IEF 17118

Het compenseren van snelheden op inktdrukpers is een standaard maatregel en niet inventief

Rechtbank Den Haag 13 sep 2017, IEF 17118; ECLI:NL:RBDHA:2017:10453 (SPG Prints tegen Dover Europe), http://www.ie-forum.nl/artikelen/het-compenseren-van-snelheden-op-inktdrukpers-is-een-standaard-maatregel-en-niet-inventief

Rechtbank Den Haag 13 september 2017, IEF 17118; ECLI:NL:RBDHA:2017:10453 (SPG Prints tegen Dover Europe) Octrooirecht. MS, onderdeel van de Dover groep, is houdster van Europees octrooi EP 159 voor "Digital printing and finishing method for fabrics and the like". SPG vordert nietigverklaring van het Nederlandse deel van EP 159 en verklaring voor recht van niet-inbreuk op het octrooi met betrekking tot de door SPG verhandelde inkjetdrukpers PIKE. Conclusie 1 van het octrooi ziet op een werkwijze voor het digitaal bedrukken van stoffen. De relevante vakman wist op grond van zijn algemene vakkennis met betrekking tot de aanvoerstap bij rotatiedrukpersen, dat het afstemmen van de aanvoersnelheid van de stof op de snelheid van de band essentieel is om een goede spreiding van de stof op de band te verkrijgen. Dat de compensatie van snelheden een niet-inventieve standaard maatregel is, wordt bevestigd door de omstandigheid dat in het octrooi niet is beschreven hoe de snelheden gecompenseerd worden. Het compenseren van de snelheden voor de relevante vakman lag op de prioriteitsdatum voor de hand. De rechter oordeelt dat conclusie 1 niet inventief is en vernietigt het Nederlandse deel van EP 159.
 

IEF 17117

Inbreuk merkenrecht door gebruik Lean and Green logo op vrachtwagen

Rechtbank Oost-Brabant 13 sep 2017, IEF 17117; ECLI:NL:RBOBR:2017:4856 (Stichting Connekt tegen Ebby Road), http://www.ie-forum.nl/artikelen/inbreuk-merkenrecht-door-gebruik-lean-and-green-logo-op-vrachtwagen

Vzr. Rechtbank Oost-Brabant 13 september 2017, IEF 17117; IEFbe 2346; ECLI:NL:RBOBR:2017:4856 (Stichting Connekt tegen Ebby Road) Inbreuk merkenrecht. Stichting Connekt biedt een "Lean and Green" programma aan voor bedrijven en overheid voor het stimuleren van duurzaamheid. Connekt is houdster van het Lean and Green logo als Europees Beeldmerk. Ebby Road, een transportonderneming die geen deelnemer is geweest aan het programma, heeft het logo afgebeeld op zijn vrachtwagens in de vorm van een sticker. Connekt stelt dat Ebby Road inbreuk op het merkenrecht van Connekt maakt door het logo zonder toestemming te gebruiken. Gedaagde heeft het logo jarenlang gebruikt, niet is vastgesteld of de stickers daadwerkelijk zijn verwijderd. In een e-mail van 14 februari 2017 heeft gedaagde in strijd met de waarheid verklaard dat de stickers op dat moment waren verwijderd. De voorzieningenrechter veroordeelt Ebby Road om het gebruik van het Lean and Green-logo op zijn voertuigen te staken, met een dwangsom van €1.000,- per dag. 

IEF 17116

Niet Spinnin Records maar deejay zelf is aan te merken als fonogrammenproducent

Rechtbank Midden-Nederland 20 sep 2017, IEF 17116; ECLI:NL:RBMNE:2017:4775 (Deejay tegen Spinnin Records), http://www.ie-forum.nl/artikelen/niet-spinnin-records-maar-deejay-zelf-is-aan-te-merken-als-fonogrammenproducent

Rechtbank Midden-Nederland 20 september 2017, IEF 17116; ECLI:NL:RBMNE:2017:4775 (Deejay tegen Spinnin Records) Eiser is een 21-jarige deejay en bracht de track Animals uit dat zorgde voor zijn grote doorbraak. De deejay stelt dat hij met betrekking tot deze en 22 andere tracks de fonogrammenproducent in de zin van de wet op naburige rechten is. De rechtbank oordeelt dat de deejay zelf als fonogrammenproducent is aan te merken, aangezien hij zelf de eerste vastlegging van zijn nummers verzorgd en de kosten daarvan heeft gedragen. Hij deed dat thuis op zijn eigen apparatuur en instrumenten. Met dit gehele opnameproces, de feitelijke vastlegging van het nummer, had Spinnin geen bemoeienis. De productieovereenkomsten 2012 en 2013 zijn vernietigd op grond van dwaling. De overeenkomsten zijn afgesloten op grond van de door Spinnen en MAS in 2012 gewekte indruk dat zij professioneel genoeg waren om op een goede wijze om te gaan met de belangen van de deejay, ook als er een belangenverstrengeling zou voordoen tussen MAS als manager van eiser en Spinnin als platenmaatschappij, deze indruk bleek onjuist.

IEF 17115

Nederlands deel octrooi vloeistofkoelsysteem voor PC's vernietigd

Rechtbank Den Haag 20 sep 2017, IEF 17115; (Asetek tegen Cooler Master Europe), http://www.ie-forum.nl/artikelen/nederlands-deel-octrooi-vloeistofkoelsysteem-voor-pc-s-vernietigd

Rechtbank Den Haag 20 september 2017, IEF 17115 (Asetek tegen Cooler Master Europe) Octrooirecht. Asetek en Cooler Master verhandelen vloeistofkoelsystemen voor onder meer desktop PC's. Asetek is houdster van het Europees octrooi EP 771 vanaf 20 mei 2015 voor een 'Cooling system for a computer system'. In 2003 is het gebruiksmodel Lin gepubliceerd: 'Water pumping motor device with chamber'. Asetek vordert Cooler Master te verbieden om inbreuk te maken op het Nederlandse deel van EP 771. De rechtbank wijst de vordering af. Figuur 7 van Lin openbaren alle kenmerken van conclusie 1 van EP 771 duidelijk en ondubbelzinnig, zodat conclusie 1 niet nieuw is ten opzicht van Lin. Conclusie 2 van het octrooi wordt nietig verklaard wegens gebrek aan inventiviteit. Het Nederlandse deel van het octrooi van Asetek wordt vernietigd.

IEF 17114

Verwarringsgevaar niet genoeg voor bescherming louter beschrijvende handelsnaam

Hof Den Haag 19 sep 2017, IEF 17114; ECLI:NL:GHDHA:2017:2622 (ANS Trading tegen Parfumswinkel), http://www.ie-forum.nl/artikelen/verwarringsgevaar-niet-genoeg-voor-bescherming-louter-beschrijvende-handelsnaam

Hof Den Haag 19 september 2017, IEF 17114; ECLI:NL:GHDHA:2017:2622 (ANS Trading tegen Parfumswinkel) Handelsnaamrecht. Conflicterende handelsnamen 'Parfumswinkel' en 'Parfumswebwinkel'. Met de rechtbank [IEF 16033] is het Hof van oordeel dat Parfumswinkel niet een gebruikelijke aanduiding in de branche is, dat is parfumerie. De rechtbank heeft geoordeeld dat door de grote gelijkenis tussen de handelsnamen Parfumswinkel en Parfumswebwinkel verwarring te duchten is tussen de ondernemingen. Het Hof vernietigt dit vonnis. Het Hof oordeelt dat voor de handelsnaamrechtelijke bescherming van louter beschrijvende handelsnamen niet voldoende is dat er sprake is van verwarringsgevaar, maar dat voor een beroep op art. 5 Hnw nodig is dat er sprake is van bijkomende omstandigheden die een verbod op grond van art. 5 Hnw rechtvaardigen. In verband met een subsidiair voorgedragen grief oordeelt het Hof dat de naam Parfumswinkel geheel niet onderscheidend is en niet bekend is geworden. Het grote verschil in vormgeving van de handelsnamen, gevoegd bij het (minimale) verschil tussen de handelsnamen zelf, brengt, gezien de zeer geringe beschermingsomvang van de oudere niet onderscheidende handelsnaam Parfumswinkel, met zich dat het gebruik van de jongere handelsnaam Parfumswebwinkel geen gevaar voor verwarring tussen de ondernemingen oplevert. 

 

IEF 17112

Verbod gebruik format TV-spel The Alphabet Game vernietigd

Hof Amsterdam 6 jun 2017, IEF 17112; ECLI:NL:GHAMS:2017:2132 (MC&F Broadcasting Production tegen ITV Global Entertainment Limited), http://www.ie-forum.nl/artikelen/verbod-gebruik-format-tv-spel-the-alphabet-game-vernietigd

Hof Amsterdam 6 juni 2017, IEF 17112; ECLI:NL:GHAMS:2017:2132 (MC&F Broadcasting Production tegen ITV Global Entertainment Limited) Auteursrecht op format onderdeel TV-spel. Het format van de televisiespelshow 'The Alphabet Game' is door ITV in diverse landen in licentie gegeven aan verschillende productiemaatschappijen. MC&F stelde de auteursrechten op het 'Eindspel' te hebben. De Spaanse rechter oordeelde dat het Eindspel is afgeleid van het originele format van The Alphabet Game en dat de rechten daarop toekomen aan ITV. Het Hof volgt deze uitspraak niet. Dat de bodemrechter in de door MC&F tegen ITV gevoerde procedure tot de conclusie zal komen dat het eindspel een bewerking is van The Alphabet Game of daarvan is afgeleid blijkt onvoldoende aannemelijk te zijn. Het enkele feit dat in beide formats het alfabet een belangrijke rol speelt rechtvaardigt niet een dergelijke gevolgtrekking. 
 

IEF 17113

Exclu-Floors maakt inbreuk op merk ExcluFloorS, maar mag handelsnaam blijven gebruiken

Rechtbank Gelderland 13 sep 2017, IEF 17113; (ExcluFloorS tegen Exlu-Floors), http://www.ie-forum.nl/artikelen/exclu-floors-maakt-inbreuk-op-merk-exclufloors-maar-mag-handelsnaam-blijven-gebruiken

Rechtbank Gelderland 13 september 2017, IEF 17113; IEFbe 2345 (ExcluFloorS tegen Exlu-Floors) Inbreuk merkenrecht. ExcluFloorS en Exclu-Floors handelen beide in PVC vloeren. ExcluFloorS heeft een licentie voor het gebruik van het woord-/beeldmerk ExcluFloorS voor onder meer reparaties en installatiewerkzaamheden van PVC vloeren. Volgens ExcluFloorS maakt Exclu-Floors inbreuk op haar merk en handelsnaam. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een verrassende en ongebruikelijke samenstelling: het woord ExcluFloorS komt onderscheidingskracht toe. Gelet op de zeer grote mate van overeenstemming, de aangeboden waren waarvoor het merk en het teken worden gebruikt zijn dezelfde, en dat ExcluFloorS onderscheidend vermogen heeft kan bij afnemers van PVC-vloeren verwarring ontstaan. Beide partijen bieden exclusieve vloeren aan, waardoor de aard van de ondernemingen zeer nauw verwant is, maar dit doen zij in verschillende landen. ExcluFloorS is alleen gevestigd in Nederland en Exclu-Floors in België: gelet op de gescheiden markten maakt Exclu-Floors geen inbreuk op de handelsnaam van ExcluFloorS. 

IEF 17109

Eiser veroordeeld in de proceskosten wegens dag van te voren intrekken kort geding IE-geschil

Rechtbank Amsterdam 13 sep 2017, IEF 17109; (De Meeuw Oirschot tegen WASA Students Village), http://www.ie-forum.nl/artikelen/eiser-veroordeeld-in-de-proceskosten-wegens-dag-van-te-voren-intrekken-kort-geding-ie-geschil

Vzr. Rechtbank Amsterdam 13 september 2017, IEF 17109 (De Meeuw Oirschot tegen WASA Students Village) Proceskostenveroordeling. Een dag voor de behandeling ter terechtzitting van 30 augustus 2017 heeft De Meeuw het kort geding ingetrokken. De voorzieningenrechter oordeelt dat De Meeuw in de werkelijke proceskosten van Wasa dient te worden veroordeeld, aangezien het geschil (overwegend) een intellectueel eigendomsrecht betreft. Er is geen aanleiding de proceskosten tussen partijen te compenseren, aangezien De Meeuw het kort geding zonder nadere motivering vlak voor de zitting heeft ingetrokken. De zaak wordt aangemerkt als een 'eenvoudig kort geding', waarvoor in het indicatietarief IE-zaken een bedrag van €6.000,00 als redelijk is begroot. 

IEF 17111

Geen inbreuk model- en auteursrechten: alle elementen Bunch O Balloons technisch bepaald

Rechtbank Den Haag 15 sep 2017, IEF 17111; (Toi-Toys tegen Tinnus Enterprises), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-inbreuk-model-en-auteursrechten-alle-elementen-bunch-o-balloons-technisch-bepaald

Vzr. Rechtbank Den Haag 15 september 2017, IEF 17111 (Toi-Toys tegen Tinnus Enterprises) Van het assortiment van Toi-Toys maakt het product 'Water Bombs' deel uit. Tinnus is houdster van Gemeenschapsmodellen 0001-0010 betreffende een 'Fluid distribution equipment', en heeft het product 'Bunch O Balloons' ontwikkeld. Toi-Toys vordert dat Tinnus zich onmiddellijk onthoudt van iedere mededeling aan derden dat de Water Bombs inbreuk maken op de intellectuele eigendomsrechten van Tinnus. De voorzieningenrechter acht de vormgeving van de waterballonnen en de rietjes en het gebruik van de elastiekjes technisch bepaald. Model 0001 wordt nietig verklaard. De technische bepaaldheid wordt onderstreept door de ingediende octrooiaanvraag met een grotendeels op dezelfde wijze vormgegeven voortbrengsel. Met betrekking tot het auteursrecht geldt eveneens de techniekrestrictie: op de Bunch O Balloons rust daarom geen auteursrecht. Nu alle elementen van de Bunch O Balloons technisch bepaald zijn, is het Toi-Toys toegestaan deze in haar Water Bombs over te nemen: van slaafse nabootsing is daarom geen sprake. Toi-Toys maakt geen inbreuk op de gestelde model- en auteursrechten van Tinnus.

IEF 17110

Wapperverbod op één lijn met een vordering als bedoeld in art. 81b GModVo en art. 3 Uitvoeringswet

Rechtbank Amsterdam 15 sep 2017, IEF 17110; (Toi-Toys tegen Tinnus Enterprises), http://www.ie-forum.nl/artikelen/wapperverbod-op-n-lijn-met-een-vordering-als-bedoeld-in-art-81b-gmodvo-en-art-3-uitvoeringswet

Vzr. Rechtbank Amsterdam 15 september 2017, IEF (Toi-Toys tegen Tinnus Enterprises) Verwijzingsvonnis. Van het assortiment van Toi-Toys maakt het product 'Water Bombs' deel uit. Tinnus is houdster van Gemeenschapsmodellen betreffende een 'Fluid distribution equipment', en heeft het product 'Bunch O Balloons' ontwikkeld. Toi-Toys vordert in de hoofdzaak dat Tinnus zich onmiddellijk onthoudt van iedere mededeling aan derden dat de Water Bombs inbreuk maken op de intellectuele eigendomsrechten van Tinnus. Uit art. 3 Uitvoeringswet volgt dat alle vorderingen in kort geding ingevolge art. 81 GModVo tot de exclusieve bevoegdheid van de Haagse voorzieningenrechter behoren, zowel EU wijd als nationaal. De voorzieningenrechter stelt een wapperverbod op één lijn met een vordering als bedoel in art. 81b GModVo en art. 3 Uitvoeringswet. De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag. 

IEF 17108

Nietigheidsaanvraag LAMZAC afgewezen: modelregistratie niet technisch bepaald

EUIPO - OHIM 14 sep 2017, IEF 17108; (Hirams Trade GmbH tegen Fatboy the Original), http://www.ie-forum.nl/artikelen/nietigheidsaanvraag-lamzac-afgewezen-modelregistratie-niet-technisch-bepaald

EUIPO invalidity division 14 september 2017, IEF 17108; IEFbe 2344 (Hirams Trade tegen Fatboy the Original) Modellenrecht. Fatboy the Original heeft een Gemeenschapsmodel voor een 'chaisse longue': De LAMZAC is een middels 'luchtscheppen' te vullen ligzak. De nietigheidsactie is ingesteld door Hirams Trade GmbH nadat Fatboy deze partij (in Duitsland) in rechte had aangesproken voor de verhandeling van de aan de LAMZAC (vrijwel) identieke LayBag. Het EUIPO wijst de nietigheidsaanvraag af. Het EUIPO oordeelt dat de modelregistratie voor de Lamzac niet technisch is bepaald. De Cozy Canoe en de Sensory Pea Pod doen geen afbreuk aan de nieuwheid en het eigen karakter van de registratie van Fatboy. 

IEF 17106

Groot begripsmatig verschil tussen SITA en SINA rijst

Rechtbank Den Haag 13 sep 2017, IEF 17106; ECLI:NL:RBDHA:2017:10421 (Sita tegen Sina), http://www.ie-forum.nl/artikelen/groot-begripsmatig-verschil-tussen-sita-en-sina-rijst

Rechtbank Den Haag 13 september 2017, IEF 17106; IEFbe 2342; ECLI:NL:RBDHA:2017:10421 (SITA tegen SINA) Merkenrecht. Eiser is houder van het Benelux en internationale woordmerk SITA voor rijst. Gedaagde importeert en verkoopt in Nederland rijst onder de naam SINA. Eiser vordert een merkinbreukverbod, opgave van informatie en een voorschot op schadevergoeding. De rechtbank oordeelt dat tussen SITA en SINA geen sprake is van gevaar voor directe- of indirecte verwarring. Het relevante publiek zijn mensen met een achtergrond in Islamitsiche culturen. Sina is een Islamitische mannelijke geleerde en welbekend in Islamitische kringen. Sita is de naam van een vrouw uit een bekend mythologisch verhaal. Dit levert een groot begripsmatig verschil op en weegt op tegen de fonetische en visuele overeenstemming. De vorderingen van eiser worden afgewezen. 

IEF 17107

De bescherming die beschermde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen krachtens Vo. 1234/2007 genieten kan niet worden aangevuld door nationaal recht

HvJ EU 14 sep 2017, IEF 17107; ECLI:EU:C:2017:693 (EUIPO tegen Instituto dos Vinhos do Douro e do Porto), http://www.ie-forum.nl/artikelen/de-bescherming-die-beschermde-oorsprongsbenamingen-en-geografische-aanduidingen-krachtens-vo-1234-20

HvJ EU 14 september 2017, IEF 17107; IEFbe 2343; ECLI:EU:C:2017:693; C‑56/16 (EUIPO tegen Instituto dos Vinhos do Douro e do Porto) Merkenrecht. Geografische aanduidingen. Zie eerder: IEF 16809. Het EUIPO heeft het teken 'Port Charlotte' ingeschreven als Uniemerk ter aanduiding van whisky, en wijst de door het IVDP ingestelde vordering tot nietigverklaring af. Gerecht EU wijst het beroep van IVDP gedeeltelijk toe. Het Hof oordeelt dat het Gerecht geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven door de beginselen die het Hof in het arrest van 8 september 2009 heeft geformuleerd inzake de uniformiteit en exclusiviteit van de beschermingsregeling van verordening nr. 510/2006, toe te passen op de regeling van verordening nr. 1234/2007 aangezien hun doelstellingen en kenmerken vergelijkbaar zijn. Het Gerecht heeft wel blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat de bescherming die beschermde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen krachtens verordening nr. 1234/2007 genieten kan worden aangevuld door het toepasselijke nationale recht dat aanvullende bescherming biedt. Het Gerecht heeft terecht geoordeeld dat merk Port Charlotte geen gebruik van de oorsprongsbenaming 'Porto' of 'Port' inhoudt en dat de gemiddelde consument het merk niet zal associëren met portwijn met de betrokken oorsprongsbenaming. 

IEF 17105

Hoge Raad: De twee-conclusie-regel is verenigbaar met art. 138 lid 3 van het Europees Octrooiverdrag

Hoge Raad 15 sep 2017, IEF 17105; ECLI:NL:HR:2017:2363 (High Point tegen KPN), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hoge-raad-de-twee-conclusie-regel-is-verenigbaar-met-art-138-lid-3-van-het-europees-octrooiverdrag

Hoge Raad 15 september 2017, IEF 17105; ECLI:NL:HR:2017:2363 (High Point tegen KPN) Octrooirecht. High Point is houdster van het Europees octrooi voor een ‘Wireless access telephone-to-telephone network interface architecture’. Het hof beslist dat de door High Point bij de akte beperking octrooiconclusies naar voren gebrachte nieuwe octrooiconclusies niet toelaatbaar zijn op grond van de twee-conclusies-regel [IEF 15408]. De Hoge Raad bevestigt deze uitspraak. Art. 138 lid 3 van het Europees Octrooiverdrag verzet zich niet tegen weigering van de nieuwe octrooiconclusies. Het recht op wijziging van de conclusies staat niet in de weg aan procedureregels die ertoe dienen het debat te concentreren en het geschil voortvarend te beslechten, zoals de twee-conclusie-regel. De nieuwe octrooiconclusies kunnen niet aangemerkt worden als nieuw feit waarop de grondslag van de eis moet kunnen worden aangepast. De nieuwe octrooiconclusies moeten worden geweigerd. 

IEF 17104

Poolse Botox-producten vallen niet onder bescherming octrooi Allergan

Rechtbank Den Haag 15 sep 2017, IEF 17104; (Allergan tegen Orifarm), http://www.ie-forum.nl/artikelen/poolse-botox-producten-vallen-niet-onder-bescherming-octrooi-allergan

Rechtbank Den Haag 15 september 2017, IEF 17104 (Allergan tegen Orifarm) Octrooirecht. De Amerikaanse onderneming Allergan is houdster van het Europese octrooi EP 1658858 B2: "Use of botulinum toxin for the treatment of recalcitrant voiding dysfunction". Orifarm, een Deense onderneming, houdt zcih bezig met de parallelimport van geneesmiddelen binnen Europa. Allergan vordert Orifarm te gebieden iedere inbreuk op het Nederlandse deel EP 858 te staken, in het bijzonder door de import vanuit Polen en verhandeling in Nederland van "BOTOX, poeder voor injectievloeistof 100E" te staken. Het Specifiek Mechanisme vormt een uitzondering op de communautaire uitputtingsregel maar wordt niet van toepassing geacht door de voorzieningenrechter omdat (voorshands) niet is komen vast te staan dat de Poolse octrooiwet niet voorzag in bescherming voor ‘second medical use-claims’ ten tijde van de toetreding van Polen tot de EU. Allergan kan geen bescherming ontlenen aan EP 858 om de parallel-import door Orifarm van de Poolse Botox-producten in Nederland tegen te gaan.

IEF 17102

Testarossa vogelvrij? Normaal gebruik van een merk - bekend merk

Met een merk krijgt een bedrijf een monopolie op het gebruik van die naam. De wetgever heeft echter wel een aantal randvoorwaarden geformuleerd om dit gebruik aan banden te leggen. Een belangrijke eis is, dat een merk na vijf jaar ook echt normaal moet worden gebruikt.Maar, merken hebben niet het eeuwige leven. Denk maar aan V&D, Free record Shop, de SRV wagen etc. Als het merk vijf jaar niet meer normaal gebruikt is, kan in principe iedereen (die daarbij belang heeft) de doorhaling hiervan aanvragen. De vraag is daarom, wat is normaal gebruik en kan nu iedereen zomaar met een bekend merk aan de haal gaan als dit merk niet meer wordt gebruikt? Deze vraag staat centraal in de rechtszaak tegen Ferrari over het merk TESTAROSSA. Dit artikel is tevens verschenen in de weekendbijlage van de HDC-kranten.

IEF 17103

9 oktober - AIPPI Nederland Young Members bijeenkomst

Het Young Members initiatief van VIE/AIPPI Nederland brengt IE Young Professionals (t/m 35 jaar) samen, waaronder IE advocaten, merkengemachtigden en (trainee) octrooigemachtigden. De focus ligt op inhoudelijke en sociale evenementen om zo een waardevol netwerk op te bouwen. Na de succesvolle kick-off bij RTL in 2016, nodigen we je van harte uit voor onze tweede activiteit: de AIPPI Nederland Young Members bijeenkomst 2017 op maandag 9 oktober bij Koninklijke KPN N.V. in Den Haag. Bij KPN komen alle IE rechten samen, zoals auteursrecht en illegale content, octrooien en technische standaarden zoals 5G, en bekende merken zoals ook Telfort, XS4All en Simyo.

IEF 17101

Ex parte tegen Usenet- en BitTorrent-uploader van films & series

Rechtbank Rotterdam 31 aug 2017, IEF 17101; (Stichting Brein tegen grootschalige usenet uploader), http://www.ie-forum.nl/artikelen/ex-parte-tegen-usenet-en-bittorrent-uploader-van-films-series

Rechtbank Rotterdam 31 augustus 2017, IEF 17101; IT&R 2348 (Stichting Brein tegen grootschalige usenet uploader) Auteursrechtinbreuk. Stichting BREIN heeft een ex parte-beschikking ex art. 1019e Rv behaald tegen een uploader van filmwerken. De uploader gebruikte op grote schaal auteurs- en natuurrechtelijk bescherme werken - populaire (bioscoop)films en tv-series - en heeft deze onder een alias openbaar gemaakt en ter beschikking gestelt aan het publiek via BitTorrent en usenet. De uploader vervulde een sleutelrol in het 'Libra Release Team', een team dat zich erop richt om film en tv-series gratis voor het publiek beschikbaar te stallen zonder dat de rechthebbenden daarvoor toestemming hebben gegeven of een vergoeding ontvangen. De voorzieningenrechter gebiedt de inbreuk op auteursrechten te staken en gestaakt te houden onder last van een dwangsom van €2.000,- per dag.

IEF 17099

Octrooi hot stamping techniek van ArcelorMittal vernietigd: voor de hand liggende werkwijze

Rechtbank Den Haag 13 sep 2017, IEF 17099; (Tata Steel tegen Arcelormittal), http://www.ie-forum.nl/artikelen/octrooi-hot-stamping-techniek-van-arcelormittal-vernietigd-voor-de-hand-liggende-werkwijze

Rechtbank Den Haag 13 september 2017, IEF 17099; ECLI:NL:RBDHA:2017:10432 (Tata Steel tegen Arcelormittal) Octrooirecht. Tata Steel en ArcelorMittal zijn beide producenten van staal. ArcelorMittal is houdster van het Europese octrooi 2 242 863 B1 voor een "process for manufacturing stamped products, and stamped products prepared from the same". Tata Steel vordert vernietiging van het Nederlandse deel van EP 863. Centraal in EP 863 staat de technologie van het door middel 'hot stamping' vervaardigen van staalproducten uit staalplaat of staalstrips. In het bijzonder richt het zich op de eigenschappen van de coating na het doorlopen van dit proces. Tata Steel bestrijdt de in conclusies 1 en 2 geclaimde werkwijzen met een nieuwheids- en inventiviteitsaanval. De rechtbank wijst de vordering toe. De werkwijze van conclusie 1 vloeit voort uit een voor de hand liggende wijze uit de meest nabije stand van de techniek. Ook conclusie 2 zal niet in stand kunnen blijven. Het Nederlandse deel van EP 863 wordt vernietigd. 

IEF 17098

Direct en indirect verwarringsgevaar tussen handelsnamen Project Moore en Moore Partners

Rechtbank Amsterdam 12 sep 2017, IEF 17098; (Project Moore Advocaten tegen Moore Partners), http://www.ie-forum.nl/artikelen/direct-en-indirect-verwarringsgevaar-tussen-handelsnamen-project-moore-en-moore-partners

Vzr. Rechtbank Amsterdam 12 september 2017, IEF 17098 (Project Moore Advocaten tegen Moore Partners) Inbreuk handelsnaamrecht. Project Moore, advocatenkantoor IT-recht en privacy, vordert Moore Partners, een IT-adviesbureau, te veroordelen om iedere inbreuk op de handelsnaamrechten van Project Moore te staken en de inschrijving van de handelsnaam Moore Partners door te laten halen. De vordering wordt toegewezen. De bestanddelen 'Moore' zijn in beide namen het meest kenmerkend en zijn auditief, visueel en begripsmatig identiek. 'Project' en 'Partners' zijn louter beschrijvend. De handelsnaam van Moore Partners wijkt in geringe mate af van Project Moore. De activiteiten van partijen zijn complementair aan elkaar en vertonen zelfs overlap: beide partijen adviseren cliënten die te maken hebben met technologische ontwikkelingen en veranderprocessen. Het gevaar bestaat dat het publiek de ondernemingen met elkaar zal verwarren. De voorzieningenrechter veroordeelt Moore Partners om binnen een maand een naamswijziging door te voeren en iedere inbreuk te staken, in het bijzonder door Moore Partners van haar website te verwijderen.