IEF 16941

Prejudiciële vraag: Is het tegen betaling ter download aanbieden van e-books een distributiehandeling in de zin van de Auteursrechtrichtlijn

Rechtbank Den Haag 12 juli 2017, IEF 16941 (NUV tegen Tom Kabinet) Auteursrecht. Verhandeling tweedehands e-books. Zie eerder [IEF 14055] en [IEF 14569]. NUV vordert dat voor recht wordt verklaard dat onder de openbaarmaking van digitale kopieën van auteursrechtelijk beschermde boeken (e-books) mede wordt verstaan de online terbeschikkingstelling daarvan en dat die toestemming behoeft van de rechthebbende, ook in het geval de eerste gebruiker het e-book legaal heeft gekocht. NUV stelt dat Tom Kabinet met haar business modellen inbreuk maakt op de auteursrechten van de auteurs van de bij NUV aangesloten uitgevers. De rechtbank overweegt om de volgende vragen voor te leggen aan het HvJ EU:

1. Dient artikel 4 lid 1 van de Auteursrechtrichtlijn aldus te worden uitgelegd dat onder “elke vorm van distributie onder het publiek van het origineel van hun werken of kopieën daarvan door verkoop of anderszins” als daar bedoeld mede is te verstaan het op afstand door middel van downloaden voor gebruik voor onbeperkte tijd ter beschikking stellen van e-books (zijnde digitale kopieën van auteursrechtelijk beschermde boeken) tegen een prijs waarmee de houder van het auteursrecht een vergoeding verkrijgt die overeenstemt met de economische waarde van de kopie van het hem toebehorende werk?

2. Indien vraag 1 bevestigend moet worden beantwoord, is het distributierecht met betrekking tot het origineel of kopieën van een werk als bedoeld in artikel 4 lid 2 van de Auteursrechtrichtlijn in de Unie uitgeput, wanneer de eerste verkoop of andere eigendomsoverdracht van dat materiaal, waaronder hier is te verstaan het op afstand door middel van downloaden voor gebruik voor onbeperkte tijd ter beschikking stellen van e-books (zijnde digitale kopieën van auteursrechtelijk beschermde boeken) tegen een prijs waarmee de houder van het auteursrecht een vergoeding verkrijgt die overeenstemt met de economische waarde van de kopie van het hem toebehorende werk in de Unie geschiedt door de rechthebbende of met diens toestemming?

3. Dient artikel 2 van de Auteursrechtrichtlijn aldus te worden uitgelegd, dat een rechtmatige overdracht tussen opvolgende verkrijgers van het exemplaar waarvan het distributierecht is uitgeput, een toestemming voor de daar bedoelde reproductiehandelingen inhoudt, voor zover die reproductiehandelingen noodzakelijk zijn voor een rechtmatig gebruik van dat exemplaar?

4. Dient artikel 5 van de Auteursrechtrichtlijn aldus te worden uitgelegd dat de auteursrechthebbende zich niet meer kan verzetten tegen de voor een rechtmatige overdracht tussen opvolgende verkrijgers noodzakelijke reproductiehandelingen van het exemplaar ter zake waarvan het distributierecht is uitgeput?