IEF 15755

HR: Hof oordeelde onterecht dat Ryanairs databankgebruiksverbod in algemene voorwaarden nietig was

HR 11 maart 2016, IEF 15755; IT 2007; ECLI:NL:HR:2016:390 (RyanAir tegen PR Aviation)
Screen scraping. Databankenrecht. Beperking contractsvrijheid ingevolge Databankenrichtlijn geldt niet voor onbeschermde databanken. Het Hof heeft ten onrechte geoordeeld dat verbod in de algemene voorwaarden van Ryanair om gebruik te maken van haar databank nietig is. De HR volgt AG in zijn conclusie IEF 15478 tot vernietiging van het arrest van het hof en verwijst het geding naar het Hof Den Haag.

Uit de conclusie:

Deze in 2008 gestarte databankzaak over screen scraping' door PR Aviation van Ryanaks website komt terug na prejudiciële verwijzing uit Luxemburg [IEF 14557] en is na beantwoording van de door de Hoge Raad [IEF 13438] gestelde vraag op zich ambachtelijk niet ingewikkeld meer, al ziet PR Aviation dat anders. De zaak heeft door de vraag en het antwoord daarop (met als kem dat art. 24a Aw niet in de weg staat aan contractuele gebruiksbeperkingen van deze databank, zoals het hof [IEF 11064 ] wel had aangenomen) een hele andere wending gekregen.

Uit het arrest:

2.2.1 Voordat de Hoge Raad met inachtneming van dit antwoord de klachten van onderdeel 2 behandelt, zal hij ingaan op het in de schriftelijke toelichting van PR Aviation gehouden betoog, voor zover daarin het verzoek is gedaan om de rov. 3.5.1 en 3.8.2 van het tussenarrest te verduidelijken, daarvan terug te komen, of de verwijzingsrechter dienaangaande een instructie te geven.

PR Aviation voert daartoe aan – kort gezegd – dat tussen partijen vaststaat dat de onderhavige databank van Ryanair auteursrechtelijk is beschermd op de voet van art. 10 lid 3 Aw. De Hoge Raad heeft dit over het hoofd gezien. De aan het HvJEU gestelde vraag van uitleg valt dus buiten de grenzen van de rechtsstrijd van partijen, zodat het door dit Hof gegeven antwoord op die vraag niet relevant is voor de beslissing van het geschil, aldus nog steeds PR Aviation.

2.2.2 Het betoog van PR Aviation mist feitelijke grondslag, zoals is uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.3-2.5.

2.3. Uit het door het HvJEU gegeven, hiervoor in 2.1 vermelde, antwoord op de prejudiciële vraag volgt dat de klachten van onderdeel 2 van het middel doel treffen voor zover zij betogen dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat het tot derden zoals PR Aviation gerichte verbod in de algemene voorwaarden van Ryanair – veronderstellenderwijs aangenomen dat deze voorwaarden tussen partijen van toepassing zijn – om gebruik te maken van de databank van Ryanair, nietig is. Voor het overige behoeven de door het onderdeel aangevoerde klachten geen behandeling.