IEF 17091

Hoger beroep mag tussentijds ingesteld worden tegen afwijzing oppositie VSY tegen octrooi intra-oculaire lens

Rechtbank Den Haag 6 september 2017, IEF 17091; LS&R 1500; ECLI:NL:RBDHA:2017:10121 (Carl Zeiss Meditec tegen VSY) Octrooirecht. Carl Zeiss is houder van het Europese octrooi EP2377493 op een intra-oculaire lens. Door VSY wordt een intra-oculaire lens op de markt gebracht onder de naam Tri-ED 611. Rechtbank Den Haag [IEF 16848] oordeelt dat de lens van gedaagden valt onder de beschermingsomvang van het octrooi van Carl Zeiss. Het Nederlandse deel is geldig: nawerkbaar, nieuw en inventief. Provisioneel inbreukverbod in afwachting nietigheidsoordeel van de buitenlandse delen. De rechtbank bepaalt dat er tussentijds hoger beroep zal kunnen worden ingesteld tegen de beslissing in het tussenvonnis. Er is sprake van een bijzondere omstandigheid: provisionele maatregel gelast in zelfde tussenvonnis waartegen hoger beroep wordt ingesteld. 

2.3. In de onderhavige zaak heeft Carl Zeiss onder meer gesteld dat VSY c.s. inbreuk maakt op het Nederlandse deel van haar octrooi dat nader is beschreven in r.o. 2.2 van het tussenvonnis (hierna: ‘EP 493’). De rechtbank heeft Carl Zeiss met betrekking tot die octrooi-inbreuk in de hoofdzaak in het gelijk gesteld voor zover het Nederlandse deel van EP 493 betreft en toewijzing van haar vorderingen voor zover die op dat deel zijn gebaseerd in het vooruitzicht gesteld. De beslissing daarop is aangehouden omdat diezelfde vorderingen zich ook uitstrekken tot buitenlandse delen van EP 493 en er, alvorens de rechtbank daarop kan beslissen, duidelijkheid dient te zijn over de geldigheid van die buitenlandse delen. Vanwege die aanhouding en de gestelde voortdurende inbreuk heeft de rechtbank in het zelfde vonnis, in het incident tot het treffen van een provisionele voorziening, aan de verschillende gedaagden (verschillende) verboden opgelegd om voor de duur van het geding in de hoofdzaak inbreuk te maken op EP 493 in Nederland en/of andere in het octrooi gedesigneerde landen. Desgevraagd heeft VSY c.s. op 1 september 2017 verklaard hoger beroep in te stellen tegen die incidentele beslissing.

2.4. Met name vanwege het instellen van hoger beroep door VSY c.s. tegen de incidentele beslissing in het tussenvonnis is de rechtbank van oordeel dat in dit geval sprake is van bijzondere omstandigheden die een uitzondering op de hiervoor in 2.2 weergegeven hoofdregel rechtvaardigen. In het hoger beroep in het incident zullen immers grotendeels dezelfde materiële geschilpunten aan de orde komen als aan de orde in de hoofdzaak. Door het openstellen van tussentijds hoger beroep kunnen die gelijktijdig worden beoordeeld in de hoofdzaak en het incident. Daarmee is de procedurele doelmatigheid gediend. Dat het openstellen van tussentijds hoger beroep de procedure zal vertragen, vormt in dit geval geen reden om van het toestaan daarvan af te zien, omdat de procedure al is geschorst in afwachting van buitenlandse beslissingen. Die beslissingen kunnen nog geruime tijd op zich laten wachten.

2.5. VSY c.s. heeft bezwaar gemaakt tegen openstelling van het hoger beroep. Nu zij zelf echter hoger beroep in zal stellen van het vonnis in het incident tot het treffen van een provisionele voorziening, wordt op de in 2.4 beschreven gronden aan die bezwaren voorbij gegaan.

2.6. Gelet op dit een en ander zal de rechtbank het verzoek tot openstellen van tussentijds beroep honoreren.