IEF 17469

Jan Kabel - IE-diner 2018 - Handelsnaam: (handelsnaam)

Leest U wel eens een handelsnaamzaak op rechtspraak.nl?  En bent U dan ook zo benieuwd waar het eigenlijk om gaat? Want daar is niet zo gemakkelijk achter te komen. Ik citeer: RECHTBANK GELDERLAND, Team kanton en handelsrecht, Zittingsplaats Arnhem [red. IEF 17016]

Vonnis in kort geding van 24 juli 2017, in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [bedrijf eiseres], gevestigd te [woonplaats], eiseres, tegen [gedaagde]  tevens handelend onder de naam [bedrijf gedaagde] wonende te [woonplaats], gedaagde.

Nog een citaat, ditmaal uit  Rb Midden Nederland van 31 juli 2013 [red. : IEF 12939]

“De jongere handelsnaam mag echter - in zijn geheel bezien - geen verwarring wekken met de oudere handelsnaam. Gelet daarop moet in het onderhavige geval worden beoordeeld of de handelsnamen ‘[handelsnaam 1]’ en ‘[handelsnaam 2]’, in het geheel beschouwd, zo’n grote gelijkenis vertonen dat verwarringsgevaar - bij het relevante publiek - is te duchten.” …) “De kenmerkende onderdelen van beide handelsnamen zijn de woorden ‘[woord 1]’ en ‘[woord 2]’.”

Dat lijkt mij nu heel erg verwarrend. Woord 1 is toch bijna hetzelfde als woord 2? Handelsnaam 1 nauwelijks afwijkend van handelsnaam 2? Dat gaat handelsnaam 1 zeker winnen. Van de andere kant is er in het eerste citaat natuurlijk een groot verschil tussen de handelsnaam bedrijf eiser en de handelsnaam bedrijf gedaagde. Bedrijf eiser gaat nat, dat is zeker.

Ik stel me voor hoe de mondelinge tentamens Intellectuele eigendom verlopen: "Ja, maar dat zegt U nu wel", zegt de docent tegen de kandidaat, "maar in de zaak handelsnaam 1 tegen handelsnaam 2 ligt het toch wel even anders." "Nee professor," zegt de student: "ik bedoelde natuurlijk de zaak handelsnaam 1 tegen handelsnaam 2." Altijd goed, toch?

De laatste gekkigheid die ik zag op rechtspraak.nl was de zaak van de Nederlandse Zuivelindustrie tegen vennootschap 1. Ra, ra, tegen wie zouden die melkmeisjes nu procederen? Tegen die sojajongens natuurlijk. En dat kan er maar een zijn: dat is Alpro. Maar waarom staat dat er dan niet?

De gekkigheid is dus niet beperkt tot de handelsnaam. Een willekeurig ander voorbeeld: Rechtbank Amsterdam 6 december 2017 [red IEF 17341], ik citeer: ”Eiser sub 2 is een professionele autocoureur. Op 15 maart heeft hij als jongste autocoureur in de geschiedenis enz…” Wie zou dat nu zijn? Ja? Bent U er al? Nog maar een stapje?

Ik zie regelmatig het naambord van drukkerij en uitgeverij Lindenbaum in de trein langs Sloterdijk en mompel dan onveranderlijk in mijzelf: Er is door ons hoogste rechtscollege zelden een arrest gewezen, waarvan zoo heilzame invloed op ons rechtsleven mag worden verwacht. Nou ja, ik kan me nog voorstellen dat je zegt: o.k. de zaak Lindenbaum/Cohen, die doen we even niet. Jammer voor jou, Jan, dan mompel je maar wat anders. Maar wat is er mis met Heertje/Hollebrandt, Van Gelder/Van Rijn, Kluwer/Lamoth, Van Dale/Romme, Damave/Trouw?

U weet natuurlijk wel wat de bron is van die gekkigheid. Dat is de Raad voor de Rechtspraak met haar anonimiseringsrichtlijnen voor rechtspraak.nl. Aanvankelijk ging het nog wel. In 2008 vond de Raad dat namen van websites waar kinderporno werd aangeboden moesten worden geanonimiseerd. Prima. Hoewel ik me moeilijk kan voorstellen dat rechtspraak.nl heel populair is onder liefhebbers van kinderporno. In 2012 gaat het ook nog goed. Publiekrechtelijke lichamen hebben geen privacy, zegt de Raad. En zo is het. Maar in 2013 begint het. Alles, maar dan ook alles wat naar een natuurlijke persoon verwijst moet weg, levend of dood, bekend of onbekend, relevant of niet, zinnig of onzinnig. gevoelig of onschuldig. 

De Raad is roomser dan de Paus, strenger dan de Wet bescherming persoonsgegevens of de komende Verordening. Heeft nooit gehoord van belangenafweging of van die hoge bomen die veel wind vangen of van wat de zaak Google/Spain nu eigenlijk betekent en kennelijk nooit artikel 28 lid 2 Rechtsvordering gelezen waarin staat dat anonimisering een uitzondering is en geen regel. AA is de regel: Alles Anoniem. 

Hoe komt dat? Is het gemakzucht? Als je alles anonimiseert hoef je niet meer na te denken. Niet over nuances, niet over rechtvaardigingen en al zeker niet over een onderscheid tussen rechtsgebieden.

Er is natuurlijk wel wat te zeggen voor anonimisering op het internet. Alles blijft daar immers hangen. En met de Algemene verordening  gegevensbescherming of de GDPR, dat klinkt dreigender, wordt de roep om anonimiteit alleen maar groter. Maar die GDPR  is voor een groot deel bangmakerij waar wij allemaal vrolijk aan meedoen tot mei van dit jaar. De regels zelf zijn al bijna dertig jaar hetzelfde. We moeten er alleen beter over nadenken. En als je dat doet zie je dat de regels het mogelijk maken om hele gevoelige gegevens, gegevens waarop je gediscrimineerd kunt worden, te gebruiken als betrokkene die zelf openbaar heeft gemaakt. En als dat al geldt voor hele gevoelige gegevens, dan geldt dat natuurlijk eens te meer voor gegevens die dat niet zijn.

En hoe gevoelig ligt het in ons vak? Sonja Boekman, heeft het al gezegd: daar kleeft geen bloed aan. Het gaat niet om misdaden, niet om niet-functionerende werknemers, ruzies op de werkvloer of in de familiesfeer, niet om malversaties, fraude, discriminatie en zo meer. En alles is eigenlijk al openbaar. In het auteursrecht gaat het daar zelfs over, over openbaarmaking. Voor het merkenrecht hoeven we ons geen zorgen te maken. Daar gaat het bijna helemaal goed getuige Philips/Remington, Libertel, Davidoff/, Adidas/Fitness World. En laten we in godsnaam niet met terugwerkende kracht kinderachtig doen over BMW/Deenik, Arsenal/Reed, Sieckmann of over Picasso/Picaro. En alles staat verder in openbare registers, dat van de Kamer van Koophandel, het Benelux-merkenregister, het octrooiregister. Kortom: waar wachten we nog op. De-anonimiseer ons rechtsgebied! Een simpel anonimiseringsblokkeringsalgoritme op het getal 1019 kan het werk makkelijk af. En als dat allemaal niet kan, laten we dan in ieder geval dat rare gedoe met de handelsnaam stoppen, zodat we  niet meer dat soort gekte hoeven te lezen als in de zaak Rechtbank Midden Nederland van 31 juli 2013 in de zaak van eiser tegen gedaagde in overweging 2.6.:

“In het bericht van Registratie staat het volgende vermeld:

Handelnaam: handelsnaam
Telefoonummer: telefoonnummer
Domeinnaam: website
Emailadres: emailadres”

Dank voor de uitnodiging. Het heeft even geduurd. Ik ben nu 73. Dus IE genoten: hebt geduld. Blijf bij Claudia, pardon bij uitgever te woonplaats woonplaats, pardon bij Claudia. Eens komt het allemaal goed.

Jan Kabel, 25 januari 2018