IEF 17532

Prominent vertegenwoordigster beweging tegen gebruik van het woord neger uitmaken voor negerin niet onrechtmatig

Rechtbank Amsterdam 19 februari 2018, IEF 17532; ECLI:NL:RBAMS:2018:926 (Surinamers in de Polder) Mediarecht. Persoonlijke levenssfeer. Vrijheid van meningsuiting. Gedaagde is door de schrijver van het boek "Surinamers in de Polder" geïnterviewd. In dit interview staat een aantal maal het woord neger. Nadat gedaagde het verzoek van eiser om afstand te nemen van gebruik van dit woord heeft afgeslagen, heeft eiseres demonstratief een exemplaar van het boek in brand gestoken op de Dam in Amsterdam. In een uitzending van radiostation Firi FM is een door gedaagde voor een discussiebijeenkomst opgestelde brief voorgelezen waarin gedaagde eiseres onder meer "een kennelijk gefrustreerde negerin" noemt. Gelet op het doel van de brief en de omstandigheid dat eiseres zich profileert als prominent vertegenwoordigster van de beweging die deze discussie op de kaart heeft gezet, weegt de vrijheid van meningsuiting in dit geval zwaarder dan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van eiseres. De vorderingen worden afgewezen.

8. Vaststaat dat het debat werd gehouden naar aanleiding van de discussie die was ontstaan over het gebruik van het woord neger in het interview met [gedaagde] in het boek van [naam 1] . Tijdens dit debat is de brief voorgelezen. Gelet op het bij hem bekende standpunt van [eiseres] , moet [gedaagde] hebben kunnen weten dat hij [eiseres] zou kwetsen door haar in de brief (meerdere malen) negerin te noemen. De strekking van zijn brief is echter juist dat hij vindt dat het gebruik van het woord neger(in) maatschappelijk is toegestaan en dat [naam 1] daarom gerechtigd was om het boek met het woord neger daarin te publiceren. Deze strekking heeft hij kracht bijgezet door [eiseres] in de brief steeds opzettelijk negerin te noemen. De inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer is in feite door [gedaagde] gemaakt ter onderstreping van zijn mening dat daarmee geen inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer wordt gemaakt. Gelet op het doel van deze brief, dat deze werd voorgelezen op een discussiebijeenkomst over het gebruik van het woord neger en de omstandigheid dat [eiseres] zich profileert als prominent vertegenwoordigster van de beweging die deze discussie op de kaart heeft gezet, terwijl [gedaagde] er een uitgesproken andere mening op nahoudt, moet de vrijheid van meningsuiting, die zich in beginsel ook uitstrekt tot uitlatingen die ergeren of kwetsen, hier het zwaarste wegen. Er is dan ook geen sprake van een onrechtmatige daad.