IEF 17766

Voeging bij een partij in hoger beroep die niet in het geding is verschenen

Hof Amsterdam 1 mei 2018, IEF 17766; ECLI:NL:GHAMS:2018:1520 en Rechtbank Amsterdam 28 juni 2017 (Earth Water inzake Earth Concepts tegen Upstream) Merkenrecht. Artikel 217 Rv. De rechtbank: Upstream Advertising heeft voldoende onderbouwd dat de registratie van de Benelux-merken Earth Water te kwader trouw heeft plaatsgevonden en dat zij aldus, geen recht op die merken heeft verkregen en dus ook niet bevoegd is om daarover de beschikken. Het hof: Voeging van Earth Water aan de zijde van een partij die niet in het geding is verschenen, failliete Upstream, is mogelijk althans voor de procedure in hoger beroep. Ter onderbouwing van de incidentele vordering tot voeging hebben Earth Water c.s. aangevoerd dat de merken waarvan Earth Concepts de overdracht vordert, al rechtsgeldig door Upstream Advertising zijn overgedragen aan Earth Water c.s. en dat Earth Concepts beoogt in deze procedure de eigendom van de merkregistraties te verkrijgen. Door toewijzing van die vordering zullen Earth Water c.s. nadelig worden getroffen.

Uitgangspunt is dat bij de beoordeling van de grieven rekening wordt gehouden met het in eerste aanleg gevoerde verweer indien geïntimeerde niet is verschenen. In het geval van een voeging aan de zijde van de niet verschenen geïntimeerde sluit de voegende partij zich aan bij het eerder in eerste aanleg ingenomen standpunt van deze partij en ondersteunt zij dit standpunt. Daarmee mag geen nieuwe (feitelijke) grondslag van het verweer worden geïntroduceerd, maar is en blijft de voegende partij gebonden aan de rechtsstrijd zoals die zich in de procedure in eerste aanleg heeft ontwikkeld.