IEF 17413

Pine Valley slaagt niet in bewijsopdracht, inbreukvorderingen geweigerd

Rechtbank Den Haag 10 januari 2018, IEF 17413; ECLI:NL:RBDHA:2018:5 (Pine Valley tegen Campo International en Kwekerij Y) Kwekersrecht. Eindvonnis bij IEF 11054. Het kan niet worden vastgesteld dat de bemonsterde partij geleverd is door Campo, daarom is Pine Valley niet in haar bewijsopdracht geslaagd. De rechtbank wijst de inbreukvorderingen af. In reconventie kan door de rechtbank niet worden vastgesteld of het materiaal met de naam Annemiek onderscheidbaar is van het beschermde ras Luseane. De reconventionele schadevorderingen en de verklaring voor recht dat Pine Valley aansprakelijk is voor de schade worden afgewezen.

2.10. Het voorgaande betekent dat Pine Valley niet in haar bewijsopdracht is geslaagd en dat de inbreukvorderingen moeten worden afgewezen zoals overwogen in r.o. 4.11 van het tussenvonnis. De rechtbank gaat voorbij aan de stelling van Pine Valley in nr. 33 van haar akte van 9 april 2014 dat [ged 2] heeft erkend dat zij het haar door [B] (en RAI) ter beschikking gestelde plantmateriaal zonder toestemming heeft vermeerderd en aldus sprake van inbreuk zou zijn. Terecht heeft Campo c.s. erop gewezen dat dit geen reactie betrof op de door Campo c.s. in de voorgaande akte overgelegde producties, waartoe de akte van Pine Valley beperkt had moeten zijn. Bovendien verzoekt Pine Valley in wezen dat de rechtbank terugkomt op de (bindende) eindbeslissing als neergelegd in r.o. 4.11 van het tussenvonnis. De rechtbank heeft daar immers uitdrukkelijk en zonder voorbehoud beslist dat als niet kan worden vastgesteld dat de bemonsterde partij geleverd is door Campo de inbreukvorderingen moeten worden afgewezen en aldus een eindbeslissing gegeven. Voor een dergelijke beslissing geldt de regel dat daarop in dezelfde instantie niet meer kan worden teruggekomen. Dit kan anders zijn indien de beslissing berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag, dan wel de eisen van een goede procesorde om een andere reden meebrengen dat de rechter zijn eindbeslissing heroverweegt. Die omstandigheden zijn door Pine Valley evenwel niet gesteld, tevens indachtig dat uit de verklaring van [B] is af te leiden dat die partij voor testdoeleinden aan [ged 2] was geleverd. Campo c.s. heeft in haar laatste akte gesteld dat de door [ged 2] uitgevoerde vermeerdering met dat doeleinde is te verenigen (nrs. 38-39).

2.12. In het tussenvonnis was reeds overwogen dat de reconventionele schadevorderingen en de verklaring voor recht dat Pine Valley aansprakelijk is voor de schade zullen worden afgewezen. De rechtbank verwijst naar en volhardt bij dit oordeel. Thans ligt nog de gevorderde verklaring van geen inbreuk voor. Ook die vordering moet evenwel worden afgewezen. Zoals blijkt uit de toelichting (p. 15 cva) ziet de verklaring op de handel in en vermeerdering van Schefflera mini arboricola als geleverd door Caposa en aangeduid met de naam Annemiek. In conventie is gebleken dat de rechtbank niet kan vaststellen van wie de door de AID in beslag genomen monsters afkomstig zijn en (dus) ook niet of die van de door Caposa/Campo geleverde variëteit aangeduid met Annemiek zijn. Sterker nog, ook volgens de eigen stellingen van Campo c.s. is niet Annemiek maar Luseane in beslag genomen en onderzocht. Er is mitsdien geen bewijs voorhanden waarin een vergelijking wordt gemaakt van de Schefflera mini arboricola variëteit met de naam Annemiek met het door kwekersrecht beschermde ras Luseane. Zodoende kan niet worden vastgesteld of het materiaal met de naam Annemiek onderscheidbaar is van het beschermde ras Luseane.