IEF 17821

Inbreuk auteursrecht poezenmand ondanks wijziging voorkant

Vzr. Rechtbank Rotterdam 6 juli 2018 IEF 17821 (Van der Leeden mandwerk tegen Gebr. De Boon) Auteursrecht. Van der Leeden is een groothandelsbedrijf dat zich richt op het produceren en verhandelen van artikelen van hout, kurk, riet en vlechtwerk. Groothandel Gebr. De Boon richt op het verhandelen van (huis)dierbenodigdheden. Van der Leeden sommeert Gebr. De Boon om de verkoop van de poezenmand (Boony-versie 1) te staken omdat deze nagenoeg identiek is aan de poezenmand van Leenden. Ze hebben afgesproken dat Gebr. De Boon de voorraad nog mag verkopen. Later werd geconstateerd dat Gebr. De Boon de poezenmand nog steeds aanbood en tevens een nieuwe versie (Boony-versie 2). Van der Leeden vordert met onmiddellijke ingang handelingen te staken en gestaakt te houden. De vordering ten aanzien van Boony-versie 1 wordt afgewezen omdat niet onvoldoende aannemelijk is dat deze nog wordt geproduceerd en/of te koop wordt aangeboden. Ten aanzien van Boony-versie 2 wordt vordering toegewezen omdat een wijziging aan de voorkant van de poezenmand niet wegneemt dat de overeenstemmende totaalindrukken hetzelfde zijn.

4.8 Ten aanzien van Boony-versie 1 staat vast dat partijen begin 2017 de afspraak hebben gemaakt dat Gebr. De Boon de resterende 20-30 nog in voorraad zijnde exemplaren nog zou verkopen, waarna zij deze versie niet meer zou (laten) produceren of verhandelen. Voor zover er al sprake zou zijn van een inbreuk door Gebr. De Boon met Boony-versie 1, heeft Van der Leeden dat onder voorwaarden gedoogd. Dat brengt met zich dat, zolang aan die voorwaarden is voldaan, Van der Leeden niet aan Gebr. De Boon kan tegenwerpen dat zij met Boony-versie 1 inbreuk maakt op de auteursrechten van Van der Leeden. Van der Leeden stelt echter dat Gebr. De Boon in strijd met die afspraak handelt, doordat Boony-versie 1 thans nog wordt verkocht door bepaalde detailwinkels, betekent nog niet dat Gebr. De Boon tegen de afspraken in door is gegaan met handel in deze versie. Partijen zijn iets overeengekomen over een 'recall' en niet bekend is welke aantallen door Gebr. De Boon reeds (aan de detailhandel) waren verkocht voordat de betreffende afspraak was gemaakt. In dit kort geding kan niet worden vastgesteld dat de thans aangeboden Boony-versie 1 afkomstig zijn uit de voorraad van Gebr. De Boon van begin 2017 of uit latere producties van die poezenmanden (wat in strijd zou zijn met de afspraak). De eerste situatie kan niet worden uitgesloten en de tweede situatie is door Van der Leeden niet onderbouwd. Nu onvoldoende aannemelijk is dat Boony-versie 1 thans nog door Gebr. De Boon wordt geproduceerd en/of (in strijd met de gemaakte afspraken) te koop wordt aangeboden, moet worden geoordeeld dat Van der Leeden geen belang heeft bij vordering de openbaarmaking en verveelvoudiging van Boony-versie 1 te staken en gestaakt te houden. Dit gedeelte van de vordering ligt reeds om die reden voor afwijzing gereed, zodat voor de beoordeling of sprake is van enig inbreuk aan de kant van Gebr. De Boon Boony-versie 1 buiten beschouwing zou worden gelaten.


4.9 Ten aanzien van Boony-versie 2 wordt als volgt overwogen. Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van inbreuk op een auteursrecht op een gebruiksvoorwerp dient beoordeeld te worden in welke mate de totaalindrukken van het beweerlijke inbreuk makende werk en het beweerdelijk bewerkte of nagebootste werk overeenstemmen. Het komt er daarbij op aan of het beweerdelijk inbreukmakende werk in zodanige mate de auteursrechtelijke beschermde trekken van het eerdere werk vertoont dat de totaalindrukken die de beide werken te weinig verschillen voor het oordeel dat het eerstbedoelde werk als een zelfstandig werk kan worden aangemerkt (HR 29 november 2002, NJ2003/17, Una Voce Particolare). Bij die vergelijking dienen ook onbeschermde elementen in aanmerking te worden genomen, voor zover de combinatie van al deze elementen in het beweerdelijk nagebootste werk aan de 'werktoets' beantwoordt (HR 12 april 2013, NJ2013/502, Stokke/Fikszo). Uit het overwogene onder 4.4 vloeit voort dat in het onderhavige geval de combinatie van (de op zichzelf triviale kenmerken als) de tipi-vorm, de materiaalkeuze van rotan, de kleur en verdere afwerking van de Van der Leeden-poezenmand als auteursrechtelijk beschermde trek moet worden aangemerkt. De voorzieningenrechter stelt vast dat de Van der Leeden-poezenmand en Boony-versie 2 op een aanzienlijk aantal punten overeenstemmen. Beide poezenmanden hebben een tipi-vorm met vier gelijke zijdes en vier poten van bamboe die aan de onderzijde uitsteken en doorlopen naar de bovenzijde van de mand alwaar de vier uitstekende poten zijn omwikkeld met rotan. Het materiaal en de kleur zijn identiek, namelijk rotan die grijs is gemaakt. De uitvoering en de dikte van het vlechtwerk zijn eveneens gelijk. En de manden hebben nagenoeg dezelfde afmetinging. Van de achterkant en zijkant bezien, kunnen de manden niet van elkaar worden onderscheiden. Gelet op deze elementen, is naar oordeel van de voorzieningenrechter sprake van een overeenstemmende totaalindruk. De waar te nemen verschillen zitten aan de voorkant, te weten de ronde opening met daarbij een speciaal vlechtwerk erom heen en een ander plaatje boven de opening, zowel qua omvang als materiaal. De verschillen zijn echter onvoldoende om de overeenstemmende totaalindruk weg te nemen. Daarbij zij opgemerkt dat Gebr. De Boon blijkens haar productie 9, na haar afspraak met Van der Leeden van begin 2017 om Boony-versie 1 niet meer in de handel te brengen, haar leverancier opdracht heeft gegeven om enkel de vorm van de opening te wijzigen en het plaatje bovenaan de opening iets naar voren te verplaatsen, wat heeft geresulteerd in Boony-versie 2. Daarmee heeft Gebr. De Boon onvoldoende afstand genomen van het ontwerp van de Van der Leeden-poezenmand om te kunnen spreken van een nieuw werk en is sprake van een ongeoorloofde verveelvoudiging in de zin van artikel 13 Aw. Vordering 1 wordt dan ook toegewezen voor zover deze ziet op Boony-versie 2.