IEF 16971

Hiske Roos - Is er sprake van harmonisatie door de richtlijn oneerlijke handelspraktijken?

Artikel ingezonden vanwege het derde IE-Zomerforum rondom modellenrecht/slaafse nabootsing. De richtlijn oneerlijke handelspraktijken (“richtlijn”) ziet op handelspraktijken die rechtstreeks betrekking hebben op het beïnvloeden van beslissingen van de consument over transacties van een product.[1] Het toepassingsgebied van de richtlijn is ruim.[2] Een handelspraktijk is onder andere oneerlijk wanneer “het economische gedrag van de gemiddelde consument die zij bereikt of op wie zij gericht is met betrekking tot het product wezenlijk verstoort of kan verstoren”.[3] De richtlijn ziet in beginsel op oneerlijke praktijken van handelaren in het nadeel van consumenten.[4] Maar ook concurrenten kunnen een beroep doen op deze richtlijn, als er sprake is van een oneerlijke handelspraktijk waarbij de consument wordt geschaad.[5]

In het welbekende Simba/Hasbro-arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat er geen sprake is van harmonisatie van de slaafse-nabootsingsleer met de richtlijn,[6] mijns inziens deels onterecht. Als een product onrechtmatig slaafs wordt nagebootst, betekent dat dat er nodeloos verwarring is ontstaan bij de consument. De gemiddelde consument wordt immers door de verwarring die optreedt bij slaafse nabootsing aangetast of zelfs beperkt in zijn vermogen om een geïnformeerd besluit te maken.[7] Het slaafs nabootsen van het uiterlijk van andermans product zal in veel gevallen direct verband houden met de verkoopbevordering van een product aan consumenten. Het economisch gedrag van de consument wordt dus wezenlijk beïnvloed.[8] Kortom; er wordt een oneerlijke handelspraktijk gepleegd bij onrechtmatige slaafse nabootsing. Zodoende kan worden gezegd dat het leerstuk is geharmoniseerd. 

De zesde paragraaf van de considerans van de richtlijn geeft echter aan dat handelingen “die alleen economische belangen van concurrenten schaden [onderlijning auteur]” buiten de richtlijn vallen.[9] In het geval de slaafse nabootsing enkel handelaren onderling schaadt, is het leerstuk niet geharmoniseerd, omdat de richtlijn die gevallen expliciet uitsluit.[10] In geval de slaafse nabootsing enkel handelaren onderling schaadt, is het leerstuk niet geharmoniseerd, omdat de richtlijn die gevallen expliciet uitsluit.[11] Slaafse nabootsing is daarom slechts gedeeltelijk geharmoniseerd.

Overigens heerst er binnen de EU verdeeldheid over de vraag of slaafse nabootsing is geharmoniseerd. Andere Europese lidstaten hebben soortgelijke leerstukken als het Nederlandse leerstuk van slaafse nabootsing.[12] In Duitsland is men over het algemeen van mening dat slaafse nabootsing niet geharmoniseerd is.[13] In België wijzen de literatuur en rechtspraak echter juist wel op harmonisatie.[14] Er heerst onduidelijkheid over de vraag of en in hoeverre slaafse nabootsing is geharmoniseerd en het is dan ook hoog tijd dat hierover vragen worden gesteld aan het HvJ EU.

 


[1] Richtlijn oneerlijke handelspraktijken (2005/29/EG), considerans par. 7.

[2] De Vrey, VrA 2006/1, p. 1.

[3] Richtlijn oneerlijke handelspraktijken (2005/29/EG), artikel 5.

[4] Drijber 2005, p. 6.                    

[5] Richtlijn oneerlijke handelspraktijken (2005/29/EG), considerans par. 6, 8; Verkade 2009, p. 10-14; Van Eek, IER 2014/35, par. 7.

[6] HR 17 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1063, r.o. 3.8.4 (Simba/Hasbro).

[7] Zie o.a. artikel 6:193b lid 2 sub b BW, implementatie van de richtlijn OHP.

[8] Zie ook HvJ EU 14 januari 2010, IER 2010/41, m.nt. P. Geerts (Wettbewerbscentrale)

[9] Richtlijn oneerlijke handelspraktijken (2005/29/EG), considerans par. 6.

[10] Zo ook Geerts 2013/1, par. 43-46.

[12] Hogan Lovells, MARKT/2010/20/D, p. 3.

[13] Zie o.a. Ohly, Sosnitza & Piper 2016, 3; Spindler 2015, 236-237; Köhler e.a. 2017, Rn. 3.16-3.16b.

[14]  Ondervoorzitter van de rechtbank van koophandel te Brussel 5 december 2011, A.C. 10.479/2010, par. IV (Lego/Ice watch); Verhoestraete & Abraham, BMM Bulletin 2015/1, p. 4-15.