreuk.