IEF 17164

Hoge Raad: Ook betalingsplichtige thuiskopievergoeding mag vordering tot restitutie instellen van te veel betaalde thuiskopieheffing

HR 6 oktober 2017, IEF 17164; ECLI:NL:HR:2017:2569 (Imation Europe tegen Stichting de Thuiskopie) Auteursrecht. Thuiskopie. Zie eerder: Conclusie P-G. Imation is importeur van blanco gegevensdragers en is gehouden tot afdracht van thuiskopievergoeding ex artikel 16c Aw. De afdracht is gestaakt voor levering aan zakelijk gebruik (commercial channel), dat zich onderscheidt van haar consumer channel. Met een beroep op verrekening is afdracht geheel gestaakt. De rechtbank stelt de Hoge raad prejudiciële vragen over aan wie restitutie van teveel betaalde thuiskopieheffing toekomt [IEF 16637]. Antwoord Hoge Raad: In het Nederlandse stelsel van thuiskopievergoeding komt (ook) de betalingsplichtige het recht toe om een vordering tot terugbetaling van te veel betaalde thuiskopieheffing in te stellen, ongeacht op welke grondslag die vordering berust. 

Beantwoording van de prejudiciële vragen:

3.6.1 In het Nederlandse stelsel van thuiskopievergoeding is niet voorzien in een vrijstelling van de heffing van thuiskopievergoeding voor betalingsplichtigen die kunnen aantonen dat zij de gegevensdragers leveren aan anderen dan particuliere eindgebruikers, zoals hiervoor in 3.5.1-3.5.3 bedoeld. Evenmin voorziet dit stelsel in een recht op terugbetaling van ten onrechte of te veel betaalde thuiskopievergoeding dat uitsluitend toekomt aan de eindgebruiker van de gegevensdrager, zoals hiervoor in 3.5.1-3.5.3 bedoeld.
Bij die stand van zaken is er geen grond om het Nederlandse stelsel van thuiskopievergoeding aldus uit te leggen dat de vordering tot terugbetaling van te veel betaalde thuiskopievergoeding (art. 6:203 BW) slechts kan worden ingesteld door de eindgebruiker, met uitsluiting van de betalingsplichtige. Nu de betalingsplichtige in het Nederlandse stelsel geen beroep kan doen op een vrijstelling van de heffing van thuiskopievergoeding voor zover hij aantoont dat hij de gegevensdragers levert aan anderen dan particuliere eindgebruikers, dient (ook) hem het recht toe te komen om een vordering tot terugbetaling van te veel betaalde thuiskopievergoeding in te stellen. Een andere uitleg van het Nederlandse stelsel van thuiskopievergoeding zou onverenigbaar zijn met het Unierecht, in het bijzonder de Auteursrechtrichtlijn, waaruit voortvloeit dat een uitsluitend recht op terugbetaling voor de eindgebruiker slechts toelaatbaar is indien tevens is voorzien in een vrijstelling van de heffing van thuiskopievergoeding voor de betalingsplichtige, als omschreven hiervoor in 3.5.3 (slot).

3.6.2 Aan de vorderingsgerechtigheid van de betalingsplichtige doet niet af dat hij in het Nederlandse stelsel van thuiskopievergoeding de mogelijkheid heeft – ongeacht of hij die mogelijkheid (geheel of gedeeltelijk) benut – om door hem betaalde thuiskopievergoeding door te berekenen in de prijs van de gegevensdrager, in welk geval die thuiskopievergoeding niet ten laste van de betalingsplichtige blijft, maar ten laste van de eindgebruiker van de gegevensdrager komt. Weliswaar kan deze mogelijkheid ertoe leiden dat de betalingsplichtige geen schade lijdt en dat hij, bij toewijzing van zijn vordering tot terugbetaling van te veel betaalde thuiskopievergoeding, wordt verrijkt, maar een en ander staat niet in de weg aan de toewijsbaarheid van de op onverschuldigde betaling berustende vordering van de betalingsplichtige. Zoals blijkt uit de wetsgeschiedenis van afdeling 6.4.2 (art. 6:203-211) BW (vgl. T.M. en MvA II, Parl. Gesch. Boek 6, p. 803) is de vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling geen rechtsvordering tot vergoeding van schade, en is in dat verband de vraag in hoeverre degene die de prestatie zonder rechtsgrond heeft verricht en degene die haar heeft ontvangen, zijn verarmd of verrijkt, in beginsel zonder belang.

3.6.3 Op grond van het vorenstaande dient de eerste prejudiciële vraag aldus te worden beantwoord, dat in het Nederlandse stelsel van thuiskopievergoeding (ook) de betalingsplichtige het recht toekomt om een vordering tot terugbetaling van te veel betaalde thuiskopieheffing in te stellen.

3.6.4 Er is geen grond om bij de beantwoording van de eerste prejudiciële vraag onderscheid te maken tussen de grondslagen waarop de vordering tot terugbetaling van te veel betaalde thuiskopievergoeding berust. In het Nederlandse stelsel van thuiskopievergoeding kan de betalingsplichtige een vordering instellen tot terugbetaling van te veel betaalde thuiskopievergoeding, ongeacht of die vordering berust op (i) de grondslag dat ten onrechte thuiskopievergoeding is voldaan over gegevensdragers die bestemd waren voor professioneel gebruik, (ii) de grondslag dat ten onrechte thuiskopievergoeding is voldaan voor het kopiëren uit illegale bron, dan wel (iii) de grondslag dat de thuiskopievergoeding gedurende een bepaald tijdvak ten onrechte eenzijdig drukte op traditionele gegevensdragers, zoals cd’s en dvd’s, en niet op ‘nieuwe’ digitale apparaten en gegevensdragers.

3.6.5 Op grond van het vorenstaande dient de tweede prejudiciële vraag aldus te worden beantwoord dat in het Nederlandse stelsel van thuiskopievergoeding (ook) de betalingsplichtige het recht toekomt om een vordering tot terugbetaling van te veel betaalde thuiskopieheffing in te stellen, ongeacht op welke grondslag die vordering berust.

Gestelde vragen:

1. Komt, mede gezien het Copydan-arrest, in het Nederlandse rechtsstelsel een vordering tot restitutie van teveel betaalde thuiskopieheffing alleen toe aan de eindverwerver van de drager en niet aan de betalingsplichtige? 

2. Dient bij de beantwoording van die vraag onderscheid te worden gemaakt tussen vorderingen gebaseerd op de grondslag dat er thuiskopieheffing is voldaan over dragers bestemd voor professioneel gebruik en vorderingen gebaseerd op andere grondslagen?