IEF 16291

Auteursrechtdebat: De hyperlinkendiscussie: hoe (on)gefilterd dient het internet te zijn?

Inleiding De uitgelekte naaktfoto’s van BN’er Britt Dekker. Ze blijven ons bezighouden. Mocht een nieuwsmedium van prettig gestoorde onzin als GeenStijl nu wel of geen hyperlink plaatsen naar de naaktfoto’s van Britt Dekker die zonder toestemming op internet verschenen maar weliswaar ergens verstopt waren op een dubieuze Australische site? GeenStijl was natuurlijk zeer verheugd zulke magisch mooie foto’s te hebben bemachtigd via een linktip, maar na deze foto’s met veel tamtam te hebben aangekondigd, was wel in één klap een heel groot publiek op de hoogte van dit nieuwtje. Daarnaast kan niet worden ontkend dat GeenStijl over de rug van Sanoma’s inspanningen aan dit nieuws een aardig zakcentje heeft verdiend. Ook heeft Sanoma GeenStijl meerdere malen moeten aanmanen de foto’s te verwijderen. Het was dus niet helemaal in de haak wat GeenStijl deed. GeenStijl wist namelijk dat die naaktfoto’s nog in de Playboy moesten verschijnen en dat deze meerwaarde hadden voor de internetgebruiker. GeenStijl is echter niet degene geweest die de foto’s op het internet heeft gezet. Dat was iemand anders. GeenStijl heeft slechts een hyperlink geplaatst naar informatie die reeds op internet vrij toegankelijk was. Er zijn zoveel internetgebruikers die hyperlinks plaatsen, dan mag GeenStijl dat toch ook doen? Hoe dit dilemma op te lossen?

 

Svensson In het Svensson-arrest was reeds bepaald dat het plaatsen van een hyperlink een relevante beschikbaarstelling oplevert en daarmee een interventie, maar er was geen nieuw publiek nu de krantenartikelen met toestemming vrij toegankelijk op de website van de Götenborgs-Posten te vinden waren. Door toestemming te geven deze artikelen vrij toegankelijk op internet te plaatsen, kan ervan worden uitgegaan dat ook toestemming is gegeven voor het plaatsen van een hyperlink nu dit inherent is aan een goed functionerend internet. Dit lost echter niet op hoe dan te oordelen in een geval waarin geen toestemming is gegeven voor het beschikbaar stellen van het materiaal op internet. Wiens belangen dienen dan voor te gaan? Die van de auteursrechthebbenden (intellectuele eigendomsrechten) of die van de gebruikers (vrijheid van meningsuiting en van informatie) of het algemeen belang?

Britt Dekker: een geïndividualiseerde beoordeling In de Britt Dekker-zaak besluit het HvJ EU eens diep te tasten in zijn eigen ontwikkelde rechtspraakbuidel (eens al zo vernuftig voorspeld door Dirk Visser). Nieuw is de nadruk die het HvJ EU legt op het feit dat het begrip ‘mededeling aan het publiek’ een geïndividualiseerde beoordeling vergt. Naast de logische ogende criteria die het HvJ EU in de rechtspraak heeft ontwikkeld (interventie, nieuw publiek en winstoogmerk) moet ook een subjectieve kennistoets worden afgelegd: was de gebruiker op de hoogte van de onrechtmatigheid van de bron? Afgevraagd kan worden of dit wel zo logisch is. Is dit niet meer iets voor ons onrechtmatige daad recht? Moet het begrip ‘mededeling aan het publiek’ niet eerder objectief worden ingevuld?
De criteria: interventie, nieuw publiek, winstoogmerk

Volgens het HvJ EU is van een interventie sprake indien ‘hij, met volledige kennis van de gevolgen van zijn handelwijze, intervenieert om zijn klanten toegang te verlenen tot beschermd werk, met name daar deze klanten zonder een dergelijke interventie in beginsel geen toegang zouden hebben tot het verspreide werk’ (r.o. 35). In casu kan gezegd worden dat zonder de interventie van GeenStijl velen de foto’s van Britt Dekker anders niet hadden gezien. GeenStijl heeft een directe toegang geboden tot deze foto’s. Voor het publieksvereiste geldt dat het moet gaan om een vrij groot onbepaald aantal potentiële ontvangers. Indien het gaat om een andere technische werkwijze (bijvoorbeeld in de situatie toen de kabelaars nog de signalen uit de ether haalden en deze via de kabel doorgaven), dan is de vaststelling dat er sprake is van een groot onbepaald aantal ontvangers voldoende (r.o. 36). Bij eenzelfde technische werkwijze, zoals in het onderhavige geval, moet er sprake zijn van een nieuw publiek, dat wil zeggen ‘een publiek dat door de houders van het auteursrecht nog niet in aanmerking werd genomen toen zij toestemming verleenden voor de oorspronkelijke mededeling van hun werk aan het publiek’ (r.o. 37). Sanoma had dit internetpubliek helemaal niet in aanmerking genomen, want heeft geen toestemming verleend voor de plaatsing van de foto’s op die Australische site. Daarnaast is het ook niet zonder belang om te weten of er winst wordt beoogd (r.o. 38), een factor die van oudsher wordt meewogen. Dit valt eveneens in het nadeel van GeenStijl uit, aangezien zij een commercieel nieuwsmedium zijn.   

Subjectieve kennistoets Zijn we er nu? Nee, er moet namelijk wel rekening mee worden gehouden dat hyperlinks van essentieel belang zijn voor een goed functionerend internet, de vrijheid van informatie en meningsuiting. Bovendien is het soms niet eenvoudig vast te stellen of er toestemming is gegeven (r.o. 45-46). In die geïndividualiseerde beoordeling moet dan ook met deze omstandigheden rekening worden gehouden. Zoals gezegd: ook de subjectieve kennis van de hyperlinker moet worden getoetst in aanvulling op deze criteria. Van een niet-wetende en niet-commerciële individuele hyperlinker kan worden gezegd dat hij toch geen inbreuk pleegt nu hij niet met volledige kennis van de gevolgen intervenieert. Hij wist immers niet en kon ook redelijkerwijs niet weten dat het werk zonder toestemming was geplaatst. Daarnaast voegt het HvJ EU eraan toe dat het werk toch al op internet stond en dus toegankelijk was voor het internetpubliek (r.o. 47-48). Afgevraagd kan worden in hoeverre deze toevoeging relevant is nu van de hyperlinker die wel wist dat het materiaal zonder toestemming op internet was geplaatst, ook gezegd kan worden dat in feite het publiek hetzelfde is gebleven na zijn gedraging: het internetpubliek blijft het internetpubliek. Maar dat terzijde.

Als hij wist dat het werk zonder toestemming op internet was geplaatst, bijvoorbeeld doordat hij daarover gewaarschuwd is, dan is er echter wel sprake van een mededeling aan het publiek. In dat geval intervenieert hij immers met volledige kennis van de gevolgen. Ook als hij beperkingsmaatregelen omzeild, bijvoorbeeld die zijn getroffen om de toegang van het publiek te beperken tot de abonnees ervan, dan is hij de klos. Dit wordt gezien als een weloverwogen interventie die ervoor zorgt dat een groter publiek toegang krijgt tot het materiaal waartoe aanvankelijk alleen abonnees toegang toe hadden (r.o. 49-50). Ook als we niet naar de subjectieve kennis van de hyperlinker zouden kijken, zou deze handeling niet door de beugel kunnen, omdat objectief gezien het gehele publiek feitelijk is vergroot, namelijk van abonneepubliek naar internetpubliek. Daarnaast als met winstoogmerk wordt gelinkt naar illegale content, dan is er tevens sprake van een mededeling aan het publiek. Van een dergelijke hyperlinker kan worden verwacht dat deze de nodige verificaties verricht om zich ervan te vergewissen dat het werk op de site waarnaar wordt gelinkt niet illegaal is gepubliceerd, zodat moet worden vermoed dat die plaatsing is geschied met volledige kennis van de gevolgen (r.o. 51). Het vermoeden van inbreuk indien de link naar illegale content plaatsvindt, kan dus door de commerciële linker worden weerlegd als er verificaties zijn verricht.

GeenStijl valt ook na deze subjectieve kennistoets door de mand: GeenStijl wist dat de foto’s illegaal op internet waren gezet nu de foto’s ergens op een dubieuze server waren geplaatst, de foto’s nog in de Playboy moesten verschijnen en daarom moest weten dat het niet de bedoeling was dat de foto’s voortijdig op internet verschenen, en GeenStijl meerdere keren door Sanoma op de hoogte is gebracht dat deze foto’s zonder toestemming op internet waren geplaatst. Daarnaast is GeenStijl een commercieel nieuwsmedium.

Onduidelijkheden Ondanks dat de Britt Dekker-casus met deze richtlijnen van het HvJ EU wel is op te lossen, blijven er toch onduidelijkheden. Hoeveel inspanningen zijn er bijvoorbeeld nodig om het vermoeden te weerleggen? Is een automatisch systeem dat illegale content verifieert voldoende of moet er een heel team aan advocaten opgezet worden? Mag je wel Content ID, zoals YouTube gebruikt, vereisen? Is dat niet in strijd met het formaliteitenverbod (art. 5 lid 2 Berner Conventie)? Ook is r.o. 53 relevant: ‘In dit verband dient er met name op te worden gewezen dat deze rechthebbenden in alle omstandigheden de mogelijkheid hebben om dergelijke personen te wijzen op het illegale karakter van de publicatie van hun werk op internet en in rechte tegen hen op te treden wanneer zij weigeren die link te verwijderen, zonder dat die personen zich kunnen beroepen op een van de in bovengenoemd artikel 5, lid 3, opgesomde uitzonderingen.’ Betekent dit dat een beroep op de beperkingen is uitgeschakeld? Is het maken van een parodie van een werk dat zonder toestemming op internet is geplaatst niet toegestaan indien de parodist over het onrechtmatige karakter van de plaatsing wordt geïnformeerd? Of is het vermoeden weerlegd zodra een beroep wordt gedaan op de beperkingen? Weerlegt het beroep op de veilige haven voor hosting het vermoeden? Hoe richten we de toegang tot internet in? Hoeveel controle willen we geven aan de creatieve industrie? Wat denkt u?

Stellingen:

1.    Een beroep op de veilige haven voor hosting weerlegt het weerlegbare vermoeden van inbreuk indien de link naar illegale content plaatsvindt.
2.    Een beroep op de beperkingen weerlegt het weerlegbare vermoeden van inbreuk indien de link naar illegale content plaatsvindt.
3.    Indien gebruik wordt gemaakt van een geautomatiseerd verificatiesysteem, dan is het weerlegbare vermoeden van inbreuk weerlegd.

IEF 16290

HvJ EU: Staking merkinbreuk voor gehele EU gelasten, uitgezonderd deel van grondgebied waarvoor geen verwarring is vastgesteld

HvJ EU 22 sep 2016, IEF 16290; ECLI:EU:C:2016:719; C‑223/15 (Combit Software tegen Commit), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-staking-merkinbreuk-voor-gehele-eu-gelasten-uitgezonderd-deel-van-grondgebied-waarvoor-geen-v

HvJ EU 22 september 2016, IEF 16290; IEFbe 1946; ECLI:EU:C:2016:719; C‑223/15 (Combit Software tegen Commit) Uniemerk – Eenheidskarakter – Vaststelling van verwarringsgevaar voor slechts een deel van de Unie – Territoriale werking van het verbod als bedoeld in artikel 102 van deze verordening. HvJ EU:

Artikel 1, lid 2, artikel 9, lid 1, onder b), en artikel 102, lid 1 [Uniemerkrichtlijn] moeten aldus worden uitgelegd dat wanneer een rechtbank voor het Uniemerk vaststelt dat het gebruik van een teken leidt tot gevaar voor verwarring met een Uniemerk in een deel van het grondgebied van de Europese Unie, terwijl een dergelijk gevaar niet bestaat in een ander deel van dit grondgebied, deze rechtbank moet oordelen dat sprake is van schending van het aan dit merk verbonden uitsluitende recht en de staking van dit gebruik moet gelasten voor het gehele grondgebied van de Europese Unie, met uitzondering van het deel van dit grondgebied waarvoor het ontbreken van verwarringsgevaar werd vastgesteld.

IEF 16289

InfoSocrichtlijn verzet zich tegen regeling die enkel de eindgebruiker van apparaten thuiskopieheffing kan laten terugvragen

HvJ EU 22 sep 2016, IEF 16289; ECLI:EU:C:2016:717; C‑110/15 (Microsoft voorheen Nokia tegen SIAE e.a.), http://www.ie-forum.nl/artikelen/infosocrichtlijn-verzet-zich-tegen-regeling-die-enkel-de-eindgebruiker-van-apparaten-thuiskopieheffi

HvJ EU 22 september 2016, IEF 16289; IEFbe 1945; IT 2144; ECLI:EU:C:2016:717; C‑110/15 (Microsoft voorheen Nokia tegen SIAE e.a.) Auteursrecht en naburige rechten. Uitsluitend reproductierecht. Uitzonderingen en beperkingen. Zie eerder IEF 15922; IEF 14904. Artikel 5, lid 2, onder b). Beperking voor privékopieën – Billijke compensatie. Privaatrechtelijke overeenkomsten voor de vaststelling van de criteria voor vrijstelling van de heffing van de billijke compensatie. Verzoek om terugbetaling beperkt tot de eindgebruiker onterecht.

Het recht van de Europese Unie, met name artikel 5, lid 2, onder b)[InfoSocRichtlijn], moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling, zoals die aan de orde in het hoofdgeding, die vrijstelling van de vergoeding voor het kopiëren voor privégebruik voor producenten en importeurs van apparaten en dragers die duidelijk bestemd zijn voor een ander gebruik dan het kopiëren voor privégebruik, afhankelijk stelt van het sluiten van overeenkomsten tussen een organisatie die een wettelijk monopolie heeft voor het behartigen van de belangen van de auteurs van werken, enerzijds, en de betalingsplichtigen of hun brancheorganisaties, anderzijds, en die voorts bepaalt dat enkel de eindgebruiker van deze apparaten en dragers kan verzoeken om terugbetaling van een dergelijke vergoeding in geval deze ten onrechte is betaald.

IEF 16288

Bodybuilder silhouette is geen merk

Gerecht EU (voorheen GvEA) 29 sep 2016, IEF 16288; ECLI:EU:T:2016:579 (Universal Protein Supplements), http://www.ie-forum.nl/artikelen/bodybuilder-silhouette-is-geen-merk
bodybuilder silhouette

Gerecht EU 29 september 2016, IEF 16287; IEFbe 1944; ECLI:EU:T:2016:579 (Universal Protein Supplements) EU-merk. De aanvraag voor registratie van beeldmerk dat een bodybuilder voorstelt voor voedingssupplementen is beschrijvend voor de producten en diensten waarvoor inschrijving is gevraagd. Het silhouette is een realistische weergave van hoe een bodybuilder in pose zijn armspieren toont. Het Gerecht EU weigert de voorziening.

 

IEF 16287

Via satelliettechnologie gewiste gegegevens ex aequo et bono gewaardeerd op 10.000euro

Rechtbank Rotterdam 21 sep 2016, IEF 16287; ECLI:NL:RBROT:2016:7441 (IAP tegen verzekeraars), http://www.ie-forum.nl/artikelen/via-satelliettechnologie-gewiste-gegegevens-ex-aequo-et-bono-gewaardeerd-op-10-000euro

Rechtbank Rotterdam 21 september 2016, IEF 16287; IT 2143; ECLI:NL:RBROT:2016:7441 (IAP tegen verzekeraars) Verzekeringszaak over waardebepaling IE-rechten. IAP hield zich bezig met diensten op het gebied van cyber- en creditcard security ten behoeve van onder meer creditcardmaatschappijen. De PCI programmamanager en twee medewerkers in Tunesië verdwenen en hebben laptops van IAP, waarop vertrouwelijke klantgegevens stonden en gegevens waarop IAP de IE-rechten had, meegenomen. IAP heeft de inhoud van deze laptops via satelliettechnologie op afstand vernietigd. Dat IAP de gegevens heeft vernietigd heeft het causaal verband niet te niet gedaan; zij was daartoe gehouden, gelet op de vertrouwelijke aard van die gegevens. Het relateren van de waarde aan het aantal bestede uren is geen geschikte maatstaf om de waarde van deze IE-rechten te bepalen. Het gaat om de waarde in het economisch verkeer van die kennis. Dat die, rechtstreeks, zou afhangen van het aantal bestede uren is onvoldoende aannemelijk. Bij gebreke van een duidelijke maatstaf, van kenbare gegevens, zoals activering op de balans, en van een inhoudelijk standpunt zijdens verzekeraars over de toe te kennen waarde, waardeert de rechtbank deze rechten ex aequo et bono op € 10.000,-.

IEF 16286

Onvoldoende zwaarwegende grond opzegging strategische samenwerking exploitatie mestrobot

Hof Amsterdam 19 jul 2016, IEF 16286; ECLI:NL:GHAMS:2016:2952 (OZ tegen IBB), http://www.ie-forum.nl/artikelen/onvoldoende-zwaarwegende-grond-opzegging-strategische-samenwerking-exploitatie-mestrobot
mestrobot

Hof Amsterdam 19 juli 2016, IEF 16286; IT 2142; ECLI:NL:GHAMS:2016:2952 (JOZ tegen IBB) Contractenrecht. Samenwerking exploitatie mestrobot. Partijen zijn een contractuele strategische samenwerkingsovereenkomst aangegaan, met als doel het gezamenlijk ontwikkelen en exploiteren van een mestrobot. De regeling bevat wijze waarop het risico van die ontwikkeling en exploitatie over partijen verdeeld zou worden, vruchten worden gedeeld. Het succesvol ontwikkelen van een geschikt navigatiesysteem door IBB wordt niet alleen beloond met een aanneemsom maar ook met een aandeel in de vervolgens met de verkoop van de mestrobots te behalen (bruto)winst en dat zij ook van de exploitatie van “spin-offs” van het gezamenlijk ontwikkelde product zou mee profiteren. De gehanteerde opzegtermijn van 11 maanden achtte de rechtbank echter zes maanden te kort. Anders dan de eerste rechter oordeelde, acht het hof vooralsnog niet voldoende gebleken dat een voldoende zwaarwegende opzeggrond aanwezig was. Comparitie wordt gelast.

IEF 16285

Forfaitaire schadevergoedingsvordering merkinbreuk komt niet onrechtmatig of ongegrond voor

Rechtbank Den Haag 7 sep 2016, IEF 16285; (Chanel tegen gedaagde), http://www.ie-forum.nl/artikelen/forfaitaire-schadevergoedingsvordering-merkinbreuk-komt-niet-onrechtmatig-of-ongegrond-voor

Rechtbank Den Haag 7 september 2016, hersteld bij vonnis van 28 september; IEF 16285 (Chanel tegen gedaagde) Het gevorderde de komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. De rechtbank verklaart voor recht dat gedaagde inbreuk op de internationale, Benelux en Uniemerken. Gedaagde wordt veroordeeld €50 per verkocht inbreukmakend product (7 stuks), vermeerderd met een forfaitaire schadevergoeding van €50 per overig inbreukmakend prouct zoals zal blijken uit de bevolen opgave door een onafhankelijke gediplomeerde administrateur binnen acht weken na betekening.

IEF 16282

Vragen aan HvJ EU: mogen verduidelijkende aanvullingen als tofuboter, sojamelk ondanks verkoopbenamingseisen?

HvJ EU 28 jul 2016, IEF 16282; C-422/16 (TofuTown), http://www.ie-forum.nl/artikelen/vragen-aan-hvj-eu-mogen-verduidelijkende-aanvullingen-als-tofuboter-sojamelk-ondanks-verkoopbenaming
TofuTown

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJ EU 28 juli 2016, IEF 16282; IEFbe 1943; LS&R 1375; RB 2779; C-422/16 (TofuTown) Merknamen. Verkoopbenaming. Verzoekster is een vennootschap die vegetarische/vegane levensmiddelen produceert en distribueert onder benamingen als Tofubutter, pflanzenkäse, veggie-cheese e.d.. Verweerster is het Verband Sozialer Wettbewerb, een vereniging tot bestrijding van oneerlijke mededinging. Verweerster heeft een stakingsvordering tegen verzoekster ingesteld wegens schending van de DUI mededingingswet in samenhang met bijlage VII van Vo. 1308/2013. Het gaat om de benaming van de betreffende producten.

IEF 16283

Journalist mag naam kind niet in vechtscheidingsboek of tijdens lezingen niet noemen

Hof Amsterdam 13 sep 2016, IEF 16283; ECLI:NL:GHAMS:2016:3749 (Kind in vechtscheidingsboek), http://www.ie-forum.nl/artikelen/journalist-mag-naam-kind-niet-in-vechtscheidingsboek-of-tijdens-lezingen-niet-noemen
dwaze vaders boek

Hof Amsterdam 13 september 2016, IEF 16283; ECLI:NL:GHAMS:2016:3749 (Kind in vechtscheidingsboek) Onrechtmatige publicatie. Verbod openbaarmaken van persoonsgegevens van (minderjarige) betrokkenen in het boek. In hoger beroep wordt verbod tot openbaarmaking persoonsgegevens gehandhaafd. Journalist wil biografie publiceren over NN, die na een vechtscheiding zelfmoord heeft gepleegd, met vermelding van zijn volledige naam. Ex-echtgenote vordert mede namens minderjarige dochter, die de achternaam van vader draagt, met succes verbod vermelding persoonsgegevens. Het Hof verbiedt X ook de volledige naam van A te noemen op een bijeenkomst, lezing, evenement, interview of soortgelijke gelegenheid over (v)echtscheidingen en/of zelfmoord.

IEF 16284

Conclusie tot verwerping cassatie-beroep L'ARGENTINA over verband merk met de plaatsnaam

Hoge Raad 9 sep 2016, IEF 16284; (Foralways tegen Quilate), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-tot-verwerping-cassatie-beroep-l-argentina-over-verband-merk-met-de-plaatsnaam

Conclusie AG HR 9 september 2016, IEF 16284 (Foralways tegen Quilate) Merkenrecht. Geografische aanduiding. Deze zaak [IEF 14480, IEF 10884] gaat over beschrijvende geografische aanduidingen die geen merk kunnen zijn, omdat dergelijke plaatsnamen niet gemonopoliseerd moeten kunnen worden, maar voor gebruik door iederen moeten worden vrijgehouden. Volgens Foralways moet er een verband bestaan tussen intrinsieke kenmerken van de categorie waren of diensten en de plaatsnaam. De AG meent dat er voor wat betreft de te hanteren toets in Chiemsee sprake is van een 'acte éclairé'. De AG concludeert tot verwerping.

IEF 16281

Vragen aan HvJ EU over autovelgen die als vervangingsonderdelen ter reparatie dienen

HvJ EU 2 jun 2016, IEF 16281; (Acacia tegen Porsche), http://www.ie-forum.nl/artikelen/vragen-aan-hvj-eu-over-autovelgen-die-als-vervangingsonderdelen-ter-reparatie-dienen
velgen

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJ EU 2 juni 2016; IEF 16281; IEFbe 1941; C-435/16 (Acacia tegen Porsche) Verzoeksters (d’Amato is bestuurder van Acacia) vervaardigen velgen voor personenauto’s, waaronder imitaties van ingeschreven gemeenschapsmodellen van verweerster Porsche. Op de velgen staan de kenmerken van verzoekster. Zij biedt de velgen in DUI aan via haar website waarbij zij erop wijst dat het om vervangende wielen gaat die volledig compatibel zijn met de aangegeven voertuigen en uitsluitend bestemd om ze te repareren en weer hun oorspronkelijke uiterlijke kenmerken te geven. Verweerster stelt inbreuk op haar gemeenschapsmodellen. Verzoeksters zijn in eerste instantie veroordeeld maar gaan in beroep, dat eveneens wordt verworpen. De zaak ligt nu voor in Revision bij de verwijzende rechter. Verzoeksters volharden in hun stelling dat het om vervangingsonderdelen gaat die dienen ter reparatie van beschadigde voertuigen en daarom krachtens artikel 110 van Vo. 6/2002 niet vielen onder de bescherming van de litigieuze modellen. Zie ook de andere twee recente Acacia-zaken C-397/16 [IEF 16224] en –zijdelings- C-433/16 BMW [IEF 16280]

IEF 16280

Vraag aan HvJ EU: Is opwerpen van onbevoegdheidsexceptie van aangezochte nationale rechter, maar ondergeschikt aan andere prejudiciële procedure-excepties, aanvaarding rechtsmacht?

HvJ EU 5 apr 2016, IEF 16280; (BMW tegen Acacia), http://www.ie-forum.nl/artikelen/vraag-aan-hvj-eu-is-opwerpen-van-onbevoegdheidsexceptie-van-aangezochte-nationale-rechter-maar-onder

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJ EU 5 april 2016, IEF 16280; IEFbe 1940; C-433/16 (BMW tegen Acacia) Procesrecht. Rechtsmacht. Acacia heeft verzoekster gedagvaard (Rb Napels) ter verkrijging van een uitspraak tot vaststelling van niet-inbreuk op gemeenschapsmodellen van allooivelgen voor autobanden, in eigendom of onder octrooi van verzoekster. Zij vordert dat vragen aan het HvJEU worden gesteld voor wat betreft de bevoegdheid van de ITA rechter. Verzoekster heeft (onder meer) de onbevoegdheid van de ITA rechter als exceptie opgeworpen, zich baserend op zowel Vo. 44/2001 als Vo. 6/2002, die beide de DUI rechtbanken als bevoegd aanwijzen. Voor wat betreft het verwijt van misbruik van machtspositie stelt zij dat ‘de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan’ niet dezelfde is en niet dezelfde kan zijn als die waar de uiteindelijke economische schade aan het vermogen van de beweerde schadelijder zich heeft voorgedaan, aangezien aldus het forum van artikel 5, lid 3, van de Vo. Brussel I zou samenvallen met het forum actoris, hetgeen in strijd is met het algemeen criterium van de woonplaats van verweerder. Zij wijst op het feit dat verweerster geen enkele vordering tot schadevergoeding tegen haar heeft ingediend zodat de plaats van de schade zich niet in ITA kan bevinden. Zie ook de andere twee recente Acacia-zaken C-397/16 [IEF 16224] en –zijdelings- C-435/16 [IEF 16281].

(1) Kan volgens artikel 24 van verordening nr. 44/2001 het vooraf opwerpen van de exceptie van onbevoegdheid van de aangezochte nationale rechter, maar ondergeschikt aan andere prejudiciële procedure-excepties, voordat wordt ingegaan op de grond van de zaak, worden uitgelegd als een aanvaarding van de rechtsbevoegdheid?

IEF 16279

Plaatsing van een scan uit vakblad is inbreuk op foto Hoekersingelbrug

Kantonrechter 21 jun 2016, IEF 16279; (Dijkstra tegen FDN Engineering), http://www.ie-forum.nl/artikelen/plaatsing-van-een-scan-uit-vakblad-is-inbreuk-op-foto-hoekersingelbrug

Ktr. Rechtbank Amsterdam 21 juni 2016, IEF 16279 (Dijkstra tegen FDN Engineering) Dijkstra is auteursrechthebbende op de foto Hoekersingelbrug, een voetgangersbrug in Rotterdam die door FDN is ontworpen. Nadat er contact is geweest tussen partijen, maar op niets uitmondde. De foto (niet hier afgebeeld) gebruikt in het blad Cobouw; ingescand en op de site van FDN geplaatst. Voor de omvang van de schade is niet uitgangspunt hoeveel Dijkstra heeft ontvangen voor plaatsing in Cobouw, maar het nadeel dat hij heeft geleden. FDN heeft bewust naar mogelijkheden geïnformeerd en desondanks toch nagelaten toestemming te verkrijgen. De gederfde licentie-inkomsten ad €270, verhoogd met inbreuk op exclusieve recht en dat eiser zelf de inbreuk heeft moeten constateren en handhaven, komt de vordering van €540 redelijk voor.

IEF 16232

Masterclass: Juridische academisch schrijven: Geen Nood! Iedereen kan het leren

masterclass juridisch academisch schrijven-header

De redactie van het tijdschrift AMI organiseert met deLex de Masterclass: Juridische academisch schrijven: Geen Nood! Iedereen kan het leren.

Op donderdag 13 oktober 2016 organiseert deLex, in samenwerking met de redactie van AMI de Masterclass ‘Juridisch academisch schrijven’. Wie de masterclass volgt, beschikt daarna over voldoende houvast voor het schrijven van een gedegen, maar prettig leesbare wetenschappelijke publicatie, een beschouwing over actuele ontwikkelingen of een annotatie. Bij de bevestiging van de inschrijving worden deelnemers uitgenodigd om hun idee voor een publicatie, of indien voorhanden een synopsis of zelfs conceptartikel in te brengen zodat in de cursus (desgewenst) optimaal kan worden ingespeeld op de behoeften en vaardigheden van de deelnemers. Bekende schrijvers en annotatoren geven uitleg:

IEF 16278

Gülen-school niet belasterend in whatsappgroep, feto- of terroristenschool wél

Rechtbank Noord-Holland 19 sep 2016, IEF 16278; ECLI:NL:RBNHO:2016:7720 (Gülen-school), http://www.ie-forum.nl/artikelen/g-len-school-niet-belasterend-in-whatsappgroep-feto-of-terroristenschool-w-l

Vzr. Rechtbank Noord-Holland 19 september 2016, IEF 16278; ECLI:NL:RBNHO:2016:7720 (Gülen-school) Mediarecht. Onrechtmatige uitlatingen. Middels social media en het oprichten van een whatsappgroep hebben ouders zich onrechtmatig uitgelaten over de school als een als een terroristische organisatie gelieerd aan Fetullah Gülen. Aanduiding Feto-school of terroristenschool onrechtmatig, overige voorzieningen geweigerd. Opheffing van de gehele whatsappgroep is te ingrijpend dan wel niet kunnen bijdragen aan beoogde doel van bevorderen rust op school. De voorzieningenrechter verbiedt gedaagden om de school aan te duiden als “fetoschool” of “terroristenschool” of daarvan afgeleide aanduidingen. Rectificatie in de Telegraaf staat niet in verhouding omdat het om uitlatingen binnen de relatieve beslotenheid van een WhatsApp-groep ging.

IEF 16277

Is per URL benaderbare informatie medegedeeld aan het publiek?

De zaak tussen Sanoma e.a. en GS Media heeft een juridisch én technisch perspectief. In dit artikel worden enkele technische punten aangekaart die van belang zijn om de juridische effecten van het arrest te kunnen beoordelen. Uit de conclusie van de AG en het arrest (zie hieronder de relevante passages) kan worden afgeleid dat de door GS Media geplaatste hyperlink bepaalde codes/verwijzingen moet hebben bevat die direct toegang gaven tot de digitaal afgeschermde werken. Hieromtrent bestaan nog enkele vragen:

  1. Welke verwijzingen/codes (naar soort onderscheiden) bevatte de URL?
  2. Welke hoeveelheid bezoekers had de URL alvorens naar de URL werd gelinkt?
  3. Was de URL wél vindbaar via URL-zoekprogramma’s, niet zijnde reguliere zoekmachines?
IEF 16276

Hof bekrachtigt verjaring schadevergoeding voor jarenlang niet mogen publiceren programmagegevens

Hof Den Haag 27 sep 2016, IEF 16276; (TMG tegen De Staat), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hof-bekrachtigt-verjaring-schadevergoeding-voor-jarenlang-niet-mogen-publiceren-programmagegevens
telegraaf programmagegevens tv-gids

Hof Den Haag 27 september 2016, IEF 16276 (TMG tegen De Staat) Programmagegevens. Implementatie Databankenrichtlijn. Uit de woorden 'alle andere geschriften' uit artikel 10 lid 1 aanhef sub 1 is de onpersoonlijke geschriftenbescherming afgeleid. De Mediawet was een omkering bewijslast voor de ontlening van programmagegevens opgenomen. TMG krijgt geen schadevergoeding van de Staat voor het jarenlang niet mogen publiceren van programmagegevens in haar krant. Volgens de rechtbank heeft TMG te lang gewacht met de rechtszaak om deze schadevergoeding af te kunnen dwingen. Dit vonnis wordt bekrachtigd [IEF 15010]. De verjaring begint te lopen in de periode 1998-2000 en was eind 2005 voltooid. Beroep van de Staat op verjaring niet naar is niet onaanvaardbaar of in strijd met het Unierechtelijke doeltreffendheidsbeginsel.

IEF 16275

Gerecht EU: Klankteken dat lijkt op een belsignaal kan geen identificatiefunctie vervullen

Gerecht EU (voorheen GvEA) 13 sep 2016, IEF 16275; ECLI:EU:T:2016:468 (Globo beltoon), http://www.ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-klankteken-dat-lijkt-op-een-belsignaal-kan-geen-identificatiefunctie-vervullen
klankmerk T408-15

Gerecht EU 13 september 2016, IEF 16275; IEFbe 1939; ECLI:EU:T:2016:468; T-408/15 (Globo tegen EUIPO) Aanvraag voor klankmerk. Absolute weigeringsgrond: geen onderscheidend vermogen. Motiveringsplicht. Klanken kunnen een merk vormen, op voorwaarde dat zij bovendien vatbaar zijn voor grafische voorstelling. De banaliteit van het teken voor waren en diensten die al dan niet kunnen worden geassocieerd met beltonen van telefoons of geluidssignalen van wekkers en het feit dat het gebruik van een klankmerk voor stille waren moeilijk voorstelbaar is.

Een klankteken dat buitengewoon eenvoudig is en zich beperkt tot louter de herhaling van twee identieke noten, op zich geen boodschap kan doorgeven die de consumenten zich kunnen herinneren, zodat deze het niet zullen beschouwen als een merk, tenzij het door gebruik onderscheidend vermogen heeft verkregen. Een merk dat bestaat uit klanken die lijken op een belsignaal kan geen identificatiefunctie vervullen, tenzij het elementen bevat die het kunnen individualiseren ten opzichte van andere klankmerken, waarbij evenwel zij aangetekend dat het niet om een origineel of fantasiemerk moet gaan. Beroep wordt verworpen.

IEF 16274

Broncodes aan een deskundige om overeenkomsten te rapporteren

Hof Amsterdam 12 dec 2015, IEF 16274; ECLI:NL:GHAMS:2015:5401 (NOAD tegen IN4BI), http://www.ie-forum.nl/artikelen/broncodes-aan-een-deskundige-om-overeenkomsten-te-rapporteren
deskundigenbericht

Hof Amsterdam 22 december 2015, IEF 16274; ECLI:NL:GHAMS:2015:5401 (NOAD tegen IN4BI) [oud arrest, recent openbaar gemaakt] Auteursrecht. Software. Broncode. Art. 7 en 8 Aw. Het is voldoende aannemelijk is dat EQM een oorspronkelijk werk is in de zin van de Auteurswet (Aw), zodat daarop auteursrechten rusten [IEF 14802]. Het gaat hier om een vordering tot het treffen van maatregelen in de zin van art. 1019a e.v. Rv, in het kader van een beweerde inbreuk op IE-rechten. Aan de deskundige zullen vragen worden gesteld. Daarbij laat het hof aan de deskundige over hoe hij zijn onderzoek inricht en op welke wijze hij de vergelijking tussen de programma’s maakt.

IEF 16272

Geen beroep op Duits Gebrauchsmuster ná vaststellingsovereenkomst over daarop gebaseerde octrooi

Rechtbank Den Haag 6 aug 2016, IEF 16272; ECLI:NL:RBDHA:2016:10895 (Booth tegen Hestex), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-beroep-op-duits-gebrauchsmuster-n-vaststellingsovereenkomst-over-daarop-gebaseerde-octrooi
gebruiksmodel

Rechtbank Den Haag 6 augustus 2016, IEF 16272; ECLI:NL:RBDHA:2016:10895 (Booth tegen Hestex Systems) Octrooirecht. Vaststellingsovereenkomst. Hestex heeft Booth meegedeeld dat haar transportcontainers inbreuk maken op het octrooi EP2415681, een tweetal Gemeenschapsmodellen en een tweetal Gebrauchsmusters. In deze brief verzoekt Hestex een onthoudingsverklaring te ondertekenen. Booth vordert dat Hestex moet worden verboden om DE 126, EP 681 en/of daaraan gerelateerde rechten in te roepen of om op basis van die rechten vorderingen in te stellen. Hestex heeft na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst geen beroep gedaan of dreigt dat te doen op EP 681, er is geen belang bij toewijzing. De vaststellingsovereenkomst is gesloten ter beëindiging van de procedure van inbreuk op EP 681. Zelfs indien zou moeten worden geconcludeerd dat DE 126 niet onder het bereik van de vaststellingsovereenkomst valt, is het onzorgvuldig en in strijd met de postcontractuele goede trouw dat Hestex in de gegeven omstandigheden buitengerechtelijke actie onderneemt. Hestex dient zich te onthouden van handhaving van DE126 buiten rechte tegen klanten van Booth.