IEF 17170

Registeraccountant kan gewenste assurance niet geven

Louis Vuitton

Rechtbank Den Haag 20 september 2017, IEF 17170; ECLI:NL:RBDHA:2017:11331 (Louis Vuitton tegen Y). Merkenrecht. Verstekvonnis. Bij verstek wordt gedaagde veroordeeld tot het staken van inbreuk op de merkrechten van Louis Vuitton. Daarnaast dient gedaagde de door hem gehouden voorraad, middelijk en onmiddelijk, op te geven. De door eiser gevorderde accountantscontrole zal worden afgewezen. Een accountantscontrole komt neer op een verklaring dat de opgave een getrouwe weergave van de werkelijkheid vormt, een assurance. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat een (register)accountant, zeker als het niet de huisaccountant is, deze assurance niet kan geven. Dit kan tot executiegeschillen leiden. Gedaagde dient de volledige proceskosten te dragen, zoals ex 1019h Rv bij dagvaarding zijn gespecificeerd. Veroordeling in gevorderde nakosten hoeft niet, nu de kostenveroordeling hiervoor al een executoriale titel oplevert.

2.4 Teneinde executieproblemen te voorkomen, zal de termijn waarbinnen gedaagde de inbreuk dient te staken worden bepaald op 24 uur na betekening van dit vonnis en de termijn waarbinnen gedaagde de door eiseres gevorderde opgave dient te doen op acht weken na betekening van dit vonnis.

2.6. De door eiseres gevorderde accountantscontrole zal worden afgewezen. Hetgeen met betrekking tot de accountant wordt gevorderd (controle en accordering) komt neer op een verklaring dat de opgave, voor zover verifieerbaar, een getrouwe weergave van de werkelijkheid vormt. Dit vormt een opdracht voor het geven van een vorm van assurance. De rechtbank is er ambtshalve mee bekend dat een (register)accountant, zeker als die accountant niet de huisaccountant is, die assurance niet kan geven. Toewijzing van het gevorderde leidt derhalve gemakkelijk tot executieproblemen. Een minder verstrekkende opdracht tot het maken van een “rapport van feitelijke bevindingen”, zoals door gerechtshof ’s-Hertogenbosch2 voorgestaan, biedt naar het oordeel van de rechtbank de merkhouder geen extra zekerheid ten aanzien van de juistheid van de opgave, omdat de accountant daarin kennelijk volgens zijn gedragsregels geen conclusies mag trekken. De accountant kan niet verklaren dat de opgave een getrouwe weergave van de werkelijkheid vormt en/of dat er geen aanwijzingen zijn dat de opgave onjuist of onvolledig is. Gelet op de beperkte zekerheid die een rapport van feitelijke bevindingen daardoor aan eiseres zal bieden en gelet op het feit dat aan de veroordeling tot het doen van opgave een dwangsom wordt verbonden, rechtvaardigt dat niet de aanzienlijke kosten die daarmee gemoeid zijn, althans heeft eiseres zulks niet inzichtelijk gemaakt.3 Om die reden zal de rechtbank de gevorderde inschakeling van een accountant niet toewijzen. De vordering tot het doen van opgave zal voor het overige worden toegewezen op de wijze als in het dictum vermeld.

2.9. Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Eiseres heeft een volledige proceskostenveroordeling overeenkomstig artikel 1019h Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) gevorderd. De proceskosten worden in een verstekprocedure gelet op de eisen van een goede procesorde slechts overeenkomstig het bepaalde in artikel 1019h Rv begroot, indien zij bij dagvaarding reeds zijn opgegeven en gespecificeerd dan wel, indien zij pas na dagvaarding worden opgegeven en gespecificeerd, aan de niet-verschenen gedaagde(n) kenbaar zijn gemaakt, bijvoorbeeld door aangetekende verzending per post of afzonderlijke betekening. In de dagvaarding heeft eiseres haar kosten, onder verwijzing naar een als productie 13 met de dagvaarding meebetekende kostenspecificatie over de periode tot het uitbrengen van de dagvaarding, gespecificeerd op € 7.229,20. De kosten aan de zijde van eiseres, die liggen onder het in de vigerende Indicatietarieven in IE zaken vastgestelde maximum, zullen daarom conform die specificatie worden begroot op € 7.229,20 aan salaris advocaat, vermeerderd met het griffierecht van € 618,- en € 81,99 aan explootkosten, in totaal derhalve op € 7.929,19.

2.10. Voor veroordeling in de gevorderde nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237).