IEF 17823

Ontbinding wetenschappelijk uitgeefovereenkomst door hoofdredacteur

Vzr. Rechtbank Amsterdam 3 juli 2018, IEF 17823, ECLI:NL:RBAMS:2018:4665 (Eiser tegen IOS Press) Contractrecht. Uitgeverij IOS Press wordt gedagvaard door de hoofdredacteur van tijdschrift JIN. In augustus 2016 hebben ze een uitgeefovereenkomst gesloten waarbij is besloten dat de eiser hoofdredacteur zou blijven van JIN en IOS Press eindredactiewerkzaamheden zou gaan verrichten en JIN zou uitgeven. JIN wil de overeenkomst ontbinden omdat IOS Press niet voldeed aan verplichtingen, ongecorrigeerde artikelen publiceerde en geen toegang tot uiteindelijke gepubliceerde artikelen verschafte. De vraag is of de uitgeefovereenkomst ontbonden mag worden. Er is geoordeeld dat IOS Press in de nakoming van haar voormelde kernverplichtingen is tekortgeschoten en dat deze tekortkoming een zo groot gewicht heeft dat de uitgeefovereenkomst ontbonden kan worden. 

2.3 Op 26 augustus 2016 hebben partijen een uitgeefovereenkomst gesloten. Op basis van die overeenkomst zou [eiser] hoofdredacteur van JIN blijven en zou IOS Press eindredactiewerkzaamheden verrichten en het tijdschrift uitgeven. De uitgeefovereenkomst luidt, voor zover relevant, als volgt:
5.    Article review

Both articles collected through the Editorial Board and unsolicited papers shall be assessed by the Editor-in-Chief ( [eiser] , vzr). The Editor-in-Chief shall do his best to have the articles reviewed by 3 – and in any case not less than 1 – expert(s) in the field (peer review). It is understood that only papers of high professional standard shall be accepted for publication.

6 Galley proofs
The Publisher (IOS Press, vzr) shall, after typesetting, send a galley proof directly to the first or corresponding author of a paper and communicate directly with the first or corresponding author regarding the implementation of possible final corrections. The Editor-in-Chief shall receive first page proofs of alle typeset portions of the Journal, with the exception of the cover and any indexes. He may check these proofs for technical errors and return the proofs to the Pulisher together with indications of such errors within two weeks upon receiving the first page proofs.

7 Intellectual property rights
The Publisher owns the right to the title of the Journal during the validity of this Agreement, the right to the lay-out of the Joural and any rights arising out of the collection of articles collected for the Journal with the exception of the copyright in submissions of authors. The copyright in the submissions of authors remains with the authors. (…)

8 Publisher’s obligations
The Publisher shall publish the Journal at its own risk and expense in both print and electronic formats with Open Access support. The Publisher shall be responsible for the financing, production, distribution, archiving, marketing, subscription fulfillment, copy editing, layout, design and all others functions normally associated with the publishing of a scientific or otherwise professional journal, except that – in accordance with Article 7 – the Editor-in-Chief is responsible for obtaining the necessary permission from the authors to publish the articles.
10.    Complimentary subscriptions
The Editor-in-Chief and each member of the Editorial Board shall receive a free electronic subscription to the Journal. The Editor-in-Chief shall also receive 5 free paper copies of the Journal for its own or for promotional use.
12.    Promotion
The Publisher and the Editor-in-Chief (together with the Editorial Board) are jointly responsible for a proper promotion of the Journal and will take care of this responsibility in consultation.
13.  Nature and duration
The Parties explicitly intend not to enter into an employment agreement. This Agreement commences on the date it is signed by both parties. It is valid for a period of three years and will autmatically be renewed for further periods of three years unless the Publisher terminates the Agreement then the title of the journal reverts to the Editor-in-Chief.

4.8. Volgens [eiser] komt de letterlijke tekst van het artikel niet overeen met de bedoeling van partijen. Zij hebben namelijk niet de bedoeling gehad af te wijken van de eerste versie van de conceptovereenkomst in die zin dat alleen IOS Press de overeenkomst kon beëindigen. De eerste versie van de concept-uitgeefovereenkomst bood beide partijen die mogelijkheid. Deze versie luidde immers als volgt:

“The Parties explicitly intend not to enter into an employment agreement. This Agreement commences on the date it is signed by both parties. It is valid voor a period of three years and will automatically be renewed for further periods of three years unless one year’s notice to the contrary is given by either party.”

[eiser] heeft vervolgens een amendement voorgesteld, dat door IOS Press is aanvaard. Daarmee heeft hij vanzelfsprekend niet bedoeld aan zijn eigen rechten afbreuk te doen in die zin dat alleen de uitgever de overeenkomst zou kunnen ontbinden en dit recht niet langer ook aan hem zou toekomen. IOS Press heeft dit ook niet zo begrepen, of mogen begrijpen, aldus nog steeds [eiser] .

4.9. Bij de uitleg van het bepaalde in artikel 13 van de uitgeefovereenkomst is beslissend de betekenis die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepaling mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (de Haviltexmaatstaf). Daarbij kan ook de taalkundige betekenis van de tekst van belang zijn, met name in commerciële verhoudingen.

4.10. In de gegeven omstandigheden ligt niet voor de hand dat IOS Press het door [eiser] voorgestelde amendement aldus heeft begrepen, of mocht begrijpen, dat dit ertoe strekte dat laatstgenoemde zijn recht op ontbinding prijsgaf. Veeleer ligt voor de hand dat het hem erom ging (andermaal) te bepalen dat, indien de overeenkomst zou worden ontbonden, de rechten op JIN aan hem zouden terugvallen. Dit strookt met zijn amendering van artikel 7 van de uitgeefovereenkomst, inhoudend dat de uitgever de rechten op JIN zou hebben gedurende de geldigheid van de uitgeefovereenkomst.

4.11. De letterlijke betekenis van de gebruikte bewoordingen kan hieraan onvoldoende afbreuk doen, mede gelet op het feit dat [eiser] geen jurist is en niet is gesteld of gebleken dat hij zich tijdens de onderhandelingen van juridische bijstand heeft voorzien. Het onderhavige verweer van IOS Press faalt.

4.14. Op grond van artikel 8 van de uitgeefovereenkomst behoort het tot de taak van de uitgever om de artikelen te copy-editen alvorens ze te publiceren. [eiser] heeft met de door hem in het geding gebrachte producties, die onvoldoende zijn weersproken, voldoende aannemelijk gemaakt dat onder de term copy-editing in een commerciële uitgeefovereenkomst in het algemeen in elk geval moet worden begrepen de verplichting tot controle van en correcties op taal, spelling en grammatica. Dit ligt ook op zichzelf voor de hand, althans ten aanzien van een tijdschrift als het onderhavige, omdat een diepgaand inzicht in de neurowetenschappen geenszins meebrengt dat de betrokken schrijver of hoofdredacteur tevens een diepgaand inzicht heeft in de regels van de Engelse taal.

4.15. Hierbij komt het hiervoor in 4.2 al vermelde feit dat de overeenkomst is opgesteld door (een jurist van) IOS Press. Dit brengt mee dat, als uitgangspunt, voor het geval de term copy-editing onduidelijk zou zijn, de voor de wederpartij ( [eiser] ) meest gunstige uitleg prevaleert op grond van het contra proferentembeginsel. IOS Press heeft onvoldoende gesteld om aan dit uitgangspunt afbreuk te doen.

4.20. Zowel op grond van de overgelegde stukken als gelet op het verhandelde ter zitting is alleszins aannemelijk dat een groot aantal door IOS Press – in steenkolen-Engels – gepubliceerde artikelen onaanvaardbare fouten bevat die afbreuk doen aan het gezag van de desbetreffende publicaties, en daarmee aan het aanzien van het tijdschrift JIN. Daarmee is IOS Press tekortgeschoten in één van haar kernverplichtingen als uitgever.

4.21. Op grond van het voorgaande is voorshands aannemelijk geworden dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat IOS Press in de nakoming van haar voormelde kernverplichtingen is tekortgeschoten en dat deze tekortkoming een zo groot gewicht heeft dat zij de ontbinding van de uitgeefovereenkomst door [eiser] rechtvaardigde.