IEF 16936

Opzegging uitgeefovereenkomst en verkoop tweedehands e-books in voorprogramma IE-zomerforum

Voorafgaand aan het IE zomerforum over modellenrecht en slaafse nabootsing wordt aandacht besteed aan het arrest HR 7 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1270, IEF 16932 (Nanada tegen Golden Earring) en het arrest Rb. Den Haag 12 juli 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:7543, IEF 16941 (Tom Kabinet). Om 12.30 uur zal Dirk Visser een inleiding houden over de arresten gevolgd door een reactie door Thijs van Aerde (cassatie-advocaat Golden Earring) en een korte discussie met de zaal. Voor deelnemers aan het Zomerforum is het voorprogramma gratis. Anderen betalen € 50 (€ 35 voor sponsors van IE forum).

Partijen zijn het er over eens dat uit de uitgeefovereenkomst voortvloeit dat op de uitgever “een voortdurende inspanningsverplichting rust tot promotie en exploitatie van de muziekwerken waarop de overeenkomsten betrekking hebben en het voeren van de daarbij behorende administratieve werkzaamheden” ( 5.2.2.)

De HR beslist dat een uitgeefovereenkomst waarbij het auteursrecht aan de (muziek)uitgever wordt overgedragen voor de duur van het auteursrecht een overeenkomst voor onbepaalde tijd is. (ov. 5.2.2) De HR beslis ook dat de overeenkomst daarom in beginsel opzegbaar is. (ov. 5.3.1.) . De goederenrechtelijke overdracht doet daar niet aan af (ov. 5.3.2.)

Na opzegging is terug overdracht vereist op grond van de redelijkheid en billijkheid. (ov. 5.4)

Vervolgens verwijst de HR naar de nieuwe non-usus- regeling in artikel 25 e Aw en de totstandkomingsgeschiedenis daarvan (ov. 5.5.2).

5.5.2. “Hieruit kan worden afgeleid dat het niet wenselijk wordt geacht dat exploitatiecontracten als de onderhavige zonder meer opzegbaar zijn, omdat dit, met het oog op de investeringen waartoe een exploitant zich ten behoeve van een werk verbindt, voor deze te veel rechtsonzekerheid zou meebrengen, hetgeen de bereidheid tot investeren en daarmee uiteindelijk ook de makers niet ten goede zou komen.

In plaats daarvan is gekozen voor een systeem waarbij de mogelijkheid tot ontbinding van een overeenkomst bij onvoldoende exploitatie (non usus) nader is uitgewerkt (o.a. door te bepalen dat de exploitant een redelijke termijn moet worden gegund om alsnog te presteren en door voorzieningen te treffen voor het geval de exploitant niet bereid of in staat is het auteursrecht weer over te dragen aan de maker).

5.5.4 Hoewel, zoals eerder overwogen, art. 25e Aw op de onderhavige zaak niet van toepassing is, moet in het licht van de uit de totstandkomingsgeschiedenis blijkende maatschappelijke opvattingen worden aanvaard dat, gelet op de aard en strekking van een exploitatieovereenkomst als de onderhavige, voor opzegging daarvan in beginsel een voldoende zwaarwegende grond nodig is. De onwenselijkheid van een onbeperkte mogelijkheid tot opzegging verliest evenwel aan gewicht, naarmate een exploitatieovereenkomst langer heeft geduurd en investeringen kunnen zijn terugverdiend. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval kan de rechter daarom tot het oordeel komen dat in een concreet geval geen zwaarwegende grond nodig was voor de opzegging”.

“Het hof heeft terecht tot uitgangspunt genomen dat de klachtplicht ook van toepassing is op overeenkomsten die een voortdurende verplichting behelzen en evenzeer in die gevallen waarin ook het gestelde tekortschieten een voortdurend karakter heeft. Het onderdeel miskent dat ook ingeval een tekortkoming voor het verleden niet meer kan worden hersteld, de schuldenaar er belang bij kan hebben binnen bekwame tijd duidelijkheid te verkrijgen over het oordeel van de schuldeiser met betrekking tot de deugdelijkheid van zijn prestatie, bijvoorbeeld om zijn bewijspositie veilig te stellen, of om de door hem veroorzaakte schade te beperken”(ov. 6.2.2).