IEF 17015

Veroordeelde moet media-aandacht dulden in RTL-uitzending “Op de Vlucht”

Ktr. Rechtbank Midden-Nederland 2 augustus 2017, IEF 17015 (X tegen RTL c.s.) Mediarecht. Onrechtmatige daad. X is in hoger beroep veroordeeld wegens het plegen van een of meer zedendelicten en heeft zeven jaar gevangenisstraf opgelegd gekregen. In het RTL-televisieprogramma “Op de vlucht” wordt aandacht besteed aan de zaak. In de uitzending is de confrontatie tussen John van den Heuvel en X te zien en ook de veroordeling wordt belicht. X vordert onrechtmatigheidsverklaring van de uitzending. Nu X in hoger beroep is veroordeeld, moet geduld worden dat hier herhaaldelijk media-aandacht aan wordt besteed. Daarbij komt dat veroordeelde in het verleden zelf actief de media benaderd heeft. Bedreigingen waarmee X geconfronteerd is zijn onvoldoende te herleiden tot de (herhaalde) uitzending. Het recht op vrijheid van meningsuiting van RTL c.s. prevaleert. Gevorderde verklaring voor recht wordt afgewezen.

4.5. De kantonrechter is van oordeel dat het recht op vrijheid van meningsuiting van RTL c.s. in dit geval dient te prevaleren. De kantonrechter neemt daarbij in aanmerking dat X niet slechts een verdachte is, maar reeds tot in hoger beroep is veroordeeld wegens het plegen van een of meer ernstige zedendelicten. X mag dan ook verwachten en moet dulden dat daar in de media ten volle en herhaaldelijk aandacht aan wordt besteed. Daarbij komt dat X in het verleden ook zelf actief de media heeft benaderd. Hoewel de uitzending mogelijk niet tot in lengte van dagen kan worden herhaald, omdat de belangenafweging op enig moment kan doorslaan naar de kant X, is dat bij een enkele herhaling zoals waarvan hier sprake is, niet het geval.

4.7. In de uitzending is het gezicht van X geblokt en zijn diens tatoeages en een ring onherkenbaar gemaakt. Daarnaast is zijn achternaam op de in de journalistiek gebruikelijke wijze niet (volledig) genoemd. Aan X kan worden toegegeven dat het enkele onherkenbaar maken van het gelaat en het niet noemen van zijn achternaam er niet aan af hoeft te doen dat hij nog steeds herkenbaar zal kunnen zijn door de combinatie van het gebruik van zijn voornaam en zijn stemgeluid. X heeft echter niet, althans onvoldoende gemotiveerd gesteld dat de bedreigingen waarmee hij binnen de penitentiaire inrichting is geconfronteerd specifiek een gevolg zijn van de (herhaalde) uitzending.

4.10. Dit betekent dat RTL c.s. door de (herhaalde) uitzending van “Op de Vlucht” op 12 juli 2015 niet onrechtmatig jegens X heeft gehandeld. De gevorderde verklaring voor recht zal daarom worden afgewezen. Ook voor toekenning van schadevergoeding aan X ten laste van RTL c.s. is geen plaats.