IEF 17694

Het aanbieden van IPTV vormt een nieuwe openbaarmaking of "mededeling aan het publiek"

Rechtbank Limburg 9 mei 2018, IEF 17694; ECLI:NL:RBLIM:2018:4395 (Brein tegen Leaper) Auteursrecht. Bij vervroeging gewezen bodemvonnis. Leaper verstrekt na betaling aan de kijker-in-spé een code, een hyperlink, waarmee een .m3u bestand kan worden geopend of gedownload welk bestand hyperlinks bevat naar “meer dan 4000 live TV kanalen” en andere beschermde werken. De verstrekking van de (verkorte) unieke link door Leaper is een “mededeling aan het publiek”. Het aanbieden van en het verschaffen van toegang tot IPTV-abonnementen vormt een nieuwe openbaarmaking c.q. een “mededeling aan het publiek” en Leaper wordt daarom geboden (onder meer) ieder aanbieden van hyperlinks naar ongeautoriseerde werken te staken en gestaakt te houden.

4.4 Het begrip ‘mededeling aan het publiek’ (openbaarmaking volgens de Auteurswet) is niet in de Arl gepreciseerd. Dat betekent dat in het kader van de uitleg van dit begrip ‘met de betekenis en de draagwijdte ervan rekening moet worden gehouden met de door de richtlijn nagestreefde doelstellingen en met de context van de uit te leggen bepaling’. De belangrijkste doelstelling van de Arl is het verwezenlijken van een hoog beschermingsniveau voor auteurs. Aan het begrip ‘mededeling aan het publiek’ moet gelet daarop, aldus het HvJ-EU, een ruime betekenis worden gegeven. De doelstelling dat een hoog beschermingsniveau voor de auteur moet worden verwezenlijkt, brengt met zich, aldus de rechtbank, dat geconstrueerde (om)wegen om toegang te krijgen tot beschermd materiaal mogen, zo niet moeten, worden gekwalificeerd als verboden openbaarmaking. Art. 12 Auteurswet geeft hiertoe de ruimte omdat daarin onder openbaarmaking geen limitatieve opsomming wordt gegeven. Genoemd art. 12 Auteurswet geeft bij wijze van voorbeelden een niet-limitatieve opsomming van wat volgens de wetgever in elk geval onder openbaarmaking valt. Het begrip “openbaarmaking” is flexibel en open, zodat het onder meer mogelijk is om snelle technologische ontwikkelingen onder dat begrip te laten vallen.

4.6 Vaststaat dat Leaper een verkorte voor de betreffende klant unieke hyperlink aanbiedt die toegang geeft tot een .m3u bestand. Dit bestand geeft toegang tot andere hyperlinks. Met die andere hyperlinks kunnen klanten vervolgens de content van de desbetreffende sites openen en bekijken. Vaststaat ook dat Leaper betaalt voor de aanschaf van credits waarmee zij de aanschafprijs van de (‘lange’) hyperlinks betaalt. Die lange hyperlinks worden door Leaper uniek per klant verkort en die verkorte link wordt aan de klant verkocht. Met die verkorte unieke link wordt de klant van Leaper geleid naar beschermde werken, waarmee de verstrekking van die unieke link een ‘mededeling aan het publiek’ is. Het feit dat Leaper beweerdelijk telkens per klant een andere korte link verkoopt, maakt niet dat er geen sprake zou zijn van een mededeling aan het publiek: gesteld noch gebleken is dat die verkorting van de lange link enige serieus te nemen handeling vergt. De constructie is enkel bedacht om Leaper de gelegenheid te geven aan te voeren dat haar unieke handeling geen mededeling aan het publiek zou zijn. Voldoende duidelijk is verder dat de content die kan worden ontsloten met de door Leaper aan haar klanten doorgegeven verkorte link, op de desbetreffende website(s) aanwezig is zonder toestemming van de rechthebbenden. BREIN heeft dat immers zodanig gemotiveerd en onderbouwd gesteld (zie onder meer productie 4 dagvaarding) dat de enkele stelling van Leaper dat niet alle via IPTV aangeboden content als illegaal kan worden gekwalificeerd (nr. 11 pleitnota), als een onvoldoende gemotiveerde betwisting moet worden beschouwd. De rechtbank weegt hierbij ook mee de eigen advertentietekst van Leaper voor zover inhoudende ‘Ook zo klaar met het beperkte zenderaanbod en onoverzichtelijke TV abonnementen die bakken met geld kosten?”.

Al met al is de conclusie dan ook dat de handelingen van Leaper gekwalificeerd moeten worden als een openbaarmaking in de zin van art. 12 Auteurswet, terwijl zij weet, in elk geval behoort te weten (zie ook productie 11A en D dagvaarding), dat deze openbaarmaking een illegaal karakter heeft.


De rechtbank:

5.1 verklaart voor recht dat Leaper met het aanbieden van en het verschaffen van toegang tot IPTV-abonnementen op een wijze zoals toegelicht in het lichaam van de inleidende dagvaarding in deze zaak, een openbaarmaking c.q. een “mededeling aan het publiek” verricht in de zin van de artikelen 1 en 12 Auteurswet, artikelen 2, 6, 7a en 8 Wet op de Naburige Rechten jo. artikel 3 Auteursrecht-richtlijn;

5.2 verklaart voor recht dat Leaper met het aanbieden van hyperlinks naar bronnen waar films en (live)-uitzendingen evident zonder toestemming van de rechthebbenden worden aangeboden, een openbaarmaking c.q. “mededeling aan het publiek” verricht in de zin van de artikelen 1 en 12 Auteurswet, artikelen 2, 6, 7a en 8 Wet op de Naburige Rechten jo. artikel 3 Auteursrecht-richtlijn;