IEF 17082

Picnic schendt portretrecht met lookalike Max Verstappen

Rechtbank Amsterdam 6 september 2017, IEF 17082; ECLI:NL:RBAMS:2017:6395 (Mavic tegen Picnic) Portretrecht. Zie eerder IEF 16808. De in de commercial van Picnic gebruikte lookalike vertoont alle karakteristieke kenmerken van het portret van eiser: dezelfde pet, raceoutfit, haarkleur, hetzelfde silhouet en postuur. Het is de bedoeling van Picnic om het beeld van eiser op te roepen bij het publiek, dit blijkt ook uit uitspraken in RTL Boulevard over het gebruik van de lookalike. Er is sprake van een portret van eiser in de zin van art. 21 Aw. Doordat eiser door zijn beroepsuitoefening als Formule 1-coureur grote bekendheid geniet, met welke commerciële belangen gemoeid zijn, heeft hij bij de openbaarmaking van zijn portret en persoonlijke karakteristieken een zwaarwegend belang. Daarbij heeft Picnic geen enkele vergoeding aangeboden voor het gebruik. De commercial betreft een reclame-uiting en kent een commercieel karakter. Door plaatsing op social media maakt het dit filmpje toegankelijk voor publiek, de inhoud daarvan is gericht op naamsbekendheid en het aanprijzen van de diensten van Picnic. Picnic heeft het potretrecht geschonden door het portret van eiser te gebruiken zonder zijn toestemming. Picnic is gehouden de schade te vergoeden. Het is aan eiser om te onderbouwen welke schade hij heeft geleden.

4.8. De omstandigheid dat [eiser 2] door zijn beroepsuitoefening als Formule 1-coureur grote bekendheid geniet, met welke bekendheid commerciële belangen gemoeid zijn bij de openbaarmaking van zijn portret en zijn persoonlijke karakteristieken, is dus een zwaarwegend belang. Tevens komt gewicht toe aan de omstandigheid dat Picnic geen enkele vergoeding heeft aangeboden voor het gebruik.

 4.9. In het kader van het door artikel 10 EVRM beschermde belang heeft Picnic naar voren gebracht dat sprake is van een eenmalige ludieke actie via social media, met een vluchtig en kortstondig karakter, waarvan de toon en inhoud positief is. Het is een geste naar de runners van Picnic en toevallig ook een grappige inhaker op de commercial van Jumbo. Het betreft een plaagstootje richting concurrent Jumbo. De diensten van Picnic worden niet aangeprezen. Het publiek zal Picnic en [eiser 2] niet aan elkaar verbinden.

4.10. In dit geval valt de afweging van de wederzijdse belangen hier in het voordeel uit van de door artikel 8 EVRM beschermde persoonlijke levenssfeer van [eiser 2] . Daartoe is het volgende van belang. Terecht wijst Picnic erop dat – daargelaten dat de parodie-exceptie als bedoeld in artikel 18b Aw niet ziet op het portretrecht – haar in het kader van artikel 10 EVRM een zekere vrijheid toekomt om zich op humoristische wijze te uiten, ook al is gelet op haar eigen stellingen niet [eiser 2] het onderwerp van de ludieke actie of parodie, maar Jumbo. Ook betreft het geen diffamerende uiting en is het één dag op internet geplaatst. Daartegenover weegt echter zwaar dat de commercial van Picnic een reclame-uiting betreft en een commercieel karakter kent. Plaatsing van de commercial van Picnic op de door haar beheerde social media (waaronder haar Facebookpagina) maakt dit filmpje toegankelijk voor het publiek. De inhoud en strekking van het filmpje is gericht op vergroting van de naamsbekendheid van Picnic. De commercial eindigt immers met het logo van Picnic en de tekst “supermarkt gratis aan huis”, hetgeen niet anders kan worden gezien dan als een aanprijzing van (de diensten van) Picnic aan het publiek. Dat dit filmpje, zoals Picnic het noemt, in eerste instantie slechts bedoeld zou zijn voor haar bezorgers doet hieraan niet af. Het publiceren van haar commercial op internet (ook al is dat maar voor één dag) maakt immers dat deze voor het publiek toegankelijk is. Bovendien is voor de hand liggend dat, zoals in het onderhavige geval ook op grote schaal is gebeurd, een dergelijke uiting wordt overgenomen door andere (social) media. Ten slotte kan Picnic niet worden gevolgd in haar betoog dat in dit kader dient mee te wegen dat uit de context van de commercial van Picnic duidelijk zou blijken dat het hier niet om de echte [eiser 2] zou gaan. Picnic heeft met de inzet van de lookalike (zo blijkt ook uit hetgeen [naam oprichter en bestuurder] in RTL Boulevard heeft gezegd) het beeld van [eiser 2] bewust opgeroepen. In de afweging van enerzijds het belang van [eiser 2] zich te verzetten tegen de commerciële exploitatie van zijn portret zonder dat hem een vergoeding is aangeboden en anderzijds het belang van Picnic zich met het filmpje te uiten, weegt het belang van [eiser 2] dus zwaarder.

4.11. Dit leidt ertoe dat Picnic door het portret van [eiser 2] te gebruiken zonder diens toestemming inbreuk heeft gemaakt op artikel 21 Aw en onrechtmatig heeft gehandeld.

4.18. Het is aan [eiser 2] om gemotiveerd te stellen en onderbouwen welke schade hij heeft geleden, bijvoorbeeld door te onderbouwen welke vergoeding hij in redelijkheid zou hebben kunnen bedingen indien hij zijn toestemming aan het gebruik van zijn portretrecht door Picnic zou hebben verleend. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de wijze waarop de publicatie op internet heeft plaatsgevonden, de timing daarvan en de beperkte duur van de publicatie op internet door Picnic. Ook dient rekening te worden gehouden met de omstandigheid dat van de zijde van [eiser 2] geen enkele inspanning is verleend aan de totstandkoming van de commercial van Picnic. Partijen (eerst [eiser 2] daarna Picnic) zullen zich bij akte uit kunnen laten over de hoogte van deze vergoeding. De rechtbank merkt hierbij op dat de exclusiviteit die [eiser 2] met Jumbo is overeengekomen los staat van de hier te maken hypothese ten aanzien van de vergoeding die [eiser 2] had kunnen bedingen indien hij wel toestemming zou hebben gegeven.