IEF 17500

Welingelichtekringen.nl maakt door plaatsing filmpje als gif-bestand inbreuk

welingerichtekringen

Ktr. Rechtbank Den Haag 5 februari 2018, IEF 17500; ECLI:NL:RBDHA:2018:1227 (gif-bestand Welingelichtekringen.nl) Auteursrecht. Foto. D heeft een video, gemaakt door fotograaf H, gewijzigd tot een gif-bestand en op zijn website Welingelichtekringen.nl geplaatst. Daarbij heeft D noch toestemming gevraagd, noch naam vermeld en inbreuk op het auteursrecht en persoonlijkheidsrecht. D dient zicht te onhouden van iedere inbreuk. De schade wordt begroot op €1.875,50. Dit is opgebouwd uit de vergoeding die H aan D had gevraagd indien zij vooraf in onderhandeling zouden zijn getreden over het gebruik en de helft van dit bedrag als schade geleden als gevolg van de schending van H's persoonlijkheidsrechten.

4.4 Voor zover in D's verweer moet worden gelezen dat hij er niet op bedacht had behoeven te zijn dat hij de video niet zonder meer mocht openbaar maken op zijn eigen website, heeft te gelden dat dit niet aan het aannemen van auteursrechtinbreuk in de weg staat. Bovendien had hij door het watermerk in de video kunnen weten dat de rechten op de video bij H lagen. Dat er een watermerk in de door NOS openbaar gemaakte video was aangebracht, is door D onvoldoende gemotiveerd weersproken. Van een partij zoals D die op zijn website veelvuldig gebruik maakt van beelden van derden, mag worden verwacht dat hij controleert of hij toestemming voor publicatie heeft. Zoals D naar voren heeft gebracht, heeft hij met ANP en Hollandse Hoogte contracten gesloten voor hergebruik van beeldmateriaal. In dat licht bezien, valt niet goed te begrijpen dat hij er zonder meer vanuit is gegaan dat hij geen toestemming behoefde voor het overnemen van de video. 

4.7 Nog daargelaten dat het nog maar de vraag is of bij het gebruik door D sprake is van een gerechtvaardigd doel (hetgeen door H gemotiveerd is betwist en niet zonder meer volgt uit hetgeen door D met betrekking tot het gebruik is aangevoerd), is, zoals door H is aangevoerd, zijn naam als maker van de video nergens door D vermeld. Dat naamsvermelding redelijkerwijs niet mogelijk was, is door D niet gesteld en overigens niet gebleken. H heeft blijk gegeven van naamsvermelding af te zien. Hier geldt het tegenovergestelde, zoals uit het in de video aangebrachte watermerk kan worden afgeleid. Nu aan de voorwaarde van het vermelden van de bron waaronder de naam van de maker niet is voldaan, wordt het beroep op het citaatrecht afgewezen.

4.10 De verminking dan wel wijziging van de video bestaat er volgens H uit dat D van de video een gif-bestand heeft gemaakt van 25 frames. Daarbij is de oorspronkelijke video ingekort en zijn de overige beelden weggeknipt.

4.12 Daarmee staat vast dat D de video heeft bewerkt. Daarvoor is in beginsel toestemming van de auteursrechthebbende noodzakelijk. Vaststaat dat H geen toestemming daarvoor heeft gegeven. Gesteld nog gebleken is dat H's verzet tegen deze bewerking in strijd met de redelijkheid en billijkheid is. Daaruit volgt dat D ook door het wijzigen van de video inbreuk heeft gemaakt op H's persoonlijkheidsrechten. Of daarbij sprake is van verminking van de video kan buitenbeschouwing blijven, aangezien H daaraan geen gevolgen verbindt.