IEF 16730

Rectificeren van brief aan Thuiswinkelorganisatie over kopiëren Peuterbed

Vzr. Rechtbank Oost-Brabant 13 april 2017, IEF 16730; ECLI:NL:RBOBR:2017:2167 (Petite Amélie tegen Laagsteprijsgarantie) Auteursrecht. Slaafse nabootsing. Gebruik foto's. Rectificatie. Petite Amélie is producent en detail/groothandel via internet van peuterbedje LEON in het grijs en VIVIEN in het wit. Laagsteprijsgarantie heeft in haar webwinkel MILÈNE in wit en grijs aangeboden onder gebruik van de professionele foto's van Petite Amélie. Bij gebrek aan onderbouwing komt Petite Amélie geen auteursrecht toe op basis van artikel 4 en 7. Voor een beroep op de slaafse nabootsing wordt niet 'een eigen plaats in de markt' aangetoond. Hoewel Petite Amélie terecht verontwaardigd is over het gebruik van haar foto's, kan schadevergoeding niet worden toegewezen, bij gebrek aan onderbouwing. In reconventie veroordeelt de voorzieningenrechter Petite Amélie om een schriftelijke rectificatie aan de Nederlandse Thuiswinkel Organisatie, waarin zij, in vervolg op haar eerdere brief mededeelt dat Laagsteprijsgarantie geen inbreuk maakt op IE-recht.

5.4. Petite Amélie heeft gesteld dat zij het peuterbed “Leon” ontworpen heeft en dat het bed in haar opdracht wordt geproduceerd.

Laagsteprijsgarantie heeft echter betwist dat het bed een eigen origineel ontwerp is, en Petite Amélie kan dan vervolgens niet volstaan met stellen maar zij had haar stelling nader moeten onderbouwen, bijvoorbeeld door het overleggen van van haar afkomstige tekeningen van het ontwerp. Nu verdere onderbouwing van de stelling van Petite Amélie dat zij het bedje zelf heeft ontworpen is uitgebleven, is in het licht van de betwisting door Laagsteprijsgarantie van deze stelling, onvoldoende aannemelijk gebleven dat het peuterbed “Leon” een eigen ontwerp van Petite Amélie is.

Het beroep van Petite Amélie op artikel 4 en 7 van de Auteurswet, waarin is bepaald wie in bepaalde gevallen als maker van het werk wordt beschouwd, kan haar niet baten, nu zij (ook) op basis van deze artikelen geen auteursrecht kan doen gelden aangezien bij gebrek aan onderbouwing eveneens onvoldoende aannemelijk is gebleven dat het bedje in haar opdracht is ontworpen en gemaakt al dan niet door een bij haar in dienst zijnde werknemer.

Bovenstaande overwegingen leiden ertoe dat voorshands niet kan worden aangenomen dat Petite Amélie de maker in auteursrechtelijke zin van het peuterbed “Leon” is zodat haar geen rechtsgeldig beroep op het auteursrecht toekomt, en haar vordering voor zover die is gegrond op inbreuk op haar auteursrecht ten aanzien van het peuterbed wordt afgewezen.

5.5. Petite Amélie heeft voorts gesteld dat Laagsteprijsgarantie zich schuldig heeft gemaakt aan het slaafs nabootsen van haar peuterbed “Leon”.

Degene die jegens een concurrent een beroep doet op slaafse nabootsing hoeft niet de ontwerper van het product te zijn.

Om een op slaafse nabootsing gestoelde vordering te doen slagen, is in de eerste plaats vereist dat aannemelijk is dat het nagebootste product een eigen plaats inneemt in de markt. Dat wil zeggen dat het product zich uiterlijk van andere in de handel zijnde soortgelijke producten aanmerkelijk onderscheidt. Bij de vraag of het product een eigen plaats in de markt heeft is beslissend de marktsituatie ten tijde van de aanvang van de gestelde ‘inbreuk’.

Dat het peuterbed “Leon” van Petite Amélie een eigen plaats inneemt in de markt is door Laagsteprijsgarantie gemotiveerd betwist, waarbij zij afbeeldingen van reeds voor 2015 in de handel zijnde peuterbedden met een model dat vergelijkbaar is met het model “Leon” van Petite Amélie heeft overgelegd.

5.8. Naast de vorderingen die gegrond zijn op inbreuk op het auteursrecht dan wel op slaafse nabootsing vordert Petite Amélie een bedrag uit hoofde van schadevergoeding vanwege het onrechtmatig gebruik van haar foto’s door Laagsteprijsgarantie.
Alhoewel Petite Amélie terecht verontwaardigd is over het gebruik zonder toestemming van haar foto’s door Laagsteprijsgarantie, kan de door haar op basis van dit onrechtmatig gebruik ingestelde vordering tot betaling van een schadevergoeding in kort geding niet worden toegewezen. Petite Amélie heeft de door haar gestelde schade (die door Laagsteprijsgarantie gemotiveerd is betwist) niet onderbouwd, en niet is gebleken dat er sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, zodat deze vordering de terughoudende toets die geldvorderingen in kort geding ondergaan, niet doorstaat.