IEF 16955

Gevorderde rectficatie door Music Nations van Zoom.In afgewezen

Vzr. Rechtbank Amsterdam 11 juli 2017, IEF 16955; ECLI:NL:RBAMS:2017:4991 (Music Nations Network tegen Zoom.In) Kort geding. Onrechtmatige publicatie. Zie eerder [IEF 16950] en [IEF 16857]. MN acht de uitlatingen van [gedaagde sub 2] in de Quote onrechtmatig jegens MN, met name de passage: “Ik hanteer een absoluut zerotolerancebeleid ten aanzien van mensen die ons willen belazeren, chanteren of bestelen. En dat is wat er hier aan de hand is. Er is geld gestolen van Zoomin, van adverteerders en van YouTube. Want er worden structureel en doelbewust frauduleuze channels in mijn MCN-licentie gepompt”. De vordering tot rectificatie wordt afgewezen nu het niet een rechtstreekse beschuldiging bevat en omdat de uitingen deel uitmaken van een fel debat tussen MN en Zoom.in naar aanleiding van hun geschil. Uitlatingen op Quotenet.nl niet onrechtmatig geacht.

4.3. Het voorgaande impliceert dat de gewraakte uitlatingen voorshands niet een rechtstreekse beschuldiging bevatten dat (medewerkers van) MN zich hebben schuldig gemaakt aan diefstal, bedrog en/of chantage. Voor zover MN door de publicatie niettemin in haar reputatie is aangetast, weegt haar belang bij de bescherming van haar eer en goede naam in de gegeven omstandigheden voorshands minder zwaar dan het belang van Zoom.in om niet beperkt te worden in haar uitingsvrijheid.

4.4. Daar komt bij dat de uitingen – voor zover door Quote juist geciteerd – deel uitmaken van een fel debat tussen MN en Zoom.in naar aanleiding van hun geschil. Zoom.in c.s. heeft in dit verband verwezen naar een eerder artikel op quotenet.nl met de kop “Britse tiener beschuldigt bedrijf van Quote-500-lid [gedaagde sub 2] van diefstal”. Daarin wordt de advocaat van MN over de actie van Zoom.in aangehaald met de zinsnede: “Zie het als een soort vijandelijke overname, maar dan zonder te betalen.”; waarop [gedaagde sub 2] reageert met de woorden: “(…) wat mij betreft valt deze zaak in de categorie van een voorbijganger die iemand van de verdrinkingsdood redt, om vervolgens een rechtszaak te krijgen voor aanranding wegens de mond op mondbeademing.” Ook vanwege deze context is het beperken van de uitingsvrijheid van een der partijen vooralsnog niet op zijn plaats.

4.5. De conclusie luidt dat voorshands onvoldoende grond bestaat om Zoom.in te verplichten tot het rectificeren van de uitlatingen. Ook de tussen partijen in acht te nemen redelijkheid en billijkheid noodzaakt daartoe niet, al zou de verdere samenwerking tussen partijen erbij gebaat kunnen zijn als de betrokkenen meer het compromis zouden zoeken.

4.6. De gevraagde voorzieningen worden dan ook geweigerd, met veroordeling van MN, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van dit geding.