IEF 11054

De weergave van dit artikel is misschien niet optimaal, omdat deze is overgenomen uit onze oudere databank.

Gillette-achtige verweer in kwekersrecht

Rechtbank 's-Gravenhage kamer voor kwekersrecht 14 maart 2012, HA ZA 09-89 (Bottoms tegen Campo International en Kwekerij Y)

Uitspraak mede ingezonden door Hidde Koenraad, Vondst advocaten.

In't kort: Tussenvonnis. Kwekersrecht. Bottoms heeft samen met zijn inmiddels overleden echtgenote in 1992 een dwergvariant van een ras ontwikkeld en verhandeld. Hij heeft daarvoor destijds een zogenoemd plant patent aangevraagd in Amerika, maar die aanvraag vervolgens weer ingetrokken. Dit Luseane ras is niet kwekersrechtelijk beschermd en wordt hierna ook genoemd: Luseane mini. Voor een andere dwergvariant is een plant patent en communautair kwekersrecht (CKR) aangevraagd en verleend. Hiertegen is niet-succesvol een nietigheidsprocedure gevoerd bij het CPVO. Gilette-achtig verweer. Bottoms krijgt een bewijsopdracht.

4.3. Het naar analogie van het uit het octrooirecht bekende Gillette-achtige verweer van Campo cs kan thans blijven rusten en komt mogelijk na dit tussenvonnis en de hierna te bespreken bewijslevering aan de orde. Dit verweer van Campo cs – wat daar verder juridisch van zij – behelst het volgende. Nu er volgens haar geen sprake is van onderscheiden rassen in het geval van de Luseane mini en LUSEANE en zodoende van een ten onrechte in stand gelaten CKR voor LUSEANE, kan er – ook al is er sprake van formele geldigheid van het CKR – geen sprake van zijn dat de door Campo cs vermeerderde Schefflera mini planten – in haar optiek de sinds 1993 gelijk gebleven (onbeschermde) Luseane mini – onder de beschermingsomvang van het CKR vallen, zodat geen sprake is van kwekersrechtinbreuk.

4.4. De rechtbank komt evenwel allereerst op grond van het navolgende tot een bewijsopdracht aan Bottoms.

4.14. Nu Bottoms desgevraagd uitdrukkelijk heeft aangegeven te willen bewijzen dat de bemonsterde planten bij Y afkomstig zijn van Campo en niet van Z, onder meer door het horen van de betreffende AID ambtenaren, zal eerst een desbetreffende bewijsopdracht aan Bottoms worden gegeven.

In reconventie: 4.16. De reconventionele schadevergoedingsvordering slaagt niet. Campo cs stellen dat zij door de AID inval dusdanig zijn geschrokken/geïmponeerd, dat zij zodoende gedwongen door Bottoms voor de zekerheid ook de niet kwekersrechtelijk beschermde mini Schefflera van Caposa niet langer zijn gaan voeren nadien, waardoor zij schade zouden hebben geleden.